PlusAnalyse

Schuldbewust of schouderophalend: heeft een bezoek aan het Namenmonument na maken antisemitische schildering zin?

Twee mannen die voetballer Steven Berghuis afbeeldden in een concentratiekamppak met een Jodenster, moeten van de politierechter verplicht een bezoek brengen aan het Nationaal Holocaust Namenmonument, en daar een verslag van maken. Een opvallende maatregel, maar sorteert het ook effect?

Roelf Jan Duin
De twee mannen die een  antisemitische tekening maakten van voetballer Steven Berghuis moeten op last van de rechter een bezoek brengen aan het Namenmonument in Amsterdam. Beeld Marc Driessen
De twee mannen die een antisemitische tekening maakten van voetballer Steven Berghuis moeten op last van de rechter een bezoek brengen aan het Namenmonument in Amsterdam.Beeld Marc Driessen

De politierechter liet er geen twijfel over bestaan: ‘De verdachte heeft meegewerkt aan een buitengewoon schokkende, antisemitische muurschildering. Hij heeft (...) op geen enkele wijze ervan blijk gegeven, dat hij het beledigende karakter ervan heeft ingezien.’

En dus verbond hij een bijzondere voorwaarde aan de voorwaardelijke taakstraf van 60 uur die de twee mannen kregen die in juli Steven Berghuis levensgroot hadden afgebeeld met een keppeltje op, gekleed in een concentratiekamppak met een Jodenster op zijn borst: ze moeten naar het Namenmonument in Amsterdam, en daar een verslag van maken.

Opvallend genoeg hadden de twee ‘supporters’ van Feyenoord daar al enigszins op gepreludeerd, zo bleek uit het appverkeer dat zij hadden nadat het Centrum Informatie en Documentatie Israël (Cidi) aangifte had gedaan. De verdachte: ‘Als we ons aangeven krijgen we gratis trippie auswitch las ik van cidi (sic).’ De medeverdachte: ‘Lekker de tyfus kunnen ze allemaal krijgen...’

Creatief vonnis

Een gratis tripje naar Polen zit er niet in, wel moeten ze op last van de rechter, naar de Weesperstraat in Amsterdam, samen met een medewerker van het Cidi of de Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam. Henny Sackers, hoogleraar Strafrecht en Criminologie aan de Radboud Universiteit, noemt het een ‘creatief vonnis’.

“Het is geen taakstraf of leerstraf, maar een bijzondere voorwaarde, dat zie je niet zo vaak bij volwassenen. In het jeugdstrafrecht gebeurt het iets vaker, maar de uitvoering kost best veel tijd en moeite. In België is het eens voorgekomen dat een man verplicht een boek moest lezen waarin een vader beschrijft wat hij doormaakte nadat zijn dochter was doodgereden door iemand die dronken achter het stuur zat.”

Ook Cidi-voorzitter Hanna Luden, is positief gestemd over de uitspraak. “Het is goed dat de rechter heeft bepaald dat hier sprake is van antisemitisme en de twee heeft veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf. Uiteraard willen wij meewerken aan het bezoek aan het Namenmonument, maar de rechter heeft ook nadrukkelijk gezegd dat zij het initiatief moeten nemen. Dus zij moeten ons benaderen, niet andersom. Doen ze dat niet binnen een jaar dan krijgen ze alsnog die taakstraf.”

Duwtje in de goede richting

In de rechtszaal bepleitten de verdachten dat hun schildering niet beledigend bedoeld was, en dat ze slechts hun ‘teleurstelling’ over de transfer van Berghuis van Feyenoord naar Ajax uit wilden drukken. Bovendien is ‘Joden’ een geuzennaam van Ajax-supporters, zeiden de twee, vandaar dat ze erbij schreven: ‘Joden lopen altijd weg’. Volgens Cidi-voorzitter Luden wordt het hoog tijd dat Ajacieden stoppen met zichzelf als ‘superjoden’ te bestempelen, omdat dat dit soort uitingen in de hand werkt. “Dat zeggen we al heel lang, maar er verandert niks.”

Strafadvocaat Anis Boumanjal, strafrechtadvocaat (niet betrokken bij deze zaak) vindt het ook een goed vonnis: “Dit zouden rechters vaker moeten doen. Dat keihard straffen niet, en soms zelfs averechts werkt zeg ik al veel langer, het is goed dat deze rechter het aandurfde om outside the box te denken.”

Boumanjal: “Ik sta vaak jonge verdachten bij die totaal niet overzien wat ze gedaan hebben, en waarbij de kloof met de maatschappij zo groot is. Zoals die jongens die een homostel mishandelden in Amsterdam-Oost, die hadden nauwelijks door waarom dat zo’n impact had op de slachtoffers. Daar is, binnen het strafrecht, nog zoveel te winnen. Als daders in gesprek gaan met de slachtoffers bereik je meer dan met enkel en alleen een straf.”

Volgens Boumanjal is het belangrijk dat rechters maatwerk leveren. “Een bezoek aan het Namenmonument zal vast niet voor iedere verdachte een passende maatregel zijn, maar voor sommigen kan het net dat duwtje in de goede richting zijn.”

Opstel

Toch is niet iedereen positief. Ronnie Naftaniel, oud-voorzitter van het Centraal Joods overleg, spreekt van een ‘kinderachtige straf’. “Die schildering van 4 bij 4 meter toonde Berghuis in een concentratiekamppak. Dat betekent dat deze mannen heel goed wisten wat er in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd, daarvoor hoef je ze echt niet naar het Namenmoment te sturen.”

Naftaniel: “Ze hebben zich schuldig gemaakt aan groepsbelediging, dat is een serieus misdrijf waar een serieuze straf bij hoort. Geen dagje naar Amsterdam waar ze dan een opstel over moeten schrijven.”

Welk effect het bezoek sorteert bij de twee daders valt nog te bezien. Zullen ze schuldbewust terugkijken op hun actie, of zullen ze schouderophalend terugreizen naar Rotterdam?

Hoogleraar Sackers: “Je hoopt dat ze er wat van leren, maar dat weet je niet van tevoren. Vanuit het jeugdstrafrecht weten we dat leerstraffen, waarbij getracht wordt om het gedrag van jongeren te beïnvloeden, de kans op recidive verminderen. Alles wat er toe kan bijdragen dat dit soort nare dingen niet meer gebeurt juich ik toe.”