PlusAchtergrond

Zuinig leven en toch niet rondkomen: ook Amsterdammers met middeninkomen in de knel

De stad bloeit en bruist. Maar een toenemende groep kan niet meer meekomen. Dat zijn ook mensen die tot een jaar geleden de financiën ‘gewoon’ nog kregen rondgebreid. ‘De overheid laat je in zekere zin alleen.’

Tim Wagemakers en Malika Sevil
Werkende armen, hoe houden zij zich staande? Beeld Itziar Barrios
Werkende armen, hoe houden zij zich staande?Beeld Itziar Barrios

Goede restaurants op elke straathoek, lunchtentjes, cultuur en recreatie in overvloed. Voor de 37-jarige Mike zijn het verleidingen die opeens buiten bereik zijn komen te liggen. “Een colaatje op het terras?” verzucht hij. “Veel te duur.”

Anderhalf jaar geleden verloor hij zijn baan als pakketbezorger en vrijwel meteen kwam hij in de problemen. “Huur, boodschappen, alimentatie die ik moet overmaken. Binnen een jaar was al mijn spaargeld op. Nu red ik het einde van de maand gewoon niet meer.”

Wie het goed gaat, merkt al hoe het dagelijks leven rap duurder wordt, maar wie financieel al niet ruim zat, kan direct in financiële problemen komen. Zeker in de stad. Voor Mike is het duidelijk: met een kleine beurs is Amsterdam meedogenloos.

Ga maar na. Over moeilijke koffies van 4,80 euro struikel je, maar wie binnen de Ring onder de 10 euro een hapje wil eten moet de weg kennen. Ondertussen blijven de prijzen stijgen en het einde is nog niet in zicht. Niet alleen de energiekosten zijn ongekend hoog. De dagelijkse boodschappen zijn, afgezet tegen vorig jaar, ruim 11 procent duurder, zo berekende het Centraal Bureau voor de Statistiek. Zuivel steeg de afgelopen maand 14 procent in prijs.

Deze kostenstapeling brengt ook een nieuwe groep in de problemen: ‘gewone’ werkenden, met wie het tot een jaar geleden best oké ging, maar die nu het financiële plaatje niet meer krijgen rondgebreid. Zo krijgen voedselbanken sinds begin dit jaar 15 procent meer aanvragen. Het betreft veelal mensen die ze daar nooit eerder zagen. Dat gaat verder dan alleen minder koopkracht, het gaat om bestaanszekerheid. Volgens de FNV wordt de pijn met name gevoeld door mensen die werken in distributiecentra, de schoonmaak, Schiphol en de beveiliging. Ook zzp’ers en mensen met een tijdelijk contract hebben het zwaar te verduren.

Hoogopgeleiden

Het aantal ‘werkende armen’ in Nederland groeit al langer. Het gaat dan om mensen die tot 120 procent van het wettelijk sociaal minimum verdienen, wat zo’n 1519 euro is voor een alleenstaande. Maar in Amsterdam, waar het leven duur is, is het voor een nog grotere en groeiende groep moeilijk zich staande te houden.

De stad is een magneet voor toeristen, expats én yuppen en daarmee in toenemende mate gericht op hoge inkomens. Dat wordt niet minder; de komende dertien jaar komen er naar verwachting 175.000 inwoners bij, veelal hoogopgeleiden en expats.

Dat is te zien in het straatbeeld. De groenteboer om de hoek is een groentejuwelier geworden en de warme bakker doet tegenwoordig aan ambachtelijk brood. Dat komt met bijbehorend prijskaartje. Om nog maar te zwijgen over de hoge huren en woningprijzen. In Zuidoost kwam de huurprijs per vierkante meter onlangs boven de 20 euro, wat betekent dat je voor een woning van 80 vierkante meter gemiddeld 1600 euro betaalt. In andere stadsdelen ligt de huurprijs nog hoger.

