PlusAchtergrond

Precies 50 jaar geleden: in de finale tegen Inter schittert Ajax als een briljant

De Italiaanse krant Corriere della Sera stelt op 1 juni 1972 onomwonden: ‘De Hollanders zijn de nieuwe bazen van het Europese voetbal.’ Met ‘de Hollanders’ wordt het Ajax van Piet Keizer en Johan Cruijff bedoeld, dat vandaag vijftig jaar geleden de Europa Cup 1-finale met 2-0 van Inter won.

Jaap Visser
Ajax-Inter 2-0. Uit een verwarrende situatie scoort Johan Cruijff (te zien achter Burgnich) het tweede doelpunt. Links Swart, recht Oriali. Beeld
Ajax-Inter 2-0. Uit een verwarrende situatie scoort Johan Cruijff (te zien achter Burgnich) het tweede doelpunt. Links Swart, recht Oriali.

AFC Ajax-FC Internazionale Milano wordt Europa­breed gezien als de botsing van twee voetbalculturen; het is het avontuurlijke aanvalsspel van de Hollanders tegen het cynische verdedigen van de Italianen. Totaalvoetbal, al bestaat die term op dat moment nog niet, contra catenaccio, het ultraverdedigende concept waarmee trainer Helenio Herrera in de jaren zestig in Milaan grote successen vierde. De Argentijnse tacticus is dan al weg bij Inter, maar onder trainer Giovanni Invernizzi is het voetbal van de club er niet aanvallender op geworden.

De poging van de Europees kampioen Ajax om in De Kuip, na de winst in 1971, nogmaals de Cup te veroveren, wordt algemeen beschouwd als een kruistocht tegen de verkeerde voetbalreligie. Ajax mag zich daarbij verheugen in de sympathie van de voetballiefhebbers in heel Europa, Noord-Italië uitgezonderd.

Belaagde scheidsrechter

Rotterdam is in de lente van 1972 de stad van grootse Ajaxwerken. Op 15 april wordt aarts­rivaal Feyenoord in eigen huis met 5-1 de oren gewassen, wat meteen ook de beslissing in de titelrace betekent.

Op 11 mei verslaat Ajax in de Kuip FC Den Haag met 3-2 in de KNVB-bekerfinale en op 31 mei volgt de grote apotheose: het winnen van de ­Europa Cup voor landskampioenen.

Internazionale is misschien niet meer de overweldigende counterploeg die in ’64 en ’65 de Europese hoofdprijs won, maar heeft met Gian­cinto Facchetti achterin, Sando Mazzola op het middenveld en de geslepen Roberto Bonin­segna en de bliksemsnelle Braziliaan Jair da Costa voorin nog altijd een geweldige ploeg. Grootheid Mario Corso wordt node gemist, de trap tegen de schenen van scheidsrechter Jef Dorpmans in de tweede ronde tegen Borussia Mönchengladbach is als een boemerang bij de aanvallende middenvelder teruggekomen. Corso is nog altijd geschorst vanwege het belagen van de Nederlandse arbiter.

Goddelijke linkspoot

Dat spijt Willem van Hanegem, die bij de finale in de Kuip op de tribune zit. Feyenoords nummer 10 doet net als technicus Corso alles met de linkervoet. Hij is een fan en zal over Corso ooit zeggen: “Dat vond ik zo’n heerlijke speler. Die deed alles op zijn dooie akkertje. Wat hij heel mooi kon, was over de bal heen kijken. Tegenstanders dachten dat ie niets in de gaten had en vlogen eropaf. Maar dan, hoep, speelde hij ze zo door hun poortje. Corso voetbalde zo mooi rechtop, nonchalant, met een blik dat je dacht: het interesseert hem niets. Hij heeft maling aan iedereen. Irritant, maar ik vond het schitterend.”

