Nieuws

Wethouder Groot Wassink niet onder de indruk van motie van wantrouwen om rapport lhbtq-geweld

Is de manier waarop wethouder Rutger Groot Wassink (diversiteit) is omgegaan met een rapport over lhbtq-geweld een politieke doodzonde, of zijn de aantijgingen niets meer dan ‘opgewarmde prak’?

Ruben Koops
null Beeld Harmen de Jong
Beeld Harmen de Jong

Opnieuw moest de Amsterdamse wethouder Rutger Groot Wassink (diversiteit) zich deze woensdag verantwoorden voor de manier waarop hij een rapport over de achtergronden van geweld tegen lhbtq’s naar buiten heeft gebracht. De wethouder staat, mede door zijn eigen onhandigheid, vol in de schijnwerpers omdat hij veel te laconiek is omgesprongen met pijnlijke conclusies uit het onderzoek.

De Partij van de Ouderen kondigde zelfs een motie van wantrouwen aan tegen wethouder Groot Wassink, het zwaarste instrument van de raad. Nog voor Groot Wassink zich kon verweren was voor PvdO-raadslid Wil van Soest de maat vol. Ook bij de VVD klonk het onheilspellend dat Groot Wassink ‘de schijn tegen’ heeft inzake dit dossier.

Taboe op geweld tegen homo’s?

Wethouder Groot Wassink (diversiteit) moet veel assertiever zijn als er een rapport over geweld tegen de roze gemeenschap op zijn bordje ligt. Lees in deze analyse van Het Parool waarom Groot Wassink de aangekondigde motie van wantrouwen aan zichzelf te wijten heeft.

Vooropgesteld: de kans dat Groot Wassink weg moet om deze affaire is nihil; een ruime meerderheid van de raad vindt de aantijgingen van de oppositie tegen de wethouder ‘opgewarmde prak’.

De wethouder leek dan ook niet onder de indruk van de kritiek en vindt nog steeds dat er weinig aan de hand is. “Iedereen in Amsterdam weet dat homohaat ook voorkomt bij jongeren met een migratieachtergrond, dat is geen oncomfortabele waarheid,” zei hij. Wel erkende Groot Wassink dat hij ook ‘zeer ontevreden was’ over het feit dat het rapport midden in de zomervakantie naar buiten werd gebracht.

Motie van wantrouwen

Ondanks zijn laconieke houding vormde het debat over de kwestie woensdagmiddag een waarschuwing aan het adres van de wethouder. Groot Wassink moet minder nonchalant doen, vindt coalitiegenoot D66. “Deze wethouder had politiek sensitiever moeten zijn,” zei D66-raadslid Jan-Bert Vroege. “Ik zie geen kwade opzet, maar hij had het kunnen en moeten voorkomen. Ik hoop dat hij leergeld heeft betaald.”

In reactie op beschuldigden van de oppositie dat Groot Wassink zich tijdens zijn vakantie onbereikbaar hield voor journalisten toen er vragen waren over het rapport, terwijl er wel contact was met zijn communicatie-adviseur, was Groot Wassink onverzettelijk. “Ik bevond mij ruim 1600 kilometer verderop in Kroatië. Ik had de afspraak met mijn gezin om die dag samen door te brengen. Ik was dus een groot gedeelte van die dag slecht bereikbaar en ik vind dat dat moet kunnen,” zei de wethouder.

De motie van wantrouwen zal later deze maand in stemming worden gebracht.

Meer over