PlusAchtergrond

Wat doet Amsterdam aan de asielcrisis? ‘Huisvesten is voor ons bovengemiddeld ingewikkeld’

Vanwege een schrijnend beddentekort kampt Nederland sinds twee weken officieel met een asielcrisis. Wat doet Amsterdam daar al aan en wat kan de gemeente nog doen? Wethouder Groot Wassink (Sociale Zaken): ‘We hebben regie, geld en hulp nodig vanuit het rijk.’

Anna Herter
De opvanglocatie op de Willinklaan 3 in Amsterdam Nieuw-West heeft plek voor 512 asielzoekers. Beeld Jean-Pierre Jans/ANP
De opvanglocatie op de Willinklaan 3 in Amsterdam Nieuw-West heeft plek voor 512 asielzoekers.Beeld Jean-Pierre Jans/ANP

Dat de overheid in gebreke bleef, was al duidelijk ver voordat het kabinet twee weken geleden de opvang van asielzoekers tot nationale crisis uitriep. In het hele land zitten asielzoekerscentra en andere tijdelijke opvanglocaties vol. In aanmeldcentrum Ter Apel was het afgelopen maand zo nijpend dat asielzoekers de nacht moesten doorbrengen op stoelen en in tenten.

Onder coördinatie van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) is een crisisteam gevormd. Afgevaardigden uit allerlei overheidsorganen zijn samengekomen in een poging de crisis te bezweren.

Binnen een week lag een eerste plan goedgekeurd en wel op tafel. Daarin staat onder meer dat gemeenten de komende weken 7500 statushouders een tijdelijk onderkomen moeten aanbieden. Deze mensen, die de asielprocedure succesvol hebben doorlopen en dus in Nederland mogen blijven, zitten nu vaak vast in asielzoekerscentra en andere tijdelijke opvangplekken omdat er geen woningen beschikbaar zijn.

In Nederlandse asielzoekerscentra en andere opvanglocaties zitten op dit moment zeker 26.500 asielzoekers. Daarnaast verblijven er nog zo’n 14.500 statushouders, die hun verblijfsvergunning al hebben. Daarmee vangt Nederland in totaal tegen de 41.000 mensen op. Dit zijn alleen mensen die asiel moeten aanvragen bij aankomst in Nederland, daar vallen Oekraïense vluchtelingen bijvoorbeeld niet onder.

De overheid wil ook extra opvangplekken organiseren via de 25 veiligheidsregio’s. Elke regio moet de komende weken 225 plekken regelen. Het rijk stelt ambtenaren aan om de uitvoering in goede banen te leiden. Ook wordt er 40 miljoen euro vrijgemaakt voor de tijdelijke onderkomens.

Welk aandeel van de opvang neemt Amsterdam voor zijn rekening?

In Amsterdamse opvanglocaties zaten op 20 juni 1767 mensen via het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Daarvan zijn er 898 asielzoeker en 869 statushouder. Zij zijn verspreid over zes verschillende locaties. Eén daarvan is een asielzoekerscentrum, de rest zijn tijdelijke extra opvanglocaties om het COA te ontlasten. Er wordt een nieuw asielzoekerscentrum in het Westelijk Havengebied gebouwd, maar dit is ter vervanging van het huidige centrum in Nieuw-West.

Daarnaast vangt Amsterdam momenteel 1133 Oekraïeners op, verspreid over tien andere opvanglocaties. Zij hebben weliswaar een andere status dan asielzoekers, maar zorgen wel voor extra druk op de opvang.

Is dat veel?

Vergeleken met andere gemeenten vangt Amsterdam relatief veel mensen op. Alleen in de gemeente Westerwolde, waar Ter Apel ligt, zaten er met 1818 meer mensen in een opvangplek op 20 juni. Na Amsterdam komen de gemeenten Assen (1557), Cranendonck (1423) en Almere (1281).

Amsterdam stelt zich hiermee gastvrij op, want verplicht is het niet om asielzoekers op te vangen. Er ligt een plan bij het kabinet om gemeenten wél te gaan verplichten om asielzoekers op te nemen, maar tot die tijd moeten gemeenten zelf instemmen als het COA ergens een opvang wil openen of een groep vluchtelingen wil onderbrengen.

