PlusInterview

Psychiater crisisdienst: ‘De vader van Famke had onderzocht moeten worden’

De vader die zijn dochter Famke Koeman (14) en zichzelf doodde, had psychiatrisch onderzocht moeten worden. Dat zegt Jeroen Zoeteman, directeur van de Spoedeisende Psychiatrie Amsterdam. ‘Het crisisbeleid moet worden aangepast.’

Jop van Kempen
Crisisdienstpsychiater Jeroen Zoeteman. Beeld Tammy van Nerum
Crisisdienstpsychiater Jeroen Zoeteman.Beeld Tammy van Nerum

Veel van de elf instanties die betrokken waren bij Famke Koeman (14) hadden als vraag: kunnen we het ontspoorde kind weghalen bij de zich vreemd gedragende vader? Geen enkele instantie vroeg zich af: kunnen we de vader weghalen bij het kind?

“Op grond van een psychiatrisch ziektebeeld van de vader was dat misschien mogelijk geweest,” aldus Zoeteman. De crisispsychiater en directeur van de Spoedeisende Psychiatrie Amsterdam baseert zich daarbij op Onmacht, het rapport dat vorige maand over het fatale incident is gepubliceerd. Daarin staat dat vader kampte met suïcidale neigingen, alcoholmisbruik en medicatieverslaving.

Ook was vader erg argwanend. Hij schreef zorgmeldingen van Veilig Thuis toe aan gehackt internet en de kwade wil van moeder. “Hij dacht dat hij door de moeder van het kind gehackt was. Dat doet mij denken aan een waan of een psychose,” aldus Zoeteman. “Al kan en wil ik zonder eigen waarneming geen diagnose stellen.”

Verstoord realiteitsbesef

Mensen met een psychose hebben een ernstig verstoord realiteitsbesef. Iemand kan zijn handelen soms niet meer overzien en wordt wilsonbekwaam. Crisispsychiaters beoordelen mensen met kenmerken van een psychose, waarbij altijd wordt meegewogen of er gevaar is voor de persoon zelf of de omgeving.

“Vader heeft volgens moeder gezegd: ‘Ik schiet mezelf voor de kop, maar dan neem ik de jeugdige wel mee.’ Dat is een heel concrete dreiging,” aldus Zoeteman.

Het ontspoorde gedrag van de dochter en het toestandsbeeld van vader rechtvaardigde een psychiatrische crisisbeoordeling, aldus Zoeteman. De man was dan uitgenodigd voor een gesprek bij een ggz-instelling. Bij weigering was een psychiater als Zoeteman op huisbezoek gekomen.

Indien een psychiatrische stoornis met acuut gevaar was vastgesteld, zou de man gedwongen zijn opgenomen. “Dat gebeurt dan onmiddellijk, met rechterlijke toetsing achteraf. Maar als de crisisdienst niet wordt ingeschakeld, valt die optie af.”

Andere incidenten

Op papier heeft de crisisdienst een samenwerkingsverband met Veilig Thuis. In de praktijk doet de gemeentelijke organisatie tegen huiselijk geweld zelden of nooit een beroep op de kennis en doorzettingsmacht van de Spoedeisende Psychiatrie Amsterdam, aldus Zoeteman. “Dat zou anders moeten. Bij zeer complexe casussen hoort de crisispsychiatrie een rol te hebben.”

Zoeteman beweert niet dat betrokkenheid van de spoedeisende psychiatrie de moord en zelfmoord in de Eerste Atjehstraat had kunnen voorkomen. “Zelfs optimale geestelijke gezondheidszorg kan fatale incidenten niet altijd uitsluiten.”

Zo was er vermoedelijk wel contact met een gezin in Noord, waar de moeder aan een kraambedpsychose leed en in 2020 een baby om het leven kwam. Maar bij andere fatale casussen in Amsterdam had de crisispsychiatrie geen betrokkenheid.

