PlusAchtergrond

Vrouwen zijn onterecht uit de geschiedenis van het verzet geschreven, zegt deze historica

Van links naar rechts: Frits le Coultre, Victor van Dijk, Wil Bexterman, Gijs Gorter, Will Fort en Marjolein Heijermans. Beeld Collectie Verzetsmuseum Amsterdam
Van links naar rechts: Frits le Coultre, Victor van Dijk, Wil Bexterman, Gijs Gorter, Will Fort en Marjolein Heijermans.Beeld Collectie Verzetsmuseum Amsterdam

Verzetsvrouwen ontbreken in overzichtswerken over het Nederlandse verzet en de Tweede Wereldoorlog. Ze worden voornamelijk gezien als ‘ondersteunend’ aan de mannelijke verzetslieden. Onterecht, zegt historicus Anna Boogaard. Voor haar masterscriptie belicht ze het omvangrijke verzetswerk van zes Amsterdamse studentes.

Hanneloes Pen

In de verzetsliteratuur zijn vrouwen met een lantaarntje te zoeken, merkte oud-Nioddirecteur Marjan Schwegman al eerder op. Historicus Loe de Jong schreef in zijn standaardwerk slechts dat vrouwen en meisjes een rol speelden in het verzet, maar liet het daarbij.

“Hij kwam niet met cijfers en noemde amper hun namen, terwijl hij mannen uit het verzet wel bij naam noemde,” zegt historicus Anna Boogaard, junior-onderzoeker bij de Anne Frank Stichting. “De Jong richtte zich op het georganiseerde en vaak gewapende verzet. Hij noemde daardoor alleen een vrouw als Hannie Schaft, die zich bezighield met gewapend verzet.”

Maar vrouwen zaten, vertelt Boogaard, juist vaak in meerdere verzetsgroepen en hadden verschillende rollen in het verzet. Ze werkten als koerier, brachten voedselbonnen en geld rond en vervoerden Joodse kinderen naar onderduikadressen.

“Die rollen waren moeilijker dan gedacht. Ze kregen opdrachten om dat verzetswerk te doen, maar moesten verder zelf uitzoeken hoe ze dat deden,” zegt Boogaard, die voor haar masterscriptie De vrouwen van de Amsterdamse contactcommissie in de geschiedenis dook van zes verzetsvrouwen van de in 1942 opgerichte Amsterdamse contactcommissie, de kern van het studentenverzet in Amsterdam.

Vrouwelijk verzet

Hoewel de vrouwen, veelal lid van de AVSV (Amsterdamsche Vrouwelijke Studenten Vereeniging), als groep wel worden genoemd in overzichtswerken van het studentenverzet, is geen van hen door historici onderzocht, aldus Boogaard. “Pas de laatste tien jaar is er belangstelling voor de vrouw in het verzet en komen er biografieën uit, zoals die over Henriëtte Pimentel, directeur van de Joodse crèche, en Jacoba van Tongeren, oprichter en leider van de verzetsgroep Groep 2000.”

Over deze zes studenten uit de Amsterdamse Contactcommissie kon Boogaard nauwelijks materiaal vinden. Enkele vrouwen uit de commissie staan wel op een foto. “Het is dé foto van het studentenverzet, maar niemand wist precies wat zij deden,” zegt Boogaard.

Aan de hand van documenten, verzetspensioenaanvragen, familiearchieven, beeldmateriaal en gesprekken met nabestaanden bracht Boogaard het zestal in beeld. Een deel van de contactcommissie kwam dagelijks om negen uur ’s ochtends voor een werkvergadering bij elkaar. Ze bespraken wat er die dag moest gebeuren. Commissielid Marjolein Heijermans (1920-1990), student rechten, kreeg te horen voor wie ze die dag een persoonsbewijs moest maken. Haar verzetswerk was omvangrijk. Vanaf midden 1943 hield ze zich bezig met het vervalsen van persoonsbewijzen. Ze maakte gemiddeld tien tot vijftien persoonsbewijzen per dag, ook voor leden van de contactcommissie en zichzelf.

