PlusKlapstoel

Tophockeyer Billy Bakker stopte in stilte: ‘Ik wil geen offers meer brengen’

Billy Bakker: 'Ik ben mijn leven fan van Ajax gebleven.' Beeld Harmen de Jong
Billy Bakker: 'Ik ben mijn leven fan van Ajax gebleven.'Beeld Harmen de Jong

Billy Bakker (1988) is hockeyer. Hij stopte deze maand in stilte als hockeyer bij Amsterdam en het Nederlands elftal, waarmee hij drie keer Europees Kampioen werd. Met collega-hockeyer Mirco Pruyser heeft hij een sportmarketingbureau.

Amsterdam

“Op een paar jaar in Amstelveen na heb ik nooit ergens anders gewoond. Ik ben geboren in West, heb in het Centrum en in De Pijp gewoond, en heb met mijn gezin nu alweer een tijdje een huis in Zuid. Ik kom niet uit een specifiek sportgezin. Mijn opa had een souvenirwinkel op de Albert Cuypmarkt. Mijn vader stond daar later ook, maar dan met een kledingkraam. Mijn moeder, die interieurstylist was, heeft een tijdje op hoog niveau gebadmintond. Maar omdat mijn broer op hockey zat, had ik ook al snel een stick in mijn hand. Druk om te presteren was er niet. Het zat blijkbaar in mezelf.”

Ajax

“Mijn moeder hielp weleens mee tijdens de open dagen van Ajax. Als jongen ging ik natuurlijk graag mee. In 1996 mocht ik een penalty nemen op Van der Sar. Hij ging erin, ja. Al weet ik inmiddels bijna zeker dat hij hem bewust liet gaan. Ik ben mijn leven fan van de club gebleven. Met hockeyclub Amsterdam deelden we een aantal sponsoren. Dat levert soms mooie uitnodigingen op. Vorige week waren we nog in Lissabon. Prachtige trip met een mooie uitslag. Nu ik meer tijd heb in het weekend ga ik waarschijnlijk een seizoenskaart aanschaffen. Ik heb twee jonge zoontjes. Het zou geweldig zijn die straks mee te nemen naar Ajax.”

Afscheid

“Ik ga het tophockey niet missen, denk ik. Dat ik het spelletje, dat ik nog steeds leuk vind, niet meer op het hoogste niveau speel, zal misschien wel even wennen zijn. Die druk, het uiterste uit jezelf halen, vond ik altijd leuk. Maar wat ik nu al absoluut niet mis is het dag in dag uit geleefd worden door de protocollen van de topsport. Het 24/7 ermee bezig te zijn.”

“Al ruim een jaar geleden begon ik na te denken over mijn toekomst. De Olympische Spelen werden door corona een jaar uitgesteld. Wat was er straks na die Spelen nog te winnen? Misschien nog een keer kampioen worden met Amsterdam? Of nog een EK spelen met het Nederlands elftal? Ik heb er al vijf gespeeld. Het vuurtje brandde gewoon minder, merkte ik. En daarbij vond ik dat ik niet meer zo lang kon wachten met mijn maatschappelijke carrière. Ons bedrijf begon al steeds groter te worden. Het was tijd om door te pakken.”

“Ik besloot: nog een jaar zet ik alles op alles en na Tokio houdt het dan op. Dat heb ik toen nog niet openlijk verteld. Zo kon ik in stilte voor mezelf afscheid nemen tijdens de competitiewedstrijden in Nederland. En in juni tijdens het EK in eigen land. In mijn laatste interland in ons eigen stadion werden we Europees kampioen. Een prachtige afsluiter.”

Aanvoerder

“Ben ik lang geweest bij Amsterdam en bij het Nederlands elftal. Als aanvoerder ben je continu bezig ervoor te zorgen dat het team blijft draaien. Je bent het verlengstuk van de coach richting de spelers en tegelijk de intermediair tussen spelers en coach. Je moet ook een voorbeeld zijn. Er wordt naar je gekeken als het goed gaat, maar juist ook als het minder gaat.”

“En ja, soms moet je dan je ploeggenoten ook aanspreken. Het hoort bij topsport dat niet al te zachtzinnig te doen. Maar ik zorgde er wel voor niet elke training het woord te nemen. Als je zoiets te vaak doet, word je minder effectief.”

Silver boys

“Dat zei teamgenoot Floris Evers over onze generatie na de tweede plaatsen op de Olympische Spelen van 2012 en het WK van 2014. Of het steekt dat we nooit de beste van de wereld zijn geweest? Het is natuurlijk jammer, maar zo’n toernooi winnen is wel echt ontzettend moeilijk. Het is niet zoals bij schaatsen, je hebt niet elk jaar een kans. Je moet vier jaar wachten en dan moet alles precies goed vallen. In 2018 waren we heel dichtbij. We verloren de finale na shoot-outs van België. Maar in de tussentijd hebben we wel drie keer het EK gewonnen, dus van die silver boys is geen sprake meer.”

