Luchtvaartpionier Italo Balbo landde met 25 watervliegtuigen bij Schellingwoude, 1 juli 1933.

PlusAchtergrond

‘Viva Wilhelmina, viva Mussolini,’ klonk op het Buiten-IJ

Luchtvaartpionier Italo Balbo landde met 25 watervliegtuigen bij Schellingwoude, 1 juli 1933.

Op 1 juli 1933 landt de Italiaanse luchtvaartpionier Italo Balbo op weg naar Chicago met 25 watervliegtuigen op het Buiten-IJ bij Schellingwoude. Amsterdam liet zich gewillig lenen voor deze schaamteloze propaganda voor het fascistische regime van Mussolini.

Renée Karsten

Vol verwachting hadden duizenden toeschouwers zich op 1 juli 1933 verzameld bij het vliegkamp van Schellingwoude op het Buiten-IJ. Waar ‘om acht minuten vóór éénen’ het eskader van 25 Italiaanse watervliegtuigen de landing inzette. Het vliegtuig van generaal Italo Balbo, minister van Luchtvaart en de rechterhand van Benito Mussolini, was duidelijk te herkennen aan de Italiaanse rood-wit-groene kleuren en drie sterren boven de staart van het toestel.

Zestien jaar eerder, in 1917, vestigde de watervliegtuigdivisie van de Nederlandse Koninklijke Marine zich op het Zeeburgereiland, toen niet veel meer dan een moddervlakte ontstaan door baggerstort. Watervliegtuigen waren goedkoper dan landvliegtuigen, omdat er geen start- en landingsbanen voor aangelegd hoefden te worden. De basis was dan ook niet veel meer dan een houten hangarloods met voorzieningen om de vliegtuigen te water te laten.

Het Buiten-IJ was een ideale plek. Het was dicht bij Amsterdam en had rustig vaarwater. In 1922 werd de basis enigszins geprofessionaliseerd, waarbij de houten hangar vervangen werd door een betonnen exemplaar. Vanaf dat moment begonnen ook civiele watervliegtuigen het vliegkamp te gebruiken. Ook de Nederlandse vliegtuigenfabrikant Anthony Fokker, gevestigd in Amsterdam-Noord, begon zijn watervliegtuigen te testen op het Schellingwouder vliegkamp. Schellingwoude groeide zo uit tot een vliegbasis met een zekere allure, waar ook steeds meer internationale bezoekers gebruik van maakten.

Onmiskenbare glamour

Zo ook Italo Balbo, die zich in Italië had opgewerkt na Mussolini’s Mars op Rome. Balbo was een flamboyante figuur, met een elegant puntbaardje en een bos vlammend rood haar, die de nieuwe Italiaanse luchtmacht onmiskenbare glamour verleende. Met zijn ‘Italiaanse Air Armada’ wilde hij publiciteit genereren voor het nieuwe fascistische Italië en een pioniersrol op zich nemen in de commerciële luchtvaart.

Die publiciteit was al gewekt door de beroemde tocht van Umberto Nobile per luchtschip over de Noordpool in 1926. In 1933 vertrok Balbo zelf voor ‘een kranigen tocht’ dwars over de Alpen naar Chicago, waar hij de Wereldtentoonstelling zou bijwonen.

Zijn eerste stop, na 1400 kilometer, was op het Buiten-IJ bij Schellingwoude. Duizenden toeschouwers hadden zich daar op 1 juli verzameld. Rederij Bergman, gevestigd op het Damrak, had zelfs een veerdienst ingesteld voor het Amsterdamse publiek naar de Durgerdammerdijk. Om half twaalf in de ochtend, een paar uur voor aankomst, werden de Oranjesluizen gesloten en het scheepsverkeer stilgelegd. Zo lang de Italiaanse delegatie aangemeerd lag, mocht het scheepvaartverkeer maximaal 5 kilometer per uur varen.

