PlusAchtergrond

‘Waarom is het nou afgezet?’ vraagt de man die onder het afzetlint door dook

Dat mensen de afzetlinten van de politie negeren, is van alle tijden. Je moet immers naar je werk, je auto staat nog in het gebied, of je wilt gewoon niet omfietsen. Maar is het erger dan vroeger? ‘De politie heeft zelf het respect weggegeven.’

Tahrim Ramdjan
'Het helpt als politiemensen uitleggen wat er zojuist is gebeurd, en dat omstanders juist helpen door afstand te houden van de plaats delict,' aldus Marie Lindegaard van het Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving. Beeld Joris van Gennip
'Het helpt als politiemensen uitleggen wat er zojuist is gebeurd, en dat omstanders juist helpen door afstand te houden van de plaats delict,' aldus Marie Lindegaard van het Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving.Beeld Joris van Gennip

Woensdagochtend tien uur, op het Amsterdamse Singel. Een deel van de straat is afgezet nadat er een lijk is aangetroffen, een jonge agente bewaakt de plek.

Dan loopt er een man van middelbare leeftijd, kaal, met zijn fiets, oranje bak voorop, onder het lint door. De agente schreeuwt: “Meneer! U kunt hier niet door.” Geen gehoor, hij loopt verder.

“Meneer! Meneer!” De man lijkt zich van geen kwaad bewust. De agente pakt de bak van de fiets vast. “U moet nu terug. Anders moet ik u aanhouden.”

De man druipt af, terug onder het lint door, maar niet zonder zich af te vragen: “Waarom is het nou afgezet?” De agente verheft haar stem. “U denkt toch niet dat ik hier sta omdat iemand zweetvoeten heeft?”

Sporen vernietigd

Mensen die afzetlinten negeren en een plaats delict betreden. Het is John Pel, tot 2018 technisch rechercheur bij de politie en auteur van het pas verschenen boek Sporen liegen niet, twintig jaar een doorn in het oog geweest.

Bij de liquidatie van Jules Jie in Amstelveen in 2003, fietste een man dwars door het afzetlint heen. Lint kapot, maar erger nog: sporen die essentieel waren voor het onderzoek, waren bijna vernietigd. “Ik nam een duik en kegelde die gozer van zijn fiets af,” zegt Pel.

Volgens de oud-rechercheur gebeurt het meer dan vroeger dat mensen afzetlinten negeren. “De hele wereld is mondiger geworden, maar zeker de burger in Amsterdam heeft er schijt aan,” zegt Pel. “Toen ik in dienst ging, in 1983, was er veel meer respect voor de politie.”

In 2016 heeft de Amsterdamse politie al een campagne gevoerd om afzetlinten te respecteren; in 2020 deed de politie Amstelveen hetzelfde. Soms zijn afzetlinten van levensbelang: een fietser kwam om het leven op de Vrijheidslaan tijdens storm Eunice, nadat een – met afzetlinten omkranste – boom op hem viel.

Koste wat kost door de afzetting heen

Volgens criminoloog Jasper van der Kemp (Vrije Universiteit) waren er vroeger onhandige burgemeesters die zo nodig op een plaats delict moesten komen kijken, en zo door een sporenonderzoek heen walsten. Dat gebeurt volgens hem amper meer. Wel ziet hij dat burgers steeds mondiger zijn, ook tegenover politieagenten. “Alsof burgers er niet eens meer op vertrouwen dat de politie een redelijke beslissing heeft genomen, om die plek af te zetten.”

Woordvoerder Wendy Boudewijn van de Amsterdamse politie denkt niet dat het hier om een groter of exclusief Amsterdams probleem gaat. “Het is van alle tijden.” Ook in de zestien jaar dat ze in dorpjes in de regio Noord-Holland-Noord werkte, gingen mensen de discussie aan.