Vals persoonsbewijs van Marjolein Heijermans. Beeld Marjolein Heijermans Archief/Literatuurmuseum
Vals persoonsbewijs van Marjolein Heijermans.Beeld Marjolein Heijermans Archief/Literatuurmuseum

Na een jaar zette ze zich in voor het studentenverzet in Leiden en Den Haag en raakte betrokken bij het verspreiden van het illegale blad Ons Volk; den vaderlant ghetrouwe, totdat ze tijdens de hongerwinter van 1944 bij het houtsprokkelen per ongeluk een boobytrap uit de grond trok en daar behalve snijwonden geperforeerde trommelvliezen aan overhield. Het laatste half jaar werkte ze op het kantoor van het Nationaal Steun Fonds (NSF) aan de Prins Hendrikkade, dat het verzet financierde.

Ook commissiegenoot Wil Bexterman (1919-1977), student Engels, deed meer naast haar werk als koerierster. Ze was samen met haar verloofde, theologiestudent Gijs Gorter (1920-1945), werkzaam voor de vanuit Londen opgezette nieuwe Geheime Dienst. Ze bracht geheime zenders naar adressen en noteerde de nummerborden van rondrijdende radio-peilwagens van de bezetter.

Kriterion, 1945. Verzetsvrouw Wil Bexterman wijst Wouter van Zeytveld zijn stoel. Ook hij zat in het verzet. Beeld Theo van Haren Noman / Anefo / NFA
Kriterion, 1945. Verzetsvrouw Wil Bexterman wijst Wouter van Zeytveld zijn stoel. Ook hij zat in het verzet.Beeld Theo van Haren Noman / Anefo / NFA

Boogaard spoorde via familie en contacten van de zes vrouwen informatie op. “Nabestaanden of vrienden wisten niets of zeer weinig van hun verzetswerk. Want de ene vrouw sprak er nooit over, de andere was jong overleden en kreeg de kans niet erover te praten.”

Bexterman was zo iemand die nooit over haar verzetswerk sprak. Ze was aan het eind van de oorlog haar verloofde Gijs Gorter verloren. Hij was op 8 maart 1945 als represaille voor de aanslag op SS-leider Hanns Albin Rauter met 52 andere mannen bij Rozenoord aan de Amsteldijk gefusilleerd. “De briefwisseling tussen het tweetal ging na het overlijden van Bexterman in 1977 mee in de kist,” zegt Boogaard.

Kriterion

Na de oorlog kwamen de vrouwen in studentenbioscoop Kriterion aan de Roetersstraat te werken. De bioscoop was in juni 1945 speciaal opgericht om studenten uit het verzet een werkplek te verschaffen zodat zij hun onderbroken studie konden bekostigen. Ook daar werd over hun oorlogstrauma’s niet tot nauwelijks gesproken.

Uit Boogaards onderzoek blijkt dat ook de zes onderzochte vrouwen niet slechts ‘onderdanige koeriersters’ waren. De een hielp Joden aan onderduikadressen, bracht bonkaarten en tienduizenden guldens voor het NSF rond, een ander nam onderduikers in huis, bespioneerde en saboteerde Duitse radio-peilwagens, maakte persoonsbewijzen en schreef artikelen voor de illegale pers. “Ze vervulden een fulltime verzetsrol,” aldus Boogaard.

Historicus Anna Boogaard, junior-onderzoeker bij de Anne Frank Stichting, schreef haar scriptie over vrouwen in het verzet. Beeld Sophie Saddington
Historicus Anna Boogaard, junior-onderzoeker bij de Anne Frank Stichting, schreef haar scriptie over vrouwen in het verzet.Beeld Sophie Saddington

Dit zestal kreeg weliswaar vaak opdrachten van leidinggevende mannelijke studenten, maar ook voor hen gold dat zij zelf moesten bedenken hoe ze de opdrachten uitvoerden, ‘waarmee ze een grote verantwoordelijkheid kregen’, aldus Boogaard.

