PlusExclusief

Wethouder Hester van Buren: ‘Ik kan mooi de spelverdeler zijn, ik hoef niet te scoren’

Hester van Buren: ‘Ik stemde altijd al rood, maar ik ben pas dit jaar lid geworden van de PvdA.’ Beeld Harmen de Jong
Hester van Buren: ‘Ik stemde altijd al rood, maar ik ben pas dit jaar lid geworden van de PvdA.’Beeld Harmen de Jong

Hester van Buren (1965) is wethouder voor de PvdA. Ze verruilde de woningcorporatiewereld voor de stadsfinanciën. Een gesprek aan de hand van steekwoorden: over houseparty’s, snuivende leerlingen in de Bijlmerbajes en een adoptiekonijn.

David Hielkema

Sneek

“Snits. Geboren en getogen. Mijn ouders zijn gescheiden, vanaf mijn twaalfde woonde ik alleen met mijn moeder. Mijn oudste zus en twee broers waren toen al het huis uit. Ik zeilde veel, de Sneekweek was altijd leuk. Maar ik wilde daar wel weg. De wereld zien.”

De Lichtboei

“In die discotheek heb ik Johan ontmoet, die al in Amsterdam woonde. Het waren de jaren tachtig, ik was achttien. Hier ging je uit als je in Sneek woonde. Johan was aan het scharrelen met een vriendin van mij en zij zei dat ik hem maar even aan de praat moest houden. Ik deed dat voor haar, want ik vond hem in eerste instantie helemaal niet leuk. Hij bleef toen een beetje achter mij aanlopen, we zagen elkaar af en toe en op een gegeven moment kregen we toch wat. Die vriendin is nog steeds mijn beste vriendin; ik was getuige op haar huwelijk. Johan en ik zijn inmiddels al 38 jaar bij elkaar.”

PvdA

“Ik stemde altijd al rood, maar ik ben pas dit jaar lid geworden. In 2018 was ik ook al gepolst om wethouder te worden. Ik lobbyde in die periode bij alle politieke partijen voor Rochdale en sprak toen veel met Marjolein Moorman. Zij wist dat mijn man slapend lid was van de PvdA. Vlak voor de coalitieonderhandelingen vroeg ze toen of ze me mocht bellen. Ik dacht dat het over de inhoud ging. Maar nee. Toen wilde ik het niet, ik was er niet klaar voor. Toen ik nu, twee weken voor het coalitieakkoord, weer werd gepolst, ging ik er wel over nadenken. Voor mij was dit het moment waarop ik me voor de stad op een andere manier kon inzetten. Mijn man was blij dat hij me na dertig jaar eindelijk bij de partij heeft gekregen.”

Mavo

“Ik ben begonnen in een havo/vwo-brugklas, maar ik vond school saai. Klaverjassen vond ik wel gezellig. Uiteindelijk stuurde mijn moeder me naar de mavo waar mijn oom rector was. Om me een beetje in de gaten te houden. Persoonlijk onderwijs zou goed voor mij zijn geweest, zoals bij scholengemeenschap Lumion, waar ik tot voor kort toezichthouder was. Bij klassikaal onderwijs was ik altijd afgeleid en zat ik me te vervelen.”

Familie Zambrano

“Op mijn zestiende zat een broer in Libanon, een ander in Canada. Ik wilde ook weg en schreef me in voor een jongerenuitwisseling en een middelbare school in het buitenland om mijn havo af te maken. Zuid-Afrika en Japan gaf ik op, maar er kwam een plek vrij in Ecuador. Toen dacht ik nog dat dat in Afrika lag. In Ecuador kwam ik terecht bij familie Zambrano, in Guayaquil. Dat is mijn tweede familie geworden, bijna mijn eerste soms. Zo warm werd ik daar ontvangen. Ze hadden weinig, maar gaven alles. Mijn man en kinderen heb ik meegenomen toen we 25 jaar getrouwd waren. We sliepen allemaal in hetzelfde huis. Dat is Zuid-Amerikaanse gastvrijheid hè. De kinderen voelden zich er meteen thuis en we werden met z’n allen overal mee naartoe genomen. We hebben heb nog steeds veel contact.”

