PlusAchtergrond

Zijn er echte Amsterdamse dieren? ‘Er komen nieuwe soorten bij en er vallen soorten af’

Aanpassingsvermogen is een voorwaarde om te overleven in de drukke stad. Dat is voor mensen zo, maar ook voor planten en dieren. Stadsecoloog Geert Timmermans ziet soorten verdwijnen maar ook verschijnen. ‘De groene stad wordt gewaardeerd, ook door niet-menselijke gebruikers.’

Patrick Meershoek
Brutaal, luidruchtig en kleurrijk: de halsbandparkiet is een echte Amsterdammer. Palingen laten zich buiten de viswinkel in Amsterdam maar zelden zien. Beeld  Van Santen & Bolleurs
Brutaal, luidruchtig en kleurrijk: de halsbandparkiet is een echte Amsterdammer. Palingen laten zich buiten de viswinkel in Amsterdam maar zelden zien.Beeld Van Santen & Bolleurs

Vraag aan stadsecoloog Geert Timmermans: heeft Amsterdam een ziel? “Dat moet wel, want ik weet dat de natuur goed is voor de ziel. Uit eigen ervaring, maar ook door wat we bijvoorbeeld hebben gezien tijdens de lockdowns. Er werd plotseling op een heel andere manier gebruikgemaakt van het groen in de parken en de randen van de stad. Normaal zijn dat ontmoetingsplekken, tijdens de lockdown waren het plekken om even op adem te komen. We kregen ook heel veel vragen over vogels die plotseling te horen waren omdat er geen verkeer was. Er werd met andere ogen naar de natuur gekeken.”

Het is er tijdens alle corona-ellende bij ingeschoten, maar een woord van dank is alsnog op zijn plaats aan de stedenbouwers die van Amsterdam door de eeuwen heen een groene stad maakten. “Amsterdam heeft een lange groene traditie,” vertelt Timmermans. “Dat begon al met de keurtuinen in de grachtengordel. Mensen realiseren zich dat niet, maar alles bij elkaar past het Vondelpark daar twee keer in. Ook in het Algemeen Uitbreidingsplan kreeg het groen een prominente plek. En wat denk je van het Amsterdamse Bos? Dat was met zijn 1000 hectare tijdens de aanleg groter dan de stad. En van meet af aan werden in elke nieuwe straat bomen geplant. Vroeger gebeurde dat omdat dat mooi was, nu ook met het oog op biodiversiteit en hittestress.”

Niet-menselijke gebruikers

Die groene stad wordt ook gewaardeerd door de niet-menselijke gebruikers. In de Nederlandse natuur komen circa 40.000 verschillende soorten voor, een kwart daarvan is in Amsterdam terug te vinden. “De stadsnatuur is voortdurend in beweging. Er komen nieuwe soorten bij en er vallen soorten af. De zeldzame iepenpage is bijvoorbeeld zo’n nieuwe soort. Aan de andere kant, de mus was heel lang een vertrouwde verschijning in de hele stad, maar die heeft zich nu teruggetrokken uit het centrum, op een paar plekken na: Artis, de kinderboerderij op Bickerseiland en IJburg. De ooievaar is een eeuw lang weggeweest uit de stad, maar is weer teruggekeerd. Dat komt ook voor.”

Stadsnatuur is sterk afhankelijk van het handelen van de mens, in het bijzonder de plannenmakende en bouwende mens. “Een stad wil groeien, zeker in tijden van economische voorspoed,” zegt Timmermans. “De ruimte is nu eenmaal schaars. De druk op groen neemt toe, maar tegelijkertijd ook de vraag naar groen. Een eigentijdse oplossing voor dat probleem is het stapelen van functies, zoals de aanleg van het Brasapark op het tunneldak van de A9. In het algemeen kun je wel zeggen dat de stad mede door de klimaatdiscussie veel natuurinclusiever is geworden. Dertig jaar geleden stond de mens nog centraal in het beleid. Nu wil Amsterdam een stad zijn voor mens, plant en dier.”

Echte Amsterdammer

De vraag aan de stadsecoloog was of hij drie dieren kan noemen die onlosmakelijk verbonden zijn met de ziel van de stad. Hij steekt van wal met een lofzang op een relatieve nieuwkomer: de halsbandparkiet. “We weten dat er halverwege de jaren zeventig een klein groepje in het Vondelpark zat. Het is onduidelijk of die waren ontsnapt of waren komen aanwaaien. Die eerste groep heeft kunnen overleven dankzij het bijvoederen van een vogelvrouwtje, ook een heel Amsterdams fenomeen. Bij de laatste telling werden in de hele stad 5500 halsbandparkieten geteld. Het is een brutaal, luidruchtig en kleurrijk beest. Een echte Amsterdammer dus.”

Het tweede dier op de lijst is een stuk minder opvallend en laat zich buiten de viswinkel maar zelden zien: de paling. “Amsterdam ligt op een knooppunt van verschillende waterstromen,” zegt Timmermans. “De grachtengordel staat via het Amsterdam-Rijnkanaal in verbinding met de Noordzee. Het blijft een indrukwekkend verhaal dat de glasaal na een tocht van twee jaar, met een afstand van 5000 kilometer, van de Sargassozee naar West-Europa via Amsterdam naar de polder trekt, om daar op te groeien, om een paar jaar later dat enorme eind weer terug te zwemmen om zich voort te planten. Samen met de verschillende waterbeheerders proberen wij de paling een handje te helpen met vispassages in en rond de stad.”

Belangrijke broedplaats

De gierzwaluw, nummer drie op de lijst, volgt een omgekeerde route. Die verblijft negen maanden per jaar in Congo en Mozambique om in de zomermaanden naar Amsterdam te komen voor de voortplanting. Timmermans: “Dat is een tocht van ruim 6500 kilometer. Je vraagt je als mens af of het niet praktischer is om die voortplanting in Afrika af te wikkelen, maar de gierzwaluw blijft elk jaar terugkomen en dat al eeuwenlang. De gierzwaluw hoort echt bij Amsterdam. Hij wordt al afgebeeld op schilderijen uit de Gouden Eeuw. Amsterdam telt nu zo’n 2600 broedparen, verspreid over de hele stad, en is daarmee een heel belangrijke broedplaats voor de soort.”

Wat de gierzwaluw voor Timmermans extra interessant maakt: hij heeft zich door de eeuwen heen ontwikkeld van bos- naar stadsvogel. “Wat voor alle nieuwkomers in de stad geldt, is dat zij een plek moeten zien te veroveren in die drukte. Dat is voor mensen zo, maar ook voor planten en dieren. De ene keer lukt dat, de andere keer niet. Aanpassingsvermogen is een voorwaarde om te overleven. Ook als de omstandigheden veranderen, moet er worden meebewogen. Wat blijkt: hoe hoger de ontwikkeling, hoe moeilijker dat gaat. Een eenvoudig organisme als een schimmel kan dat in een paar weken, een ingewikkeld zoogdier als de mens heeft er tientallen jaren voor nodig. Het mooie van de natuur is: die heeft daar geen oordeel over. Die vindt het allemaal prima.”

Welke planten of dieren zijn volgens u onlosmakelijk verbonden met de ziel van de stad? En waarom? Laat het ons weten via zielvandestad@parool.nl of in het onderstaande formulier.