Dat is het bedrag dat Marie-José (34) gemiddeld bruto per maand verdient. Ze werkt als zelfstandige en daarnaast parttime in loondienst voor een onderwijsstichting. Daarmee kan ze nu redelijk rondkomen, al komt dat vooral omdat ze een woning tijdelijk kan huren via de vader van een vriendin. Daar betaalt ze zo’n 600 euro inclusief voor. “Puur op netwerk dus, ik sta al twaalf jaar op de wachtlijst voor een sociale huurwoning.”

Ze verdient meer dan een paar jaar eerder, toen ze met gemiddeld 1000 euro per maand echt op het randje zat. “Maar de kosten zie ik wel weer oplopen. Gelukkig ben ik door de wol geverfd om zuinig te leven. Ik koop vrijwel alles tweedehands bijvoorbeeld.”

Maar ze ziet ook hoe vrienden, zeker die met opgroeiende kinderen, aan het ‘stressen’ zijn. Want het is niet alleen de huur, of eten en drinken, het is ook de gestegen contributie van de voetbalclub van de kinderen, de almaar duurder wordende luiers of dat familie-uitje in het weekend.

De hoogte van een inkomen geeft dan ook een vertekend beeld, vindt voormalig lector armoede-interventies Roeland van Geuns. “Het gaat om besteedbaar inkomen. En dan zie je een groeiende groep mensen die na aftrek van de lasten amper iets overhoudt om uit te geven aan kleding of eten. Als de wasmachine stukgaat, of er gebeurt iets anders onverwacht, zit je meteen met flinke problemen.”

Zo ook Mike, die zijn leven had ingericht zodat hij de hoge huur van zijn vrijesectorhuurwoning kon betalen, maar na het verliezen van zijn baan meteen in de problemen kwam. Zijn lasten daalden niet, en zo ging hij pijlsnel van redelijk welvarend naar financieel in de problemen.

Elke maand komt er 1280 euro binnen via de WW, zijn huur: 950 euro. “De overheid laat je in zekere zin alleen,” zegt Mike. “Die richt zich met de huurtoeslag nu alleen op sociale huur. Wie vangt mij op?”

Kaasschaafmethode

Deze maand kwam budgetvoorlichtingsbureau Nibud met de verontrustende berekening naar buiten dat maar liefst een derde van de huishoudens worstelt met rondkomen. De vaste lasten waren de afgelopen jaren al gestegen, maar nu ook de kosten van de boodschappen zijn toegenomen, zijn er steeds meer mensen die het einde van de maand niet halen met het beschikbare budget – óók veel middeninkomens, stelt het Nibud.

In een gezonde situatie is een huishouden niet meer dan de helft kwijt aan vaste lasten (wonen, vervoer en boodschappen). Als meer dan 70 procent naar de vaste lasten gaat, dan blijft er te weinig buffer over. Ook onder hogere inkomensgroepen wordt de pijn gevoeld, zeker met het grote aandeel eenpersoonshuishoudens in de stad die de kosten niet kunnen delen.

Nibud ziet dat Nederlanders verschillende tactieken toepassen om het toch te bolwerken. De eerste stap is vaak de kaasschaafmethode: zoveel mogelijk hetzelfde blijven doen, maar dan goedkoper. Vaak teren ze tegelijkertijd in op hun spaargeld. En als mensen dan nog steeds krap zitten, dan schrappen ze abonnementen zoals Netflix en gaan ze minder vaak en minder duur uit.

Dit is een groep die nooit financiële problemen had. “Deze mensen raadpleegden de Nibudsite hooguit voor onze zakgeldpagina’s,” zegt Arjan Vliegenthart, directeur van Nibud en tot 2018 wethouder Sociale Zaken in Amsterdam. Het zijn mensen die de weg niet kennen in het woud aan initiatieven voor mensen met een smalle beurs én een drempel voelen om er gebruik van te maken.

Meer werken?

