PlusAchtergrond

Ziekenhuizen moeten bevallende vrouwen weigeren: ‘In de auto braken de vliezen en kwam het kind’

null Beeld Ted Struwer
Beeld Ted Struwer

De stad staat aan de vooravond van een geboortegolf, maar ziekenhuizen moeten veel bevallende vrouwen weigeren door personeelstekort. De belronde van verloskundigen wordt langer en langer. ‘In de auto braken de vliezen en kwam het kind.’

Het was al een ellendige week, vorige maand, maar het dieptepunt was voor verloskundige Mariëlle van Roekel wel een bevalling in haar eigen auto. Ze was al anderhalf uur bezig geweest met ziekenhuizen bellen – op rustige toon – om de vrouw in barensnood niet ongerust te maken. Ze belde alle ziekenhuizen in de stad. Niks te vinden. Uiteindelijk was er ruimte in het Zaans Medisch Centrum.

Van Roekel pakte die dag haar auto en nam de zwangere vrouw mee. “Dat was ook een inschattingsfout van mij. Het duurde zó lang voordat ik een ziekenhuis had gevonden, dat het te laat was. Ik had met die vrouw thuis moeten blijven. Maar toen ik na anderhalf uur bellen eindelijk een plek voor haar had, dacht ik toch: we halen het wel. Onderweg naar het ziekenhuis braken de vliezen, moest ik de auto stilzetten en kwam het kind. Vreselijk. Dat heb ik in de twaalf jaar dat ik als verloskundige werk nog nooit meegemaakt.”

Zonder weigeringen door het ziekenhuis was deze bermbevalling niet nodig geweest. Overigens was de kersverse moeder vooral blij dat het kind gezond was. Maar toch, Van Roekel vindt het onverteerbaar.

Geen ruggenprik

In dezelfde week was het nog twee keer raak bij verloskundigenpraktijk Terra in Amsterdam-Noord, waar Van Roekel werkt. Een barende vrouw kon in het enige beschikbare ziekenhuis geen ruggenprik krijgen omdat de afdeling al vol lag met zieke zwangeren, en er dus geen bed was als er een complicatie zou volgen op de pijnstilling. Dezelfde week was er een andere vrouw die, puffend en zwoegend, drie uur moest wachten op een ruggenprik. “Zo schrijnend en verdrietig.”

Veel verloskundigen zijn terughoudend met het delen van dit soort verhalen. Van Roekel is dat ook, omdat ze zwangere vrouwen niet ongerust wil maken. Daarom benadrukt ze: “In de meeste gevallen gaat het goed.” Ook wil ze niet tegen de schenen schoppen van de collega’s in het ziekenhuis. Want die doen ook hun stinkende best om zwangeren zo goed mogelijk op te vangen. “Het is geen onwil, het is onmacht.”

Toch trekt ze aan de bel, want er moet iets veranderen. Het aantal weigeringen in de ziekenhuizen moet omlaag. Al die afwijzingen zijn frustrerend en tijdrovend voor verloskundigen en stressvol voor zwangeren. Bovendien leggen ze extra druk op het ziekenhuispersoneel. En vrouwen die echt een ruggenprik willen, moeten daarop kunnen rekenen. Nu is dat niet zo. “Als de anesthesist druk is met een slachtoffer van een ongeluk, dan heeft dat altijd voorrang op een zwangere die moet bevallen en een ruggenprik wenst. Zij moet dus soms uren wachten. Of ze kan helemaal geen ruggenprik krijgen.”