Bovendien, zegt ze, begrijpt ze de frustratie bij mensen. Binnen de afzetting bevindt zich je huis, of je fiets, of je auto. Na een lange werkdag wil je er toch graag bij. En vragen mag je altijd, benadrukt ze. Misschien laat de collega je er wel door.

Oud-rechercheur Pel zegt dat er altijd een beheerder is van het plaats delict. Die maakt telkens een afweging: laat je iemand wel of niet naar zijn werk gaan? Dat hangt van de situatie af.

Criminoloog Van der Kemp onderscheidt drie groepen die afzetlinten negeren. Er is een groep die werkelijk middenin het afzetgebied woont, of betrokken is bij het slachtoffer. Daarvan kun je volgens hem begrijpen dat ze pogen onder het lint door te kruipen.

Dan is er ook een groep nieuwsgierigen, die een opvallend tafereel zien en dat van dichtbij willen bekijken. En er is een derde groep, die volledig vanuit eigenbelang redeneert. Die moet koste wat kost op tijd op werk, of thuis bij de kinderen zijn, desnoods dwars door de afzetting heen.

Nieuwsgierige aagjes

Wat gebeurt er psychologisch bij die laatste twee groepen? Ze kunnen niet zo goed inschatten wat de situatie precies is, zegt Van der Kemp. Mensen hebben geen idee dat er een misdrijf plaatsgevonden heeft, en als ze dat wel beseffen, snappen ze vaak de impact van het misdrijf nog niet. Ze hebben ook niet door dat het helemaal geen pretje is om een toegetakeld slachtoffer te zien.

Van der Kemp: “Ze raken een beetje overmand van het idee: hoezo mag ik dit niet zien? Dit is toch op de openbare weg?”

Politiewoordvoerder Boudewijn, over de groep omstanders die eigenbelang vooropstelt: “Er is net iemand doodgegaan, terwijl jij vijf minuten later op je werk komt. Hoe erg is dat dan?”

De beheerder van een plaats delict neemt in acht: er wordt onderzoek gedaan naar de doodsoorzaak van een lijk. Zodra het lijk ontdekt wordt, wordt er een ‘binnenring’ (met het plaats delict erin) en ‘buitenring’ (om omstanders weg te houden) afgezet. De schouwarts wordt gebeld: hij mag als enige de dood vaststellen. Daarom mogen politiemensen niet losjes omgaan met de plaats delict.

Een aanhouding is vaak niet nodig. Dreigen helpt, zegt Boudewijn. Zoals de agente op het Singel deed. Agenten worden, bijvoorbeeld door middel van rollenspellen, getraind op dat soort situaties.

Hoe kan je het beste omgaan met nieuwsgierige aagjes? Marie Rosenkrantz Lindegaard van het Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) onderzoekt al langer hoe politie en burgers samenwerken.

Wat valt haar op? In een ongewone situatie – een verkeersongeluk, een straatgevecht of dus een politieafzetting – willen mensen graag een rol spelen om betekenis te vervullen. Ze dringen zichzelf daarom aan, soms op de verkeerde wijze.

Omstanders moeten natuurlijk niet in de weg lopen, zegt Lindegaard. Tegelijkertijd ligt er voor politiemensen en andere hulpverleners de taak om een omstander niet te snel als storend zien. Het helpt als ze mensen die in de weg lopen een duidelijke rol geven, zoals ervoor zorgen dat andere omstanders op afstand blijven van de plaats delict. Overigens benadrukt Lindegaard dat in haar onderzoek slechts een kleine groep mensen in de weg loopt van politieafzettingen.

Pel vindt ook dat politiemensen initiatief moeten tonen om indringers van het plaats delict te weren, al ziet hij meer heil in handhaving. “De politie heeft zelf het respect weggegeven.” Waarom hij zo'n hardliner is? “We gaan heel serieus om met sporenonderzoek Je kan het nooit meer overdoen als je sporen worden vernietigd.”

Meer over