PlusExclusief

Zijn de plannen van Halsema voor toegangspoortjes bij de Wallen haalbaar? ‘Het is de eerste stap naar pretpark De Wallen’

Het plan om toegangspoortjes rond de Wallen te plaatsen roept veel praktische vragen op waarop de gemeente geen antwoord heeft.  Beeld ANP / Robin Utrecht
Het plan om toegangspoortjes rond de Wallen te plaatsen roept veel praktische vragen op waarop de gemeente geen antwoord heeft.Beeld ANP / Robin Utrecht

De gemeente Amsterdam onderzoekt de mogelijkheid van toegangspoortjes rond de Wallen, om de drukte en overlast tegen te gaan. Internationale vergelijkingen – van Hamburg tot Barcelona – en navraag bij experts leren: het is schier onmogelijk. ‘Je wilt als stad geen reservaat worden.’

Hans van der Beek

Het is een prikkelende maatregel die burgemeester Femke Halsema overweegt. Toegangspoortjes rond de Wallen.

Worden dat draaideurtjes, of tourniquets, vergelijkbaar met die naar de metro of Artis? En waar komen die dan precies? Welk gebied wordt ingesloten, en hoeveel poortjes zijn dan wel niet nodig, op elke gracht en in elke steeg, en hoe zit dat met opstoppingen bij de ingangen? En handhaving?

Om nog maar te zwijgen over de bewoners en winkeliers in het gebied, en hun bezoek, of andere Amsterdammers die om welke reden dan ook in dat stukje centrum willen zijn, of er anders gewoon doorheen fietsen, omdat dat nu eenmaal de kortste route is?

De gemeente kan op al deze praktische vragen geen antwoord geven. Het is volgens de woordvoering van de burgemeester nog te vroeg; het plan zit nog in de onderzoeksfase. En daar zal het volgens experts zeer waarschijnlijk ook blijven. “Een losse flodder,” zegt Jan van der Borg, hoogleraar toerisme aan de universiteiten van Leuven en Venetië. “Een proefballonnetje,” zegt Ko Koens, lector New Urban Tourism aan Hogeschool Inholland.

Volgens hen horen toegangspoortjes bij stations, pretparken en stadions, of hooguit een nationaal park, maar niet in een gebied dat in principe publieke ruimte is. Van der Borg: “Tenzij je via Unesco een aparte status kunt afroepen. Dan moet je kunnen aantonen dat een architectonisch of cultuurhistorisch uniek gebied zonder omheining en bescherming zal verpieteren of verloederen. Anders wordt het lastig voor dit soort acties, alleen al omdat ze indruisen tegen het recht van vrij reizen van mensen. En ik kan me niet voorstellen dat je als stad graag een reservaat wilt worden.”

Dierentuin

Koens: “Dit doet mij een beetje denken aan een dierentuin: we gaan naar sekswerkers kijken. Het is de eerste stap naar pretpark De Wallen. En gaat de gemeente dan ook toegang heffen? Ik zou dat als bewoner niet relaxed vinden. Ik word dan een product, en ik krijg er zelf geen geld voor. Er zijn niet alleen juridische bezwaren, ook ethische.”

Een rondje langs Europese steden met vergelijkbare problemen en oplossingen begint in Haarlem. Daar hebben ze ’t Poortje, een afgesloten hofje met raamprostitutie. Bezoekers moeten twee euro in een automaat stoppen, en kunnen dan door een manshoge, stalen draaideur. Maar dat hofje is klein, overzichtelijk en afgezonderd, geen hele wijk waar mensen wonen, werken en graag willen recreëren zónder overlast te bezorgen.

In de enige straat met raamprostitutie in Hamburg, de Herbertstrasse, een zijstraatje van de Reeperbahn, staan metalen schotten. Ze blokkeren alleen het zicht, toegang is gewoon mogelijk. Voor mannen dan, vrouwen zijn niet welkom. Handhaving daarop door de politie is er niet, naar verluidt doen de prostituees dat zelf wel.

