In de praktijk haalt zo’n 80 procent van de eigenaren zijn fiets niet op uit het Fietsdepot

PlusExclusief

Reconstructie van de handel in weggeknipte fietsen: zo werd het fietsdepot voor Amsterdam een financieel debacle

In de praktijk haalt zo’n 80 procent van de eigenaren zijn fiets niet op uit het FietsdepotBeeld Desiré van den Berg

Wat is het lot van alle weggeknipte fietsen bij het gemeentelijk depot in het Westelijk Havengebied? Het Parool en Follow the Money reconstrueerden de rommelige aanbesteding van de fietshandel, en hoe de stad met een geldclaim blijft zitten.

Anna van Diest en David Stam

In het kort

– Een oud-interim-medewerker van het fietsdepot kreeg met zijn bedrijf Tradefrm een monopoliepositie in het opkopen van fietsen van de gemeente

– Dat bedrijf leverde veel minder fietsen aan sociale ontwikkelbedrijven dan met de gemeente was afgesproken

– De gemeente viel onder meer voor duurzaamheidsbeloftes, maar het bedrijf maakte die nooit waar

– Tradefrm mocht voor lage prijzen fietsen opkopen, maar ging toch failliet

– Het fietsdepot werd voor de gemeente Amsterdam een financieel debacle

Het geraas van de naastgelegen snelweg is continu hoorbaar. Roestige, vergeten fietskettingen liggen over het terrein verspreid. Duizenden fietsen zijn hier te vinden, in alle soorten en maten: van gammele kinderfietsjes tot peperdure bakfietsen, Gazelles, Veloretti’s, omafietsen en wrakken.

Welkom bij het Fietsdepot, voorheen bekend als Afac (Algemene Fiets Afhandel Centrale), op een winderig industrieterrein in Westpoort, zo’n tien kilometer buiten het centrum. Hier staat de oogst van het strenge wegknipbeleid van de gemeente Amsterdam: de wrakken, de foutgeparkeerde fietsen en de zogenoemde ‘zeswekenfietsen’ die langer dan zes weken in een rek staan. Controle levert jaarlijks zo’n 75.000 fietsen op – waarmee Amsterdam koploper is van de grote steden.

Niet de zorgen, wel de inkomsten

In de praktijk haalt zo’n 80 procent van de eigenaren zijn fiets niet op. Tot 2015 werden deze fietsen via een openbare veiling verkocht aan handelaren uit alle windstreken en sociale werkplaatsen. In 2016 gooide de gemeente het over een andere boeg; het was een te arbeidsintensieve bezigheid, de stad moest worden ‘ontzorgd’. Via een aanbesteding werd de opkoop en doorverkoop voortaan aan één partij gegund – eenmanszaak TradeFrm van ondernemer Chris Kars, een oud-medewerker van het Fietsdepot. De wens: niet de zorgen, wél de inkomsten voor de stad.

De vraag is wat er vijf jaar later van die wens is uitgekomen. Fietshandelaren in de stad spreken van oneerlijke concurrentie, nu één partij de verkoop van de fietsen in handen heeft. Sommigen blijven liever anoniem, omdat ze zaken moeten doen met TradeFrm. “Het zijn gewoon maffiapraktijken,” zegt een fietsenmaker. “Maar ja, het is wel de grootste partij die ons fietsen kan leveren.”

Faruk Özdemir, eigenaar van Fixed Bike in De Baarsjes: “Ik vind het terecht dat de gemeente niet-gebruikte fietsen weghaalt, wij kunnen dan zorgen dat ze weer worden opgeknapt en hergebruikt. Maar dat een tussenpersoon daar geld aan verdient, zou niet mogen gebeuren.” Özdemir weigert bij TradeFrm in te kopen. “Veel handelaren kopen nu in bij TradeFrm in plaats van direct bij de gemeente. Dat zorgt ervoor dat de prijzen kunstmatig omhooggaan. Uiteindelijk gaat de klant onnodig extra geld voor een tweedehands fiets betalen.”

