PlusDe ziel van Amsterdam

Op zoek naar de ziel van Amsterdam: ‘Die loopt onvermijdelijk deuken en butsen op’

Heeft Amsterdam een ziel? En hoe gaat het met die ziel in tijden van geldzucht, huizengekte en massatoerisme? Henk Leegte, predikant van de Singelkerk, verricht de aftrap voor een reeks verhalen waarin we de komende maanden samen met deskundigen en lezers de ziel van de stad aan een nader onderzoek onderwerpen.

Patrick Meershoek
null Beeld Van Santen & Bolleurs
Beeld Van Santen & Bolleurs

De zorg voor de ziel behoort al eeuwen tot het takenpakket van de predikant van de Singelkerk van de doopsgezinde gemeente. In de huidige praktijk betekent dat: praten met kerkleden die getroffen zijn door werkloosheid, scheiding, ziekte of dood van een naaste. “Ik ben natuurlijk geen therapeut,” zegt Henk Leegte, “maar ik kan wel samen met de mensen op zoek gaan naar verhalen uit de Bijbel die hen tot steun of troost kunnen zijn. De ziel is de kern, het allerzelfst in de woorden van Leo Vroman. Daar moet je goed voor zorgen.”

Wat heeft de ziel nodig? Leegte: “De oergedachte uit de bijbel is dat de mens geroepen is om vrij te zijn. Of dat ook lukt, is voor een deel de eigen verantwoordelijkheid en voor een deel afhankelijk van mazzel en pech. Het is mens eigen om hun geluk vooral toe te schrijven aan de eigen verantwoordelijkheid en de tegenslagen aan het noodlot of de ander. In het paradijs vlogen de verwijten al over en weer. Dat vind ik een prettig aspect van de bijbel: dat de mens ook wordt getoond in al zijn lulligheid. De grootsheid gaat hand in hand met het onvermogen.”

Typisch Amsterdams

De ziel is net een volkstuin: je bent er nooit klaar mee. Er moet hard worden gewerkt om er iets van te maken. “Het offer is wel een vereiste,” vertelt Leegte. “In bijbelse termen: het volk van Israël moest een tocht door de woestijn maken om te leren hoe met de vrijheid om te gaan. Daar hoort ook een zekere begrenzing bij. Vrijheid zonder grenzen leidt tot chaos. Ook belangrijk: de zorg voor de ander. In de bijbel staat wel honderd keer dat we de vreemdeling moeten liefhebben. Juist omdat het zo moeilijk is.”

In dat opzicht is de stad net een mens, zegt Leegte, om een brug te maken naar de ziel van Amsterdam. “Die twee gezichten vind je overal terug. De platste handel naast de grandeur, de humor versus de agressie, het pure egoïsme naast de zorg van vrijwilligers voor mensen die het moeilijk hebben. Het hoort allemaal bij elkaar. Het wordt lastig als er sprake is van twee gescheiden werelden die niets met elkaar hebben. Deze kerk is vanouds een plek waar arm en rijk samenkomen. Zo moet het in de stad ook zijn. De mensen moeten een gedeeld verhaal hebben.”

Dat is misschien een goede omschrijving van de ziel van de stad: een verhaal dat Amsterdammers met elkaar delen. Een typisch Amsterdams verhaal ook. Leegte: “De humor hoort daar ook bij. Ik zat in de tram toen een forse vrouw met boodschappentassen de ingang versperde. De conducteur vroeg via de intercom of ze opzij wilde gaan. In plaats daarvan riep ze dat hij haar reet kon likken. De conducteur reageerde ad rem met: ‘dat kost me dan wel een snipperdag’. Grof, maar ook ontzettend geestig: heel Amsterdams vind ik dat.”

