PlusExclusief

Presentator Awura Abena Simpe: ‘Ik wilde nooit advocaat worden, ik ben erin gerold’

Awura Abena Simpe was advocaat en nam ontslag om een eigen bedrijf te beginnen. Ze zag de tijdgeest veranderen. ‘Ineens had ik een grote opdracht van de gemeente Amsterdam en kreeg ik duizenden euro’s binnen.’

Robert Vuijsje
Awura Abena Simpe:  ‘Als kind schreef ik al in dagboeken. En ik danste. Het zijn twee totaal verschillende uitingsvormen, introvert en extravert.'  Beeld Erik Smits
Awura Abena Simpe: ‘Als kind schreef ik al in dagboeken. En ik danste. Het zijn twee totaal verschillende uitingsvormen, introvert en extravert.'Beeld Erik Smits

Awura Abena Simpe woonde aan de rand van de stad, in Gein. “Echt letterlijk de rand, achter ons huis begonnen de weilanden. Het was vijf minuten van Abcoude. Gein is ook de allerlaatste halte van de metro.”

Dat ze elke dag met metro en tram naar het St. Ignatiusgymnasium in Zuid reisde was normaal. “Als negenjarige ging ik al in mijn eentje naar de dansschool van Lucia Marthas in Zuid. Mijn ouders hadden vijf kinderen en werkten hard, ze hadden geen tijd om ons overal naartoe te brengen.”

Sinds een paar maanden is ze managing editor van het tijdschrift Cosmopolitan en presentator, onder meer van Late Night Talks in Pakhuis de Zwijger. “Lucia Marthas was voor mij een uitlaatklep. Ik wilde danseres worden, showmusical, maar wist dat ik het er nooit door zou krijgen bij mijn ouders. Dat was toen mijn droom. Nu zie ik waar het om ging: op een podium staan, in verbinding zijn met het publiek.”

Wat had je voor ouders?

“Onderwijs was erg belangrijk. In Ghana hadden ze allebei op hbo-niveau gestudeerd. Dat werd ook van ons verwacht. De focus lag op het intellectuele, op prestaties. Een 7 was niet goed genoeg. Alle kinderen in het gezin hebben het vwo en de universiteit afgemaakt. Toen vond ik de druk pittig, nu zie ik hoeveel waarde het had.”

“Mijn moeder deed sociaal-maatschappelijk werk, mijn vader was accountant in Ghana, maar die papieren kon hij hier niet gebruiken. Hij ging in de handel, bij een garage tweedehandsauto’s kopen en verkopen.”

Was dat moeilijk voor hem?

“Mijn vader is veertien jaar geleden overleden. Hij had de behoefte om te laten zien dat hij veel kennis had, veel las. Ik denk dat hij het deed om zijn frustratie een beetje te dempen. Hij richtte zich op de opvoeding, daar was hij heel ambitieus in. Mijn ouders spraken geen Twi met ons, de Ghanese taal, maar Nederlands.”

Dat hoor je niet vaak.

“Ik vind het jammer dat ik nu niet met andere Ghanezen kan praten in onze taal, maar ik begrijp hun bedoeling. Ze wilden dat we op school geen problemen zouden krijgen met de Nederlandse taal.”

Zaten op het Ignatius veel kinderen die op jou leken?

“In onze klas zaten vier donkere kinderen, van wie er weer een paar afvielen. Op de hele school was het misschien een paar procent. Met mijn nichtje ben ik dit jaar de middelbare scholen afgegaan en ik zag dat het Ignatius toen gemixter was dan nu. Aan de randen van de stad zijn er gymnasia bij gekomen, leerlingen met een niet-westerse etniciteit hebben meer keuze en zijn dus meer verspreid.”

Wat ging je studeren?

“Ik wilde filosofie kiezen, of kunstgeschiedenis. Of journalistiek, maar dat was hbo, dat vonden mijn ouders te laag. Mijn moeder zei dat ik rechten moest doen, dat was een mooie basis. Na twee maanden wilde ik stoppen en switchen naar geschiedenis, dat leek me beter voor wat ik later wilde doen. Mijn vader zei: nee, je gaat het afmaken.”

“Advocaat wilde ik nooit worden, ik ben erin gerold. Ik had gekozen voor intellectueel eigendomsrecht, dat leek me nog de leukste kant van de advocatuur. Dan kon ik interessante mensen ontmoeten en stage lopen bij een platenmaatschappij.”

“Uiteindelijk liep ik ook stage bij Boekx Advocaten, een klein kantoor op de Leidsegracht. Heel prettig, fijne mensen. We pasten met z’n allen rond de tafel waar we elke middag samen lunchten. Ze vroegen me om te solliciteren voor de functie van advocaat-stagiair. Tot mijn verbazing werd ik aangenomen.”

Wat dacht je toen?

“Ben ik het echt geworden? Heb ik dit gewild? Om me heen zag ik hoe moeilijk het was om binnen te komen bij een kantoor. Ik dacht: deze baan heb ik nu gekregen, daar moet ik dankbaar voor zijn, ik kan geen nee zeggen. Maar ik wilde helemaal niet het advocatenwerk doen. Analyseren, onderzoeken en schrijven. Als advocaat-stagiair bestaat het werk voor 90 procent uit achter je bureau zitten, het is 8 procent zittingen en 2 procent netwerken. Eigenlijk vond ik alleen dat laatste leuk.”

Denk je dat ze voor jou kozen vanwege de diversiteit?

