Ruben Koops. Beeld Artur Krynicki
Ruben Koops.Beeld Artur Krynicki

Op zoek naar geld trapt de Stopera in oude valkuilen

PlusRepubliek Amsterdam

Ruben Koops

Op de enorme bedragen die doorgaans onderwerp van gesprek zijn op het Amsterdamse stadhuis is 10 miljoen euro maar een klein getal. Ook de maatregel die dit bedrag moet opleveren – de verdubbeling van de afschrijvingstermijn van gemeentelijke gebouwen – is ingewikkeld, waardoor het onderwerp nauwelijks aandacht krijgt. De kans bestaat zelfs dat u nu al stopt met lezen, dat krijg je ervan als je over afschrijvingen begint. Houd nog even vol.

Want de hierboven beschreven maatregel staat symbool voor de veranderende politieke cultuur op de Stopera in het denken over financiën. Terug in de tijd: in 2013 maakte Amsterdam per ongeluk 188 miljoen euro over in plaats van 1,88 miljoen. Deze blunder legde bloot dat de financiële functie van de hoofdstad bij wijze van spreken met plakband en paperclips bij elkaar werd gehouden.

Een raadsenquête in 2016 leverde snoeiharde conclusies op: in de Stopera was decennialang te weinig aandacht geweest voor de gemeentelijke boekhouding. De stad was niet in control en verspilde jaarlijks veel geld doordat eenvoudige begrotingsregels werden genegeerd.

Bovendien hadden de wethouders en de gemeenteraad te weinig aandacht voor de financiële techniek. ‘Geld is nooit een probleem in Amsterdam’ was de mantra die oud-wethouder Eric van der Burg als enige hardop durfde uit te spreken. De financiën van Amsterdam stonden ten dienste aan het bedrijven van politiek en het maken van mooi progressief beleid. Een deugdelijke, gezonde boekhouding voor de lange termijn was geen doel op zich.

Tot 2020 is er hard gewerkt om die stadsfinanciën naar een hoger plan te tillen. Maar door de economische effecten van de pandemie is de gemeente op zoek naar geld en trapt de politiek in oude valkuilen. Zo wordt in 2022 de reserve intertemporele compensatie – een ingewikkelde term voor een pot geld waarmee toekomstige prijsstijgingen kunnen worden opgevangen – ingezet als begrotingsruimte. Het was handig deze reserve achter de hand te hebben in een tijd dat de inflatie, en daarmee de prijsstijgingen, tot recordhoogtes stijgen, maar dat kan nu dus niet meer.

Ook opvallend: de gemeentelijke organisatie heeft zelf steeds meer geld nodig. Bestuur en organisatie mocht in 2019 zo’n 517 miljoen euro kosten, volgend jaar is hier 671 miljoen voor begroot; 30 procent stijging! Nu groeit Amsterdam hard, maar is het aantal inwoners met 30 procent gegroeid of is de stad met 30 procent oppervlakte toegenomen? Natuurlijk niet.

Terug naar het verlengen van de afschrijftermijn van gebouwen, van 40 naar 80 jaar, het meest recente signaal dat oude tijden herleven. De argumentatie van wethouder Victor Everhardt (Financiën) is dat gebouwen vaak langer blijven staan dan 40 jaar, de periode waarin zij nu worden afgeschreven. Die afschrijving verlengen levert in 2022 direct geld op om bezuinigingen in het heden te voorkomen. Maar wat Everhardt daarbij niet vertelt, is dat een boekhouder zou adviseren dan ook gelijk meer geld vrij te maken voor onderhoud. Wie een gebouw (boekhoudkundig) langer in stand houdt, moet direct extra bijplussen op de onderhoudsvoorziening. Wie dat niet doet, bezuinigt op onderhoud.

Gelukkig hoef je tegenwoordig geen financieel expert te zijn om te weten wat er gebeurt als je bezuinigt op onderhoud in Amsterdam. Iedereen weet hoe de kades en bruggen er inmiddels aan toe zijn. Ook dit enorme probleem is ooit begonnen met kleine getallen en achteloosheid over een afschrijvingstermijn.

Politiek verslaggever Ruben Koops belicht in ‘Republiek Amsterdam’ een politiek onderwerp uit de stad.

Reageren? r.koops@parool.nl.

Meer over