Mohamed Mahdi: ‘De integratie is niet mislukt. Wat in een gemiddelde Nederlandse familie twee eeuwen kan duren, doen wij binnen één generatie.’

PlusInterview

Ondernemer Mohamed Mahdi: ‘In Amsterdam zag ik pas dat er ook nog andere Marokkanen waren’

Mohamed Mahdi: ‘De integratie is niet mislukt. Wat in een gemiddelde Nederlandse familie twee eeuwen kan duren, doen wij binnen één generatie.’Beeld Erik Smits

Ondernemer Mohamed Mahdi kwam als kind uit Marokko naar Uithoorn. Pas toen hij in Oud-West ging wonen, zag hij dat er meer Marokkanen in Nederland waren. In 2003 verhuisde hij naar Slotervaart, een buurt waar hij zich met hart en ziel voor inzet.

Robert Vuijsje

Toen de moeder van Mohamed Mahdi hertrouwde, kreeg hij een broer die slechts een paar maanden ouder was en niet alleen dezelfde achternaam had, maar ook dezelfde voornaam. “In Uithoorn werd hij Mo genoemd en ik Mootje.”

Ze dachten in Uithoorn dat jullie letterlijk allemáál Mohamed heten?

“Eén Marokkaans gezin woonde er, en één Spaans gezin. Spanjaarden waren de allochtonen daar.”

In het voormalige Slotervaartziekenhuis, waar hij eind oktober Casa Sofia opende, bestaande uit twee zalen en een horecagedeelte, zit Mohamed Mahdi zich te verbazen over het bericht van een medewerker. “Die vraagt of ze vandaag moet komen werken. We zitten al weken in lockdown.”

Het ziekenhuisgebouw is gekocht door de firma Zadelhoff, die hier ook iets voor de buurt wilde doen. “Ik zat vlakbij al met een eerdere vestiging van Casa Sofia, daarom werd ik benaderd door Zadelhoff. Onze zalen worden geboekt door bedrijven uit de buurt. Dat ging direct goed, we hadden een volle agenda. En toen moesten we weer dicht.”

Eerst terug naar Uithoorn, waar Mohamed Mahdi in 1979 kwam wonen. “In Marokko was mijn moeder gescheiden van mijn biologische vader. Werk was er niet – en zeker niet voor een gescheiden vrouw. Ze moest leven van wat de familie haar gaf, we woonden bij mijn oma. In 1975 verhuisde mijn moeder in haar eentje naar Nederland, als een van de weinige vrouwelijke gastarbeiders die zelfstandig kwamen.”

In Mijdrecht, aan de lopende band in de fabriek van Johnson & Johnson, ontmoette ze zijn stiefvader. Ze vonden een huis in het volgende dorp, Uithoorn. “Mijn broertje en ik woonden nog bij onze oma in Marokko toen ineens een Mercedes voor de deur stopte met daarin mijn moeder en stiefvader. We stapten in en reden door naar Nador. Daar kwam de volgende verrassing. De deur van die Mercedes ging open en de zoon van mijn stiefvader stapte in: dit is je broer, hij heet ook Mohamed. In Uithoorn gaf mijn stiefvader ons aan op het stadhuis, we kregen allemaal zijn achternaam. Later heb ik de naam van mijn biologische vader aangenomen.”

Hij noemt het een briljante jeugd. “Overzichtelijk. Twee keer per jaar kermis, je gaat naar school en daarna werken op Schiphol of bij de bloemenveiling in Aalsmeer. Om als immigrant te landen is het een perfecte plek. Uiteindelijk waren we thuis met vijf zoons, als enige ben ik getrouwd met een vrouw van Marokkaanse afkomst. De rest allemaal met Hollandse vrouwen. In andere Marokkaanse gezinnen zou daar moeilijk over worden gedaan, niet bij mijn progressieve moeder.”

“Haar droom is uitgekomen: keurig getrouwd met keurige Nederlandse vrouwen. Mijn oudere broer kwam ongeletterd naar Nederland, hij heeft twee kinderen, die zijn nu piloot en advocaat bij een groot kantoor in Amsterdam-Zuid. De integratie is niet mislukt. Wat in een gemiddelde Nederlandse familie twee eeuwen kan duren, doen wij binnen één generatie.”

Was Amsterdam anders dan Uithoorn?

“Hier zag ik pas dat er ook nog andere Marokkanen waren, dat kende ik niet. Ik leerde Ab Cherribi kennen, op AT5 had ik gezien dat hij voor de PvdA in de gemeenteraad zat. Dat was wat, een Marokkaan die op tv komt en politicus is. In Oud-West begon ik maatschappelijk actief te worden, maar we kregen kinderen en hadden een groter huis nodig. In 2003 verhuisden we naar een groot nieuwbouwproject in Slotervaart, bedoeld voor witte mensen uit Zuid en Centrum, als alternatief voor Almere.”

Hoe was dat?

