PlusAchtergrond

Ziekenhuizen aan de slag met MeToo-kwestie: ‘Als we tien procent van de artsen in een andere stand krijgen, draagt dat bij aan een andere cultuur’

De Amsterdamse zorginstellingen maken steeds meer werk van MeToo. Met resultaat: steeds meer medewerkers melden ongewenst gedrag. ‘Mensen melden het vaak niet omdat ze vrezen dat het hun kans op een loopbaan als medisch specialist schaadt.’

Malika Sevil
Amsterdam UMC rolt een app uit en OLVG werkt aan een nieuwe gedragscode om de meldingsbereidheid van  grensoverschrijdend seksueel gedrag te verhogen.  Beeld Nosh Neneh
Amsterdam UMC rolt een app uit en OLVG werkt aan een nieuwe gedragscode om de meldingsbereidheid van grensoverschrijdend seksueel gedrag te verhogen.Beeld Nosh Neneh

Eerst is er verbijstering. “Hè, gebeurt dit écht?!” De primaire reactie van intensivist Ilse van Stijn op seksueel grensoverschrijdend gedrag van een patiënt is die van ontsteltenis. Ze staat perplex. “Want het komt soms zo uit het ontzettende niets vallen. Eerst is er verbijstering en dan pas, in tweede instantie, het idee: nee, dit kan écht niet.”

Patiënten in het bed kunnen er dingen uitflappen als: ‘Lekker wijf’, ze raken billen aan of maken opmerkingen over klaarkomen als ze gewassen worden. ‘Kom er lekker bij liggen’, is ook zo’n uitspraak.

Ilse van Stijn is een zeer ervaren intensivist, een stevige persoonlijkheid en de voorzitter bestuur van de medische staf bovendien, dus zij zegt daar iets van. Dat is overigens ook het advies van het bestuur aan de medewerkers: corrigeer ongewenst gedrag. Als een patiënt niet luistert, komt er een leidinggevende aan het bed, en in het uiterste geval kan hem of haar de toegang tot het ziekenhuis worden ontzegd. Het OLVG regelt dan een ander ziekenhuis voor de patiënt. Soms komt het ook écht zover, zegt Van Stijn.

Eerder aan de bel trekken

Het bestuur van het OLVG probeert het gesprek over seksueel grensoverschrijdend gedrag op gang te krijgen. Er is een nieuwe gedragscode in de maak, in navolging daarvan komen er posters en een website. Maar er wordt ook veel meer in teams over gesproken, zegt OLVG-bestuurder Roxanne Vernimmen. Dit in de hoop dat mensen eerder aan de bel trekken als het toch gebeurt.

En dat het gebeurt is evident. Uit onderzoek van CBS en TNO, dat eerder deze week naar buiten kwam, blijkt dat van alle werknemers in Nederland verpleegkundigen het vaakst last hebben van ongewenst seksueel gedrag op de werkvloer. Van de gespecialiseerde verpleegkundigen had 27 procent last van ongewenst seksueel gedrag. Uit onderzoek van Amsterdam UMC bleek vorig jaar ook dat bijna eenderde van de verpleegkundigen er mee geconfronteerd wordt.

Toch zien ze dat bij OLVG nog niet terug in de meldingen. Door alle media-aandacht rondom The Voice of Holland zien de vertrouwenspersonen overigens wel een lichte toename, maar de bereidheid om agressie aan te kaarten is groter, zo bleek uit intern onderzoek. Het aantal meldingen van agressie is in het eerste kwartaal verdubbeld naar 234 gevallen, maakte het ziekenhuis donderdag bekend.

Goede balans

Wat misschien meespeelt is dat patiënten door ziekte of medicijngebruik verward kunnen zijn en rare dingen kunnen zeggen. Het is niet allemaal zwart-wit. Er zijn hele duidelijke ‘no go’-situaties, waarbij meteen duidelijk is dat er sprake is van grensoverschrijdend gedrag, maar soms is er ook een verschil van perceptie.

