PlusNieuws

Straatnamencommissie ‘geliquideerd’, nieuwe adviesraad moet Amsterdamse straatnamen inclusiever maken

De nieuwe adviesraad heeft opdracht gekregen om ‘breder’ te adviseren over nieuwe straatnamen. Beeld Tammy van Nerum
De nieuwe adviesraad heeft opdracht gekregen om ‘breder’ te adviseren over nieuwe straatnamen.Beeld Tammy van Nerum

Na bijna negentig jaar is de Amsterdamse straatnamencommissie opgedoekt en vervangen door een adviesraad met meer oog voor inclusie en diversiteit.

Patrick Meershoek

Een straatnaam als beloning voor bewezen diensten zit er waarschijnlijk niet meer in voor de leden van de Amsterdamse straatnamencommissie, voluit de Commissie Naamgeving Openbare Ruimten (CNOR). De zeven leden zijn in de zomer door het college van hun taak ontheven. De commissie is opgedoekt en vervangen door een adviesraad met vier leden, die bij het aandragen van nieuwe straatnamen moeten letten op inclusie en diversiteit.

De nieuwe Adviesraad naamgeving openbare ruimten (Anor) wordt voorgezeten door theatermaker Charlotte Riem Vis. Het voormalig raadslid voor de PvdA wordt bijgestaan door adviseur inclusie en diversiteit Marysé Jansen de Lannoy, Annemarie de Wildt van het Amsterdam Museum, architect en urbanist Wouter Pocornie, die ook is verbonden aan de Black Archives, en Bert de Vries, directeur van het Stadsarchief, die ook deel uitmaakte van de oude Commissie. De adviesraad heeft de opdracht gekregen ‘breder’ te gaan adviseren over nieuwe straatnamen.

De straatnamencommissie lag al enige tijd onder vuur. In 2019 greep burgemeester Femke Halsema persoonlijk in toen de commissie had ingestemd met een voorstel van het projectbureau om een nieuwe wijk op IJburg te vernoemen naar de hoofdrolspelers van de Slag om de Zuiderzee. Het college kwam daarop met een alternatief thema: antikoloniale verzetshelden. In een vorig jaar verschenen rapport werden harde noten gekraakt over de eenzijdige samenstelling van de commissie.

De nieuwe adviesraad geeft het stadsbestuur meer greep op de vernoeming van straten, pleinen en bruggen. De leden worden voor een termijn van drie jaar benoemd. Voorheen had de politiek weinig tot geen bemoeienis met de samenstelling van de straatnamencommissie. Als een van de externe leden er geen zin meer in had, gingen de andere leden op zoek naar een geschikte vervanger met een gedegen kennis van Amsterdam en zijn geschiedenis.

‘Geliquideerd’

Socioloog Herman Vuijsje, een van de externe leden van de weggestuurde straatnamencommissie, hekelt de huidige gang van zaken, ook vanuit historisch perspectief. “De commissie is opgericht in 1934 en heeft dus bijna negentig jaar tot tevredenheid gefunctioneerd. En nu wordt de commissie in een vloek en een zucht geliquideerd, zonder enige inspraak. Het is voor de stad een groot verlies dat de straatnaamgeving nu langs deze weg wordt gepolitiseerd.”

Historicus Peter Jan Margry, die namens het Meertens Instituut zitting had in de commissie, heeft zich met name gestoord aan de manier waarop deze is opgeheven. “Dat was onaangenaam. Het begon ermee dat onderzoekers aanschoven bij vergaderingen om te kijken hoe we te werk gingen. Er is ook nooit om onze mening gevraagd. Van het ene op het andere moment kregen we te horen dat de commissie moest plaatsmaken voor een nieuwe adviesraad.”

Margry benadrukt dat er de afgelopen jaren een verkeerd beeld van de straatnamencommissie is ontstaan. “Het beeld van oude, witte mannen die samen wat leuke straatnamen zitten te verzinnen. Het is goed om nog eens te benadrukken dat de commissie geen namen aandroeg, maar een advies gaf over voorstellen die via of van de gemeente kwamen. Het was aan de commissie om historisch onderzoek te doen en te kijken of een suggestie paste en klopte in het geheel van de stad. Dat hebben we met veel inzet gedaan.”

Juist om de blik van de commissie te verbreden, waren twee jaar geleden twee nieuwe leden aangesloten: voormalig directeur van het Bijlmer Parktheater Ernestine Comvalius en historicus en migratiedeskundige Nadia Bouras. De laatste voelde zich aanvankelijk ook overvallen door het besluit. “Ik begrijp goed dat de CNOR nu knorrig is. Het was ook mogelijk geweest om de gewenste verandering geleidelijk door te voeren. Ik ben inmiddels wel wat gerustgesteld door de namen van de nieuwe adviseurs. Dat lijken mij deskundige mensen.”

Meer over