PlusAchtergrond

Steenrijke Amsterdamse families pendelden tussen stad en duinen

De steenrijke, met elkaar verweven families Borski en Van der Vliet pendelden tussen hun Amsterdamse grachtenpaleizen en landgoederen in de duinen heen en weer. Jan Kees Kokke schreef een kloeke familiebiografie, vol opmerkelijke persoonlijkheden.

Peter De Brock
Het royale landhuis op buitenplaats Elswout in Overveen. De bouw, in opdracht van William Borski (1834-1884), werd pas een ruime eeuw na diens overlijden voltooid. Beeld Guido Benschop
Het royale landhuis op buitenplaats Elswout in Overveen. De bouw, in opdracht van William Borski (1834-1884), werd pas een ruime eeuw na diens overlijden voltooid.Beeld Guido Benschop

Amsterdammers die op een zomerse dag koers zetten naar Zandvoort, zullen niet beseffen dat de laatste kilometers door de duinen voeren over jachtgronden met een rijke Amsterdamse historie. Zo loopt de in 1881 aangelegde spoorbaan tussen Haarlem en Zandvoort dwars door de voormalige landgoederen van de Amsterdamse families Borski en Van der Vliet. Ook de 101 jaar geleden geopende Zeeweg, de eerste vierbaansautoweg in Europa, slingert sierlijk dwars door de voormalige duinlanderijen van deze Amsterdamse grootgrondbezitters.

De aan elkaar verwante families Borski en Van der Vliet pendelden tussen hun Amsterdamse kapitale grachtenpaleizen en de uitgestrekte landgoederen in Bloemendaal en Overveen. De twee sterk aan elkaar verwante families zaten in talrijke besturen, commissariaten en deelnemingen in bedrijven. De Borski’s waren rijk geworden met de handel in waardepapieren, valuta en grondbezit. De familie Van der Vliet, in bezit van een uit 1751 daterende ijzerhandel, wist in de negentiende eeuw een enorm familiekapitaal te vergaren met dank aan de industriële revolutie.

Journalist en uitgever Jan Kees Kokke groeide op in villadorp Aerdenhout, begin 20ste eeuw gebouwd op de verkavelde buitenplaats Oosterduin. Als klein jongetje viste hij in de vijver van landgoed Elswout, waar zijn moeder bij de modelboerderij verse melk haalde. Vrijwel dagelijks fietst hij langs de landgoederen die ooit toebehoorden aan de families Borski en de Van der Vliet, ‘met overal langs de route hun voormalige landhuizen, fraaie toegangshekken, koetshuizen, stalgebouwen en rietgedekte huisjes van hun tuinlieden en jachtopzichters.’

Nu is er een rijk geïllustreerde biografie over de twee kosmopolitische en reislustige families, die verslingerd waren aan het leven op hun landgoederen.

Bekendste telg

Zonder twijfel is Johanna Borski-van de Velde (1764-1846) de bekendste telg uit deze puissant rijke Amsterdamse familie. Niet in de laatste plaats door een bekend portret, dat de vrouw met als bijnaam ‘de gewiekste weduwe’ op haar tachtigste verjaardag geschonken kreeg van zakenrelaties (zie kader). Na de dood van haar man in 1814 zette ze met succes de familiezaak voort in de door mannen gedomineerde geldhandel. Ze speelde een beslissende rol bij de oprichting van De Nederlandsche Bank, ondersteunde de Nederlandsche Handel-Maatschappij in slechte tijden en behoorde tot de eerste investeerders van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij.

Door haar zakelijke successen wist de weduwe Borski het familiebezit uit te breiden met het landgoed Duinlust, de overplaats Overbeek en de hofstedes Vaart en Duin en Duinzigt. Ook de huwelijken van zeven van haar kinderen droegen bij aan uitbreiding van invloed, macht en aanzien. Ze sloten vrijwel allemaal een huwelijk met een partner uit andere vermogende Amsterdamse families. Oudste dochter Bartha Borski trouwde met Jan van der Vliet, waarmee de band tussen de twee families werd geslagen.