Nijpend tekort aan personeel

Amsterdamse verloskundigen bellen zich suf om hun barende vrouwen in een verloskamer geplaatst te krijgen. Ziekenhuizen kampen met een nijpend tekort aan gespecialiseerd personeel. Dat stond door Covid-19 nog eens extra onder druk en moet dagelijks nee aan zwangeren verkopen. Zowel Amsterdam UMC als het OLVG ziet het aantal weigeringen dit jaar flink toenemen. In de eerste helft van 2021 moest het OLVG 31 procent van de vrouwen die daar wilden bevallen nee verkopen. In de zomermaanden is dat zelfs opgelopen tot bijna de helft (44 procent) van de verzoeken. Ook Amsterdam UMC, dat meer bevallingen doet dan in andere jaren, moet in 2021 vaker de deur dicht houden. Waren er in heel 2020 circa 1000 weigeringen, tot eind juli van dit jaar zijn er al 700 geteld. In 2018 en 2019 waren dat er gemiddeld 1200 per jaar – ongeveer evenveel als waar ze nu op uitkomen.

Verloskundigen in Amsterdam signaleren ook steeds vaker dat vrouwen langer moeten wachten op een ruggenprik, omdat de anesthesist druk is met patiënten in het ziekenhuis – al is dat niet met cijfers hard te maken.

Rosa, een jonge moeder die haar verhaal anoniem doet, maakte het begin dit jaar mee toen ze in OLVG West lag. “Ik wilde het zonder pijnbestrijding doen. Maar de weeën waren zó heftig dat ik vroeg: ‘Wat zijn de mogelijkheden?’ Lachgas kon wel. Dus ik zei: ‘Oké geef dat maar.’ Maar de pijn werd steeds erger en het lachgas hielp ook niet meer, dus toen ik hoorde dat ik in tien uur tijd van 5 naar slechts 6 centimeter ontsluiting was gegaan, zag ik het niet meer zitten. Ik zei: ‘Ik trek dit niet meer. Ik wil een ruggenprik’.”

Al snel werd duidelijk dat de anesthesist die de prik moest toedienen niet beschikbaar was. Als Rosa een ruggenprik wilde, moest ze, al barende, naar een ander ziekenhuis. Dat werd Amsterdam UMC, locatie VUmc. “Mijn vriend heeft me in een auto gezet, compleet met weeën en 6 centimeter ontsluiting, en daar gingen we naar een ander ziekenhuis.” Eenmaal daar stond een heel team klaar en was het zo gepiept. “Ik wist niet eens dat dit een probleem was. In de omringende landen is een ruggenprik heel gewoon.”

Meer baby’s in augustus en september

Elk jaar zijn er circa 10.000 bevallingen in de stad, waarvan het OLVG er ongeveer 6000 voor zijn rekening neemt. Ongeveer 11 procent bevalt thuis. De rest gaat naar Amsterdam UMC, het BovenIJ, het Amstelland en het Zaans Medisch Centrum. Omdat de verloskundigen en de ziekenhuizen zagen dat het probleem van de weigeringen steeds prangender werd, zijn ze begin juli samen een werkgroep gestart, ook om samen met het Roaz te zoeken naar kortetermijnoplossingen.

We staan namelijk aan de voet van een geboortepiek. “In augustus en september worden er altijd meer baby’s geboren,” zegt Milou Landman, een van de verloskundigen in de werkgroep. Volgens het CBS mikken meer ouders, onder andere door de anticonceptie daarop af te stemmen, op een zomerkindje – kennelijk met succes.

Landelijk wordt ook gerept van een coronageboortegolf, maar volgens verloskundigen trekt die aan Amsterdam voorbij. Hoe dan ook: alleen al aan de jaarlijkse piek in augustus en september van zo’n 10 à 15 procent meer bevallingen hebben de ziekenhuizen hun handen vol. “Het aanbod is het grootst als de meeste collega’s op vakantie zijn,” zegt hoogleraar verloskunde Eva Pajkrt van Amsterdam UMC, die ook deel uitmaakt van de werkgroep. Dit jaar is die vakantie door covid extra welkom. Personeel is moe en heeft behoefte aan rust.