Kraker Jack

“Het gezicht van de kraakbeweging, dat opeens met de gemeente ging samenwerken. Het was tijdens mijn eerste baantje bij de gemeente. Ik werkte in stadsdeel Westerpark en moest veel doen tegen illegale onderhuur. Het waren de jaren negentig en veel krakers hadden daar onveilige situaties gecreëerd: winkelruimtes werden bewoond of waren dichtgeplakt. Tijdens een vergadering met krakervoorman Jack zei ik dat ik zo van punkmuziek en new wave hield en dat ik naar ze opkeek, omdat ze dingen tegen de woningnood deden. Maar ik zei ook dat ze nu wel erg verzuurd waren geworden. Door zo open te zijn met elkaar heb ik toen een hele goede band met hem opgebouwd. ‘Je laat je door Hester inpakken,’ zeiden ze dan. Hij is nu een succesvolle ondernemer.”

Restaurant Rhapsody

“Ik zag een advertentie dat ze een serveerster zochten en heb gebeld. Ik woonde net in Amsterdam en ik had geld nodig voor mijn studie lerarenopleiding Nederlands/Engels. De man hoorde mijn accent: ‘Waar kom je vandaan, meisje?’ Toen ik Friesland zei, was ik meteen aangenomen. ‘Want die kunnen werken,’ zei hij. Voor mij was het heerlijk: ik leerde het Rembrandtplein en Amsterdam kennen. Het was ook de tijd van iT en RoXY – de dragqueens kwamen dan bij mij altijd wat drinken of salade eten voordat ze gingen werken. Er waren ook veel gaybars; daar ging ik vaak na mijn dienst in serveersterskloffie een biertje drinken.”

De eerste houseparty ooit

“London goes to Amsterdam. Johan en ik woonden in de Weesperflat en beneden was de mensa. Als flatbewoner mocht je altijd gratis binnen bij feesten. Op een dag was er een gek feest, London goes to Amsterdam, met muziek die we niet kenden. Was het dus de eerste houseparty ooit in Amsterdam. We waren aan het dansen en opeens zei ik: ‘Johan, dat kan niet waar zijn.’ Stonden mijn schoonouders iets verderop. Die waren vanuit Friesland naar Amsterdam gekomen en wilde ons nog even zien. Om één uur ’s nachts! Onze buren hadden tegen ze verteld dat we beneden stonden te dansen. We zijn lekker wat met ze gaan drinken in de stad.”

Bijlmerbajes

“Daar heb ik lesgegeven, Nederlands en Spaans. In de mannentoren. Iemand liep te snuiven, ik denk coke maar ik heb het niet gevraagd, terwijl ik lesgaf. Ik ben toen kwaad geworden, gooide mijn boek neer en stormde de ruimte uit. Ik ben koffie gaan halen om wat af te koelen. Toen ik terugkwam, zat iedereen netjes weer op zijn stoel achter het bureau. Ze dachten dat ik naar de bewaarder was gegaan – wat ik natuurlijk helemaal niet heb gedaan. Degene die snoof was al bijna gemolesteerd door de anderen. Eén man vertelde me dat ze echt bang waren, omdat de rook uit mijn oren kwam. Ik kon wel goed met ze overweg, omdat ik niet onder de indruk van ze was.”