Dat de verzetsvrouwen nauwelijks in de naoorlogse literatuur aan bod komen, komt volgens Boogaard deels doordat de aandacht uitging naar het gewelddadige verzet en de gefusilleerde verzetsmannen. Vrouwen werden op enkelen na doorgaans niet gefusilleerd.

Boogaard wil met haar scriptie een einde maken aan het hardnekkige idee dat mannen de hoofdrol speelden en vrouwen een ondergeschikte bijrol. Ze citeert Marjan Schwegman: ‘Zonder koerierster kon geen enkel verzetsnetwerk bestaan.’ “Op hen dreef het verzet. En dat gold zeker voor het werk van de vrouwen in de contactcommissie,” aldus Boogaard.

Verzetsbioscoop

Studentenbioscoop Kriterion aan de Roetersstraat werd in juni 1945 opgericht. Het doel was om ‘studenten, die in de afgeloopen bezettingsjaren hun studie onderbraken om zich geheel aan het verzetswerk te wijden en mede daardoor financieel niet meer in staat zijn hun studie wederom op te vatten, toch in de gelegenheid te stellen, deze te voltooien.’

Voorwaarde om als student in de bioscoop te werken, was dat zij twee à drie jaar in het verzet of in een concentratiekamp hadden gezeten. Bij de opening in november telde de bioscoop zestien medewerkers: elf mannen en vijf vrouwen. Een groot deel van het vrouwelijk personeel was lid van de Amsterdamse contactcommissie.

Bioscoop Kriterion bestaat nog steeds. Daarnaast werd in 1949 de oppascentrale opgericht en in 1960 een benzinestation geopend.

Zes verzetsvrouwen uit de Amsterdamse contactcommissie

Lyd de Weerd (1915-1996), student rechten, hielp mee met het wegsmokkelen van Joodse kinderen uit de crèche tegenover de Hollandse Schouwburg en vervoerde hen over de rivieren naar onderduikgezinnen in Limburg.

Henny de Groot (1919-2010), student medicijnen, nam Joodse onderduikers in huis, was lid van de zogeheten Omkletsploegen, om studenten ervan te overtuigen de loyaliteitsverklaring aan de Duitsers niet te ondertekenen en verzorgde voedsel voor de Binnenlandse Strijdkrachten, en het opladen van accu’s van de zenders voor de Geheime Dienst. Ook organiseerde ze illegale colleges voor studenten medicijnen en verspreidde ze het illegale Parool.

Marjolein Heijermans (1920-1990), student rechten, vervalste persoonsbewijzen en werkte indirect samen met de groep van Gerrit van der Veen. Ze verspreidde en schreef voor Het Volk en bracht bonkaarten en andere spullen rond.

Otti Lim (1924-2019), student medicijnen, was koerierster voor het NSF en bracht op de fiets door heel Nederland tienduizenden guldens rond naar onderduikadressen. Ook redde ze de één maand oude Joodse baby Benjamin Flesschedrager uit de crèche.

Wil Bexterman (1919-1977), student Engels, verzorgde bonkaarten en werkte met haar verloofde Gijs Gorter (1920-1945) voor de Geheime Dienst. Ze bracht geheime zenders naar adressen en noteerde de nummerborden van rondrijdende radio-peilwagens van de bezetter.

Willy Gijzen (1920-2012), student Frans, was koerierster van het Bureau Bijzondere Opdrachten, bracht bonkaarten rond, zorgde voor voedsel voor geheim agenten en bracht illegale zenders onder op geheime adressen. Ze was getraind om vuurwapens te demonteren en in elkaar te zetten.

Meer over