PlusExclusief

Sofia en Najoua: ‘Illegaal en vreemdeling, die woorden doen ons zo geen recht’

Sofia (links) en Najoua Sabbar Beeld Hilde Harshagen
Sofia (links) en Najoua SabbarBeeld Hilde Harshagen

De zussen Sofia (25) en Najoua (22) Sabbar werden met uitzetting bedreigd, maar na publiciteit én steun van burgemeester Halsema, kregen ze een verblijfsvergunning. Nu hebben ze eindelijk dezelfde problemen als leeftijdsgenoten. ‘Ik durfde voor het eerst te zeggen: ‘Die soep is niet lekker’.’

Hans van der Beek

Een paar minuten voor het interview zijn de cijfers van de laatste tentamenweek binnengekomen. Spannend was dat niet, wel heel bijzonder. Sofia: “Onze cijfers zijn nu onze grootste zorgen.”

Sofia had trouwens een 9 en een 10, Najoua een 8 en een 7. Sofia, bescheiden als altijd: “Ik vind het nu nog te leuk. Misschien komen later de zesjes.”

Sofia studeert sinds afgelopen zomer pedagogiek aan de Hogeschool, Najoua rechten aan de VU. Najoua: “Ik vind het zó leuk dat ik nu met medestudenten ben, met leeftijdsgenoten. Dan zit ik een groepje met dertig mensen, en kijk om me heen, en dan denk ik: ik heb nu dezelfde problemen als jullie. Daar snakte ik echt naar.”

Sofia (25) en Najoua (22) Sabbar waren altijd al model-Amsterdammers, maar wel illegaal in Nederland. Begin dit jaar moesten ze van de IND Nederland verlaten, na bijna twintig jaar. Ze zochten de publiciteit, konden rekenen op de steun van burgemeester Femke Halsema en zagen in een paar maanden hun lot volledig keren.

Nog een voorbeeld. Laatst hadden beide zussen corona. Wat een triomf was dat. Sofia: “Dat we überhaupt online een afspraak kúnnen maken en ons kúnnen laten testen. En dan een bericht ontvangen in onze DigiD van de GGD: u bent positief getest. Om later een herstelbewijs op te halen in de app. Dat zijn allemaal dingen die niet-gedocumenteerden niet hebben.”

Najoua: “Ik had voor het eerst het gevoel dat we ziek mochten zijn. We hebben allebei onze zorgverzekering betaald, dus het maakt niet uit: er is iemand die voor je zorgt. Al die basismensenrechten, die hebben wij nu ook.”

Klagen

Eindelijk konden ze klagen over thuisquarantaine, zoals iedereen, zoals het hoort. Lekker klagen. Sofia: “Dat is een privilege. Ik denk dat je dat niet doorhebt als je nooit illegaal bent geweest. Ik wil ook zo relaxt door het leven gaan. Ik wil ook over kleine dingen kunnen klagen.”

Na bijna twintig jaar in de illegaliteit (zie kader), kregen Sofia en Najoua Sabbar afgelopen april een verblijfsvergunning. Eindelijk kwam een einde aan een leven van onzekerheid.

Een eigen woning hebben ze niet, ze logeren bij een vriendin, niet ver van hun scholen. Voor een urgentieverklaring komen ze niet aanmerking, want dan moet je vier jaar in Amsterdam hebben gewoond en ja, daar gaan we weer, op papier hebben ze pas sinds dit kalenderjaar een verblijfsvergunning. Dat is een zorg voor later, nu draait alles om hun studies.

Ze zijn relaxter, merken ze, minder gespannen.

Sofia: “We maken ook wel grappen dat we langer zijn geworden. Echt, we zijn een paar centimeter gegroeid. Je merkt het in de manier waarop je staat en loopt. Zelfverzekerder, zo loop je over straat. Fijn, je mag er opeens zijn. Dan ga je ook zo lopen.”

Najoua loopt zo elke ochtend over de Zuidas naar de universiteit, tussen de mannen in pakken en studenten met rugzakken. “Als je daar dan naast loopt, daar krijg je echt energie van. Eindelijk ben ik daar ook onderdeel van. Nu nog met een rugzak, maar over vijf jaar ook in een pak.”

Sofia: “We wonen in zo’n kansrijk land. Zolang je maar droomt en hard werkt, kom je overal waar je wilt zijn. Voor het eerst hebben we het besef: er is geen limiet, ook voor ons niet meer.”