Jordan Iliev van Cheap Bike Shop in Oost vindt de komst van TradeFrm problematisch. “Ik denk dat concurrentie gezond is. Als je één partij deze markt gunt, kan die eigenlijk doen wat hij wil. De prijs die TradeFrm wil, is ook de prijs die de detaillisten vervolgens moeten betalen.” Ook Iliev wil geen fietsen meer kopen bij het bedrijf.

Sociale ontwikkelbedrijven

Daarnaast spelen ‘sociale ontwikkelbedrijven’, de voormalige sociale werkplaatsen, een rol op de Amsterdamse fietsenmarkt. Zij kopen al jaren hun fietsen van het depot, die door hun medewerkers worden opgeknapt en doorverkocht. “We hadden altijd een goede samenwerking met de gemeente,” zegt Adrie Bijl, projectleider bij Pantar. “We mochten uit een kavel goede fietsen kiezen, waar we 7,50 euro per stuk voor betaalden. We konden die fietsen dan ook doorverkopen voor een redelijke prijs.”

Sinds TradeFrm fungeert als tussenpartij is dit veranderd, zegt Bijl. “Bij TradeFrm betalen we het dubbele en kunnen we de fietsen niet kiezen. Ook is de kwaliteit minder. Soms krijgen we een batch binnen en dan denk je: dit is gewoon afval. Daardoor kunnen we een fiets niet meer voor 70 euro verkopen en is de prijs naar 90 euro gegaan’.

Controle levert jaarlijks zo’n 75.000 fietsen op. Beeld Desiré van den Berg
Controle levert jaarlijks zo’n 75.000 fietsen op.Beeld Desiré van den Berg

Twee miljoen euro

In de afgelopen vijf jaar heeft de gemeente naar eigen zeggen voor zo’n twee miljoen euro aan fietsen verkocht aan TradeFrm. Het alleenrecht van TradeFrm op de gemeentelijke fietsen roept vragen op, en dat geldt ook voor de procedure rondom de aanbesteding én de handelswijze van TradeFrm, zo blijkt uit onderzoek van Het Parool en Follow The Money.

Eigenaar Chris Kars van TradeFrm is voormalig interim-manager van het fietsdepot. Uit gemeentelijke documenten, opgevraagd via de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), blijkt dat er voorafgaand aan de aanbesteding geen schriftelijk onderzoek naar hem is gedaan door het gemeentelijk Bureau Integriteit (BI).

In een zogenoemd ‘logboekje aanbesteding’ staan de leden van de beoordelingscommissie genoemd, onder wie Pieter Berkhout. Dat blijkt een oud-collega van Kars te zijn. De twee waren collega’s bij de dienst fietsparkeren, bevestigt een gemeentewoordvoerder.

Kars had zelf ook fietsenwinkels in onder meer Leiden, Den Haag, Almere, Wageningen en Amsterdam, zegt hij. Zijn dubbelrol als inkoper en fietsenhandelaar (hij kocht feitelijk van zichzelf) heeft evenmin de aandacht van de gemeente getrokken. Ook zegt hij dat hij fietsen levert aan winkels van bekenden, zoals die van zijn eigen zoon en van een oud-medewerker.

Hoe kan het dat een oud-interim-medewerker van het fietsdepot én fietsenhandelaar een monopoliepositie kreeg? Wat is er van alle beloftes in zijn aanbesteding terechtgekomen? En wat zijn de financiële gevolgen voor de gemeente?

De aanbesteding

Het begint allemaal in maart 2015, als Amsterdam via een ‘marktconsultatie’ op zoek gaat naar een oplossing voor de enorme hoeveelheid fietsen die de gemeente dagelijks laat verwijderen. In het consultatierapport staat dat die oplossing ‘zo hoog mogelijke maatschappelijke opbrengsten in termen van duurzaamheid en social return’ moet bieden.

Chris Kars is een van de mensen die op de marktconsultatie reageert. Hij werkte voorheen in dienst bij de gemeente Amsterdam als bedrijfsleider van diverse fietsenstallingen en als interim-manager van het fietsendepot. In 2015 is hij ‘bedrijfsleider fiets’ bij Magis, een sociale werkplaats waarmee de gemeente Amsterdam samenwerkt.