Voorlopig zal deze groep zich met dergelijke bezuinigingen wel staande houden, verwacht Vliegenthart. Dat geldt niet voor de groep die echt in armoede leeft. Volgens het CBS zijn dat 1,2 miljoen huishoudens. “Dat gaat om mensen die, al zouden ze hun geld perfect besteden, nog steeds tekortkomen.”

Deze groep zit kort gezegd aan de grond, zegt Vliegenthart. En dat is een groot probleem – zeker ook in een stad in Amsterdam waar veel mensen zich een dure levensstijl hebben aangemeten, en waar het rijke culturele, culinaire en horeca-aanbod je uitnodigt om goed te leven en goed te spenderen.

Meer mensen in krapte, dat heeft grote gevolgen, ook voor de stad. “Over mensen met financiële stress weten we dat ze minder productief zijn op hun werk, dat ze vaker ziek zijn en dat ze vaker financieel onverantwoorde keuzes maken. Ze hebben niet de ruimte in hun hoofd om op een goede manier keuzes te maken. Dat raakt op allerlei manieren het leven van die mensen en daarmee raakt het ook het leven van de stad. Alleen: heel veel hiervan is onzichtbaar.”

Tijd om meer te gaan werken dus? Een andere, beter betaalde baan zoeken? Dat is vaak de reactie wanneer werkenden niet rondkomen, zeker nu door de krappe arbeidsmarkt werkgevers staan te springen om personeel. Maar zomaar even overstappen naar een andere baan is volgens armoede-expert Van Geuns te makkelijk gedacht. “Er is nu veel vraag in de bouw en techniek, dat vraagt heel veel omscholing.”

Ook constateert hij dat voor veel mensen meer werken geen optie is. Dat geldt met name voor de kwetsbaarste groep werkenden, de alleenstaande vader of moeder die naast het werk ook een gezin te runnen heeft en niet een veertigurige werkweek kan draaien.

Er is nog een dynamiek die voor problemen zorgt, ziet Van Geuns. Van pak ’m beet 1970 tot 2000 was er een suburbanisatie van armoede. Mensen die het minder breed hadden vertrokken naar Purmerend, Hoorn, Almere, waar het goedkoper was om te wonen. “Maar dat gaat steeds minder, want mensen zitten vast in hun woning. Waar moeten ze naartoe?” aldus Van Geuns. “Je raakt dan ingeklemd tussen dure voorzieningen die uitstralen dat ze niet voor jou bedoeld zijn.”

Vliegenthart hoorde dat ook op straat terug in zijn tijd als Amsterdamse wethouder en ziet dat het nu nog erger is. “Ik sprak iemand die in de schuldhulpverlening zat. Hij zei: ‘Ik kan op elke hoek van de straat een flat white kopen, maar die gaan vanaf 2,50 euro. En dat heb ik niet.’ Veel horeca speelt in op de mensen die het goed hebben. En dat betekent ook dat een deel van de Amsterdammers niet meer volwaardig mee kan doen.”

Huiskamer

Er zijn gelukkig nog een paar plekken waar het nog wél betaalbaar is, en waar een tomaten-groentesoepje van 3,50 euro gewoon een optie is.

Vijf mannen, werkenden en gepensioneerden in de leeftijd tussen 66 en 86 jaar, zitten aan een lange tafel in Hap-Hmm in de Eerste Helmersstraat – een restaurant met een hoog huiskamergehalte. Sommigen komen hier al decennia lang, en dat een paar keer in de week.

Begin hier over de prijzen van tegenwoordig en de voorbeelden vliegen over tafel. “Broodje paling!? 6 euro!” zegt Ruud Buijs (74) in hawaihemd met grote verontwaardiging. Uurtje parkeren? Zelfde verhaal. “Bijna 6 euro!” zegt Hennie Bagmeijer (81) in camouflageshirt. Jimmy Cellisten (66, zorgmedewerker en enquêteur): “4 euro voor een ons salade. Belachelijk. Nee, ik koop wel kritischer in, en ga voortaan naar de goedkopere supermarkten, zoals de Lidl en de Vomar.”