Sofia (rechts) en Najoua Sabbar Beeld Hilde Harshagen
Sofia (rechts) en Najoua SabbarBeeld Hilde Harshagen

Kwetsbaar

Vooraf hadden ze ontzettend op gezien tegen het interview met Het Parool . Sofia: “We waren doodsbang. Sommige vriendinnen van ons wisten helemaal niet van onze situatie. Het is heel zwaar om zo’n kwetsbaar deel van jezelf te moeten delen. Maar toen al die reacties kwamen, zeiden we: zie je, we zijn niet gek.”

Najoua: “Onze motivatie om ons verhaal te delen was ook omdat we een ander beeld wilden geven aan de woorden illegaal en vreemdeling. Die woorden doen ons zo geen recht.”

Sofia: “We zijn je buurmeisje, we zitten naast je in de tram, we staan ook in de Albert Heijn in de rij.”

Najoua: “We hebben dezelfde dromen, dezelfde passies. Zo vreemd zijn we eigenlijk helemaal niet.”

De toespraak die ze hielden in de gemeenteraad, dat was veruit het spannendste van afgelopen jaar. Sofia: “Ik vond het doodeng. Het zijn toch mensen waar je tegen opkijkt. En zij kunnen misschien wel het verschil maken in onze procedure. Vooral de burgemeester. Voor ons is zij onze Amsterdamse moeder. Alle emoties van die twintig jaar kwamen ineens naar boven. Ik kwam niet meer uit mijn woorden en ik werd emotioneel, het liefst wilde ik ze smeken.”

Tante Femke

Tijdens die raadsvergadering zei Halsema: “Deze twee Amsterdammers horen bij onze stad en ze zijn een voorbeeld.”

Sofia: “Dat was echt een soort pleister op die twintig jaar. Als die woorden uit de mond van de burgemeester komen, voelt het alsof heel Amsterdam dat zegt. We noemen haar inmiddels ook tante Femke.”

Najoua: “Alleen onderling, hè. Niet tegen haar.”

Na alle publiciteit en optredens op televisie, spraken mensen hen opeens op straat aan.

Najoua: “Dat opeens een vrouw voor je staat, met tranen in de ogen, en vertelt: ‘Ik heb jullie verhaal gelezen, en ik kan me niet voorstellen dat dat hier nu gebeurt.’ Dan praten ze niet met mij, Najoua, 22 jaar, maar dan praten ze met de 8-jarige Najoua die angstig is van het illegaal-zijn, of het tienermeisje Najoua dat nog zoekend is naar haar identiteit en daarbovenop ook nog eens illegaal. Je bent al die jaren niet gezien, maar nu opeens wel. En dan schaam je je daar niet meer voor.”

Sofia ging onlangs naar een avondcursus in Nieuw-West. Moeders uit de buurt hadden soep gemaakt. En die soep was niet lekker. Sofia: “Dat zei ik normaal nooit. En ik betrapte me erop dat ik dat tegen een meisje zei: ‘Die soep is écht niet te eten.’ Fluisterend, maar ik zei het wel.”

Het was een overwinning.

Sofia: “Al die jaren heb ik me letterlijk illegaal gedragen. Ik heb nooit mijn eigen stem ontdekt, durven aangeven wat ik wel wil en wat niet. Want als je jarenlang hoort dat je hier niet mag zijn, ben je een soort van tevreden met alles wat je krijgt. Maar tegenwoordig hoeft dat niet meer. Ik heb die soep niet opgegeten.”

Toch een verblijfsvergunning

Sofia en Najoua Sabbar wonen sinds 2003 in Nederland, nadat hun moeder enkele jaren daarvoor met hen uit Marokko was gevlucht. Hun moeder vroeg geen verblijfsvergunning aan en koos voor een leven in de illegaliteit. In Amsterdam verhuisden de zussen 25 keer. Ze woonden ongeveer tien jaar in een kelderbox bij de A10. Desondanks haalden ze wel hun havo- en vwo-diploma’s op het Comenius Lyceum.

In de zomer van 2019, toen beide zussen wilden gaan studeren, vroegen ze een verblijfsvergunning aan. Die werd door de IND tot twee keer toe afgewezen. Sofia en Najoua dienden Nederland binnen vier weken te verlaten en terug te keren naar Marokko, een land waar ze sinds hun prilste jeugd niet meer zijn geweest en waarvan ze de taal nauwelijks spraken.

De zussen stapten naar de rechter en die verklaarde in januari het afwijzen van een verblijfsvergunning door de IND ongegrond. De IND ging daartegen in beroep, waarna de zussen de publiciteit zochten. Ze mochten de gemeenteraad toespreken en er werden Kamervragen gesteld. Afgelopen april besloot de IND het hoger beroep in te trekken.

Meer over