Zonder de Goddelijke Linkspoot, zoals een van Corso’s bijnamen in Italië luidt, is Inter kansloos tegen een Ajax op zijn best. Johan Cruijff stormt als een wervelwind door De Kuip, op de huid gezeten door Gabriele Oriali, een grote blonde knaap, negentien jaar jong nog maar en vol energie. Technisch gezien is de benjamin van Inter geen geweldige voetballer, maar je kunt hem om een tactische boodschap sturen.

Op de avond van Ajax-Inter luidt die: kleef aan Cruijff. Oriali gaat fanatiek te werk, zonder een moment grof te worden. Hoewel hij zijn prooi voortdurend in de nek hijgt, hem soms de voet dwars zet en een enkele keer zelfs de bal weet af te pakken, lukt het hem toch niet echt Cruijff te vangen. Daar is de Amsterdammer te snel en te behendig voor én te goed voor op dreef. Hij demarreert, kapt en draait en eist overal op het veld de bal op. En hij scoort, twee keer.

Dank aan Michels

Zelfverzekerd en met groot gemak voltooit de titelhouder de finale, die als revanche kan gelden voor het benauwde optreden van een jaar eerder in Londen. Op Wembley, tegen Panathinaikos, lukte het Ajax toen niet de flair te tonen waarmee het Inter in De Kuip te kijk zet. Tijdens het Ajaxfeest in Rotterdam zegt Ajaxtrainer Stefan Kovács dat hij zijn voorganger Rinus Michels dankbaar is. “Om wat hij mij in Amsterdam heeft nagelaten: een zeer goed elftal. Mijn opdracht was van de diamant een briljant maken. Dat is gelukt, nu moeten we de schittering zien te behouden.”

Kovács en Johan Neeskens. Beeld Ton den Haan/Kick images
Kovács en Johan Neeskens.Beeld Ton den Haan/Kick images

De finale door het oog van Ton den Haan

Anton Eduard den Haan (Rotterdam, 17 maart 1937), zoon van fotograaf Bram den Haan, werkte eerst bij zijn vader in de zaak, maar begon eind jaren zestig als (pers)fotograaf voor zichzelf, met het Algemeen Dagblad als belangrijkste afnemer van zijn Fotopersbureau Speed. Ton den Haan woont sinds zijn pensionering in Noorwegen en heeft zijn archief, een indringende reportage van de Rotterdamse Europa Cupfinale van 1972, gestald bij Kick uitgevers. “Mijn hart gaat open als ik deze beelden zie. Wat mis ik dit. Dit komt nooit meer terug. Het voetbal niet, en evenmin de vrijheid die je als fotograaf had. We konden op het veld zitten, naast het doel en ik zat er altijd als eerste.”

“Het komische is dat ik mijzelf herken op die foto met Barry Hulshoff zo dicht bij de achterlijn. Ik ben de eerste fotograaf vanaf de keeper van Inter gezien. Deze foto is zo goed als zeker van Rob Cornelder, die bij mij in loondienst was. Ik ging nooit alleen naar grote wedstrijden, meestal waren we met z’n tweeën en soms met wel drie man. Ik zat bij het Interdoel, Cornelder zal aan de zijlijn hebben gezeten en nog iemand anders bij het Ajaxdoel. Ik kreeg ook opdrachten uit het buitenland, hè, en in Italië wilden ze natuurlijk beelden van de Interaanval.”

“Als voetbalfotograaf had je vroeger het geluk dat er zo veel op het veld gebeurde, vooral dankzij een speler als Cruijff, die zorgde altijd voor mooi materiaal. Ja, die foto’s van zijn goals zijn van mijzelf, ik zat er bovenop. Man, man, wat een prachttijd was dit. Totdat de sponsors boos werden en wij achter de reclameborden moesten. De commercie ging eisen stellen en wij moesten onze vrijheid inleveren.”

Trilogie – Ajax heeft de Europa Cup van Jaap Visser gaat over het glorieuze seizoen 1971-1972 en over de succesjaren ervoor en erna. Het fotoboek wordt uitgegeven door Kick uitgevers en is verkrijgbaar in vier verschillende edities, van 49 euro tot 99 euro. ­Bestellen kan via ajaxtrilogie.nl.

Meer over