De vijf mannen van Hap-Hmm zien de veranderingen met lede ogen aan. Waar de prijsstijgingen stoppen, dat weten ze ook niet. “Vroeger was er op elke straathoek een betaalbaar restaurantje,” zegt Buijs. Ze willen niet melancholisch zijn, maar ze worden het vanzelf, constateren ze. “Amsterdam was altijd al wel duur, maar het slaat de laatste jaren echt door.”

Natuurlijk, er zijn voorzieningen, zoals een stadspas waarmee je goedkoop op allerlei plekken gebruik kan maken van voorzieningen. Maar Marie-José valt met haar 1600 euro per maand net buiten zulke voordelige regelingen. En dan is een dagje Artis in plaats van 12,50 euro opeens 25 euro.

Consumptiegedrag

Een deel van de stad is rijk en dát straalt de stad uit, zegt Vliegenthart. “De politiek én de ondernemers voeden het beeld dat de stad succesvol moet zijn. Dat Amsterdam moet bloeien. Daarmee wordt dus ook de kloof tussen hen met wie het goed gaat en zij die worstelen groter.”

Dat ziet ook Marie-José. Ze werkt ook op een taalschool, waar ze kinderen ziet van wie de ouders van soms 12 euro per week moeten rondkomen. “Als je rookt, ben je dan al binnen een dag door je weektarief heen. Twee keer met het ov en je geld is op.” De kloof groeit in de stad, vindt zij.

Bubbels, aldus Van Geuns. “Arm en rijk komt elkaar in afnemende mate tegen, daar draagt dit aan bij.” Van Geuns, zelf woonachtig in Zuid: “Ik woon nu nog in het reservaat, maar als je ziet wie daar nu steeds meer wonen... Ik durf te beweren dat slechts een enkeling enig besef heeft van wat er in Geuzenveld of in Noord speelt rond armoede.”

Want naast de rapporten die laten zien dat steeds meer mensen moeilijk rondkomen, kwam onlangs nog een rapport uit dat econoom Laura van Geest op verzoek van het kabinet schreef. Daarin staat dat de welvaart in Nederland schever is verdeeld dan werd aangenomen. De meeste Nederlanders halen hun inkomen uit arbeid, maar rijke mensen steeds meer uit huizen, beleggingen en bedrijven. De waarde van arbeid neemt af, ook in Amsterdam.

Vermogende mensen dragen dan ook verantwoordelijkheid, vindt Mike. “Mensen moeten niet denken: ik heb het goed, zoek het maar uit.” Hij vindt het wrang dat het consumptiegedrag van andere Amsterdammers er mede toe heeft geleid dat hij in de problemen is gekomen.

Mike kwam namelijk in de ziektewet toen zijn werk als pakketbezorger te zwaar werd. Een pakketje laten bezorgen is goedkoop, maar werknemers betalen vaak de rekening. Eerst moest Mike zo’n zestien leveringen per dag bezorgen, later steeg dat naar meer dan veertig. “Gekkenwerk. En maar kopen met zijn allen, iedereen laat pakketjes bezorgen.”

Flitsbezorgers

Dat lijkt op ontwikkelingen in Amerika. Een groeiende groep mensen die steeds harder moet werken om het consumptiegedrag van een welvarender groep te faciliteren, maar zelf niet rond weet te komen.

In 2005 schreef de Amerikaanse journalist Barbara Ehrenreich het boek De achterkant van de Amerikaanse droom. Daarin ontkrachtte Ehrenreich het idee dat werken loont, en liet ze zien hoe Amerikanen twee banen moesten combineren om rond te komen; en dat het zelfs dan nog niet lukte.

