Jaap de Groot. Beeld Artur Krynicki
Jaap de Groot.Beeld Artur Krynicki

Ajax geeft een knipoog aan Pep Guardiola

PlusJaap de Groot

Het was een opvallende passage in de documentaire op Videoland over Ronald Koeman, toen hij aan Pep Guardiola vroeg of die ooit bondscoach van het Nederlands elftal zou willen worden. De reactie van de Catalaan: “Dan moeten ze eerst iets aan de buitenspelers en het positiespel doen…”

Het was een interessante opmerking nu de 4-3-3’s en 5-3-2’s je om de oren vliegen. Een discussie die te veel voorbijgaat aan de kern van de Hollandse School: het bespelen van de ruimtes. Wat ooit de kracht van ons voetbal was, is verworden tot de achilleshiel.

Terug naar het begin, toen Johan Cruijff spits bij Ajax was en zich naar het middenveld liet zakken als er iets geforceerd moest worden, waarna Dick van Dijk als stormram werd ingebracht. In deze tactische variant moesten de buitenspelers (Piet Keizer en Sjaak Swart) het veld breed houden en ‘middenvelder’ Cruijff moest gebruik zien te maken van de ruimten tussen de drie aanvallers. Geïnspireerd door deze ervaring zette Cruijff later als Ajaxcoach John Bosman neer als schaduwspits achter Marco van Basten.

Door de jaren heen is deze variant flink bijgesteld, vaak met de aanvallers als slachtoffer. Omdat bij veel van de huidige coaches het natuurlijke gevoel voor ‘ruimte’ ontbreekt. Zie de schaduwspits en opkomende backs, die vaak geen ruimte creëren, maar deze dichtlopen, zoals bij Noorwegen-Nederland. De backs Daley Blind en Jurriën Timber duwden niet alleen de buitenspelers Cody Gakpo en Steven Berghuis naar binnen. Daarmee kwamen de aanvallers ook in een fuik vol verdedigers terecht en konden fluiten naar een één-tegen-één actie. Omdat de veredelde schaduwspits Davy Klaassen vaak in de punt van de aanval stond, was er ook voor Memphis Depay geen beginnen aan en kon Frenkie de Jong met zijn passes geen kant op.

Dit patroon zag je ook terug bij topwedstrijden als Ajax-Atalanta en PSV-Benfica. Door het positiespel werden de ruimten verkleind en bleven de spitsen onzichtbaar. Daarom was Sporting Lissabon-Ajax een verademing. Mogelijk in de hand gewerkt omdat Berghuis als schaduwspits aanvankelijk niet zijn draai kon vinden. Op zo’n 10 meter achter Sébastien Haller was hij zoekende, maar hield zo wel een extra verdediger uit de buurt van de Franse spits. Omdat ook de backs Blind en Noussair Mazraoui veel minder ‘hoog’ stonden, kwam ­Antony ditmaal wel één-op-één tegenover een back te staan die gewend was aan het bespelen van een één- of tweespitsensysteem.

Zo zouden de drie Ajaxaanvallers tegen vier Portugese verdedigers voor een heerlijke déjà vu zorgen. De buitenspeler die op de flank zijn tegenstander uitspeelt, bij de achterlijn gekomen de bal voorgeeft, waarna de inkomende spits scoort. Met als toetje Berghuis die in de door Haller gecreëerde ruimte duikt en de 1-3 scoort.

De kans dat Pep Guardiola bondscoach wordt is toch weer groter geworden.

Jaap de Groot schrijft in Het Parool wekelijks een column over sport. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? j.degroot@parool.nl

Meer over