Magis – inmiddels opgeheven – gaf mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een opleiding, bijvoorbeeld tot fietsenmaker, en kocht daarvoor fietsen van de gemeente. Deze fietsen verkocht Kars via zijn website FietsveilingXL, zo zegt hij zelf.

Desgevraagd laat Kars weten dat hij voor het eerst over de aanbesteding hoorde via TenderNed, een digitaal platform waar partijen zich kunnen inschrijven voor opdrachten van de overheid. Uit het eerder genoemde logboekje, onderdeel van de Wob-documenten, blijkt echter dat de gemeente en Kars al voor de marktconsultatie contact hadden over de aankomende opdracht. Daarin valt te lezen dat drie ambtenaren hem hebben ingelicht over de nieuwe plannen met het fietsdepot. De gemeente zegt niet te beschikken over documenten waarin de precieze inhoud van die gesprekken is vastgelegd.

In september 2015 wordt de aanbesteding gepubliceerd op TenderNed. Vijf partijen schrijven zich in, een daarvan, TradeFrm van Chris Kars, krijgt de opdracht. De eerder genoemde Pieter Berkhout had een belangrijke rol in de aanbestedingsprocedure: hij staat op meerdere aanbestedingsdocumenten als contactpersoon vermeld en was lid van de beoordelingscommissie.

De prijsafspraak tussen gemeente en TradeFrm – 40 euro voor goede fietsen en 1 euro voor wrakken – houdt geen stand.  Beeld Desiré van den Berg
De prijsafspraak tussen gemeente en TradeFrm – 40 euro voor goede fietsen en 1 euro voor wrakken – houdt geen stand.Beeld Desiré van den Berg

Integriteitsonderzoek

Egbert de Vries, sinds 2021 wethouder Verkeer en Vervoer, zegt over die kwestie: “Chris Kars werkte kort daarvoor bij de gemeente, als vervangend bedrijfsleider bij het fietsdepot. Heel dicht bij de opdracht dus. Dat is bij ons dan altijd aanleiding om onderzoek te doen of dit integer genoeg is.”

Toch blijkt uit de Wob-documenten dat de gemeente geen integriteitsonderzoek instelde voordat ze besloot met TradeFrm in zee te gaan. Pas wanneer een van de concurrerende partijen – Ilias Salhi van fietsenhandel ’t Fietshokje – bezwaar aantekent tegen de uitslag van de aanbesteding, schakelt Amsterdam het gemeentelijke Bureau Integriteit in. Dit bureau heeft een aparte screeningsunit die bij aanbestedingen de integriteit en financieel-economische stabiliteit van een partij onder de loep kan nemen. Het bureau heeft ook een meldpunt integriteitsschendingen.

In de klacht, in het bezit van deze krant, schrijft Salhi dat Kars als voormalig medewerker van het Fietsdepot voorkennis had en in de aanbestedingsprocedure onrealistische beloftes heeft gedaan. Maar het onderzoek dat het Bureau Integriteit instelt, wijst uit ‘dat er geen sprake was van belangenverstrengeling’, zegt een woordvoerder van de gemeente. Dat Kars werknemers van het fietsdepot kende is ‘expliciet door Bureau Integriteit getoetst en in orde bevonden’.

Geen onderzoeksrapport

Hoe kwam Bureau Integriteit tot die conclusie? Uit de Wob-documenten blijkt dat er geen onderzoeksrapport is opgesteld en dat er geen notulen van vergaderingen zijn. De gemeente bevestigt dat alle documenten van BI zijn gedeeld via de Wob. Uit deze documenten blijkt dat de verslaglegging enkel bestaat uit e-mails waarin medewerkers bespreken of er sprake kan zijn van belangenverstrengeling, en of Kars mogelijk invloed kon hebben op de categorisering van de fietsen en daarmee op de prijs.