“Dit was in 2013, het was niet de tijdgeest. Ook toen zouden advocatenkantoren daar eigenlijk al mee bezig moeten zijn geweest, maar dat waren ze niet. We hadden een persoonlijke klik, een van de partners had ook op het Ignatius gezeten.”

Was zo’n klein kantoor in het centrum anders dan de Zuidas?

“Dat waren verschillende werelden. Wij werkten ook hard, maar ik ging ’s avonds gewoon slapen. Collega’s van de Zuidas zag ik na het borrelen teruggaan naar kantoor. Het gebruik van bepaalde middelen was daar normaal.”

Was het moeilijk om te stoppen?

“Vooral praktisch was het lastig. Mentaal wist ik dat ik deze keuze moest maken. Maar ja, het salaris stopte, ik moest weer bij mijn moeder gaan wonen, kon niet meer uit eten gaan. Het werd een heel ander leven.”

Haar laatste werkdag was op 31 augustus 2016 en op 1 september ging de site van Creative Women Collective live. “Na een half jaar haalde ik de eerste grote opdracht binnen, van de gemeente Amsterdam. Toen vond ik dat het heel lang duurde, nu zie ik dat het best snel was.”

Wat was het voor opdracht?

“Een serie netwerkevenementen over de financiële onafhankelijkheid van vrouwen in de creatieve sector. De gemeente had daar een potje voor, ineens kwamen bij mijn bedrijf duizenden euro’s binnen. Wat ik deed was geïnspireerd op mijn eigen ervaringen.”

“Met een vriendinnengroep van vrouwen in de creatieve sector hadden we altijd gesprekken over dit soort onderwerpen, zoals onderhandelen over geld: hoe doe jij dat? Aha, kan het ook zo? Het was niet: o, wij hebben het zo moeilijk, we moeten elkaar vasthouden. Ik zag het meer als een inspiratie: dit is wat ik heb ervaren, we konden levelen, op hetzelfde niveau praten.”

De tijdgeest is sinds 2016 veranderd. “Diversiteit, inclusie: het is nu top of mind, het leeft, ook onder mensen die niet zelf meemaken hoe belangrijk het kan zijn. Merken werden zich daar bewuster van, gingen meer inzien waarom ze bepaalde samenwerkingen moesten aangaan.”

“Met The Student Hotel, ze hebben vestigingen door heel Nederland, kon ik een deal maken die verder ging dan waar ik zelf van had gedroomd. In de eerste jaren kreeg ik vaak geen antwoord op mails. Nu kwamen bedrijven naar míj toe.”

Waarom stopte je?

“Ik had jarenlang non-stop evenementen georganiseerd, tot een week voor de lockdown. Het ging op de automatische piloot. En ik zag een switch. Ik kreeg steeds meer aanvragen voor mij als persoon, als presentator, niet voor het bedrijf. Toen kwam het aanbod van Cosmopolitan: managing editor. Ik werk onder de hoofdredacteur. Zij doet het financiële en strategische gedeelte, ik de organisatie en de content. En ik combineer het met presenteren.”

Is schrijven anders dan presenteren?

“Het draait allebei om woorden, op papier of op een podium. Als kind schreef ik al in dagboeken. En ik danste. Het zijn twee totaal verschillende uitingsvormen, introvert en extravert. Ik kan ergens helemaal induiken en me afsluiten van de buitenwereld. Maar ik wil ook de straat op en een connectie maken met andere mensen. Het zijn andere voldoeningen en ik heb het allebei nodig.”

Het presenteren gebeurt twee keer per maand in Late Night Talks, in Pakhuis de Zwijger. “Een talkshow voor Gen Z-millennials. De doelstelling is: de meest inclusieve talkshow van Nederland, en dat zijn we waarschijnlijk ook. De gesprekken gaan veel over diversiteit en inclusie, maar het kan net zo goed over geld of relaties gaan.”

Zou je het ook op televisie willen doen?

“Tv is leuk, maar wat is een groter podium dan internet? Dat bestaat niet. Een voordeel aan tv zou wel zijn dat we daar een andere doelgroep kunnen vinden, voor wie de onderwerpen die wij bespreken onbekend zijn.”

CV
Awura Abena Simpe (Amsterdam, 1988) was eigenaar van de bedrijven Creative Women Collective en later Creative Women Agency. Nu is ze managing editor van het tijdschrift Cosmopolitan en presentator, onder meer van Late Night Talks in Pakhuis de Zwijger.

De stad van... Awura Abena Simpe

Echt Amsterdams
“Op de fiets, maakt niet uit waar, in welke buurt: wat een prachtige stad is het om doorheen te rijden.”

Accent
“Sowieso een Amsterdamse ondertoon, met mogelijk nog een vleugje Ignatius. Als ik bij mijn familie ben, is het weer meer Zuidoost.”

Partner
“Het is anders met niet-Amsterdammers. Die zijn toch kritischer en kijken minder door een roze bril naar de stad. Bij een Amsterdammer hoef je bepaalde dingen niet uit te leggen.”

Huur of koop
“Nu huur, maar de ambitie is kopen, mits de prijzen ooit weer normaal worden.”

Import
“Ik ken mensen die hier niet zijn opgegroeid, maar zich toch Amsterdammer voelen. Dan omarm ik ze, zo strikt ben ik niet.”

Amsterdammers klagen graag over de snel veranderende stad, maar willen hier toch blijven wonen. Hoe werkt dat, vraagt schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Salomons oordeel) zich af in een wekelijkse interviewserie met bekende en minder bekende Amsterdammers. Dit is aflevering 20. Lees hier alle afleveringen terug.

Meer over