Marjolijn de Cocq. Beeld Artur Krynicki
Marjolijn de Cocq.Beeld Artur Krynicki

Al maanden drijven de kinderen de spot met mij

PlusMarjolijn de Cocq

Marjolijn De Cocq

‘Droog gras is hooi toch?” Sabbelend aan haar ­potlood zit mijn dochter op de bank te puzzelen. Mam, had ze gevraagd, wil je een puzzelboekje voor me kopen? Een puzzelboekje, had ik geantwoord, hoezo een puzzelboekje? Je kunt toch gewoon op je telefoon puzzelen? Alleen al die puzzels online van de kranten waarop we geabonneerd zijn! En waarom wil jij eigenlijk ineens puzzelen?

Al maanden drijven de kinderen de spot met mij, hun ouwe moeder die verslaafd is aan haar puzzels en spelletjes. Die ouwe moeder die de beste telefoon van het hele gezin heeft en die dan dáárvoor gebruikt.

Het begint elke ochtend tussen zes en zeven uur (nee, dat is niet vroeg voor iemand die bij nu nog een middagkrant werkt) als mijn vriendin in Los Angeles klaar is met haar dag en voor ze gaat slapen nog even scrabbelt. Op de app Scrabble Go spelen we op tien borden tegelijk, dan hoef je niet op elkaar te wachten. Voertaal is Amerikaans-Engels, waardoor zij eerst in het voordeel was maar we naarmate ik meer scrabbeltrucjes beheers – qi is een woord, qis ook. En za(s). Q en Z staan voor tien punten – min of meer gelijk opgaan.

Daarna moet de actuele puzzel, een combinatie van cryptogram, kruiswoordpuzzel en woordspelletjes, uit een concurrerende krant worden gemaakt. Als ik die niet meteen opgelost krijg, houd ik de hele dag een onrustig gevoel. Nog een keer kijken. Ach ja, verdomd! Maar is die een eitje en binnen no time gemaakt, dan is het ook niet goed.

Tussen een en half twee ploingt mijn telefoon opnieuw. De Scrabble Go-ploing. Dan is de Amerikaanse schrijfster met wie ik in Parijs bevriend raakte (lang verhaal kort) in Boston wakker en legt haar woord. ‘Nobody beats me at scrabble,’ had ze geappt na een reeks smadelijke neder­lagen mijnerzijds, met puntenverschillen van soms wel 200. Maar ik trek bij. We staan nu 47-3. Ik juich als ik win.

En rond een uur of vijf ’s middags dient LA zich weer aan voor het volgende robbertje. Heel onschuldig allemaal. En volgens de kinderen heel stom.

Mijn dochter wilde niet online puzzelen. “Want dan zit je de hele tijd op je telefoon te kijken.” Ze wilde een puzzelboekje, ‘gewoon’, ‘voor de lol’.

Puzzelboekjes, bestaan die nog? Bij boekhandel Scheltema vind ik een molen vol; ik kies een er op de gok een paar uit, voorzien van geel potlood met gummetje. Aan de kassa maak ik een opmerking over de jeugd van tegenwoordig. Puzzelen op papier want schermmoe.

Het blijkt een trend, Ploing. Daar is Boston; ik moet weer door.

Marjolijn de Cocq schrijft elke week een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? m.decocq@parool.nl

Meer over