Vers drinkwater

Het boek biedt een rijke verzameling van opmerkelijke telgen uit beide families. Neem Willem van der Vliet (1820-1902), die volgens Kokke als buitenbeentje niet warm liep voor de ijzerhandel en als ‘eerste der Van der Vlieten en Borski’s’ het gymnasium en een academische studie afrondde. Hij bezorgde de Amsterdammers vers drinkwater met de oprichting van de NV Amsterdamsche Duinwater-Maatschappij en was betrokken bij de oprichting van sociëteit Onder Ons, nog steeds gehuisvest in een onopvallend pand aan de Kalverstraat 27-29.

Bovendien was hij initiatiefnemer van de Nederlandse deelname aan de Wereldtentoonstelling van Parijs in 1889, waar na de opbouw van de paviljoens door 120 Amsterdamse werklieden onder meer Bols, Heineken, Van Houten Cacao en Amsterdamse diamantairs hun producten exposeerden. In Parijs ontdekte hij samen met bierbrouwer Gerard Heineken de geneugten des levens. Eenmaal terug in Amsterdam richtten ze NV Maatschappij tot Exploitatie van Restaurant Riche op, om de Franse keuken te introduceren.

Landhuis van buitenlandse allure

William Borski Junior (1834-1884) had minder geluk in zaken en de liefde. Hij verpandde zijn hart aan het 17de-eeuwse landgoed Elswout, zijn echtgenote Jacqueline het hare aan haar jongere minnaar. Hun huwelijk bleef kinderloos. William gaf opdracht tot de bouw van een majestueus nieuw landhuis van buitenlandse allure met het modernste comfort, een modelboerderij en een orangerie. Een droom die hij financierde met de verkoop van Keizersgracht 566, dat in familiebezit was sinds 1809. Tijdens de bouw en aanleg van het landschapspark holde zijn gezondheid achteruit. Hij overleed in de zomer van 1884 eenzaam in een hotel in Cannes, waar hij juist hoopte aan te sterken.

Na het overlijden van de laatste der Borski’s werden de werkzaamheden bij Elswout stilgelegd. Op de ruiten werden gordijnen geschilderd, om de indruk te wekken dat het landhuis was bewoond. In de Tweede Wereldoorlog werd Elswout gevorderd door de Duitsers, die er een telefooncentrale vestigden. Na de bevrijding bood het onderdak aan het Jac. P. Thijsse Lyceum en een tuinbouwschool. In 1990 zette landgoedeigenaar Staatsbosbeheer het vervallen landhuis voor 1 gulden te koop, met de eis dat het huis in originele staat zou worden voltooid, zoals bedoeld in 1882. Na een jarenlange selectieprocedure viel de keuze op projectontwikkelaar Luigi Prins, directeur-eigenaar van de Cobraspen Groep, die de oorspronkelijke bouwtekeningen uit 1882 had teruggevonden.

Jan Kees Kokke: De Borski’s. Uitgeverij Belle Epoque, €34,50.

De verdwenen familieportretten

Op de begrafenis van Johanna Borski-van de Velde werden op haar uitdrukkelijke verzoek ook de familieportretten van haar ouders en haar eigen door kunstschilderJan Willem Pieneman geschilderde portret begraven. Van het schilderij van Pieneman, op haar 80ste verjaardag gekregen van zakenvrienden, was stiekem een kopie gemaakt. Nazaten stonden het in bruikleen af aan De Nederlandsche Bank. Later verhuisde het naar Museum Van Loon aan de Keizersgracht, nadat Nout Wellink, president van De Nederlandsche Bank, een kopie van de kopie had laten maken. Dat heeft ondanks de matige kwaliteit geruime tijd in de kleine directiezaal aan het Frederiksplein gehangen.

Johanna Borski-van de Velde (1764-1846), ook wel ‘de gewiekste weduwe’. Beeld Nicolaas Pieneman
Johanna Borski-van de Velde (1764-1846), ook wel ‘de gewiekste weduwe’.Beeld Nicolaas Pieneman
Meer over