Maar ook hier: het is maar een klein straatje. Zo’n kleine, afgesloten plek op de Wallen lijkt hooguit praktisch haalbaar in het befaamde blok met smalle steegjes vlak naast het Oudekerksplein, rondom de Trompettersteeg en Dollebegijnensteeg. Als dat al het plan is, zal dat de massale toestroom naar de Wallen niet afremmen.

Venetië

Ook Venetië – een vaak gebruikte vergelijking – is een ander verhaal. Daar worden toegangspoortjes al sinds 2018 aangekondigd. Niet rondom drukke plekken als het San Marcoplein of de Rialtoburg, maar rond Venetië zelf. Venetië heeft een gunstiger uitgangspositie dan Amsterdam: Venetië is een eiland, met een beperkt aantal toegangswegen. Maar zelfs daar wordt de invoering telkens aangekondigd, én uitgesteld.

Na de Paasdrukte werd de knoop (weer) doorgehakt: toeristen moeten binnenkort entreegeld betalen om de oude stad te bezoeken. Het gaat daarbij nog om een pilot, vooralsnog zonder poortjes, en veel is nog onduidelijk over hoe en hoe strikt erop wordt nagezien.

Een andere toeristische magneet is Dubrovnik in Kroatië, waar een deel van de stad alleen kan worden bezocht met een reservering. Vol is vol, en in het hoogseizoen is dat snel. Maar dat is een duidelijk afgebakend gebied, omringd door een stadsmuur met maar een handvol toegangspoorten. Bovendien is dat deel in principe geen publieke ruimte, en bewoners zijn er niet of nauwelijks.

In Barcelona is Gaudi’s Parc Güell zo’n tien jaar geleden na te grote, structurele drukte deels afgesloten. Voor mensen binnen de provincie Barcelona is toegang nog altijd gratis. Maar dat is een park, geen woongebied. Bij grote drukte wordt tenslotte ook het Vondelpark soms tijdelijk gesloten, zonder praktische en juridische moeilijkheden.

Animatieprogramma

Steden als Brugge, Praag, San Sebastian, Valencia, Sevilla – ze kampen allemaal met hetzelfde probleem als Amsterdam. Het gebied dat elke toerist gezien wil hebben is zo klein dat de oude binnenstad overspoeld raakt, maar het gebied is te groot – of infrastructureel ongunstig – om helemaal met poortjes af te sluiten.

In Brugge probeert de VVV het bijvoorbeeld met zeer hoge tarieven voor bussen die maar enkele uren blijven. Hoe langer ze blijven, hoe meer korting en andere voordeeltjes. Van der Borg: “Als je toch alleen die paar uur wilt komen, betaal je je blauw, maar het is niet verboden om te komen.”

En in Parijs en Berlijn worden in de buurt van zeer drukke plekken alternatieven aangeboden, zoals straatfestivals en een animatieprogramma. Koens: “Zoals dat ook in pretparken gebeurt.”

Marken: levend museum

Ook het kleine Marken wordt in de zomer overspoeld door toeristen, met tourbussen tegelijk. Zeker in de smalle steegjes naar de oude haven valt er dan over de mensen te lopen. Bewoners kijken er niet meer van op als toeristen met hun neus tegen het raam hun woonkamer inkijken, of de tuin inwandelen, fototoestel in de hand. Een levend museum.

Een toegangspoort heeft Marken niet, maar het lijkt er wel op. Bezoekers mogen niet verder rijden dan de parkeerplaats aan het begin van het eiland. Alleen bewoners mogen op Marken rondrijden en parkeren. Sinds 2019 is het zelfs verboden langs de (enige) dijk naar Marken te parkeren.

Behalve die ene toegangsweg is er nog een groot verschil met de Wallen: in de namiddag is de laatste touringcar alweer vertrokken en keert de schitterende rust terug. Voor die dag dan.

Meer over