In het boek probeerde ze zelf rond te komen in de horeca of schoonmaakbranche, maar constateerde ze tot haar schrik hoe snel je in de problemen kunt komen. Eerst lijkt het allemaal net te lukken, maar langzaam maar zeker eten de lasten het inkomen op tot je van baantje naar baantje rent om alle gaten te dichten.

Ook Amsterdam is kwetsbaar voor deze situatie, constateert Van Geuns, zeker ook omdat Amsterdam veel zzp’ers kent. Hun inkomen kan per maand flink verschillen. Amerikaanse toestanden met dubbele banen ziet hij nog niet terug in de statistieken. “Al zie je het wel steeds meer bij de mensen die bijvoorbeeld voor flitsbezorgers werken.”

Juist dit soort banen zijn kwetsbaar, omdat ze direct afhankelijk zijn van het consumentengedrag van een groep die met de stijgende prijzen nu ook af en toe pas op de plaats maakt. “Bij een crisis vliegt deze groep werkenden er als eerste uit.”

Mike hoopt dat de politiek flexibeler wordt in hun steun en leert begrijpen dat bij iedereen de situatie anders is waardoor ze in de problemen komen. “Ik val in geen enkele regeling. Wat moet ik dan?”

De alimentatie betaalt hij niet meer, de dreigbrieven van zijn huurbaas liggen op de mat omdat hij niet meer de volledige huur kan overmaken. Hij heeft – tevergeefs – zijn pensioenfonds aangeschreven in de hoop alvast een paar duizend euro te kunnen krijgen. Hoe nu verder? “Ik heb even geen idee.”

Knipkaart

Terug naar restaurant Hap-Hmm, waar de stamgasten zichzelf uiteindelijk ‘enorme mazzelaars’ vinden. Dat zij het wel redden in de stad, in tegenstelling tot veel mensen uit de generaties na hun, is mede dankzij hun honkvastheid. De meesten wonen al decennia in hetzelfde huurhuis en dat scheelt enorm in de kosten.

Han Calis (86, gepensioneerd bankmedewerker) heeft een prima pensioen, geen vrouw, nul kinderen en nooit een auto gehad. “Dat scheelt. En ik woon in een vierkante confectieflat in de Bijlmermeer voor een kale huur van 565 euro.” Ruud Buijs zit zelfs voor maar 345 euro per maand.

Verder is het een kwestie van aanpassen. Onno Aalten (67, schaakleraar) houdt wel van een biertje, maar komt nooit meer in de kroeg. “Veels te duur. Ik drink het hier wel.” Maar voor hoe lang nog? De stijgende prijzen maken een plek zoals Hap-Hmm, dat onder deze omstandigheden elke dag een betaalbare Hollandse pot op tafel moet toveren, even uniek als kwetsbaar. Hap-Hmm is een familiebedrijf, maar de kinderen van de huidige eigenaren willen er niet mee door.

Onno Aalten snapt dat wel. “Je kan wel hard werken, maar hard werken is geen garantie dat je rondkomt. Zeker niet als anderen gratis het geld naar zich toe trekken, bijvoorbeeld al die Russen in de stad met hun pandjes.” Hij pakt ondertussen zijn halve bal gehakt en stopt die in een doosje. “Heb ik morgen nog wat. Lekker toch.”

Maar toch, een blik op de menukaart leert dat ook bij Hap-Hmm een hoofdgerecht zo’n 15 euro kost. Het is moeilijk voor te stellen dat deze mannen elke dag hier zitten en dat kunnen betalen. Wat blijkt: ingeklemd tussen de toeristen is stamtafel 11 een eilandje op een eilandje geworden, met bijbehorende privileges. De stamgasten mogen als enigen een ouderwetse knipkaart kopen met tien maaltijden voor 90 euro. Hap-Hmm koestert de oude garde, óók als de portemonnee minder gevuld is. Want, zo zegt de serveerster: “Zonder hen is het zóveel minder leuk.”