Nieuws

Windmolens krijgen minder bijval van Amsterdammers sinds protest is losgebarsten

De steun voor het plan windturbines langs de stadsrand te plaatsen is afgenomen sinds daar vorig jaar een storm van protest tegen is opgestoken. Daarnaast zijn veel Amsterdammers tegen het gebruik van biomassa als energiebron.

Bart van Zoelen
Protest op de Dam tegen de windmolenplannen van het gemeentebestuur. Beeld Hollandse Hoogte/ANP
Protest op de Dam tegen de windmolenplannen van het gemeentebestuur.Beeld Hollandse Hoogte/ANP

Een en ander blijkt uit een onderzoek van de afdeling Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS) van de gemeente naar het draagvlak voor de energietransitie. Volgens OIS is op dit moment 52 procent van de Amsterdammers voorstander van meer windmolens in hun gemeente. Bij een OIS-peiling in het najaar van 2020 was 65 procent van de Amsterdammers nog voorstander.

Binnen de stadsdelen waar de locaties voor windturbines worden gezocht, is de verschuiving het duidelijkst. In stadsdeel Noord, waar windmolens gepland staan bij de Noorder IJplas en mogelijk ook langs de A10, ziet 36 procent de komst van nieuwe windturbines rond de stad niet zitten. Bij het draagvlakonderzoek in 2020 gold dit nog voor 19 procent van de Noorderlingen. Het aandeel voorstanders in het stadsdeel is sinds 2020 geslonken van 62 tot 45 procent.

In Zuidoost, waar langs de A2 en bij de Gaasperplas eveneens wordt gekeken naar windmolenlocaties, slonk het aandeel voorstanders van 60 procent in 2020 naar 43 procent dit jaar.

Biomassa heeft afgedaan

Ook als het gaat om energie uit de verbranding van biomassa is een opmerkelijk verschuiving te zien in het draagvlak onder de inwoners van d Amsterdam. Ongeveer 14 procent noemde biomassa bij de peiling begin dit jaar een duurzame energiebron. In 2019 was ruim een derde van de Amsterdammers die mening nog toegedaan. Het protest tegen biomassa in Amsterdam dat in dat jaar een gezicht kreeg toen op IJburg een actiegroep zich roerde tegen de plannen voor een biomassacentrale bij Diemen, was een keerpunt.

Anno 2022 zegt 45 procent van de Amsterdammers biomassa onder geen enkele voorwaarde aanvaardbaar te vinden als duurzame energiebron. Als de biomassa uit de regio komt en er zijn geen bomen voor gebruikt, kan 27 procent er wel mee leven.

Ongeveer een derde van de door OIS ondervraagde Amsterdammers vindt stadsverwarming en kernenergie duurzaam. Daarmee neemt de steun voor deze energiebronnen onder de inwoners van de stad licht toe ten opzichte van eerdere peilingen.

Met het draagvlak voor de energietransitie zit het volgens OIS in het algemeen wel goed. In het nieuwe onderzoek noemde 85 procent van de respondenten de overstap naar duurzame energie een goede zaak. In 2020 ging het nog om driekwart. De steun is ook groter dan gemiddeld in Nederland. Landelijk kan de overgang op duurzame energie rekenen op steun van 75 procent van de Nederlanders.

OIS deed zijn onderzoek overigens vóór de Russische inval in Oekraïne op 24 februari en de verdere stijging van de energieprijzen die daarvan een gevolg was. De onderzoekers vermoeden dat het draagvlak voor de energietransitie sindsdien verder is gegroeid.

CO2-uitstoot slinkt

Vorige maand bleek dat Amsterdam minder ver achterop is geraakt met de uitzijn klimaatplannen dan eerder werd gedacht. Volgens berekeningen van adviesbureau CE Delft pakt de Amsterdamse uitstoot van het broeikasgas CO2 in 2030 42 procent kleiner uit dan in ijkjaar 1990. Daarmee blijven de doelstelling van 55 procent CO2-uitstootreductie nog steeds buiten bereik. Toch zijn de verwachtingen wel iets minder somber dan vorig jaar. Toen leek Amsterdam niet verder te komen dan 37 procent kleinere CO2-uitstoot in 2030.

Uit de stukken die wethouder Marieke van Doorninck (Duurzaamheid) vrijdag naar de gemeenteraad heeft gestuurd blijkt dat de Amsterdamse CO2-uitstoot vooral de laatste jaren sterk is teruggedrongen. In 2021 was die 15 tot 20 procent kleiner dan in 2018 en een kwart kleiner dan in 2010, toen de Amsterdamse uitstoot piekte. De scherpe afname van de laatste jaren komt vooral doordat voor de elektriciteitsproductie minder steenkool is gebruikt en meer hernieuwbare energie als zon en wind..

Meer over