Het huisvesten van mensen die hun verblijfsvergunning al hebben gekregen, verloopt daarentegen moeizaam in de hoofdstad. Daardoor houden statushouders veel bedden in Amsterdamse opvangplekken bezet en is er weinig doorstroom.

Haalt de verplichting tot huisvesting van statushouders niets uit?

Elk half jaar krijgen gemeenten van het rijk de opdracht om woningen te zoeken voor een bepaald aantal statushouders. De hoogte van deze zogenoemde taakstelling wordt bepaald aan de hand van het aantal inwoners. Onder meer vanwege de woningcrisis lukt het een hoop gemeenten structureel niet om zich aan deze taakstelling te houden.

Vrijdag was er weer een halfjaar voorbij. De eindstand: van de 337 gemeenten die het afgelopen jaar een aantal statushouders aan een woning moesten helpen, hebben 151 hun taakstelling gehaald. 45 gemeenten zaten niet eens op de helft.

Hoe zit dat in Amsterdam?

Amsterdam moest de afgelopen zes maanden 768 statushouders huisvesten – dat is inclusief de achterstand van de vorige ronde. Op 1 juli was dit gelukt voor 320 statushouders, waarmee de hoofdstad op ruim 40 procent van het doel zat.

Ondertussen wordt bijna de helft van de plekken in Amsterdamse opvangcentra bezet gehouden door statushouders die wachten op een permanente woning. Dat de doorstroming van deze statushouders moeizaam verloopt, heeft tot gevolg dat er voor nieuwe asielzoekers weinig plek is.

Hoe komt het dat Amsterdam de taakstelling niet haalt?

Er zijn niet genoeg huizen, stelt ook wethouder Rutger Groot Wassink (Sociale Zaken). “Ik ben het er helemaal mee eens dat statushouders een woning moeten krijgen en ik gun ze niets liever. Maar we zitten in een woningcrisis en als gemeente kunnen we dat niet alléén oplossen. We hebben regie, geld en hulp nodig vanuit het rijk.”

Amsterdam moet de meeste statushouders huisvesten van het land, en dat aantal is nog hoger door oudere achterstanden. “Het huisvesten is voor ons bovengemiddeld ingewikkeld,” zegt hij daarover. “Ondertussen is het voor ons juist relatief makkelijk om opvanglocaties op te zetten, iets waar een kleinere gemeente meer moeite mee kan hebben. Ik zou een systeem willen waarbij er wordt gekeken naar waar verschillende gemeenten goed in zijn.”

Zijn de nieuwe plannen van het kabinet dan realistisch?

Het COA zegt enorm blij te zijn met de plannen. Dat er nu een crisis is uitgeroepen en dat daarmee een team is opgezet dat met concrete plannen komt voor de korte termijn, stemt de organisatie optimistisch. Alles wat dat oplevert, is wat het COA betreft mooi meegenomen.

Wethouder Groot Wassink daarentegen heeft ‘grote twijfels’ bij de nieuwe afspraken. Het aantal van 7500 statushouders waar nu tijdelijke huisvesting voor moet worden geregeld, lijkt hem uit de lucht gegrepen. “Het rijk denkt dat gemeenten dat zomaar even in de zomer kunnen doen. Ik vind dat onrealistisch, gezien de onderliggende problemen.” Bovendien maakt hij zich zorgen over de kwaliteit van de voorzieningen die voor deze groep zullen worden opgetuigd. “Ze krijgen hoogstwaarschijnlijk geen normaal huis, maar weer een noodlocatie. Is dat humaan?”

De wethouder pleit voor structurele oplossingen. Naast meer huizen, wil hij dat gemeenten verplicht worden om asielzoekers op te vangen. “Niet elke gemeente is zo welwillend als wij, waardoor Amsterdam nu veel meer mensen opvangt dan in een ideale situatie nodig zou zijn. We springen in het gat van falend rijksbeleid en niet meewerkende gemeenten.”

Meer over