PlusNieuws

TNO-onderzoek toont aan: motoren maken het meeste lawaai

Auto’s en vooral motoren zorgen in Amsterdam regelmatig voor extreme geluidsoverlast. Met name Volkswagen Polo’s produceren bakken herrie, blijkt uit onderzoek door TNO. En maar liefst 5 procent van de motoren veroorzaakt veel lawaai.

Marc Kruyswijk
Over de Weesperstraat zijn veel klachten binnengekomen over geluidshinder. Beeld Jakob Van Vliet
Over de Weesperstraat zijn veel klachten binnengekomen over geluidshinder.Beeld Jakob Van Vliet

Uit onderzoek op drie locaties in Amsterdam komt naar voren dat uitschieters in geluid voor veel overlast kunnen zorgen. Bromfietsen vielen in het onderzoek opvallend genoeg vaak buiten de meetresultaten: hun herrie kon niet worden verwerkt, omdat ze illegaal op het fietspad reden in plaats van op de rijweg.

Het hardste geluid werd veroorzaakt door een Suzuki die met ‘slechts’ 37 kilometer per uur over de Europaboulevard reed. Een Ferrari bereikte op diezelfde straat een geluidsniveau van bijna honderd decibel. Dat is vergelijkbaar met het geluid van een straaljager die op driehonderd meter hoogte komt overvliegen. De auto reed op dat moment met een snelheid van zeventig kilometer per uur.

Vooral motoren

De drie locaties waarop op vijf achtereenvolgende dagen werd getest, waren behalve de Europaboulevard in Zuid, ook Tussen Meer in Nieuw-West en de Weesperstraat in Centrum. Er is voor deze locaties gekozen omdat er hier veel geklaagd werd over geluidshinder.

De onderzoekers zagen in Zuid en Centrum vooral lawaai afkomstig van motoren, in Nieuw-West werd de herrie meestal veroorzaakt door auto’s die met een knaluitlaat reden. Het meeste lawaai werd overdag gemeten, maar op alle locaties werd ook ’s nachts nog zeer regelmatig erg veel lawaai gemeten. De aanname is dat dergelijk geluid veel hinderlijker is.

Veel klachten

In Amsterdam wordt veel geklaagd over herrie veroorzaakt door vooral motoren. Dit blijkt uit de vele ingediende klachten en raadsadressen, maar ook uit de ingediende petities vanuit Centrum, de Europaboulevard en Nieuw-West/Osdorp.

In de laatste Amsterdamse Gezondheidsmonitor kwamen motorfietsen als grootste bron van ernstige geluidshinder naar voren. Uit dat onderzoek, dat elke vier jaar wordt uitgevoerd door de GGD, bleek dat 19 procent van de volwassen Amsterdammers ‘ernstige geluidshinder’ ervaart door motorfietsen. Hierna volgen de brom- en snorfietsen met 18 procent ernstige geluidshinder.

Weinig handhaving

Volgens verkeerswethouder Egbert de Vries zijn de mogelijkheden om op te treden tegen het geluid van motorfietsen erg beperkt. De handhaving is een bevoegdheid van de verkeerspolitie, die hiervoor slechts beperkte capaciteit heeft, schrijft hij aan de gemeenteraad. ‘De gemeente kan ook geen nadere eisen stellen aan voertuigen, dat is een bevoegdheid van het rijk. En in de vigerende wetgeving wordt ook geen rekening gehouden met dit soort ‘piekgeluiden’. Deze situatie speelt ook in andere gemeenten.’

Opvallend is dat het veelal relatief jonge voertuigen zijn die veel lawaai maken: de luide voertuigen komen vooral uit de bouwjaren tussen 2015 en 2021. Dat betekent volgens de onderzoekers dat deze voertuigen of van oorsprong al luid zijn of zijn aangepast zodat ze veel geluid produceren. Ook rijgedrag speelt een belangrijke rol. Bij motorfietsen is vaak sprake van optrekken met een hoog toerental en veel schakelen.

Geluidsflitspalen

Als oplossing stelt TNO aan de gemeente voor om te beginnen met het omlaag krijgen van de snelheid. Op de drie meetlocaties is bij luide voertuigen vaak sprake van hoge snelheid. Dit is aan te pakken met conventionele handhaving met behulp van bijvoorbeeld snelheidsflitspalen.

Ook wordt in het onderzoek gesproken over beboeting met behulp van automatische geluidsflitspalen. De Vries schrijft aan de gemeenteraad dat dergelijke geluidflitspalen op dit moment nog niet beschikbaar zijn. ‘De ontwikkeling daarvan zal nog wel de nodige tijd en inzet vragen. Er lopen enkele projecten in binnen- en buitenland.’

De Vries laat in een reactie weten: “Wij zouden graag willen handhaven. Het zou de leefbaarheid van de stad verbeteren als we kunnen handhaven op de excessen die ook uit dit onderzoek naar voren komen. De techniek maakt het mogelijk. Daarom wordt het rapport nu aangeboden aan de raad en de Tweede Kamer om het onderwerp op de agenda te krijgen. Wel hebben we de medewerking nodig van het OM. Zij moeten de middelen en capaciteit hebben.”

Meer over