Van Stijn: “Stel: een collega laat je voorgaan bij het uit de lift gaan, en legt de hand op je rug. Voor de een kan dat heel vriendschappelijk zijn, maar het kan ook ongemakkelijk voelen. Dan is helemaal afhankelijk van de context. Die kan bepaald worden door cultuur, generatie of hiërarchie. Wees je er bewust van dat het anders op de collega kan overkomen.”

Bij een melding bij de vertrouwenspersoon gaat die met medewerkers in gesprek. In het uiterste geval kan dat tot ontslag leiden, maar zover is het bij OLVG nooit gekomen. Waarschuwingen zijn er wel gegeven. Ook zijn er medewerkers na aandringen aan zichzelf gaan werken – bijvoorbeeld met hulp van een coach – om herhaling te voorkomen.

Het is een uiterst teer onderwerp waarbij altijd de balans moet worden gezocht, zegt Van Stijn. “Een halfjaar geleden pakte een oudere meneer mijn hand en gaf er een kus op uit dank voor alle goede zorgen. Dat vond ik zo mooi en lief. Het zou zonde zijn als dat niet kan. We moeten dus echt op zoek naar de goede balans, waarbij slachtoffers zeer serieus moeten worden genomen.”

Stilzwijgend geaccepteerd

Bij Amsterdam UMC wordt binnenkort de campagne #zouikwatzeggen uitgerold, die drie jaar geleden werd gelanceerd door de VU-opleiding geneeskunde. Via een app kunnen studenten meldingen doen van ongewenst gedrag. Dat gaat van stalken, discriminatie, pesten tot seksueel overschrijdend gedrag. Met de wind in de zeilen door het MeToo-debat, gaan ook andere ziekenhuizen ermee werken. Een goed teken, zegt Christa Boer, opleidingsdirecteur van de VU-opleiding geneeskunde, want de drempel om een melding te doen, moet lager worden. Een app helpt daarbij. “Niet alleen worden er meer meldingen gedaan, ook kiezen de melders er vaker voor om dit niet anoniem te doen.”

Boer komt zelf uit een generatie waar grensoverschrijdend gedrag vaak stilzwijgend werd geaccepteerd. “Als we tien procent van de artsen die we afleveren in een andere stand krijgen, dan draagt dat bij aan een andere cultuur en hopelijk ook een veiliger leerklimaat.”

Dat het nog niet zover is, blijkt wel uit de meldingen. Elke week is er wel weer een nieuwe kwestie die besproken wordt. Voorbeeld: “Toen een student bij een arts op de kamer zat, begon hij over zijn seksleven. Dat is ontzettend intimiderend en ongepast. Toen we de arts daar in een gesprek mee confronteerden, zei hij dat het op een cultureel verschil berustte. Hij vond dat wat hij met zijn student besprak bij zijn cultuur paste en dat dat geaccepteerd moest worden.” Een andere melding betrof een woede-uitbarsting van een arts die woest werd op een student die een verkeerde diagnose gaf – dit in bijzijn van de patiënt. “Uiterst pijnlijk voor de student. Het schaadt de band tussen de patiënt en de arts in opleiding.”

Angst gevolgen loopbaan

Boer ziet in de verhouding tussen opleiders in het ziekenhuis en studenten geneeskunde parallellen met de Voice-zaak. “Bij de media is er een afhankelijkheidsrelatie tussen een kandidaat en een coach. In de Boos-uitzending zag je dat kandidaten het niet wilden melden omdat ze bang waren dat ze niet verder zouden komen. Bij ons hoor je eenzelfde argument: mensen melden het vaak niet omdat ze vrezen dat het hun kans op een loopbaan als medisch specialist schaadt.”

Volgens Boer werkt het ook alleen als je stevig ingrijpt. “We hebben ook wel eens moeten besluiten om iemand niet meer als opleider in te zetten.” Zomaar wat protocollen, richtlijnen en gedragscodes opstellen en dan concluderen dat iedereen zich eraan moet houden is onvoldoende. “Als reactie op de meldingen moet je ook écht laten zien dat je het niet accepteert. Die daadkracht mist vaak.”