De Maseratiman

“Verschrikkelijk wat Hubert Möllenkamp de hele woningcorporatiesector heeft aangedaan. Niet alleen voor medewerkers en bewoners van Rochdale, maar hij heeft schade berokkend aan de hele sociale huursector. Hij verrijkte zichzelf door vastgoedtransacties, zijn kinderen kregen voor vage deals Porsches en hijzelf reed in een Maserati. Hij heeft gelukkig zijn straf gehad en in de gevangenis gezeten, maar het allerergste is dat hij niet inziet wat hij fout heeft gedaan. Hij zegt nog steeds dat hij goed was voor de Bijlmer, maar hij was alleen maar met zichzelf bezig. Het heeft jaren gekost om het vertrouwen van bewoners terug te winnen. Voor mij was het de reden om bij Rochdale te solliciteren; ik weet hoeveel goeds er in de sector gebeurt en dat iedereen die daar werkt het doet voor de bewoners. Als bestuursvoorzitter heb ik dat gezien.”

West-Friesland

“Ik ben blij dat we daar weer weg zijn. We woonden er ongeveer veertien jaar, in Grootebroek. In de jaren negentig konden we met twee kinderen in Amsterdam geen betaalbaar koophuis krijgen. Johan vond toen een baan in West-Friesland, dus zijn we daarnaartoe gegaan. Het was in de periode dat veel jongens voor de trein sprongen; die zaten ook in de vriendenkring van mijn dochter. Dat vond ik zo heftig. Ik denk dat als je daar iets anders bent, je snel in de knel komt. Emoties worden weggestopt. Ik ben altijd in Amsterdam blijven werken, dus stond Johan vaak op het schoolplein. Dat vonden die vrouwen allemaal vreemd. Ze vonden mij maar een rare moeder.”

Koning Willem-Alexander

“Daar ben ik zo’n twaalf jaar geleden gaan eten. Koningin Máxima was ook erbij. Een informeel diner dat over wonen ging. Zij doen dat om te horen wat er speelt in Nederland en ik was er namens de woningcorporatiewereld. We hebben veel gesproken over Rochdale en de woningnood in Amsterdam. De prinsesjes die voor het slapen gaan gedag kwamen zeggen? Ik mag er volgens het protocol eigenlijk niet te veel over zeggen. Ze waren erg geïnteresseerd.”

Wethouder Financiën

“We zullen geld moeten ophalen en je kunt niet iedereen tevreden stellen. De zwaarste lasten voor de sterkste schouders. Maar ik vind ook dat we iedereen moeten omarmen. Iedereen is Amsterdammer. Ook de mensen die wat meer geld hebben, de bedrijven, de sterke buurten. Je hebt elkaar allemaal nodig. Als wethouder Financiën kan ik mooi de spelverdeler zijn. Ik hoef niet te scoren met de portefeuille of in de krant te komen. Een solide en toekomstbestendige financiële huishouding staat voorop.”

Flatbaby

“Ons eerste kind! Ik was toen 25 jaar. Ze is geboren in het OLVG, maar haar eerste jaar woonden we nog in de Weesperflat. Later is ze daar nog weleens gaan feesten. Toen zei ze ook dat ze daar gewoond had. Na haar kwamen nog drie kinderen. Ze zijn inmiddels allemaal het huis uit. Prachtige kinderen en het heeft ook zo zijn voordelen om jong moeder te worden. Mijn oudste dochter doet me een beetje na. Ik heb nu drie kleinkinderen. Beppe ben ik.”

Adoptiekonijn

“Ik ben konijnenactivist. Van jongs af aan heb ik ze al. Ze mogen niet alleen in een hokje; het zijn groepsdieren. Vrienden worden gek van mij als ik een discussie erover aanga. Ik ben een beetje zoals Johnas van Lammeren van de Partij voor de Dieren. Ik had altijd twee konijnen zodat ze samen zijn. Soms ging er weleens een dood en dan moest er toch weer één bij. Dat is jarenlang zo doorgegaan. Toen we naar Amsterdam teruggingen, wilde ik het konijn niet op een balkon laten leven. Ze hebben ruimte nodig en moeten graven. Uiteindelijk vond ik een boerderij voor ze die een stelletje zocht. Daar konden ze toen allebei naartoe.”

Meer over