Plus

Zorgen groene daken voor droge voeten als hoosbuien straks uit de hand lopen?

Amsterdam heeft een schromelijk tekort aan ruimte terwijl op de daken nog 12 vierkante kilometer braak ligt – 25 Vondelparken! Wat zullen we daar eens mee doen? Vandaag: regenwateropvang.

Bart van Zoelen
Het dak van het Benno Premselahuis. Beeld Jakob van Vliet
Het dak van het Benno Premselahuis.Beeld Jakob van Vliet

In een fraai aangelegde daktuin vijftien meter boven de Mauritskade en de Wibautstraat wijst HvA-onderzoeker Dante Föllmi op ‘De klep’. Voor wie een adembenemend valluik voor regenwater had verwacht, is het een kleine teleurstelling. Het lijkt eigenlijk meer op een putje. Computergestuurd, dat dan weer wel.

Precies daarin schuilt het spektakel achter de kleppen waarmee het dak van het Benno Premselahuis van de HvA is uitgerust. Via weersvoorspellingen ziet het dak een hoosbui ruim van tevoren aankomen. Op het moment dat het riool dit nog prima kan behappen, loopt het waterreservoir onder de planten van de daktuin alvast leeg. Dat bassin – 28.000 liter – is dan weer helemaal beschikbaar voor de bui die in de lucht hangt.

Dit type dak is daarmee de volgende stap in de opvang van regenwater in Amsterdam. Sinds 2014 zijn er al ‘blauw-groene daken’ met uit kunststof opgebouwde kratten die op het dak een reservoir van regenwater vormen. Dat wordt meteen gebruikt voor de beplanting op het dak, die daardoor minder snel verdort.

Door de kleppen automatisch te laten anticiperen op hoosbuien hebben dit soort daken de stad nóg meer te bieden. Ze worden als het ware een spons die regenwater vasthoudt op momenten dat het met bakken uit de hemel valt. “Wat je eigenlijk wil is dat de afvoer van regenwater wordt vertraagd zodat het niet allemaal tegelijk op één punt samenkomt,” zegt Föllmi.

Water vasthouden

Door klimaatverandering krijgt de stad meer en meer stortregens te verwerken. In de zomer van 2014 stond de Rivierenbuurt al eens korte tijd blank. Gevreesd wordt dat dit vaker gaat gebeuren in volgebouwde buurten, met miljoenen- of zelfs miljardenschade. De stad is ingesteld op het verwerken van 20 millimeter regen per uur en dat moet tot 2050 overal worden opgekrikt naar 70 millimeter.

Voor nieuwbouw verplicht de gemeente daarom sinds vorig jaar via de ‘Hemelwaterverordening’ dat panden 60 millimeter per uur op eigen terrein kunnen vasthouden. Dat kan op een groen dak, maar ook in een regenton in de tuin, als de neerslag maar niet meteen in het riool terechtkomt. Die verplichting geldt overigens ook voor gebouwen die ingrijpend verbouwd worden. Het is een grote stimulans voor groene of blauw-groene daken. Als je regenwater toch langer moet vasthouden, lijkt het een kleine moeite om het dak meteen vol te leggen met groen.

Blauw-groene daken worden nog meer voordelen toegedicht. Nu wordt het dak gebruikt voor onderzoek, maar dankzij de daktuin is het later een fijne lunchplek voor studenten. De daken bewateren verder zelf de planten − al is er soms toch een irrigatiesysteem voor de droogste periodes van het jaar. Belangrijker is dat ze inheemse plantensoorten kunnen herbergen – niet alleen een sedum vetplant, maar ook grassen, kruiden of zelfs bloemen en boompjes. Die gewassen ontlokken meer biodiversiteit en zorgen bovendien voor meer verdamping bij hitte. Meer verdamping betekent meer verkoeling. Dat lijkt een uitkomst voor steden waar het tot 7 graden warmer kan worden dan op het platteland do ordat beton, asfalt en steen warmte vasthouden – het zogeheten ‘urban heat island-effect’.

Geringe impact

Daken, groen of groen-blauw, lijken daarmee het duizenddingendoekje en de haarlemmerolie van de klimaatadaptatie, de aanpassing van de stad aan de opwarming van de aarde. Alle hoop wordt gevestigd op het dak, ook bij gebrek aan beter, want het valt eenvoudigweg niet mee om een dichtbevolkte, historisch volgebouwde stad aan te passen aan een wereld die warmer wordt en – afwisselend – droger en natter.