“Ik miste Oud-West en had echt heimwee. De meeste van mijn vrienden raakte ik kwijt, die wilden niet naar Slotervaart komen. Het was een zwarte buurt. En er was niets. Geen horeca, geen theater, geen uitgaan, geen bibliotheek, geen boekwinkel. Alleen De Meervaart en café de Rooseboom. In een boek van Peter R. de Vries las ik later dat Willem Holleeder daar vaak kwam.”

“Deze buurt is bedacht door Cornelis van Eesteren. De gedachte was: je werkt en recreëert in de binnenstad en komt daarna hier slapen. Alleen werkt het niet meer zo. Die voorzieningen moeten ook in Slotervaart komen, maar vanuit het stadhuis gebeurde niets, er was gewoon geen aandacht voor. Ze dachten: die mensen wonen daar en zolang we geen last van ze hebben, kunnen we het zo laten.”

Hoe is dat nu?

“De laatste vijf tot tien jaar gaat het beter. Met kleine stapjes, terwijl we eigenlijk zouden moeten sprinten.”

Waarom gaat het beter?

“Door de daadkracht van de mensen zelf, die hier wonen. Wij zijn onze eigen dingen gaan bouwen. Onze ouders, de eerste generaties, waren passiever. Nu is er voor het eerst een generatie die wil meedoen, aan de knoppen draaien. Wij zijn hoogopgeleid en nemen niet meer genoegen met getolereerd worden in de buurt van de tafel, we willen aan tafel zitten.”

“De gentrificatie van Slotervaart helpt mee, maar de vermenging met witte tweeverdieners zorgt ook voor problemen. De aandacht die er vroeger nooit was, komt nu ineens wel. Het Rijks, Stedelijk, De Balie, Paradiso, Amsterdam Museum: in hun eigen buurt zien ze geen groeimogelijkheden meer en allemaal willen ze een eigen vestiging in Nieuw-West. Een nederzetting, mag ik het zo noemen?”

“Ik vind dat het niet zou moeten mogen. Als je 25 jaar geen interesse hebt gehad voor dit stadsdeel en nu wel, dan zijn je rechten verspeeld. Kijk eerst wat hier rondloopt. Als voor nieuwe cultuurhuizen voorrang wordt gegeven aan instituten uit het Centrum, is dat de doodsteek voor het lokale talent uit Nieuw-West. En wat een nog groter gevaar is: door de komst van die witte tweeverdieners worden de mensen die hier woonden, verdrongen.”

We beginnen allebei te lachen en de term ‘omvolking’ valt. “In de vorige vestiging van Casa Sofia had ik een conciërge, Mustafa. Zijn zoon is getrouwd en moet inwonen bij de ouders. De gemeente bouwt nu het Schinkelkwartier, met tienduizend nieuwe woningen. Het heet Schinkel, naar de buurt bij het Olympisch Stadion, maar ligt voor 90 procent in Nieuw-West. Dat zal wel marketing zijn. Ik vind dat die woningen voor jongeren uit Nieuw-West moeten zijn. Geen huur, maar koop. Geef voorrang aan lokale bewoners, zoals ook in Zaandam gebeurt.”

CV

Mohamed Mahdi (Oujda, 1969) is de eigenaar van Casa Sofia en directeur van cultuurorganisatie El Hizjra. Voor hij sociaal ondernemer werd, werkte Mahdi als public affairs adviseur voor kennisinstituut Forum.

De stad van... Mohamed Mahdi

Echt Amsterdams
“Met de fiets of de tram terug naar huis. Vroeger zat ik altijd anderhalf uur in die ellendige bus terug naar Uithoorn.”

Accent
“Ik hoop Uithoorns slash Amsterdams.”

Toeristen
“Ze zijn welkom hier in Nieuw-West. Marhaba. Dat bord met I Amsterdam zouden ze hier moeten zetten. Het staat er zelfs, aan de Sloterplas, maar niet met de bijbehorende marketing.”

Huur of koop
“Ik ben blij dat ik heb gekocht. We hebben letterlijk ruimte gekocht. Maar ik maak me zorgen om mijn kinderen. Die kunnen hier nooit iets betalen.”

Randstad versus provincie
“Amsterdammers verkopen hun huizen duur en gaan dan in de rest van het land iets kopen en de prijs opdrijven. Ik zie de stoere taal richting de provincie, maar daar moeten ze zich niet als Calimero gedragen richting Amsterdam. Ze hebben zelf genoeg te bieden.”

Mohamed Mahdi: ‘Als je 25 jaar geen interesse hebt gehad voor dit stadsdeel en nu wel, dan zijn je rechten verspeeld.’ Beeld Erik Smits
Mohamed Mahdi: ‘Als je 25 jaar geen interesse hebt gehad voor dit stadsdeel en nu wel, dan zijn je rechten verspeeld.’Beeld Erik Smits
Robert Vuijsje Beeld Erik Smits
Robert VuijsjeBeeld Erik Smits

Serie

Amsterdammers klagen graag over de snel veranderende stad, maar willen hier toch blijven wonen. Hoe werkt dat, vraagt schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Salomons ­oordeel) zich af in een wekelijkse interviewserie met bekende en minder bekende Amsterdammers. Dit is aflevering 3.

Meer over