In een van de e-mails is te lezen: “Dat zal je heel goed moeten regelen (beheersmaatregelen nemen, maar vooral ook in de praktijk kijken of het werkt want Chris kent alle mensen op het depot) om te zorgen dat dat zuiver gaat.”

Na deze mailwisseling besluit het Bureau Integriteit dat de gunning aan TradeFrm niet hoeft te worden herroepen.

Gevraagd om opheldering, verwijst wethouder De Vries door naar Bureau Integriteit, maar dat verwijst weer terug naar een woordvoerder van De Vries. Die zegt verrassend genoeg dat er helemaal géén onderzoek is uitgevoerd: “BI heeft de melding gevalideerd die na de gunning binnenkwam en heeft onvoldoende aanleiding gezien voor persoonsgericht intern integriteitsonderzoek.”

De gemeente laat weten dat een onderzoek niet standaard bij een aanbesteding wordt ingesteld, maar alleen op initiatief van een ‘afdeling, medewerker of buitenstaander’. De gemeente geeft aan dat er voor de gunning wel ‘een basale toets door de lead buyer (inkoopteam van de gemeente, red.)’ is gedaan, maar hierover is geen documentatie in de Wob.

Prijsafspraak houdt geen stand

Uit de gunningsbeslissing blijkt dat TradeFrm de aanbesteding won vanwege de prijs en de gepresenteerde duurzaamheidsplannen. Verschillende beloftes maakt Kars in de praktijk niet waar. De prijsafspraak tussen gemeente en TradeFrm – 40 euro voor goede fietsen en 1 euro voor wrakken – houdt geen stand. TradeFrm klaagt dat te veel slechte fietsen als goede fietsen zijn geprijsd. Hierop besluit de gemeente in mei 2017 alle zogenoemde ‘zeswekenfietsen’ voor 1 euro te verkopen, zo valt te lezen in een van de Wob-documenten.

In 2019 wordt opnieuw een verandering doorgevoerd. Vanaf dat moment mag TradeFrm 90 procent van alle fietsen in de categorie hinder voor 1 euro kopen, en 10 procent voor 40 euro. Alle wrakken en zeswekenfietsen mag het bedrijf – ongeacht kwaliteit – voor 1 euro kopen. Dit zou betekenen dat TradeFrm vanaf dat moment gemiddeld zo’n 2,07 euro per fiets betaalde.

TradeFrm levert gedurende de opdracht veel minder fietsen aan sociale ontwikkelbedrijven dan bij de gunning is afgesproken – iets waar niet op wordt toegezien door de gemeente.

Een andere voorwaarde die de gemeente stelde, was dat medewerkers van TradeFrm pas na vijf uur ’s middags op het depot mogen komen, om te voorkomen dat het bedrijf zich kan bemoeien met de registratie en het beheer van de fietsen. Bij een bezoek aan het depot blijkt dat TradeFrmpersoneel tijdens kantooruren gewoon aanwezig is om fietsen in te laden. De gemeente bevestigde dat dit nodig was om de werkzaamheden uit te voeren.

Fietsdepot gemeente Amsterdam. Beeld Desiré van den Berg
Fietsdepot gemeente Amsterdam.Beeld Desiré van den Berg

Duurzaamheidsbeloften

Ook van de duurzaamheidsbeloftes is weinig terechtgekomen. In zijn bieding rept Kars van elektrische voertuigen en geeft hij aan een terrein naast het fietsdepot te gaan huren om de CO2-uitstoot door vervoer van de fietsen te beperken. Bij een kijkje op het Fietsdepot blijkt dat het gewone vrachtwagens zijn die de fietsen wegbrengen naar Beverwijk. Volgens Kars zelf bleken er in de praktijk geen elektrische voertuigen te bestaan die grote partijen fietsen konden vervoeren.

Opvallend, omdat concurrerende partijen juist op het punt van duurzaamheid door de gemeente zijn afgewezen: ‘Ook biedt u geen elektrisch vervoer aan, in tegenstelling tot andere inschrijvers die dit wel doen,’ valt te lezen in een brief aan ’t Fietshokje, de partij die tweede werd.