Tokio

“Mijn laatste toernooi. Toch heb ik daar tijdens het spelen nauwelijks aan gedacht. Ik was gewoon met die wedstrijden bezig, we wilden winnen. Ook in de kwartfinale tegen Australië – we verloren na shoot-outs – dacht ik er niet aan. Pas later besefte ik: dit was na twaalf jaar in het Nederlands elftal echt de laatste keer. Emotioneel? Pas toen ik weer wat meer rust had. Dan schiet er door je hoofd hoeveel je hebt meegemaakt met het team. Het is een groot deel van mijn leven geweest. Dat is nu voorbij.”

James en Julius

“Mijn twee zoontjes. Ook een reden om het professioneel hockey te stoppen. James is nu 3, Julius wordt in december 1 jaar. Ik wil er gewoon zijn tijdens die belangrijke jaren in hun ontwikkeling. Toen James afgelopen zomer jarig was, zat ik op een paar honderd meter afstand met het Nederlands elftal in het Hilton Hotel voor het EK. Maar omdat we met het team een bubbel vormden, kon ik niet naar hem toe. Dat vond ik toen wel moeilijk. Dat soort offers heb ik in de jaren hiervoor vaak gebracht, maar dat wil ik in de toekomst niet meer doen.”

Rode cadillacs

“De autodropjes, hè. Mirco Pruyser en ik moesten een tijd lang voor elke wedstrijd zo’n zakje rode cadillacs bij ons hebben. Een aantal jaar geleden stonden we vaak samen in de spits. Als we vooraf een paar van die snoepjes aten, scoorde een van ons tweeën eigenlijk altijd. Het was bijgeloof geworden. Zijn we pas van afgeraakt toen we een paar keer geen van beiden een doelpunt maakten.”

“Mirco en ik kennen elkaar al vanaf ons vijftiende, toen we samen in de jeugd van Amsterdam gingen spelen. We zijn goede vrienden geworden en zijn zeven jaar geleden het bedrijf BP College begonnen. We nemen natuurlijk onze topsportmentaliteit mee, willen allebei van niets iets maken en dat daarna steeds weer beter maken. We noemen ons bureau, byBP, niet voor niets een topsportmarketingbureau. Het is voor ons nooit genoeg, we zoeken altijd naar meer, naar beter.”

Broccoli

“Dat is een mooi verhaal. Het was mijn eerste WK. Met het Nederlands elftal gingen we in 2010 naar India. Je moest daar natuurlijk goed opletten niet ziek te worden door iets verkeerds te eten. Maar omdat het voedsel in het hotel misschien wel verantwoord, maar nou niet meteen geweldig was, besloten mijn kamergenoot Robert Kemperman en ik een hamburger te bestellen. Lekker, je kon erop wachten: we werden al snel flink ziek. Tja, en toen moesten we dat aan onze teamgenoten vertellen. Ons verhaal: ‘We weten echt niet hoe het kan. Het is waarschijnlijk de broccoli geweest.’ Dat hebben we nog vaak moeten horen: ‘Daar zijn de broccoli boys.’”

Max Caldas

“Mijn laatste coach bij het Nederlands elftal. Hij heeft veel tijd gestoken in de persoonlijke ontwikkeling van spelers, was altijd op zoek naar hoe hij iemand beter kon maken. Enorm toegewijd. Dat waardeerde ik. Of het goed is dat hij na de Spelen is gestopt? Iedere coach heeft een houdbaarheidsdatum. Ik denk dat hij na zeven jaar niets meer uit de onderlinge dynamiek kon halen, ja.”

Formatie

“Wat bedoel je? Of ik vind dat het lang duurt? Ik ben er niet zo mee bezig, eerlijk gezegd. Ik lees de koppen op Nu.nl, maar volg het verder op afstand. Het is heel makkelijk vanaf de zijkant te roepen dat die politici het niet goed doen. Ik kan me goed voorstellen dat zij hele lastige zaken op hun bord krijgen. Als je morgen een coronamaatregel opheft, hoe weet je dan zeker wat de effecten op de lange termijn zijn? Ik wens ze veel wijsheid toe. ”

Heren 9

“Daar speel ik nu. Met veel van mijn nieuwe teamgenoten heb ik vroeger in de jeugd gespeeld. Er zitten een paar vrienden van me bij. Afgelopen weekend was mijn eerste wedstrijd. Dat is wel even anders, ja. Maar je moet het ook niet willen vergelijken. Je krijgt jongens tegenover je die het geweldig vinden ineens tegen iemand van het Nederlands elftal te spelen en heel fanatiek zijn. Maar mijn doel is nu plezier maken in plaats van winnen. De uitslag? We stonden vlak voor tijd met 2-1 voor, maar het werd in de laatste minuut nog 2-2. Daar kan ik me aan de bar na afloop dan echt niet druk om maken.”

Alain Caron

“Ik heb gegeten in Café Caron in de Frans Halsstraat. Hij kookte daar toen niet zelf, volgens mij. Maar ik herinner me een mooie avond, zonder dat ik heb onthouden wat ik precies heb gegeten. Ik kan de Franse keuken wel waarderen, dus hoop dat ik in deze nieuwe fase ook meer tijd krijg voor dingen als uit eten gaan.”

Meer over