PlusAchtergrond

Podcast Blauw Geboren: 45 jaar aan politieverhalen uit de eerste hand

Krakers, heroïnejunkies die een spoor van ellende trokken, steeds jongere zware criminelen: de net ­gepensioneerde rechercheur Arno van Leeuwen vertelt er voluit over in de politie-podcastserie Blauw Geboren.

Paul Vugts
De Amsterdamse rechercheur Arno van Leeuwen begin jaren 80, voor de Elthetoschool in de Javastraat. Beeld Het Parool
De Amsterdamse rechercheur Arno van Leeuwen begin jaren 80, voor de Elthetoschool in de Javastraat.Beeld Het Parool

Arno van Leeuwen werd in 1957 op straat geboren in de Indische Buurt. Thuis was er geen telefoon, zijn vader was naar een telefooncel gelopen om de ziekenwagen te bellen. “Ik kwam al. Ik hing tussen haar knieën, bij de regenpijp, zoals mijn moeder het plastisch uitdrukte.”

Hoofdstedelijke politiegeschiedenis

Het was niet ver zoeken naar de titel voor de podcast waarin Van Leeuwen zijn 45-jarige carrière binnen de Amsterdamse politie (‘blauw’) beschrijft – als wijkagent, ook in zijn geboortewijk, en als rechercheur voornamelijk. Als 17-jarige had hij zich ‘uit balorigheid’ aangemeld bij een wervingsbus.

De Amsterdamse rechercheur Marijke de Jager, van de afdeling waar Van Leeuwen tot zijn pensionering werkte, vond het zonde als al die politiehistorie teloor zou gaan nu tal van oudgedienden uitstromen. Het kostte nog langdurig soebatten, maar nu staan zes afleveringen van de nieuwe podcast Blauw Geboren online, gefaciliteerd door de Nationale Politie.

Aan de hand van De Jager neemt Van Leeuwen zijn loopbaan door met de gewezen hoofdcommissaris Bernard Welten, oud-voorlichter Klaas Wilting, die hem mee opleidde, en Henk Plenter, die 43 jaar bij de Amsterdamse GGD werkte en veel met Van Leeuwen samenwerkte. ‘Vieze Henkie’ noemden ze hem, omdat hij extreem vervuilde woningen ontruimde.

De luisteraar wordt van heel dichtbij door de moderne hoofdstedelijke politiegeschiedenis gesleept.

Een dieptepunt was meteen op Van Leeuwens eerste werkdag op 9 mei 1977 als agent van bureau Lijnbaansgracht, toen de rampzalige brand in Hotel Polen aan het Rokin liefst 33 levens kostte, en 21 slachtoffers zwaar verwondde. Van Leeuwen bewaakte het afzetlint.

Worsteling

Hij zat midden in de worsteling van de politie en instanties met de verslaafden die in ‘de heroïnetijd’ aan de lopende band roofden en inbraken in auto’s en huizen.

Als wijkagent moest hij in de Indische Buurt naar de school waar hij als jongen de ramen had ingegooid. Nu was hetzelfde euvel gemeld. Van Leeuwen tegen het schoolhoofd: “Dit is een herkenbaar probleem, meneer.”

De corruptie op het roemruchte Bureau Warmoesstraat, de stadsvernieuwing, de krakers (tegen wie Van Leeuwen later ook voetbalde met zijn vriendenteam van SV De Meer), alles komt aan de orde. Zoals ook zijn adagium ‘kleine zaken klein houden’, en niet overal een ambtelijke poespas van maken.

Twee thema’s keren geregeld terug: de naïviteit waarmee de politie nieuwe problemen soms tegemoet treedt en de ongelukkige neiging het kind met het badwater weg te gooien bij innovatieve maar goed werkende projecten.

Vanaf de jaren tachtig streed Van Leeuwen bij de recherche tegen een Ghanees drugssyndicaat in de Bijlmer, de moordende Turkse heroïnemaffia in de Mercatorbuurt, witwassers en de Russische onderwereld, om maar eens wat te noemen.

Ver voor de modekreet ‘ondermijning’ werd gemunt, stortte hij zich op criminelen die zich invraten in de bovenwereld – via amateurvoetbalclubs, topzaalvoetbalclub ’t Knooppunt of vechtgala’s, anoniem rondrijdend in gehuurde auto’s en luxe appartementen bewonend via malafide bemiddelaars.

Het passeert allemaal in Blauw Geboren, soms in rond Amsterdams, en altijd uit de eerste hand.

null Beeld
Meer over