PlusAchtergrond

Wat zegt de geur van Amsterdam over onze relatie met de stad?

Heeft Amsterdam een ziel? En hoe gaat het met die ziel? Deze zomer gaan we samen met deskundigen en lezers op zoek naar antwoorden. Vandaag: hoogleraar Inger Leemans over de geuren die onlosmakelijk verbonden zijn met de stad.

Patrick Meershoek
Welke geuren zijn onlosmakelijk verbonden met de hoofdstad? Beeld Van Santen & Bolleurs
Welke geuren zijn onlosmakelijk verbonden met de hoofdstad?Beeld Van Santen & Bolleurs

Vraag aan hoogleraar cultuurgeschiedenis Inger Leemans, gespecialiseerd in de geschiedenis van geur en emotie: heeft Amsterdam een ziel? “Ja, dat denk ik wel. Voor mij hangt dat nauw samen met het geurlandschap van de stad. Ik bestudeer de geur van oude beursgebouwen in de stad. Prachtige, oude gebouwen waar je niet alleen de geur van hout en steen rook, maar volgens neusgetuigen ook het zweet en de sigaren van de mannen die er aan het handelen waren. Een ander mooi voorbeeld is de drogisterij van Jacob Hooy op de Kloveniersburgwal. Daar kun je nog een indringend geurbeeld krijgen van de kruiden en specerijen die daar in de achttiende eeuw werden verhandeld. Dat is ook zo’n fantastische geurplaats.”

De neus is rechtstreeks verbonden met de ziel. “Waar de signalen van andere zintuigen eerder worden verwerkt in het cognitieve brein, gaan geuren eerst naar het emotionele brein,” legt Leemans uit. “Dat maakt ruiken tot een heel animale ervaring. Het is ook onze alarminstallatie. Ruiken is bedoeld om gevaar op te sporen. Bij geluidsoverlast kun je nog denken: die bouwvakkers gaan om vijf uur weer naar huis. In het geval van geuroverlast helpen zulke relativerende gedachten niet. Je wilt weg uit de stank omdat het niet lukt om je ervoor af te sluiten. De neus verblijft graag in een geurlandschap dat vertrouwd en aangenaam ruikt, al is dat laatste natuurlijk heel persoonlijk.”

Omzet verhogen

Geurstudies is een snel groeiend onderzoeksveld. De relatief nieuwe kennis over de invloed van geur op het gemoed wordt op allerlei manieren toegepast. Bijvoorbeeld in het bedrijfsleven, dat een fijne neus heeft voor alles wat de omzet kan verhogen. Leemans: “Geurmarketing is razend populair. In hotels wordt de geur van koffie verspreid om de gasten naar het ontbijt te lokken. In winkels worden luchtjes gebruikt om de klanten aan te zetten tot kopen. Als je achter elkaar een aantal winkels in de Kalverstraat hebt bezocht, kan dat een behoorlijke aanslag zijn op de neus als gevolg van de opeenstapeling van allerlei geuren.”

Zijn er ook geuren die onlosmakelijk verbonden zijn met de hoofdstad? Leemans legt samen met het Amsterdam Museum net de laatste hand aan een geurentoer die met behulp van een speciale ‘sniffer in residence’ werd gemaakt. “We doen onderzoek in het land naar geurtaal en gebruiken. Daar zitten ook heel wat reacties van Amsterdammers bij. Die noemen bijvoorbeeld de haven. De geur van cacao die bij noordenwind vanuit de Zaanstreek over de stad waait. Of de indringende kerosinelucht in het Amsterdamse bos, van de vliegtuigen. Het zijn allemaal componenten van het geurlandschap in de stad.”

Niet te harden

De belangrijkste component van dat geurlandschap is water, stelt Leemans, en dat al eeuwenlang. “Amsterdam is een waterstad en ruikt naar water. De geur verandert voortdurend, van ziltig en fris tot muf en brak. Mensen die in de binnenstad wonen, ruiken ook duidelijk het verschil na het doorspoelen van de grachten. Voor de komst van de beerput, het secreet en de riolering fungeerde het grachtenstelsel eeuwenlang als open riool, met het bijbehorende geurenpalet. Het was in die tijd dat Amsterdam in het buitenland bekend kwam te staan als de schone maagd met de stinkende adem.”

De reizigers konden de stad weer verlaten, de Amsterdammers bleven achter in de stank. “Water is wat dat betreft ook een democratische geur,” zegt Leemans. “Arm of rijk: alle neuzen hebben er last van als het stinkt.” De professor verbetert zichzelf direct: “De elite kon natuurlijk wel maatregelen nemen tegen de stank. Langs de gracht werden lindebomen geplaatst, als een geurscherm. En de rijke mensen woonden doorgaans hoog in het grachtenpand, verder weg van de walmen dan in de kleine straatjes in de Jordaan. In de zomer vluchtten zij de stad uit, naar hun buitenverblijven in de bossen. Dan was het zelfs voor de neuzen uit die tijd niet te harden.”

Om in geurtermen te blijven: als hartnoten van de stad noemt Leemans de geur van de winkels: de warme bakkers, de viswinkels en ook de toko’s. Over die laatste: “Het is een heel bepalende geur. Zodra je de winkel binnenkomt, word je van alle kanten besprongen door geuren: kruiden en specerijen, Aziatische en Caribische groenten en fruit, allerlei soorten sambal, wierook en zeep. Wij zijn eraan gewend geraakt, maar voor buitenlandse bezoekers is het een ware geursensatie om de lucht van producten uit de Chinese, Surinaamse, Indonesische en Marokkaanse keuken in één en dezelfde ruimte te kunnen opsnuiven. Die stapeling van culturen is het resultaat van de geschiedenis van ons land. Dat vind je nergens anders.”

Opdringerig

De topnoot is echt heel Amsterdams: die van wiet en wafels. Leemans: “W&W, een zoete en weeë combinatie die niet te vermijden is voor de bezoekers van de binnenstad. De twee geuren gaan hand in hand: als je de ene ruikt, is de ander nooit ver weg. Bezoekers van de coffeeshops hebben na afloop doorgaans behoefte aan een suikerkick en daar spelen de wafelbakkers behendig op in met hun Nutella en andere zoete troep. Het is in de afgelopen jaren de geur geworden van het goedkope toerisme en daarmee ook de geur van de overlast. Niet voor de gebruikers, wel voor de bewoners van het centrum.”

Dat is interessant: waar de toerist verlangend zijn neus volgt naar de warme wafel, haalt de bewoner er geïrriteerd zijn neus voor op. Toch is het dezelfde geur. Hoe zit dat? “De geur van wafels heeft een nieuwe betekenis gekregen, het ruikt voor bewoners naar verloedering, zeker in combinatie met de wietlucht. Met elkaar gemeen hebben die twee geuren dat zij significant aanwezig zijn. Die opdringerigheid maakt het alleen maar erger, het is voor bewoners het ruikbare bewijs dat het de verkeerde kant opgaat met hun buurt. Terwijl zij in een andere situatie misschien best te porren zouden zijn voor een warme wafel.”

In de eerste week van september is een gratis geurkaart op te halen in het Amsterdam Museum, nu in de Hermitage. www.odeuropa.eu.

Welke geuren zijn volgens u onlosmakelijk verbonden met de ziel van de stad? En waarom? Laat het ons weten via zielvandestad@parool.nl, of in het formulier hieronder.