Zo werd de 14-jarige Ferdyan in 2014 doodgestoken door zijn psychotische vader, die werd veroordeeld tot tbs. In 2016 sprong een 37-jarige vader uit het raam met zijn 11 maanden oude baby in de armen. In 2018 schoot een 50-jarige man zijn kind, vrouw, schoonmoeder en zichzelf dood in de Stadionbuurt.

“Bemoeienis van de crisisdienst kan de kans op dit soort incidenten verkleinen,” aldus Zoeteman. “Een probleem van het kind hangt vaak nauw samen met een psychisch probleem van de ouder of ouders. Dat laatste is het vakgebied van de psychiatrie, niet van de jeugdzorg.”

Minder betrokken partijen

Zoeteman pleit bij dit soort complexe casussen voor minder betrokken partijen en snellere besluitvorming. “Eén meldpunt is beter dan veel verschillende loketten. Denk aan een soort 112, waarbij snel de zwaarste hulpvorm kan worden ingezet. Als er rook is, moet de brandweer komen. Ook al blijkt achteraf dan soms dat er alleen rook was, en geen vuur.”

Bij crisissituaties voor minderjarigen is dat in Amsterdam inmiddels beter geregeld, zegt Zoeteman. Als kinderen en jongeren onder de 18 jaar psychisch in de knel komen, werken Veilig Thuis, jeugdzorginstelling Levvel en de crisispsychiatrie beter samen dan enkele jaren geleden. “Er is meer afstemming gekomen tussen de drie crisisdiensten van die organisaties. Dat leidt tot betere zorg. Dat biedt perspectief om ook de samenwerking tussen jeugdzorg en acute psychiatrie voor volwassenen te verbeteren.”

Bekenden en buurtgenoten nemen afscheid van Famke Koeman in de Eerste Atjehstraat in Oost. Beeld Joris Van Gennip
Bekenden en buurtgenoten nemen afscheid van Famke Koeman in de Eerste Atjehstraat in Oost.Beeld Joris Van Gennip

Wethouder gaat in op aanbod Zoeteman

Namens de Spoedeisende Psychiatrie Amsterdam heeft directeur Jeroen Zoeteman de gemeente de afgelopen jaren meermaals geattendeerd op de in zijn ogen gebrekkige samenwerking met de jeugdzorg. Dat leidde niet tot verandering. Ook na het fatale incident met Famke Koeman is de Spoedeisende Psychiatrie Amsterdam niet benaderd door de gemeente, die eindverantwoordelijk is voor de jeugdzorg.

Dat is opmerkelijk, want een aanbeveling in het rapport Onmacht is dat de jeugdzorg beter moet samenwerken met de geestelijke gezondheidszorg voor volwassenen. Ook als een volwassen ouder dat afhoudt, zoals de vader van Koeman. Het rapport Onmacht is geschreven in opdracht van wethouder Simone Kukenheim (Zorg).

Kukenheim neemt de oproep van de Spoedeisende Psychiatrie Amsterdam echter ter harte, zo laat ze in een reactie weten. “De ggz voor volwassenen kan alleen van betekenis zijn binnen de Jeugdbescherming als ouders meewerken en dat is helaas niet altijd vanzelfsprekend. Het aanbod van Zoeteman om te onderzoeken of de doorzettingsmacht van de crisisdienst hierin een rol kan spelen, zullen wij zeker benutten.”

Verder deelt de wethouder de analyse van Zoeteman dat psychische problemen van ouders vaak een grote rol spelen bij gezinnen in de jeugdhulp. “Als het aan mij ligt, moet de ggz voor volwassenen ondersteunend kunnen zijn aan de Jeugdbescherming. Dat betekent: ook behandelen zonder diagnose en het herkennen van risico’s van mentale problematiek bij ouders voor het veilig opgroeien van kinderen.”

Kukenheim vroeg bij zorgverzekeraars en ministeries recent aandacht voor de inzet van ggz voor de ouders met kinderen in het jeugddomein. “Zodat ouders op tijd geholpen kunnen worden, en risico’s voor kinderen van ouders met problemen eerder worden gezien.”

Meer over