Ronald Sanders.

PlusExclusief

Oud-leraar Ronald Sanders: ‘Kinderen zien in hun leraar altijd een oude man’

Ronald Sanders.Beeld Erik Smits

Toen Ronald Sanders in 1975 als leraar begon, kozen ouders nog bewust voor het Montessorisysteem. Daarna werd het: leuk schooltje en het ligt om de hoek. Maar, zegt hij, ‘kinderen blijven kinderen, met hun ruzietjes en vriendschappen.’ Al werden ze in Oud-Zuid wel wat verwender.

Robert Vuijsje

Na bijna dertig jaar stond ik weer op het schoolplein van mijn eigen basisschool. Tot 1983 zat ik op de 1e Montessorischool in de Corellistraat, een zijstraat van de Beethovenstraat. En ruim tien jaar geleden bracht ik daar mijn oudste zoon naar groep 1.

Maar wacht even, hier klopte iets niet – ik zag docenten die ik nog herkende uit de tijd dat ik zelf op school zat. Hoe kon dat? In mijn 12-jarige ogen van 1983 waren die docenten heel, heel oude mensen. Als ze toen al boven de 50 waren, hoe konden ze dan 30 jaar later nog steeds op dezelfde school werken?Een van die docenten heet Ronald Sanders. In 1983 was hij 30 jaar oud, twintig jaar jonger dan ik nu ben. Maar wacht even – als een 30-jarige man bejaard is in de ogen van een 12-jarige leerling, hoe zullen kinderen dan vandaag naar mij kijken?

“Kinderen zien in hun leraar altijd een oude man,” zegt Sanders. “Ik begon in 1975 als broekie van 22. Ik heb 45 jaar op dezelfde school gewerkt. Mijn eerste leerlingen zijn nu 60, die hebben kinderen, zijn misschien al opa of oma. Maar ik herinner me ze als jonge kinderen.”

Is de school veranderd?

“Tussen 2000 en 2010 begon me op te vallen dat de ouders veranderden. Die kwamen steeds meer uit de bancaire sector. Notarissen, advocaten. Ik denk dat het kwam door het postcodebeleid van de gemeente. De school werd voor postcode 1077, soms mocht 1071 ook nog.”

“In jouw tijd als leerling kozen ouders bewust voor het Montessorisysteem, dat paste bij ze. Een ander type ouders koos voor de particuliere Montessorischool op de Apollolaan, of de Openluchtschool in de Cliostraat. De laatste jaren hadden de ouders geen voeling meer met het Montessorisysteem, de houding was: leuk schooltje en het ligt bij ons om de hoek.”

“Het eindgesprek met het advies voor de middelbare school kon steeds dwingender worden. De benadering naar docenten toe werd: leuk wat jij vindt, maar wij weten het beter. Ik heb sterke vermoedens dat dit kwam door een bepaald soort ouders: de mensen die nu in Amsterdam-Zuid wonen, rond de Beethovenstraat.”

Veranderden de kinderen ook?

“Kinderen blijven kinderen, met hun ruzietjes en vriendschappen. Maar ze werden wat verwender, konden minder goed tegen tegenslag. Ouders gaven hun kinderen mee: het leven is een succes en iets anders accepteren we niet.”

“De loting voor middelbare scholen maakte de sfeer harder. Daarvoor konden leerlingen meestal wel terecht op de school van hun eerste keuze. Natuurlijk heb je altijd een paar trieste gevallen. Rond 2005 hadden we een leerling die naar het gymnasium wilde en kon. Maar in Amsterdam kon hij geen plek krijgen, dus het gezin verhuisde naar Velsen.”

Nieuwe docenten kunnen geen huis vinden in Amsterdam.

“Nee. Ik heb jongere collega’s voorbij zien komen van wie ik dacht: dat kan wel wat worden. Maar ze kunnen niet op en neer blijven reizen. Ze zijn op scholen gaan werken in Zaandam, Alkmaar en nog hoger in Noord-Holland. Die ben je dan kwijt. Wethouders zeggen al jaren dat ze maatregelen willen nemen zodat medewerkers in de zorg, het onderwijs en bij de politie in Amsterdam kunnen wonen. Ik hoop dat de stad hier een oplossing voor vindt.”

“Toen ik die leeftijd had, kochten mijn vrouw en ik voor 145.000 gulden (71.000 euro) een huis in Osdorp. Ik verdiende niet veel en dacht: hoe kunnen we dat bedrag ooit terugbetalen? Zij werkte als verloskundige en ging beter verdienen dan ik, het kwam goed. Onze buren hebben hetzelfde huis nu verkocht voor een half miljoen euro.”

“Ik zat op de Pedagogische Academie in de Fred Roeskestraat. In die tijd werd dit werk ook al niet goed betaald, maar het was populair. Op die opleiding had je klas 1A tot en met 1M. De meiden uit mijn klas konden geen baan vinden. Ik wel, er was behoefte aan mannen voor de klas. Het werk had meer statuur en er werd niet zo veel druk op je gelegd als nu. Het administreren van de leerresultaten van kinderen is te ver doorgeslagen.”

In 1995 verscheen In memoriam, een boek van Hans Bloemendal met de namen van alle Joodse Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.

“Je kon dat boek inzien in de Hollandsche Schouwburg. Ik ben er twee woensdagen heengegaan, op mijn vrije middag. Met de lijst van onze oud-leerlingen in de hand kon ik tien namen terugvinden. Maar ik dacht: dit is te veel werk, hier heb ik helemaal geen tijd voor.”