“We zijn enorm aan het passen en meten om de bezetting goed te houden,” zegt Pajkrt. Als je het probleem van de weigeringen terugbrengt naar de kern, kom je volgens haar toch uit bij het tekort aan gespecialiseerde verpleegkundigen – dat in Amsterdam nog nijpender is. “Het is een maatschappelijk probleem. Amsterdam is te duur voor verpleegkundigen. Huizen zijn onbetaalbaar geworden. Dat kan de stad zich aanrekenen.” Landman: “Wat ook meespeelt: het loon van verpleegkundigen. Je kan een baan niet populair maken als daar geen gedegen salaris tegenover staat. Zeker niet een baan waarin je onregelmatige diensten moet draaien.”

Een soort bevallingsradar

Het tekort aan gespecialiseerd personeel vertaalt zich in het hele ziekenhuis naar krapte. Zo ook op neonatologie, waar de couveusekinderen liggen. Als het daar bomvol is, zal een ziekenhuis minder makkelijk bevallende vrouwen accepteren, omdat er altijd een risico is dat een baby ook een plekje nodig heeft op neonatologie. Landmann: “Laatst hoorden we in een overleg dat een ziekenhuis in één week zestig keer had moeten weigeren.”

Volgens Pajkrt wordt er op de afdeling verloskunde voortdurend gekeken hoe er weer plek kan worden gemaakt voor nieuwe bevallingen. “Voorheen konden vrouwen nog wel even na de bevalling op de bevalkamer blijven, maar nu maken we meer haast. Als je bent bevallen, moet je daar weg. Dan krijg je een plek op de kraamkamer, waar je kan douchen. Maar op een gegeven moment ligt die kraamafdeling ook vol, en dan kan je er niks bij hebben.”

En dan moet de zomerhoos aan bevallingen nog komen. De verloskundigen en de ziekenhuizen werken samen aan een systeem in de stad om het aantal vrouwen dat op bevallen staat in kaart te brengen, als een soort bevallingsradar, zodat de piekdrukte beter kan worden voorspeld.

Amsterdam UMC zet ook in op het opleiden van meer in verloskunde gespecialiseerde verpleegkundigen. Ook proberen de ziekenhuizen de ‘stille momenten’ te benutten. Zo plannen het Amsterdam UMC en het OLVG de inleidingen, waarbij vrouwen een weeënopwekker krijgen toegediend, tegenwoordig flexibel. Pajkrt: “Vroeger kwam je standaard in de ochtend, nu kunnen we ook om acht uur ’s avonds bellen: ‘Kun je komen? We hebben plek’.” Het OLVG probeert de ligduur te verkorten met fast track section, waarbij vrouwen bij een keizersnede binnen 24 uur weer thuis zijn. Ook worden vrouwen vaker thuis ingeleid met een ballonnetje.

Verloskundigen op hun beurt informeren zwangeren over de situatie in Amsterdam, zodat de verwachtingen niet te hooggespannen zijn. “Het ziekenhuis van eerste keuze heeft lang niet altijd plek. En het is niet zo dat als je met je vingers knipt, er een anesthesist beschikbaar is voor een ruggenprik. Daar bereiden we mensen op voor.”

Het leven is niet maakbaar, zegt Pajkrt. “Dat denken we soms wel. Daarom valt deze coronacrisis ons ook zo rauw op het dak. Ook een bevalling is niet maakbaar en planbaar. Laat vrouwen in de aanloop naar een bevalling vertrouwen krijgen in hun eigen lichaam en hun eigen kracht.”

871 weigeringen

De EVAA, een samenwerkingsverband van eerstelijns verloskundigen in Amsterdam en Amstelland, heeft alle verloskundepraktijken gevraagd om vanaf oktober vorig jaar het aantal barende vrouwen dat één keer of vaker geweigerd is bij ziekenhuizen door te geven. Dertig van de 37 praktijken deden dat.

Er werden volgens de telling ten minste 871 zwangere vrouwen geweigerd. Opmerkelijk is dat volgens de registratie 48 vrouwen met een acuut probleem zijn geweigerd, terwijl de afspraak is dat in acute noodgevallen een ziekenhuis een barende vrouw altijd moet accepteren – vol of niet. Volgens de EVAA heeft dit niet tot levensbedreigende situaties geleid.

Meer over