PlusAchtergrond

Oranje Comité Amsterdam zorgt voor feeststemming in verzorgingshuizen: ‘Iedereen heeft er weer zin in’

Het Oranje Comité Amsterdam, met zittend op de bank secretaris ad interim Tina Oudshoorn en rechts echtgenoot en voorzitter Joop Oudshoorn. Staand penningmeester Pieter Heidbuurt en zijn zuster Hennie. Beeld Dingena Mol
Het Oranje Comité Amsterdam, met zittend op de bank secretaris ad interim Tina Oudshoorn en rechts echtgenoot en voorzitter Joop Oudshoorn. Staand penningmeester Pieter Heidbuurt en zijn zuster Hennie.Beeld Dingena Mol

Het Oranje Comité Amsterdam, 152 jaar geleden opgericht om kermisrellen te voorkomen, is tegenwoordig actief in verzorgingshuizen. Koningsdag is een dag om naar uit te kijken, maar ook om tegen op te zien.

Patrick Meershoek

De jaren gaan tellen, niet alleen voor de vereniging met zijn eerbiedwaardige 152 jaar, maar ook voor de bestuurders: vrijwel allemaal in de tachtig jaar en niet onkwetsbaar. “We hebben wat tegenslag gehad,” vertelt de piepjonge secretaris ad interim Tina Oudshoorn (62), echtgenote van voorzitter Joop Oudshoorn (83). “Onze eigenlijke secretaris is na een ongelukkige val opgenomen in het Sarphatihuis. Ik neem tijdelijk de zaken waar, samen met onze 80-jarige penningmeester Pieter Heidbuurt, die gelukkig goed is hersteld van het auto-ongeluk van een jaar geleden. Zijn zus Hennie helpt ook mee. Het is nu even spitsroeden lopen, maar we doen het nog steeds met veel genoegen.”

Oranjebitter

Lang leve het Oranje Comité Amsterdam! Al tientallen jaren zorgt het bestuur ervoor dat in een kleine vijftig verzorgingshuizen Koningsdag kan worden gevierd met gebak bij de koffie, een artiest en later op de dag een glaasje advocaat of oranjebitter. Het comité fungeert als subsidieloket: de gemeente verstrekt het geld dat vervolgens door het bestuur over de aanvragers wordt verdeeld. “Maximaal 775 euro per verzorgingshuis,” legt penningmeester Heidbuurt de spelregels uit. “En er is veel vraag naar. Iedereen heeft er zin in. Zeker nu er voor het eerst in drie jaar geen beperkingen gelden vanwege corona.”

Want de afgelopen jaren was het geen advocaatje met slagroom maar knudde met een rietje. Ook voor het comité zelf, dat in 2020 de viering van het 150-jarig bestaan in het water zag vallen. Heidbuurt: “Er was een receptie met de burgemeester gepland, maar die kon niet doorgaan. Ook in de verzorgingshuizen kon helaas niets worden georganiseerd. Vorig jaar hebben we het nog zo kunnen regelen dat er in elk geval nog een hapje en een drankje waren voor de bewoners, maar verder was er weinig tot niets mogelijk. Dus we hebben er naar uitgekeken om dit keer alles weer te kunnen doen zoals het hoort.”

Veldslagen

Spijtig dat de jubileumviering moest worden afgeblazen, want het comité heeft een bijzonder verhaal te vertellen. Op verzoek van het stadsbestuur in 1870 opgericht als Vereniging tot veredeling van het volksvermaak te Amsterdam, in een poging met georganiseerde spelen een einde te maken aan de rellen die de kermis en jaarmarkt steevast vergezelden. In 1930 omgedoopt tot Oranje Comité om ter ere van koningin Wilhelmina het allereerste koninginnefeest te organiseren. Om in de woelige jaren zeventig weer te worden opgetrommeld als beproefd middel tegen een overdosis onrust onder invloed van alcohol en republikanisme.

Afgezet tegen de veldslagen uit die tijd is het Amsterdam van nu, ondanks het gemopper, een toonbeeld van rust en beschaving. Dertig jaar geleden verlegde het comité in overleg met de gemeente de aandacht van de straat naar de verzorgingshuizen. Oudshoorn: “Het is tegenwoordig een en al feest in de stad. De bewoners van de huizen hebben ook recht op een verzetje.”

Voor het bestuur is het een drukke dag, vertelt Heidbuurt. “We splitsen ons op en bezoeken steekproefsgewijs een aantal huizen. Om even een praatje te maken met de verpleegkundigen en erop toe te zien dat het geld goed wordt besteed.”

Opgelucht

Dat maakt Koningsdag ook voor de bestuurders tot een drukke dag. “Ontzettend leuk om te doen,” zegt Tina Oudshoorn. “Maar ik vind het eerlijk gezegd wel zwaar. Je ziet tijdens zo’n rondgang ook een hoop narigheid. Verwarde ouderen die vergeefs bij de deur op hun kinderen wachten. Dat soort dingen grijpt me wel eens bij de strot.”

Heidbuurt heeft daar minder last van: “Ik doe het al dertig jaar. Ik ben er aan gewend geraakt. Ik ben vooral opgelucht als we alles op tijd hebben kunnen rondbreien. Het is elk jaar een hele organisatie om het geld bijtijds bij de aanvragers te krijgen. Gelukkig hebben we de computer. Vroeger zat ik een hele avond over te schrijven.”

Meer over