“In 2001 bestond de 1e Montessorischool 75 jaar. Tijdens de reünie kwam een oud-leerling naar me toe die had gehoord dat ik me verdiepte in de geschiedenis van de school. Of ik wist hoe het was afgelopen met zijn Joodse vriendjes uit de klas.”

“We zijn samen op speurtocht gegaan, we vonden 49 namen van leerlingen die tijdens de oorlog zijn vermoord. Dat had wel impact. In de jaren erna vond ik het inschrijfboek van de kleuterschool. Veel Joodse kinderen gingen na de kleuterschool door naar de Daltonschool in de Jan van Eijckstraat, dus het bleken er meer te zijn dan we dachten. Uiteindelijk kwamen we op 172 namen van vermoorde Joodse leerlingen die sinds 1926 op deze school hadden gezeten.”

Wat is daarmee gedaan?

“Sinds 2007 hangt er bij de ingang van de school een gedenkbord met alle namen. En ik heb een boekje gemaakt van de informatie die ik vond over alle kinderen. Ik heb vaak gedacht: had ik maar toegeslagen in 1996, dan had ik de leerkrachten kunnen spreken die toen nog leefden.”

“Een oud-leerling die in Californië woont en nu 89 is, heeft gezorgd voor een Engelse vertaling met een heel rare naam, Storming the Tulips. Het boekje wordt in de VS op scholen gebruikt. Iemand zei tegen me dat ze in Duitsland ook grote belangstelling zouden hebben. Het is in het Duits vertaald, maar ik heb nog geen uitgever kunnen vinden. Zo groot was de belangstelling kennelijk toch niet.”

“Van één naam werd ik het verdrietigst. Gerda Klein werd in 1939 door haar ouders op een kindertransport gezet van Oostenrijk naar Nederland. Ik denk dat ze hier familie had. Die ouders dachten dat ze in Nederland veilig zou zijn. Ze kan hier niet lang op school hebben gezeten. Op 6 maart 1944, op haar negende verjaardag, is ze vergast in Auschwitz. Toen ik dat zag, stroomden de tranen over mijn wangen. Een verjaardag hoort zo’n vrolijke dag te zijn voor een kind.”

Waarom wilde u dit doen?

“Ik heb me vaak afgevraagd: wat zou ík hebben gedaan in zo’n situatie? En vooral: hoe is het mogelijk geweest? Dit waren kinderen die in dezelfde lokalen zaten als waar ik 45 jaar heb lesgegeven. Waarom hebben mijn voorgangers dit niet vastgelegd, al deze namen en hun verhalen?”

“Op reünies heb ik aan oud-leerlingen gevraagd: hoe ging dat, in de jaren 50? Werd hierover gesproken in de klas? Eén juf vertelde haar leerlingen over de oorlog. Een vrouw die in het weekend, met de trein, kinderen vanuit de crèche tegenover de Hollandsche Schouwburg naar Limburg bracht en dan op maandag weer voor de klas stond.”

“De rest sprak er niet meer over en ging verder. Ik heb nooit begrepen hoe dat kan. Van de kinderen die tijdens de oorlog op de 1e Montessorischool zaten, zijn er 55 weggezonden en 16 vermoord. Hoe kun je daarna gewoon doorgaan alsof er niets gebeurd is? Ik ben nu gepensioneerd, maar ik kom nog steeds op school om hierover te praten. Dan zeg ik: ‘Die vermoorde kinderen zaten hier, in júllie klas.’ Het is doodstil tijdens die lessen.”

CV

Ronald Sanders (Amsterdam, 1953) werkte van 1975 tot 2020 als leraar op de 1e Montessorischool, tegenwoordig ook De Wielewaal geheten. Het boek dat hij schreef heet Amsterdamse schoolkinderen in oorlogstijd 1940-1945.

De stad van... Ronald Sanders

Echt Amsterdams
“Op zondagochtend wandelen in de binnenstad.”

Huur of koop
“Ik ben erg voor huur, het is eerlijker. Maar dan wel via een woningbouwvereniging. In de huidige situatie geeft kopen veel voordelen. Ik heb geen spijt van ons koophuis.”

Accent
“Op de lagere school in Geuzenveld zei mijn juf: ‘Ronaldje praat een beetje plat.’ Dat is bijgeschaafd, ik weet alleen niet meer hoe.”

Rust of drukte
“De volkstuin in Geuzenveld is ons toevluchtsoord. Van grote menigtes hou ik niet. De demonstratie in 1981, tegen de kortingen op salarissen voor leraren, was de laatste keer dat ik de drukte opzocht.”

Randstad versus provincie
“Amsterdam is de grote jongen die zijn omgeving opslokt. Ik kom graag in de provincie. Tien kilometer buiten de stad kun je al op mooie plekken komen die je nooit hebt gezien.”

Robert Vuijsje. Beeld Erik Smits
Robert Vuijsje.Beeld Erik Smits

Serie

Amsterdammers klagen graag over de snel veranderende stad, maar willen hier toch blijven wonen. Hoe werkt dat? vraagt schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Salomons oordeel) zich af in een wekelijkse interviewserie met bekende en minder bekende Amsterdammers. Dit is aflevering 7. Eerder interviewde hij Stephanie Archangel, conservator van het Rijksmuseum, Cliff en Polo Chan van restaurant Nam Kee, ondernemer Mohamed Mahdi en acteurs Jeroen Krabbé, Dilan Yurdakul en Walid Benmbarek. Lees hier ons interview met Robert Vuijsje over zijn serie.

Meer over