In het gedeelde verhaal van Amsterdam zitten schoonheid en vreugde, maar ook lelijkheid en verdriet. Leegte: “De ziel loopt onvermijdelijk deuken en butsen op. De jodenvervolging en het aandeel van de stad daarin vormen een blijvend litteken. Het heeft ook heel lang geduurd voor Amsterdam daar open en eerlijk over heeft willen zijn. Hetzelfde zie je nu met het slavernijverleden van de stad. Is het leuk om het daar over te hebben? Nee. Is het noodzakelijk? Ja. Het is ook een vorm van zielzorg. Dat zijn we met z’n allen aan het doen.”

Nutella is geen balsem voor de ziel

Het gedeelde verhaal is wel onder spanning komen te staan door de kosten van het leven in de stad. Van een kop koffie op het terras tot een woning: alles is duur geworden. Wat betekent dat voor de ziel van de stad? Leegte waarschuwt voor al te veel moralisme. “Het is verleidelijk om hoofdschuddend naar de Zuidas te kijken, maar met het geld dat op de ene plek wordt verdiend, kan op de andere plek goed werk worden gedaan. Het is wel cruciaal dat de middenklasse in de stad kan blijven wonen. Die vormt de verbinding tussen arm en rijk.”

Een ander punt van zorg is het massatoerisme. Nutella is geen balsem voor de ziel. Leegte: “Ik woon op de Wallen, dus ik zit er bovenop. Het grote probleem is: wat daar gebeurt heeft niets meer te maken met Amsterdam. De bezoekers komen uit het buitenland, net als de prostituees. Het is een dierentuin. Ik zat pas voor mijn huis een kopje thee te drinken, toen een paar dronken mannen hun broek open knoopten om in een geveltuin te pissen. Het was vijf uur in de middag! Toen ik er wat van zei, was de verbaasde reactie: maar hier kan toch alles?”

Het is juist die suggestie van onbegrensde vrijheid, vindt de predikant, die maakt dat het massatoerisme zo veel uitwassen kent, variërend van wildplassen tot onmatig gebruik van alcohol en drugs. “Het is een groot misverstand dat ultieme vrijheid betekent dat je met andere mensen niets te maken hebt. In de bijbel staat dat de mens gemaakt is voor de gemeenschap. Dat betekent dat we afhankelijk van anderen moeten durven te zijn en moeten omkijken naar de mensen die afhankelijk van ons zijn. Dat is goed voor de ziel.”

De Amsterdammer en de ziel van de stad

Het ging natuurlijk over woningnood, verkruimelende kades en erfpacht, maar tijdens de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen ging het plotseling ook over de ziel van de stad. Het was PvdA-lijsttrekker Marjolein Moorman die het kostbare maar ongrijpbare kleinood in de arena wierp. Dat was behendig van haar maar ook een beetje gemeen, want door zich op te werpen als hoeder van de Amsterdamse ziel was het net alsof de andere partijen het liefst de kachel wilden aansteken met het ding.

Los van die politieke woelingen is het een interessante vraag: heeft Amsterdam inderdaad een ziel en hoe staat het met de ziel? Kan die ziel ook verloren gaan? Kunnen wij daar iets aan doen? Dat zijn vragen en in de komende zomermaanden gaan we in een reeks artikelen op zoek naar de antwoorden. Samen met deskundigen die op ons verzoek een aantal plekken, gebeurtenissen, mensen, gerechten, geuren en dieren noemen die volgens hen onlosmakelijk verbonden zijn met die Amsterdamse ziel.

Dezelfde vragen willen we aan de lezer stellen. Welke onderdelen horen bij de ziel van de stad? En wat is funest voor die ziel? Is het oude Ajaxshirt beter voor de ziel dan het nieuwe? Heeft Ramses Shaffy een eigen kamer in die ziel of Dries Roelvink? Of allebei? De pont over het IJ is balsem voor de ziel, maar geldt dat ook voor de Noord/ Zuidlijn? Ook niet-Amsterdammers mogen zich hun mening geven. Maar denk eraan: onze ziel is niet van glas, maar ook niet van gewapend beton.

Meer over