null

PlusAchtergrond

Scheidend Osvo-voorzitter Rob Oudkerk: ‘Het hele onderwijssysteem moet op de schop’

Beeld Marc Driessen

Rob Oudkerk stopt na zes jaar als voorzitter van de Osvo, de koepel van Amsterdamse schoolbesturen. Hij gelooft niet meer in organisaties en instituties. ‘Ik dacht gewoon: dat regel ik wel even.’

Raounak Khaddari

Als Osvo-voorzitter was Rob Oudkerk (67) het gezicht van de Centrale Loting en Matching, de manier waarop leerlingen in groep 8 op een Amsterdamse middelbare school worden geplaatst. Al sinds de invoering ervan is dat systeem onderwerp van kritiek. Het heeft de oud-PvdA-politicus en wethouder in Amsterdam niet onberoerd gelaten.

Sinds het systeem in 2016 werd veranderd – en er niet meer decentraal wordt geloot, maar alle leerlingen één lotnummer krijgen – worden almaar minder achtstegroepers op de middelbare school van hun eerste keuze geplaatst.

In Amsterdam is een strijd om de populairste scholen gaande. Het Fons Vitae, het Metis en het Barlaeus Gymnasium behoren tot de top drie. Bij herhaling zijn ouders naar de rechter gestapt om voor een kind een plek af te dwingen op de school van hun keuze en stond de Osvo tegenover ouders in de rechtszaal.

In 2002 kwam Oudkerk in opspraak om zijn opmerking dat problemen in Amsterdam te wijten zijn aan ‘kutmarokkanen’. “Ik word nog vaak herinnerd aan die uitspraak als ik zeg dat het Calandlyceum niet slechter is dan het Barlaeus Gymnasium,” zegt Oudkerk. “Feitelijk gezien is dat ook niet zo. Het Caland is een fantastische school, maar wel een met minder witte kinderen. En anderzijds: wie naar het Barlaeus gaat, heeft qua dealers eromheen vier keer meer kans om aan de coke te geraken. Maar dat lees je nergens.”

Oudkerk deed nog een gooi naar het burgemeesterschap en schreef in zijn sollicitatiebrief dat het zijn roeping is om zijn geboortestad te dienen. Inmiddels voelt die roeping als een plicht. “Een plicht die ik beter had kunnen vervullen.”

Stopt u daarom als voorzitter?

“Nee, mijn vrouw zei ook dat het tijd was om te stoppen en dat zegt ze niet zomaar. Ik denk dat het goed is dat ik stop, want ik geloof niet in instituties, koepelverenigingen en organisaties in het algemeen. Het zuigt de energie en passie uit mensen, het beperkt mensen. Ik kan dat zeggen na op universiteiten, hogescholen, in ziekenhuizen, bij radio en tv, in het onderwijs en in de politiek te hebben gewerkt. Als je mensen inkadert in institutionele belangen, worden het soms vlakke en vaak bange lieden, inwisselbaar en ver weg van hun sprankelende authenticiteit. Daar ben ik ook ten prooi aan gevallen.”

Dat is makkelijk gezegd, nu u stopt als voorzitter van een koepelvereniging. Vindt u dat u heeft gefaald?

“Ik vind dat ik het als voorzitter niet goed genoeg heb gedaan. Als ik mezelf een rapportcijfer moet geven, dan is het een 6-. Alle schoolbesturen zijn echt beter samen gaan werken en dat zou ik wel een 7 geven, maar zelf ben ik tekort geschoten. Ik dacht echt dat ik ‘het’ wel zou gaan veranderen, toen ik aantrad. In de praktijk ging het anders.”

Elf uitgelote kinderen kregen in 2017, dankzij u, stiekem toch een plek op een van hun favoriete middelbare scholen. Hoe kijkt u daarop terug?

“Ik vond het heel heftig om mee te maken. Kijk, ik dacht gewoon: dat regel ik wel even, en dat zou ik zo weer doen. Dat is echt hoe het is gegaan. Er waren zeventien kinderen uitgeloot, ouders spanden een rechtszaak aan en hoewel er aardig wat rechtszaken zijn geweest omtrent het loting- en matchingsysteem, blijf ik het niet te harden vinden dat ouders en schoolbesturen hierdoor tegenover elkaar komen te staan. Dat wil je niet, helemaal niet omdat er genoeg plek is voor alle Amsterdammers in de stad en we stuk voor stuk goede scholen hebben.”

“Ik heb toen op een middag schooldirecteuren en bestuurders gebeld met de vraag of ze er niet nog een tafel bij konden zetten. Zo kregen die kinderen alsnog een plek op hun voorkeursschool. Zodra dat bekend werd, kreeg ik van alle kanten verwensingen naar mijn hoofd. Ik ben Joods en daar zaten ook verschrikkelijke anti-Joodse verwensingen bij. Natuurlijk raakt me dat.”

