PlusInterview

Technisch rechercheur John Pel schrijft memoires: ‘1500 lijken zien is voor niemand goed’

Hij schat dat hij in 35 jaar Amsterdamse politie bij zo’n 1500 doden op ‘plaatsen delict’ is geweest. John Pel (1956) professionaliseerde de technische recherche en leidde twee missies naar de onheilsplek van MH17. Hij zwaaide af met een posttraumatische stressstoornis, schrijft hij in zijn boek Sporen liegen niet.

Paul Vugts
Oud-rechercheur John Pel.  Beeld Privéarchief John Pel
Oud-rechercheur John Pel.Beeld Privéarchief John Pel

“Ik kan af en toe een eigenwijze lul wezen,” zegt John Pel. Dat zorgde voor een loopbaan vol conflicten binnen de Amsterdamse technische recherche, of ‘forensische opsporing’ zoals die tegenwoordig heet. Bovenal zorgde het voor tal van innovaties die de standaarden flink hebben verhoogd, daarover zijn sleutelfiguren van toen en nu binnen de Amsterdamse politie het eens.

Het begint al in 1993, als hij na zijn beginjaren als portier en arrestantenbewaarder (vanaf 1983) zijn eerste moordplek bezoekt. Tonnie van Maurik, sportschoolhouder op de Wallen, is in de Ford Escort van zijn vader neergeschoten bij het toenmalige Altea Hotel vlakbij de Utrechtsebrug.

Zijn ervaren collega’s staan nog te ouwehoeren als Pel, dan technisch rechercheur in opleiding, vaststelt dat de plaats delict wel heel krap is afgezet. Na drie uur binnen het lint wel hij wel wat verder kijken.

“Je moet natuurlijk oppassen niet als te bijdehand te worden gezien, maar ik was toch benieuwd of buiten het lint nog wat te vinden zou zijn. Voor zo’n liquidatie staan mensen op de uitkijk, kun je logische beredeneren, en de schutter heeft ergens onopvallend gewacht.”

Pel mag een donkere hoek bij de touringcars ‘uitrivieren’ (systematisch afzoeken) met zijn staaflantaarn en vindt een sigarettenpeuk. Droog, terwijl het de hele dag heeft geregend. “Er zit nog zo’n sliert as aan, dus deze moest vers zijn. Ik weet dat het een kwestie van tijd zal zijn voor we meer kunnen met dna, dus ik pak een speciale bruine envelop uit de bus waar dna goed in blijft en stel de peuk veilig.”

De bom onder de auto van Rob Scholte was het begin van een zaak die nog altijd niet is opgelost. Beeld Privéarchief John Pel
De bom onder de auto van Rob Scholte was het begin van een zaak die nog altijd niet is opgelost.Beeld Privéarchief John Pel

Het was misschien wel de eerste van wat sommige collega’s later schamperend een ‘OPA’ zullen noemen, een Overdreven Pel Actie, die wél resultaat heeft.

Medio 2017, ruim 24 jaar later, veroordeelt het gerechtshof in de grote Amsterdamse liquidatiezaak Passage een verdachte alsnog tot 13,5 jaar cel voor de moord op Van Maurik, met de peuk als basis onder het bewijs. Al die jaren later heeft Pel als leidinggevende een collega tegen de zin van de leiding maandenlang aan de zaak-Passage gekoppeld. “Dat kostte mij als vervelende klootzak weer eens een ambtelijke draai om mijn oren, maar we hebben het toch maar geflikt.”

25 hoofdstukken

Het is niet Pels vroegste anekdote. Op 4 oktober 1992 is in de Bijlmer een Boeing neergestort op twee flats. Zonder ervaring mag hij ‘als extra handjes’ met de chef mee naar ‘dat beklemmende, gapende gat tussen de flats, en die smeulende puinhopen’. Brokstukken weghalen, langzaam ‘uitpakken’ en eventuele sporen fotograferen en bergen. Sjouwen vooral. Hij begeleidt met collega’s een groot stuk beton dat door een kraan wordt opgetild. “Dan ontvouwt zich het bizarste tafereel dat ik ooit heb gezien. Een compleet gezin is volkomen overrompeld door de ramp in één keer geplet. Mijn maag draait zich om. En dat is dan mijn inwerkperiode.”

Als jongen uit de Kinkerbuurt kent Pel de jongens van de straat. Een halfbroer, met wie hij vanwege diens keuze voor het criminele milieu heeft gebroken, wordt geliquideerd. De broer van zijn schoonmoeder ook, waarschijnlijk omdat hij het niet pikt dat criminelen zijn huurauto’s niet terugbrengen. Zijn karatetrainer Alexander Marianovic, als kind zijn grote rolmodel, wordt geliquideerd omdat hij maffiabaas Klaas Bruinsma had opgelicht, voor wie hij als bodyguard en huurmoordenaar werkte. “Ik hoorde pas achteraf van die rol van mijn idool. Ik was geschokt.”

Waar technisch rechercheurs het vak normaal via inbraken leren, staat Pel in zijn eerste week bij een liquidatie in een hennepplantage. En zo kan hij nog wel even doorgaan. Zijn boek Sporen liegen niet telt nu 25 hoofdstukken, maar: “Dat hadden er ook 250 kunnen zijn.” Om niet in anekdotes te blijven hangen, heeft hij zijn hoofdstukken opgehangen aan noviteiten binnen de forensische recherche, ontwikkelingen waarin zijn rol alom wordt geroemd.

“Vroeger was de technische recherche ondersteunend. In de jaren negentig werden we nevengeschikt. Nu zijn we leidend. Als Boris Boef wordt aangehouden, zegt-ie: ‘Bel mijn advocaat maar, doe me een sigaret en een kop koffie en dan beroep ik me op mijn zwijgrecht’. Via technische sporen kun je een zaak wél oplossen.”

