PlusExclusief

Nardo Brudet schreef een volkslied voor Amsterdam: ‘Mensen zien een donkere man vol tattoos en kunnen dat niet rijmen’

Nardo Brudet, in een vorig leven fotograaf en gevangenisbewaarder, schreef een nieuw volkslied voor Amsterdam. ‘Ik kan geen compromissen sluiten, ik kan niet lopen slijmen bij mensen.’

Robert Vuijsje
Nardo Brudet: 'Ik weet nog dat ik hier voor het eerst witte mensen op een bakfiets zag rijden. Dat was wat.' Beeld Erik Smits
Nardo Brudet: 'Ik weet nog dat ik hier voor het eerst witte mensen op een bakfiets zag rijden. Dat was wat.'Beeld Erik Smits

Nardo Brudet stond voor café Bolle Jan, bij het Rembrandtplein. Opnames voor de videoclip bij zijn lied Amsterdam. Van Dobben, aan de overkant in de Korte Reguliersdwarsstraat, is een van de monumentale Amsterdamse locaties in die video. Brudet zag een man die duidelijk bij café Bolle Jan hoorde en vroeg of hij het lied daar een keer mocht komen zingen.

Hoe omschrijf je Amsterdam? Een levenslied over hoe verliefd Brudet is op zijn stad, op het eerste gezicht meer in de stijl van zijn moeder uit Amsterdam-Noord dan dat het zou passen bij zijn Surinaamse vader.

De reactie van Ron, baas van de Bolle Jan, leek op die van alle oudere Amsterdammers aan wie Brudet het lied liet horen. Wat is dit mooi, maar heb jíj het gezongen? Echt? Komt die tekst van jou, ben jij een Amsterdammer, ben je hier geboren? “Ik antwoordde dan: je hoort toch wat ik net heb gezongen? Zij zien een donkere man vol met tattoos en kunnen dat niet rijmen met het lied.”

De mensen die het niet kunnen geloven doen er goed aan de video van Amsterdam te bekijken, ook gemaakt door Brudet, onder de artiestennaam Nardo. Daarin wordt de tekst geplaybackt door Amsterdammers in alle soorten en maten. “Het zijn geen verschillende culturen, het zijn allemaal Amsterdammers.” In zijn eerdere werk speelde Nardo Brudet ook met de vooroordelen en verwachtingen van het publiek, waarover zo meer.

Waar kwam het idee voor dit lied vandaan?

“Ik lag te slapen en kreeg een melodie in mijn hoofd. In drie kwartier schreef ik er een tekst bij. Daarna sliep ik verder. Zodra ik wakker werd, belde ik Velibor Weller, die zat bij me op de lagere school. We gingen zijn muziekstudio in en namen het op.”

“Het is mijn verhaal, mijn levenslied. Over hoeveel ik hou van deze stad. Een heel verhaal, toen ik weer wakker werd, dacht ik: huh, heb ik dat geschreven, hoe dan? De tekst raakt me echt, als ik het op een podium ga zingen moet ik oppassen dat ik niet ga huilen.”

In een eerder leven was Nardo Brudet niet alleen tien jaar gevangenisbewaarder in de Bijlmerbajes, maar ook fotograaf, in 2004 cum laude afgestudeerd aan de Fotoacademie Amsterdam en in 2005 winnaar van de Photo Academy Award. Zijn vader maakte al foto’s en had een doka in huis. Maar de kost verdiende hij als loodgieter.

“Mijn moeder was kassajuffrouw in het Floraparkbad, later bij het Marnixbad. Ze heeft ook nog als zuster gewerkt in het ziekenhuis. Mijn vader kwam hier uit Suriname toen hij 20 was. In die tijd, in 1964, werd mijn moeder in Noord uitgescholden voor negerhoer. Dan liep mijn vader te knokken. Mijn moeder leerde ons altijd: als de liefde er is, moet je ervoor gaan, de rest is niet belangrijk.”

“Mijn vader werkte bij het GEB en in het weekend ging hij beunhazen, extra doekoe maken zodat we op vakantie konden. Ik ging mee, om het te leren. Op de LTS wilde ik elektricien worden, maar mijn vader besliste dat het loodgieter moest zijn. In de praktijkvakken was ik de beste van de klas, ik kon alles al en begon als loodgieter te werken toen ik 16 was. Zonder diploma van de LTS af, de lagere technische school – hoe laag kun je zijn?”

Voorafgaand aan de Fotoacademie was er een korte episode in de muziek. “Met vrienden liepen we altijd op straat te rappen. Patrick Tilon zat erbij, later van de Urban Dance Squad. De dj was Dimitri, die daarna groot werd in de house. We werden ontdekt in de tram.” Op zijn telefoon laat hij op YouTube een optreden zien van Freakaristic uit 1988, bij Popformule, gepresenteerd door Linda de Mol. “Een paar jaar veel opgetreden, we combineerden rap en zang.”

Van loodgieter ineens rapper worden en daarna fotograaf, werd dat raar gevonden?