Punt is wel dat de praktijk nog moet uitwijzen hoe groot de impact van de groene en blauw-groene daken precies is. Daarvoor heeft de afgelopen vier jaar een grootscheeps onderzoeksprogramma gedraaid in Amsterdam. Met Europees subsidiegeld is 10.000 vierkante meter aan blauw-groene daken aangelegd op sociale huurwoningen in de Oosterparkbuurt, Slotermeer, Kattenburg en de Indische Buurt.

Bovenop het ‘innovatielab’ van het Benno Premselahuis werden bijvoorbeeld stukjes groen en groen-blauw dak vergeleken met zwart bitumen. Het stukje bitumen, waarmee de meeste platte daken in Amsterdam bekleed zijn, werd op een hete dag warmer dan 55 graden. Op het blauw-groene dak kwam het kwik niet eens boven de 30 graden. Op het groene dak net wel.

Maar: toen de onderzoekers zich bogen over de hittebestrijding kwamen ze helaas tot ontnuchterende conclusies. In een model stelden ze vast dat groen-blauwe daken de hele stad 0,4 tot 1 graad kunnen koelen, maar alleen als álle daken bedekt zijn met een laag groen en een waterreservoir. Met alleen de daken waar dat eventueel mogelijk is, wordt het effect als ‘zeer gering’ beschouwd: de temperatuur daalt dan hooguit zo’n 0,3 graden.

‘Op het niveau van wijken en de stad als geheel is het potentiële effect van blauw-groene daken op het Amsterdamse stadsklimaat verwaarloosbaar,’ schreven de onderzoekers. Föllmi concludeert: “Het urban heat island gaan we niet oplossen met blauw-groene daken.” Voor individuele gebouwen ligt het wel voor de hand dat het binnen minder heet wordt door een blauw-groen dak. Uit verder onderzoek moet blijken wat het effect precies is, maar volgens Föllmi valt te vrezen dat het niet al te groot zal zijn.

Mooi meegenomen

Hoe dan ook moet een groen dak worden ingezet in samenhang met andere maatregelen tegen de hitte, zoals zonwering. “Er is niet één steen der wijzen,” zegt Föllmi. Hoofdschuddend hoort hij politici aan die groene daken bepleiten als dé oplossing voor de hele stad. Elke situatie en elk gebouw is weer anders. Aan de andere kant: er zijn genoeg andere redenen voor een groen of groen-blauw dak – het opvangen van regenwater of de biodiversiteit bijvoorbeeld. Dat het ietsje minder heet wordt is dan mooi meegenomen.

Op groene daken vindt zo’n 30 procent van de neerslag een plek, bleek uit onderzoek. Op blauw-groene daken is dat al 50 procent. Als de daken dan ook nog eens zo’n slimme klep hebben die het reservoir leegt als een stortbui dreigt, kunnen ze 90 procent van de neerslag opvangen.

De onderzoekers hebben ook gekeken naar de geschiktheid van daken in de hele stad. Het blijkt dat 11 tot 19 procent van het water dat na extreme buien op straat blijft staan kan worden opgevangen op daken. Ook hier geldt dus dat blauw-groene daken niet het enige antwoord zijn op de hoosbuien die vaker voorkomen door klimaatverandering. “Voor een deel moet het ook op de grond gebeuren,” zegt Föllmi.

“Net als bij dreigende hitte moet je heel specifiek kijken: wat moet ik voor een bepaalde locatie doen om wateroverlast te voorkomen. Als iemand beweert dat iets voor 100 procent werkt en dat het enige oplossing is, dan geloof ik daar niks van. Tegelijk zijn de risico’s die op ons afkomen heel groot. Daarom moeten we alles aangrijpen om de stad op tijd klimaatbestendig te maken.”

Deze zomer verdiept Het Parool zich in de daken van de stad. Amsterdam worstelt met een tekort aan ruimte. Ligt op het dak nog ruimte voor...

1. Recreatie
2. Groen
3. Regenwateropvang
4. Groenteteelt
5. Extra woonverdiepingen
6. Zonnepanelen
7. Kunstenaars en andere rafelranden