PlusTen slotte

Siggy van ’t Land (1957-2021) hóórde bij Betondorp

Siggy van ’t Land overleed maandag op 64-jarige leeftijd. De voormalig dakloze vond rust in de Veeteeltstraat. Een ‘veelzijdige vriend en eeuwige optimist’.

Patrick Meershoek
Siggy van ’t Land met zijn hondjes Wijffie en Proppie. Beeld Fotoarchief Betondorp Live! 2021
Siggy van ’t Land met zijn hondjes Wijffie en Proppie.Beeld Fotoarchief Betondorp Live! 2021

Er liggen bossen bloemen voor de deur, en een paar lieve afscheidsbriefjes. De afgelopen maandag op 64-jarige leeftijd overleden Siggy van ’t Land was bij leven een markante man met een behoorlijk lange bijsluiter, maar de buurt was in de loop van de jaren langzaam maar zeker op hem gesteld geraakt. Op zijn vrolijkheid, op zijn optimisme, zelfs op zijn onbedwingbare neiging om zich vanaf zijn bankje in de voortuin met alles en iedereen te bemoeien.

Van ’t Land was aanwezig en betrokken, vertelt overbuurman Simon Dikker Hupkes die vijf jaar geleden in Betondorp kwam wonen. “Siggy was de eerste die kwam aanbellen om ons welkom te heten. Daarna kwam hij vaker aan de deur. Soms voor een praatje, soms om te vragen of we misschien een tientje voor hem hadden. Hij was een kleurrijke figuur die ook weleens iemand op de zenuwen kon werken, maar hij hóórde bij de buurt.”

In de Veeteeltstraat had Van ’t Land een huis en een haven gevonden na een groot deel van zijn turbulente leven op straat te hebben doorgebracht. Dat leven leek te zijn geschreven als een smartlap: geboren als ongewenst kind van een prostituee, een jeugd doorgebracht in tehuizen en in het gezelschap van de verkeerde vrienden gekozen voor het verkeerde pad. Hij bracht jaren door in de cel, als vrij man was hij een grootverbruiker van drank en drugs.

Smileys

In 2016 blikte Van ’t Land in een interview met de Amsterdamse straatkrant Z! terug op zijn wilde jaren. Over de moeizame relatie met zijn harteloze moeder die hij pas na haar overlijden kon vergeven. (“Toen kwam er zo’n rust over me heen, dat wil je niet weten. Echt, wasverzachter is er niks bij”) en over zijn verblijf met acht andere gevangenen in een Surinaamse cel (“Het eten was zo slecht dat die gasten allemaal naar de deur vluchtten als ik een boer liet”).

Een gevangenisstraf in Zwitserland leerde Van ’t Land dat hij een punt moest zetten achter zijn criminele carrière: lichaam en geest konden het niet meer aan. Terug in Amsterdam trad hij toe tot de gelederen van de daklozen. Halverwege de jaren negentig was hij een van de eerste verkopers van de Amsterdamse daklozenkrant. Toen ook het leven op straat te zwaar werd, meldde hij zich bij het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis waar hij in twee weken tijd afkickte van de heroïne.

De beloning was een woning, en met zijn twee honden Wijffie en Proppie nam Van ’t Land in 2008 zijn intrek in de Veeteeltstraat. Het was een gok die voor beide partijen goed uitpakte. Van ’t Land ontpopte zich tot klusjesman die een tuin onder handen nam, hielp met een verbouwing en een beetje handelde in spullen waar niemand echt op zat te wachten. Zijn gebruik beperkte zich tot een dagelijks wietje. Zonder kon hij niet, daarvoor had hij te veel meegemaakt.

De buurt kende zijn verhaal en had bewondering voor zijn veerkracht en goede humeur. Op Facebook wenste Van ’t Land zijn vrienden uit de buurt elke ochtend een fijne dag, ondertekend met: jullie veelzijdige vriend en eeuwige optimist. Alles getikt in kapitalen, aangevuld met smileys. Op het raam van zijn woning plakte hij een poster met een levensles: ‘Je kunt niet veranderen wat al heeft plaatsgevonden. Verspil er geen tijd meer aan. Accepteer en ga verder.’

Meer over