null

PlusAchtergrond

Stress, files, volle agenda’s: het oude normaal is terug, maar de zin erin niet. ‘Het hoeft niet meer zo, van hot naar her’

Beeld Olf de Bruin

We mogen terug naar het oude normaal, maar toch blijven kantoortuinen, collegezalen en theaters opmerkelijk leeg. Is het gemakzucht, gewenning, of was die coronatijd met weinig prikkels achteraf best prettig?

Hans van der Beek

Half zeven de wekker, kwart voor zeven onder de douche, en dan moet de koffie al op zijn. En dan snel die file in, elke werkdag weer, alles om maar om half negen op kantoor te kunnen aanschuiven.

“Al die stress is in één klap terug,” zegt Eugénie (53), werkzaam in de cultureel-wetenschappelijke sector. “Ik vind dat heel erg. En ook onnodig. We hebben met zijn allen toch bewezen dat thuiswerken ook goed kan?”

Ten tijde van het oude normaal had ze al moeite met die eeuwige files naar Amsterdam, de stress en de verplichting om naar kantoor te komen. Dus toen corona toesloeg en de eerste lockdown werd ingevoerd, kwam haar dat helemaal niet slecht uit.

Eugénie: “Ik vond het nieuwe normaal helemaal prima. Toen we thuis moesten werken, heb ik dat ervaren als een zaligheid. In plaats van die dagelijkse ratrace, zat je ineens in je pyjama achter je computer. Zó fijn.”

Sinds alle coronaregels zijn losgelaten, wordt verwacht dat Eugénie, die niet met haar achternaam in de krant wil, weer fulltime naar kantoor komt. Daar geeft lang niet iedereen gehoor aan. Met een beetje onderling overleg mag ze een dag thuiswerken, maar dat betekent toch dat ze elke week nog altijd drie dagen in de file staat.

“Ik ben dat echt niet meer gewend. Ik ben er gewoon misselijk van. Je doet zo ontiegelijk lang over een klein stukje. Het ontneemt je de leukigheid van je werk. En menselijk contact is fijn, maar het hoeft niet elke dag.”

Mondjesmaat

De coronamaatregelen zijn verleden tijd, in elk geval voor nu. Het oude normaal is teruggekeerd, maar voorlopig is dat vooral te merken in de horeca, voetbalstadions en op Schiphol. Werknemers keren maar mondjesmaat terug naar kantoor, in het hoger onderwijs worden veel lessen nog online gegeven, en het aantal bezoekers van musea, concertzalen en theaters valt tegen.

We zijn het verleerd: na het werk naar huis, snel een hapje en dan nog de deur uit voor een voorstelling. Het lijkt ineens lastig, een gedoe. We gaan vast binnenkort weer eens een avondje naar het theater, nemen we ons voor, of de helft van de week naar kantoor, maar nu nog even niet.

We schuiven alles nog even voor ons uit, lijkt het wel.

Verstilling

De lockdowns haalden het tempo uit ons leven. Opeens konden we niet meer drie, vier avonden op pad, van borrel naar afspraak, van huisbezoek naar voorstelling. Het leidde tot een verstilling, en dat beviel eigenlijk uitstekend. Nu alles weer kan en mag, hoeft het niet meer zo nodig.

Het is het nieuwe, oude normaal.

Student Veere Snijders (23) ging vroeger van het ene feest naar het andere, en tussendoor naar de kroeg. Nu vindt ze één café op een avond al veel, ze gaat net zo lief naar haar bank thuis, of lekker vroeg naar bed. “Ik heb gemerkt dat het niet zo heel erg meer hoeft, ineens. Dat drukke leven van hot naar her was helemaal niet zo fulfilling als ik dacht.”

Veel van haar vrienden hebben hetzelfde. “Als zij overal naartoe zouden gaan, zou ik ook gaan. Maar zij zijn ook vaker thuis. Ik voel me wel een beetje schuldig. Ik deed vroeger zoveel en ik was overal bij. Nu ben ik nergens.”

Soort luiheid

Snijders haalde haar bachelor in covidtijd. Aanvankelijk vond ze die online colleges vreselijk, ze ging veel liever naar de universiteit. Studeren deed ze in de bibliotheek of in een koffietentje. Nu volgt ze een master en zit ze bij voorkeur thuis. Ze weet best dat er thuis ook afleiding is, maar toch is het fijner. Snijders: “Het is ook een soort luiheid. Ik ben gehecht geraakt aan mijn eigen huis.”

Het is nog altijd mogelijk online de lessen te volgen, en dan wordt dat vanzelf aantrekkelijk. Ook haar stage en werk doet ze vanuit huis. “Het is ver fietsen en de locatie is gehorig en best koud. Omdat het is toegestaan om vanuit huis te werken, doe ik het ook sneller. En als het lekker weer is, kan ik op mijn balkon werken, dat is ook fijn.”