Tegenwoordig komt daar de schat aan informatie uit telefoons en bewegingen van auto’s bij via miljoenen ontsleutelde berichten, maar dat is van recenter jaren.

Sporen veiligstellen

Pel heeft een broertje dood aan ‘de SVC’s’, ofwel de Sporenvernietigingscommando’s. “Nieuwsgierige collega’s, commissarissen of brandweerlieden die over je pd (plaats delict, red.) banjeren en de sporen ruïneren. Natuurlijk gaat noodhulp voor, maar als iemand dood is, is-ie dood en moet je de moordplek bevriezen en óns aan de slag laten gaan. Ik ben nog berispt omdat ik de burgemeester van Diemen van mijn pd had gegooid.”

null Beeld Privéarchief John Pel
Beeld Privéarchief John Pel

Uiteindelijk stort Pel zich na veel jeremiëren met een groepje collega’s op ‘plaats delict management’. Waar reguliere agenten nauwelijks middelen hadden, zijn de surveillancewagens nu uitgerust met een set om sporen veilig te stellen. Beschermcups om over kogelhulzen te zetten, ‘schietmouwen’ om bij verdachten om de handen te doen om kruitsporen veilig te stellen, ‘swaps’ om sporen mee op te nemen, een ‘dna-vrij laken’ om over een slachtoffer te leggen en groen-witte linten die de ‘dna-zone’ markeren waaruit iedereen zonder rol weg moet blijven.

Zonder gedoe ging dat niet, want er was natuurlijk geen budget voor, vertelt Pel, maar de uitrusting is in Amsterdam wel de standaard geworden. “Helaas geldt dat niet voor de Nationale Politie, waar het lastig blijft alle eenheden met de neus dezelfde kant op te krijgen.”

Scans

In oktober 2003 slaat Pel opnieuw een nieuwe weg in. Crimineel Jules Jie, ook weer een jongen van de Kinkerbuurt, is met zijn vriendin op weg naar de sportschool als op de Keizer Karelweg in Amstelveen zijn Mercedes wordt doorzeefd. Ook zijn vriendin krijgt uiteindelijk het genadeschot.

Voor het eerst laat Pel, na bij de chef te bedelen om 1000 euro, een particulier bedrijf aanrukken om driedimensionale scans te laten maken van de ruim afgezette plaats delict – terwijl de slachtoffers nog in de auto liggen. Dergelijke scans worden gemeengoed. Pel: “De vragen komen soms drie of vier jaar na liquidaties. Dan hebben we nu nog die scans waarop alles minutieus is na te kijken.”

Een van Pels bijdragen aan de professionalisering: het groene afzetlint op de plaats delict.  Beeld Privéarchief John Pel
Een van Pels bijdragen aan de professionalisering: het groene afzetlint op de plaats delict.Beeld Privéarchief John Pel

Pel wordt gevraagd voor het nieuwe Landelijk Team Forensische Opsporing, dat bij grote calamiteiten te hulp wordt geroepen. In 2009 heeft hij het er druk mee, als een toestel van Turkish Airlines bij Schiphol crasht, Karst Tates op Koninginnedag in Apeldoorn in volle vaart inrijdt op het publiek en agenten in doodsnood op een dronken en doorgesnoven menigte schieten bij strandrellen bij Hoek van Holland.

Héél veel werk, naast zijn reguliere baan.

PTSS

Waar Pel lang denkt dat hij al die lijken wel aankan, begint hij in 2009 klachten te krijgen die hij aanvankelijk wijt aan een burn-out. “Een posttraumatische stressstoornis hebben alleen mensen bij defensie, is dan nog het idee. Maar 1500 lijken zien is gewoon voor niemand goed. En ik was zo’n idioot die altijd zijn telefoon aan had.”

Hij houdt zijn mond, uit angst ‘in no time chef lege dozen te zijn’. Hij zit lang in de ziektewet en neemt een tijdje een functie in de luwte, maar in 2011 is hij er weer bij als Tristan van der Vlis in een winkelcentrum in Alphen aan den Rijn een bloedbad heeft aangericht. In de zomer van 2014 stort de MH17 neer in Oekraïne. Tegen de zin van zijn vrouw en eigenlijk tegen beter weten in, gaat hij op twee indrukwekkende, maar slopende missies.

De burnsite in Hrabove, Oekraïne. Op de achtergrond is het Nederlandse team bezig met sporenonderzoek. Beeld Privéarchief John Pel
De burnsite in Hrabove, Oekraïne. Op de achtergrond is het Nederlandse team bezig met sporenonderzoek.Beeld Privéarchief John Pel

In 2016 wordt Pel in zijn tweede huis in Spanje duizelig. Hij heeft een lekkende hartklep en ondergaat een zeven uur durende operatie die zijn leven redt. Na een frustrerende nasleep binnen de politie, vertrekt hij daar in 2018 met stille trom.

Een therapeut raadt hem aan alles van zich af te schrijven. “Ik ben in een word-document begonnen, maar na veertig bladzijdes wist ik zelf bij god niet meer wat ik had geschreven. Er was geen touw aan vast te knopen. En het was allemaal in een stijl alsof ik een proces verbaal schreef. Mijn collega Bert Muns, die ik al dertig jaar kende, kan wél schrijven. Het was eerst totaal niet mijn bedoeling, maar hij zat bij een uitgever die het wel wilde uitgeven. Twintig maanden later lag Sporen liegen niet er en krijg ik rooie wangen van de complimenten.”

Sporen liegen niet
Uitgeverij Ambo/Anthos
20,99 euro

Meer over