Gedurende de aanbesteding wordt ook gebruikgemaakt van stallingen in Nieuwveen, Lopik en Rijsbergen. Vanuit Nieuwveen werden ook veilingen georganiseerd door TradeFrm.

Schandalig

Ilias Salhi, die met zijn bedrijf ’t Fietshokje tweede werd in de aanbesteding, is furieus. “Ik wist dat er helemaal geen elektrische voertuigen waren die fietsen konden vervoeren en dat het dus niet haalbaar was. Daarom heb ik dit in mijn voorstel ook niet opgeschreven.” Ook over de veranderde prijzen is hij niet te spreken. “Ik wist dat de 40 euro die Kars bood nooit winstgevend kon zijn.” Dat nu blijkt dat hij maar een paar euro voor de fietsen hoefde te betalen, noemt Salhi ‘schandalig’. “Als ik dit allemaal geweten had, had ik een andere prijs kunnen bieden.” Ook eigenaar van Fietspunt Martin van Bentum, die ook deelnam aan de aanbesteding, heeft geen goed woord over voor de gunning aan TradeFrm.

Volgens wethouder De Vries zijn de prijsveranderingen het gevolg van het feit dat de gemeente voor het eerst de verkoop van fietsen heeft uitbesteed. “Het bleek moeilijk te zijn voor TradeFrm om winst te maken, dus daarom hebben we de bedragen aangepast.” De gemeente zegt kennis te hebben van het gebrek aan elektrisch vervoer bij TradeFrm, maar heeft hier volgens eigen zeggen niet tegen opgetreden omdat het bedrijf zelf mocht invullen hoe de duurzaamheidseisen moesten worden gehaald.

Op de vraag of hij in de aanbestedingsprocedure een onrealistische voorstelling van zaken gaf, reageert Kars: “Dat hadden de anderen toch ook kunnen doen?” Volgens Kars gaat TradeFrm wel degelijk duurzaam te werk: “We hebben inderdaad geen elektrische auto’s, maar die zouden we gaan gebruiken zodra ze op de markt kwamen. Maar we zijn wel de enige partij die fietsen helemaal uit elkaar haalt en rubber, aluminium, staal en roestvrij staal apart verwerkt. In het circulair verwerken zijn we echt heel ver.”

Financiële strop

Ondanks het grote aantal goedkope fietsen en het feit dat Kars deze fietsen weer in zijn eigen winkels mocht doorverkopen, had TradeFrm hoge schulden, zo blijkt uit de jaarcijfers van de afgelopen drie jaar.

Het verlies komt volgens Chris Kars door de vele fietsen van slechte kwaliteit waar hij in de eerste jaren toch 40 euro voor moest afrekenen. Hij zegt ook meer fietsen te hebben opgekocht dan verwacht, omdat de gemeente veel strenger ging handhaven, en er veel wrakken op het depot kwamen waarvan afgesproken was dat die apart werden afgevoerd. Daarnaast heeft hij moeten investeren in mankracht, materiaal en opslagruimte.

TradeFrm zou verder in de financiële problemen zijn geraakt omdat er vanuit het Fietsdepot gestolen fietsen in zijn voorraad terechtkwamen. Hij werd daardoor, naar eigen zeggen, onterecht verdacht van heling waardoor hij geen leningen meer kreeg van de bank en moeilijk verzekeringen kon afsluiten. De gemeente reageert: “De kwestie rondom de autoverzekering kennen wij en hierover zijn wij ook in gesprek geweest met de heer Kars. Hij heeft onvoldoende onderbouwing aangeleverd om het gesprek hierover voort te zetten.” Kars noemt de gemeente een ‘onbetrouwbare zakenpartner’ – die hem steeds weer confronteerde met nieuwe managers en nieuwe regels

Om de financiële problemen het hoofd te bieden, gaat Kars in 2019 in zee met Aschwin de Klein, tot dat moment eigenaar van een fietsenzaak in Breda en al langere tijd klant van TradeFrm. De Klein neemt datzelfde jaar een meerderheidsbelang van 80 procent in het bedrijf, blijkt uit stukken van de Kamer van Koophandel. Volgens De Klein omdat hij de levering van fietsen zeker wilde stellen.

