Achtergrond

Verbazing om rapport onderwijsinspectie: niet de leraren maar de omstandigheden moeten beter

De 8e Montessorischool in Zeeburg. Beeld Dingena Mol
De 8e Montessorischool in Zeeburg.Beeld Dingena Mol

Het steekt Amsterdamse onderwijzers dat er nauwelijks landelijk zicht is op de beheersing van basisvaardigheden in het primair onderwijs en de onderwijsinspectie woensdag toch komt met het advies om de kennis en kunde van leraren te vergroten. ‘Het échte probleem is het tekort aan leerkrachten.’

Raounak Khaddari

Er moet iets fundamenteel anders in het onderwijs om de achteruitgang in taal en rekenen die al twintig jaar gaande is te stoppen. Dat stelt de onderwijsinspectie in het rapport De Staat van het Onderwijs dat woensdag is gepresenteerd. Steeds meer jongeren dreigen het onderwijs onvoldoende geletterd en/of onvoldoende gecijferd te verlaten.

Ook de kennis over ‘burgerschap’ daalt. Volgens de inspectie kan en moet de teruggang in taal en rekenen bij leerlingen binnen twee jaar een halt zijn toegeroepen.

Overleven

De sleutel om de basis op orde te krijgen ligt ‘vooral in de vaardigheden van onze onderwijsprofessionals’. Die moeten bijgeschoold worden, zegt de inspectie. ‘Het Nederlandse onderwijs investeert minder dan vele andere landen in na- en bijscholing. En de scholing die wel plaatsvindt, is vaak ongericht.’

Arnold Jonk van schoolbestuur Staij, waar 23 scholen in Amsterdam-Oost onder vallen, vindt het problematisch dat er naar leerkrachten en schoolleiders wordt gewezen. “Dat is al heel lang een reflex. Er wordt gezegd: blijkbaar kunnen jullie het niet. Ga maar bijleren en dan lukt het ons wel.”

Maar net als Harry Dobbelaar, schoolbestuurder van Zonova (19 basisscholen in Zuidoost), wijst Jonk op het échte probleem: het tekort aan leerkrachten. “Dat is ons grote probleem. Heel veel scholen staan in overlevingsstand. Voor bijscholing heb je een stabiel team nodig en tijd om dat te doen. Wat we nu doen, is overleven.”

Hetzelfde resultaat over twee jaar

Cordula Rooijendijk, directeur van de 8e Montessorischool Zeeburg, worstelt net als haar collega’s dag in dag uit om de bezetting rond te krijgen. “Wat denk je dat het doet met de basisvaardigheden als er geen bevoegde leerkracht voor een klas staat, als kinderen thuis moeten blijven omdat er geen leerkracht is? Daar hebben de kinderen die het onderwijs het hardste nodig hebben, die niet vanzelf min of meer leren of die geen rijke ouders hebben, het meeste last van. Dus het vergroot ook nog eens de ongelijkheid enorm.”

Het advies doet volgens het Amsterdamse onderwijs dus geen recht aan de situatie waarin scholen in de stad nu zitten. Als er niets aan de randvoorwaarden gebeurt, zoals zorgen voor huisvesting voor leerkrachten en voor voldoende en bevoegde leerkrachten, dan weten ze hoe het rapport er over twee jaar uitziet: hetzelfde.

Overheidstaak niet op orde

Een ander opmerkelijk punt uit het rapport is de constatering dat er nauwelijks landelijk zicht is op de beheersing van basisvaardigheden. Sinds de komst van meerdere toetsaanbieders in 2015 is een diversiteit in de eindtoetsen en hun normering ontstaan. Het is nog niet gelukt om te komen tot vergelijkbaarheid, staat in het rapport.

“Ik vind dat shockerend,” zegt Jonk. “Ik krijg ieder jaar een brief met ‘dit percentage leerlingen voldoet wel aan het referentieniveau’ en nu moet ik lezen dat er amper zich is op de referentieniveaus en dat de resultaten eigenlijk weinig betekenis hebben. Dat wist ik als bestuurder helemaal niet. Het is een overheidstaak om dat op orde te hebben en het is zorgelijk dat onze overheid het zicht verloren is.”

Minister Wiersma van Onderwijs is bezig met een masterplan ‘om de basis op orde te krijgen’. Dat moet er uiterlijk vóór de zomer liggen. Wiersma: “Ook werken we aan een hoger salaris voor leraren, minder werkdruk en een duidelijke opdracht voor het onderwijs. Ik ben ervan overtuigd: dit is geen kwestie van meer werk, maar van meer focus op de basisvaardigheden taal, rekenen en burgerschap.”

Meer over