Sociaal dilemma

Kortom, dat hele thuiswerken is velen bijzonder goed bevallen. In joggingbroek aan de keukentafel, de eigen koelkast en koffie bij de hand. Volgens Frenk van Harreveld, hoogleraar gedragsbeïnvloeding aan de UvA, staan we daarom voor een sociaal dilemma.

Op het moment dat veel collega’s thuiswerken, heb je niet het gevoel iets te missen. Maar zodra iedereen weer naar de zaak gaat, en jij werkt als enige een beetje hybride thuis, zal de drang om ook naar de zaak te gaan toenemen. Er is een zogeheten ‘kritische massa’ nodig om een kantelpunt in beweging te zetten, maar die is er niet zolang veel collega’s thuisblijven.

“We houden elkaar daarin gevangen,” zegt Van Harreveld. “We gaan pas weer met zijn allen naar het werk, als we zien dat iedereen dat doet. We zijn kuddedieren, en de kudde is nog niet in beweging.”

Gedragspatroon

Alles waar de mens aan moet wennen, is lastig, en kost tijd. Van Harreveld: “We hebben ons net aangeleerd om thuis te blijven, en nu moeten we dat weer afleren. Een gewoonte, een automatisme is altijd makkelijker. Een nieuw gedragspatroon kost moeite. Dat zit ons in de weg.”

Mensen zijn sociale dieren, we kunnen niet zonder interactie met elkaar. Toch zijn we gewend geraakt aan afstand, en moeten we weer wennen aan drukte.

Van Harreveld: “Ook al zijn veel mensen niet meer bang voor een besmetting, als mensen dichtbij komen, denken we toch: wat gebeurt er?”

Bob van Dam, gedragspsycholoog bij de Behavior Change Group, zegt het in andere woorden: “De mens heeft weerstand tegen verandering an sich.” Volgens hem was thuiswerken iets wat mensen sowieso wel wilden, en het nieuwe normaal past beter bij die behoefte. Dat theaters minder bezoekers trekken dan verwacht, noemt hij ‘een ander verhaal’.

Van Dam: “De mens is gericht op gewoontes, en als er één sector is geweest die echt niet meer in ons systeem zat, dan is dat kunst en theater. Wat mensen deden op vrijdagavond is echt veranderd. Misschien zitten de zalen over een paar maanden weer vol. We moeten er gewoon eerst weer aan wennen dat het een optie is.”

Volgens Van Dam veranderen basale behoeftes van de mens niet zo snel, we hebben alleen ervaren dat we ons leven anders kunnen inrichten, en dat dat ook bevredigend is. Met vrienden tennissen in plaats van de kroeg in. Lezen. Wandelen. Minder focus op werk, meer contact met buren. “Als samenleving zijn we wel herijkt.”

Hij hoopt dat ook werkgevers vasthouden aan het nieuwe normaal en ervoor zorgen dat ook in de toekomst meer mensen blijven thuiswerken. Van Dam: “Gooi het kind niet met het badwater weg.”

Kinderopvang

Daar is netwerkarchitect John Blake (45) het helemaal mee eens. In vroeger tijden zat hij elke werkdag in de metro, vanaf de Bijlmer helemaal naar Westpoort. Nu werkt hij drie dagen thuis en een op het lab in Westpoort.

Blake: “Tijdens de lockdown konden mijn vrouw en ik ons thuis focussen op ons werk en dat ging stiekem heel erg goed. We waren productiever dan voorheen en we konden meteen de buitenschoolse opvang voor onze twee kinderen stopzetten.”

Die kinderen zijn er inmiddels aan gewend dat papa en mama thuis aan het werk zijn, hun oudste wil niet eens meer naar de opvang. Blake: “De kinderopvang is voor veel gezinnen na de hypotheek de grootste uitgave. Van dat geld kunnen we heel veel andere dingen doen.”

Het is niet dat Blake het lastig zou vinden om terug te keren naar het oude normaal. Blake: “Het zou me geen enkele moeite kosten weer alle dagen te forenzen. Maar waarom zouden we dat willen? Waarom zouden werkgevers dat willen? De nieuwe situatie is objectief beter dan die van voor corona.”

Werknemer wil zelf meebepalen

Uit een enquête van vakbond FNV onder 5400 werknemers begin dit jaar blijkt dat negen van de tien werknemers zeggenschap wil hebben of ze ook na de coronapandemie thuis werken of op kantoor. Ruim 14 procent van de werknemers wil alleen nog maar thuiswerken, 5 procent werkt het liefst volledig op kantoor.

Theaters en concertzalen waren in april, vergeleken met 2019, nog met een derde leeg zo meldde EenVandaag. Dat lijkt nu langzaam aan te trekken.

Exacte cijfers over het onderwijs ontbreken – niet voor elke les is aanwezigheid verplicht – maar meerdere onderwijsinstellingen signaleren dat hun klassen zorgwekkend leeg zijn.