PlusAchtergrond

Wat vertellen de oude botten ons die in het Oosterpark werden gevonden?

Syfilis, hersenvliesontsteking, tuberculose, vitaminetekort: fysisch antropoloog Constance van der Linde heeft een medisch rapport opgemaakt van de oude skeletten die in 2017 opdoken in het Oosterpark.

Patrick Meershoek
Constance van der Linde kan met het blote oog aan oude beenderen aflezen op welke leeftijd de eigenaar ongeveer is overleden, en of er sprake was van een ziekte.  Beeld Monumenten en Archeologie
Constance van der Linde kan met het blote oog aan oude beenderen aflezen op welke leeftijd de eigenaar ongeveer is overleden, en of er sprake was van een ziekte.Beeld Monumenten en Archeologie

Op 2 januari 2017 kreeg Ranjith Jayasena van de gemeenteafdeling Monumenten en Archeologie een telefoontje. Of hij even naar het Oosterpark kon komen. Bij graafwerkzaamheden voor de aanleg van een fietskelder achter het Metis Montessori Lyceum aan de Mauritskade waren de werklui op een aantal skeletten gestuit. Jayasena: “Het was een complete verrassing. In de jaren vijftig van de vorige eeuw waren tijdens een grote ruiming de laatste graven van de voormalige Oosterbegraafplaats weggehaald. Dat was grondig gebeurd, met inzet van de gravendienst van de landmacht. We gingen ervan uit dat er niets meer lag.”

Kennelijk was er dus een klein hoekje overgeslagen. Bij het archeologisch onderzoek na de melding kwamen 50 skeletten en skeletdelen aan de oppervlakte, plus nog een grote hoeveelheid losse onderdelen. Jayasena: “Een verklaring kan zijn dat het bewuste vak 17 van de vroegere begraafplaats ten tijde van de ruiming onder een sportveld lag. Dat was in 1912 aangelegd voor de leerlingen van de hbs. Uit het onderzoek bleek dat het sportveld bij de aanleg was opgehoogd met anderhalve meter zand en puin. Blijkbaar is dat direct op de graven gestort. Dat klinkt nu misschien cru, maar het was indertijd niet ongebruikelijk.”

210 mensen

Voor het bestuderen van de botresten werd fysisch antropoloog Constance van der Linde ingeschakeld. Als oprichter van bureau Tot op het bot trekt de Amsterdamse door het land om in opdracht oude botten aan een nader onderzoek te onderwerpen. Al puzzelend met de stoffelijke resten uit het Oosterpark kwam ze op een totaal van 210 mensen die daar al die tijd onder de sportende scholieren in hun graf hadden gelegen. “Vrijwel allemaal volwassenen,” vertelt Van der Linde. “Er was één minderjarige tussen, in de leeftijd van twaalf tot achttien jaar.”

Het behoort tot het bijzondere specialisme van Van der Linde dat zij met het blote oog aan oude beenderen kan aflezen op welke leeftijd de eigenaar ongeveer is overleden, en of er sprake was van een ziekte. De resten in het Oosterpark behoorden in zes gevallen toe aan mensen die aan syfilis overleden. Van der Linde: “Dat is een ziekte die de schedel aantast. Wat ik verder ben tegengekomen? Hersenvliesontsteking, chronische bloedarmoede, vitaminetekort, tuberculose. Dat kun je allemaal terug vinden in de botresten. We weten dat er in 1867 een cholera-epidemie woedde in de stad, maar juist die ziekte laat helaas geen sporen na.”

Zandgrond

Zo kregen de doden van het Oosterpark meer dan eeuw na hun overlijden alsnog een medische keuring. Het lukte niet de beenderen te koppelen aan een identiteit. Van der Linde: “Er zijn grafboeken van de begraafplaats. We weten wie er in vak 17 zijn begraven. Maar de precieze plek van de verschillende graven is niet meer te traceren.”

Jayasena: “Soms vinden we oude begravingen met een kist met initialen. In het Oosterpark zijn de mensen begraven in een dikke laag zand. In veengrond blijven de stoffelijke resten doorgaans goed geconserveerd. In zandgrond is sprake van sterke slijtage. Van de kisten is vrijwel niets teruggevonden.”

In 2017 werd archeologisch onderzoek gedaan op De Oude Oosterbegraafplaats in het Oosterpark. Beeld Monumenten en Archeologie
In 2017 werd archeologisch onderzoek gedaan op De Oude Oosterbegraafplaats in het Oosterpark.Beeld Monumenten en Archeologie

Geen van de overledenen lijkt het slachtoffer te zijn geweest van wapengeweld. Wel zijn sommige schedels opengemaakt voor een, in de ogen van Van der Linde, tamelijk slordige autopsie in een poging de doodsoorzaak te achterhalen.

Jayasena: “We weten dat bij de ruiming van de begraafplaats directeur Lodewijk Bolk van het aanpalende Anatomisch Laboratorium toestemming van de gemeente kreeg om skeletresten te gebruiken voor onderzoek van schedels en gebitten. We dachten heel even dat onze resten misschien na onderzoek waren herbegraven, maar dat is niet het geval. Er is ook nog onderzoek gedaan achter het voormalige laboratorium. Dat leverde niets op.”

Oude Kerk

Het onderzoek naar de vondst in het Oosterpark past binnen een lopend onderzoek van Monumenten en Archeologie naar de bevolking van Amsterdam tussen 1600 en 1900 en de verschillen in welstand en gezondheid. Aan de hand van botresten die op opgeheven begraafplaatsen en in kerken en kloosters zijn gevonden wordt gekeken naar leefwijze, voeding en gezondheid van verschillende sociale en religieuze groepen. Zo wordt er gekeken naar bijvoorbeeld de welgestelde burgers die zijn begraven in de Oude Kerk, maar ook naar de slachtoffers van de pest die werden begraven op het Sint Anthoniskerkhof.

De 210 doden uit het Oosterpark hebben postuum hun bijdrage geleverd aan de wetenschap en zijn overgebracht naar De Nieuwe Ooster. Daar is een plek ingericht voor de herbegraving van gebeente dat bij werkzaamheden in de stad wordt gevonden.

Het tekent de zorg waarmee vandaag de dag met onverwachte stoffelijke resten wordt omgegaan, geeft Jayasena aan. “Er wordt met meer respect naar gekeken. Een vondst als deze is interessant voor iedereen die belangstelling heeft voor de geschiedenis van Amsterdam, maar het gaat net zo goed om het particuliere verhaal van de mensen die hier hebben gelegen.”

En, ter geruststelling van de picknickers, de hardlopers en de eigenaren van een graafgrage hond: de kans dat er meer oude botten opduiken in het Oosterpark, wordt geschat op nihil.

De Oude Ooster

De Oosterbegraafplaats ging open in 1866, kort na de Westerbegraafplaats. Beide algemene begraafplaatsen lagen indertijd nog buiten de stadspoorten, in de polder. De Oosterbegraafplaats sloot in 1894 omdat er geen plek meer was. Voortaan gingen overleden Amsterdammers naar De Nieuwe Oosterbegraafplaats in de Watergraafsmeer. De Oude Ooster bleef als onderdeel van het Oosterpark toegankelijk voor nabestaanden en wandelaars. In 1910 werd een deel van de begraafplaats geruimd om plaats te maken voor de bouw van het Tropeninstituut. In 1956 volgde een tweede, grote ruiming.

Meer over