U kreeg ook veel kritiek toen u suggereerde Amsterdamse kinderen voorrang te geven op middelbare scholen.

“Ja en ik begrijp nog steeds niet waarom. Ik sta daar nog steeds achter. Wethouder Marjolein Moorman vond dat Amsterdam een regiofunctie heeft, ik vind dat ook. Mijn idee is ook niet andere kinderen uit te sluiten. Ik geef Amsterdamse leerlingen voorrang.”

Er wordt al langer gehint op verandering van het systeem van Loting en Matching. U heeft zelf ook al langere tijd gezegd dat ‘het’ gaat veranderen. Gaat er daadwerkelijk wat veranderen?

“Ja, de kogel is inmiddels wel door de kerk. Het systeem, dus het algoritme blijft hetzelfde. We gaan alles áchter het systeem wel anders doen. De laatste puntjes worden nu op de i gezet. Daarom kan ik er inhoudelijks nog niets over zeggen.”

Wat had onder u beter gemoeten?

“Ik zeg wel eens grappend dat er in Amsterdam 23 schoolbesturen zijn in het voortgezet onderwijs en dat dat er 22 te veel zijn. Eigenlijk is dat geen grap. Het zíjn er 22 te veel. Vroeger was het een wespennest, maar als er iets is waarbij ik met zekerheid kan zeggen dat ik daaraan heb bijgedragen, dan is het wel dat er beter wordt samengewerkt tussen besturen. Dat is niet makkelijk, want alle besturen hebben een eigen belang.”

“Ze krijgen een dikke achtduizend euro per kind. Die financiële prikkel is fout. Onderwijs moet niet gaan over geld. Nu moeten besturen groeien. Is het niet vanuit zichzelf, dan draagt de raad van toezicht hen dat wel op. Ze strijden om de Amsterdamse leerling.”

“Tegelijkertijd moeten die 23 besturen, die eigenlijk concurrenten zijn, ook het collectieve belang – dat van het Amsterdamse onderwijs – verdedigen. Hoewel er nu beter wordt samengewerkt, staat het collectieve belang nog niet voorop.”

Wat moet er nu veranderen, volgens u?

“Het hele onderwijssysteem moet op de schop. We moeten kinderen leren leven, in plaats van elkaar te blijven leren hoe we kinderen uit boeken les moeten geven. Dat past niet meer bij deze tijd.”

“Tieners krijgen de hele dag informatie via allerlei kanalen, hun hoofden zitten vol. Ze leren online over gender, over wat er aan de andere kant van de wereld gebeurt, sluiten zich aan bij allerlei bewegingen op het internet en maken daar vrienden. We moeten met z’n allen erkennen dat de digitalisering een dusdanige verandering teweeg heeft gebracht bij tieners, dat het huidige onderwijs daar niet voldoende meer op inspeelt.”

“Als je vragen hebt over je gender, dan is er geen ruimte in je hoofd voor wiskundige formules. Waarom blijven we ons in bochten wringen om les te geven op de manier waarop dat in mijn tijd ook ging?”

Het klinkt alsof u het Amsterdamse onderwijs verwend vindt.

“Dat zijn jouw woorden, maar die wil ik wel breder trekken: we zijn als Amsterdammers grotendeels een ontzettend verwend volk. Op elk maatschappelijk terrein, kijk naar wat we allemaal hebben, kijk waar wij ons druk om maken. Ik heb een tijd een Oekraïens gezin in huis gehad. Zij zagen online hoe hun straat verwoest werd, ze hebben niets en wij zitten in Amsterdam, veilig ons zorgen te maken over de populairste middelbare scholen. Dus ja, wij zijn een heel verwend volk en ook het onderwijs is ontzettend verwend.”

“De coronapandemie en de oorlog in Oekraïne hebben mij positief gestemd op onderwijsgebied. Toen kon het logge systeem ineens alles: er werd fantastisch samengewerkt, we maakten samen als stad plaats voor honderden Oekraïense teerlingen, de meest creatieve oplossingen werden bedacht én uitgevoerd toen de scholen dicht moesten en het kon allemaal in razendsnel tempo, omdat iedereen niet meer binnen de gebaande paden kón denken. Dat stemde hoopvol. We kunnen veranderen als we willen. En er moet veel veranderen. We moeten stoppen met het huidige onderwijssysteem, alles moet anders.”

Wat gaat u hierna doen? Met pensioen?

“Nee, ik ga nooit met pensioen. Ik weet het nog niet precies, maar het is terecht dat je me daarnet aansprak op een aantal ideeën en plannen waar ik niets mee heb gedaan tijdens mijn voorzitterschap. Het helpen oprichten van een staatscommissie over onderwijs is er daar een van. De stad heeft het nodig en ik ben zeker nog niet klaar met het onderwijs.”