Crash bij Durgerdam

Rijen dik zagen ze toe hoe de vliegtuigen van het Italiaanse eskader overvlogen en boven het Buiten-IJ de landing inzetten. Op het platform van de vliegloods waren veel van oorsprong Italianen te vinden die volop ‘Viva Wilhelmina! Viva Mussolini’ scandeerden. De kranten spraken van ‘een grootsche aviatische prestatie’.

Eén van de Italiaanse vliegtuigen onder leiding van kapitein Baldini kwam bij het dalen met de punt in het water terecht en sloeg vlak voor de Durgerdammerdijk over de kop. In alle haast wisten twee leerlingen van de nabijgelegen Zeevaartschool, de Amsterdammer Ophoff en de Haarlemmer Witkamp, enkele van de drenkelingen te redden. De hulp kwam voor korporaal-mecanicien Quintavalli te laat.

Balbo was zich op dat moment van geen kwaad bewust. Hij werd in vol militair ornaat aan wal verwelkomd door een sterke Nederlandse diplomatieke afvaardiging, onder het genot van een glas champagne. Zo drukte hij onder andere handen met de Nederlandse minister van Defensie Laurent Deckers, kolonel Van Reede en de Amsterdamse burgemeester Willem de Vlugt.

Later die avond, toen het nieuws van het vliegtuigongeval de Italiaanse delegatie had bereikt, verklaarde generaal Balbo toch ‘bijzonder tevreden te zijn over het verloop van de eerste etappe’. Het ongeluk lag volgens hem niet aan het toestel of de voorbereiding, maar was te wijten aan ‘de verstrooidheid van den piloot’. Het was goed mogelijk, zei Balbo, dat juist de beste vliegers zich wel eens lieten verleiden ‘tot een zekere onachtzaamheid of gebrek aan concentratie als gevolg van het al te grote zelfvertrouwen’.

Voor de ongelukkige Quintavalli werd daags daarna een plechtige uitvaartdienst in de Obrechtkerk gehouden; zijn stoffelijk overschot zou later per schip via Rotterdam naar Genua worden gebracht.

Slechts één kritisch krantenstuk

Na de feestelijke ontvangst werden de Italianen op boten van de Nederlandse marine naar het Amstelhotel gebracht, waar de delegatie werd getrakteerd op een diner en de nacht zou doorbrengen. De volgende dag vervolgde Balbo zijn tocht via Derry in Noord-Ierland naar Chicago. Ook nu hadden zich weer vele toeschouwers, autoriteiten en journalisten verzameld bij Schellingwoude.

De Nederlandse kranten bleven opvallend stil over het fascistische regime waar Balbo met zijn tocht reclame voor maakte. Alleen het socialistische dagblad Het Volk wijdde een kritisch stuk aan de komst en feestelijke ontvangst van Balbo. Volgens de krant diende de vliegtocht als een mantel die de ware aard van het fascistische regime moest bedekken: ‘En de aldus voorgelichte menigte, onder de bekoring van de heldhaftigheid en romantiek, waarmede het geval omringd wordt, vergeet helaas maar al te zeer de barre werkelijkheid, die erachter verborgen ligt.’

Dit is een bewerking van een artikel uit het rijke archief van Ons Amsterdam: onsamsterdam.nl

Uit de lucht geschoten

De Italiaanse minister van Luchtvaart, Italo Balbo (1896-1940), kwam er uiteindelijk niet al te best vanaf. Na de terugkeer van zijn bezoek aan Amsterdam werd hij benoemd tot gouverneur-generaal van Libië, mogelijk omdat hij kritiek had gehad op de alliantie met nazi-Duitsland, of omdat dictator Benito Mussolini zijn voormalige rechterhand beschouwde als een heimelijke rivaal. Op 28 juni 1940 werd het vliegtuig van Balbo door de Italiaanse luchtafweer van Tobruk aangezien voor een vijandig doelwit en uit de lucht geschoten. Hij overleefde het ongeluk niet.

Meer over