In 2020 laat de gemeente aan Kars en zijn compagnon weten dat de opdracht waarschijnlijk niet met een tweede termijn van vijf jaar wordt verlengd. In datzelfde jaar start een medewerker van TradeFrm, Harm Schokkenbroek, een nieuw bedrijf: Trade Bikes. Schokkenbroek is dan al anderhalf jaar het gezicht van TradeFrm. Hij doet de commerciële contacten en beheert de opslaglocaties in Beverwijk en Nieuwveen. Trade Bikes koopt vanaf dat moment alle fietsen op van TradeFrm, zo verklaren de eigenaren van de beide bedrijven.

Fietsdepot gemeente Amsterdam. Beeld Desiré van den Berg
Fietsdepot gemeente Amsterdam.Beeld Desiré van den Berg

Claim van 151.000 euro

Mede door de financiële problemen van TradeFrm stopt de gemeente inderdaad de samenwerking. Voor TradeFrm is het financiële tij niet meer te keren. In oktober 2021 vraagt het bedrijf faillissement aan. De gemeente blijft achter met een openstaande rekening. Momenteel staat er een claim uit van 151.000 euro, zo blijkt uit het rapport van de curator.

Het is de vraag of dat geld er ooit nog gaat komen, een groot deel van de roerende goederen is immers al verkocht aan Trade Bikes. Kars laat weten dat TradeFrm bij de gemeente een tegenclaim heeft ingediend: 1,3 miljoen euro vanwege de te hoge prijs die hij moest betalen voor slechte fietsen.

De gemeente zegt ‘geleerd te hebben van de samenwerking’ met TradeFrm, maar blijft erbij dat de aanbesteding destijds eerlijk is verlopen en dat het niet onrechtvaardig was de opkoop van alle fietsen aan één partij te gunnen. Een woordvoerder erkent dat de gemeente ‘op detailniveau niet altijd even goed zicht’ had op de uitvoering door TradeFrm.

In augustus 2021 schrijft Amsterdam een nieuwe aanbesteding uit. Ook die verloopt niet vlekkeloos. De gemeente verkoopt de fietsen voortaan in drie categorieën. De partij die de categorie ‘verwaarloosde fietsen’ gegund wordt, blijkt een bekende naam: Trade Bikes van Harm Schokkenbroek. Wethouder De Vries zegt in een reactie niet op de hoogte te zijn van de connectie tussen de oude en de nieuwe fietsenopkoper.

De firma H.B Dyke zou de fietsen van betere kwaliteit opkopen. Jildert Boekema, die namens het bedrijf op het depot ging kijken: “We kregen een lijst met foto’s van de fietsen die we mochten opkopen, maar toen we op het depot kwamen, bleken veel fietsen verdwenen.” Hierna ging de deal niet door.

Voor de derde categorie heeft de gemeente nog geen partij gevonden. Het betreft de fietsen die handhavers hebben verwijderd omdat ze, ongeacht de kwaliteit, ergens langer dan zes weken in een rek stonden. Ze worden vooralsnog in containers afgevoerd – als oud ijzer.

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten –
fondsbjp.nl

Heeft de gemeente fouten gemaakt in het aanbesteden van de fietsenopkoop?

Hoewel de gemeente in documenten, correspondentie en interviews het woord ‘aanbesteding’ gebruikt, stelt de gemeente dat de fietsengunning officieel geen aanbesteding betrof, en dus ook niet gebonden was aan Europese wetgeving omtrent aanbestedingen.

Elisabetta Manunza is hoogleraar Europees en nationaal aanbestedingsrecht aan de Universiteit Utrecht. Op verzoek bestudeerde zij de fietsendeal en bestrijdt deze opvatting: “Ook al gaat het om het verkopen van fietsen en niet om de inkoop, dan nog weten we op basis van vele jurisprudentie van de civiele rechter dat in zo’n situatie alsnog alle uitgangspunten van de aanbesteding gelden.”

Dat de gemeente de prijsafspraken kort na de gunning aanpaste in het voordeel van TradeFrm, kan niet door de beugel, stelt zij. “Prijzen zijn een fundamenteel criterium in een aanbesteding. Als de gemeente die achteraf wil wijzigen moet ze een nieuwe aanbesteding organiseren.”

Tussentijdse prijswijzigingen vóór de afgesproken contractuele termijn mag niet: “Het werkt bij inschrijvers verkeerd gedrag in de hand. Die kunnen een irreële prijs bieden, wetende dat die later toch kan worden aangepast.”

Manunza oordeelt dat de gemeente op meerdere punten flinke steken heeft laten vallen. “Dat een oud-collega van een van de partijen in de beoordelingscommissie zat, schept een situatie die subjectiviteit in de hand kan werken. Dat kan discriminatie en dus onrechtmatige beslissingen tot gevolg hebben. Het is, kortom, iets dat je moet vermijden.”

“Zelfs de schijn van belangenverstrengeling moet je vermijden. De Aanbestedingswet stelt strenge eisen om een level playing field te verzekeren en eist dat de aanbesteder op voorhand passende maatregelen neemt om onpartijdigheid en onafhankelijkheid te garanderen. Het lijkt niet dat daaraan is voldaan. Vergelijkbare vormen van onprofessionaliteit worden in andere landen gezien als een vorm van corruptie. Ook uit anticorruptieonderzoeken van de Europese Unie blijkt dat Nederland het niet goed doet. Het is eigenlijk schrijnend dat Nederland specifiek op het terrein van aanbestedingen slechter scoort dan andere landen.’

Het aanbestedingsrecht stelt geen specifieke eisen aan het monitoren door de opdrachtgever van de daadwerkelijke uitvoering door het winnende bedrijf, zegt Manunza. “Maar als de inschrijver belooft met elektrische voertuigen te rijden die hij nog niet heeft op het moment van de inschrijving, dan dient de gemeente wel te checken of het realistisch is dat hij ze zal aanschaffen. Good governance betekent na de gunning checken dat het daadwerkelijk plaatsvindt.”

Verantwoording

Voor dit onderzoek zijn bedrijfsstukken en aktes uit de Kamer van Koophandel geraadpleegd en alle stukken rondom de aanbesteding opgevraagd bij de gemeente Amsterdam via de Wet openbaarheid van bestuur. Direct betrokkenen zijn geïnterviewd, onder wie eigenaar van TradeFrm Chris Kars, verantwoordelijk wethouder Egbert de Vries, concurrenten van TradeFrm die eveneens deelnamen aan de aanbesteding, 24 fietsenhandelaren in met name Amsterdam en hoogleraar aanbestedingsrecht Elisabetta Manunza.

75.000 weggeknipte fietsen

Amsterdam knipte tussen 2015 en 2020 jaarlijks gemiddeld zo’n 75.000 fietsen weg, wat voor dit tijdvak neerkomt op 860 fietsen per 10.000 inwoners. Dat zijn er 3 tot 20 keer meer dan in de tien andere grote steden van Nederland. Een fiets kan in Amsterdam weggeknipt worden om drie redenen: omdat het een wrak is, omdat hij hinderlijk geparkeerd staat, of omdat hij langer dan zes weken ongebruikt in een rek staat.

De gemeente maakt ook gebruik van de krijtstreepmethode waarbij een ambtenaar een streepje op je band zet om te kijken of de fiets gebruikt wordt. Als het krijtstreepje er na 6 weken nog staat, wordt deze weggehaald. Veel burgers klagen dat de krijtstreep onvoldoende uitvaagt en dat hun fiets toch is weggehaald terwijl ze hem wel gebruikten. In de Facebookgroep Fietsdepot Maffia delen burgers verhalen en video’s van onterecht weggeknipte fietsen.

Meer over