“Nu nog steeds: als ik iets wil, ga ik ervoor. Ik heb nooit gedacht: dat kan ik niet. Mijn vader genoot ervan dat ik op de Fotoacademie zat. Als ik hem liet zien wat ik daar maakte, zei hij alleen maar hoeveel mooier het was dan zijn eigen foto’s. Zijn pak en zijn hoed hingen al klaar, dat zou hij dragen naar mijn examen. Een week ervoor overleed hij, dat was wel dramatisch.”

In 2008 exposeerde Brudet in galerie Meneer de Wit de fotoserie Gangs of Amsterdam. “In de ogen van mensen waren dat gangs. Die serie gaat over angst, over projectie. Het waren gewoon groepen jongens uit de stad. Daar zaten vast boefjes tussen, maar het waren geen gangs. Een van die foto’s zie ik als de nieuwe Nachtwacht, die is ook gekocht door het Stadsarchief.”

“Het idee kreeg ik door mijn neef, die lange dreadlocks heeft. Hij had moeite om werk te vinden. Met dreads kon je niet bij de politie werken. Een paar jaar geleden liep ik hier in Noord over het Purmerplein en zag twee agenten op de fiets: allebei dreads. Hoe dan? Dat is vooruitgang.”

Een jaar later volgde de expositie van de fotoserie Slaves of Holland. “Het irriteerde me dat mensen altijd over de slavernij zeiden: dat is zo lang geleden, hou daar eens over op. Als op 9/11 of in Bataclan aanslagen worden gepleegd, voelen wij dat in Europa, dat zien wij als onze mensen. Maar als hetzelfde in Irak gebeurt, kunnen we ons er niet mee identificeren.”

“Ik dacht: laten we de rollen eens omdraaien. Dat deed ik niet voor de kleurlingen, die weten wel hoe het voelt. Het was bedoeld voor de witte man. Op die foto’s liet ik donkere mensen zien in de kleding van toen, uit de 17de eeuw. En de witte mensen werden mishandeld, alsof zij de slaven waren. Ik kreeg zoveel reacties van mensen die me lieten weten: nu pas zie ik het, hoe erg het was.”

Afgezien van een korte periode in Purmerend (‘tegen niemand zeggen, hoor’) woonde Brudet altijd in Noord. “Ik weet nog dat ik door de Van der Pek liep met mijn ex-vriendin. Daar waren ze nieuwe huizen aan het bouwen. Wij naar die site. Vijfenveertig vierkante meter voor 285.000 euro. Later hoorde ik dat de goedkoopste ging voor 325.000. Verandering is goed. Maar mensen zoals ik, die hier vandaan komen en jammer genoeg de doekoe niet hebben – wij worden onze geliefde stad uit gedreven. Ik weet nog dat ik hier voor het eerst witte mensen op een bakfiets zag rijden. Dat was wat.”

Zou u niet beroemder moeten zijn, succesvoller?

“Mijn fotoseries zijn gekocht door het Amsterdam Museum, het Tropenmuseum, door particulieren ook. Ninsee, al die mensen die nu actief zijn tegen ongelijkheid: iedereen kent Slaves of Holland. Maar het is van 2009, het is al gezien. Met Zwarte Piet was ik twintig jaar geleden bezig.”

“Ik kan geen compromissen sluiten. Dingen die ik niet leuk vind: die doe ik niet. Ik kan ook niet werken met mensen die ik niet fijn vind, daar kan ik niet bij lopen slijmen. Dan wordt het lastig. In 2013 gaf ik een lezing in het Anne Frank Huis over Slaves of Holland, voor belangrijke mensen van over de hele wereld. Daar ontmoette ik Erin Gruwell. Een paar jaar eerder was een grote Hollywoodfilm gemaakt over haar leven, Freedom Writers. We kregen iets met elkaar en zij wilde me helpen die foto’s te exposeren in het California African American Museum.”

“Die vrouw was miljonair, gaf overal Ted Talks, ze kende Steven Spielberg, alle belangrijke mensen. We hadden uitgerekend dat zij genoeg airmiles had om mij twaalf keer per jaar heen en weer te laten vliegen naar Amerika. Het was mijn kans om daar door te breken. Maar ik voelde de verliefdheid niet. Ze was workaholic. Als ze hier in Amsterdam was, wilde ik leuke dingen met haar doen, maar ze kreeg steeds werktelefoontjes die voor gingen.”

“Ik heb daar ruzie over gekregen met vrienden. Ze werden echt boos dat ik die kans liet liggen. Ik moest steeds denken aan wat mijn vader me altijd zei: ‘Niet liegen en bedriegen, jij bent een Brudet’.”

Hij is even stil. “Nu ga ik toch weer huilen. Niet om Amerika, hoor. Om mijn vader.”

CV

Nardo Brudet (Amsterdam, 1968) is fotograaf en muzikant. En hij heeft een bedrijf in designmeubelen, NardoDaVintage. “Alles in het hogere segment. Ik heb een opslag in Duivendrecht en verkoop het online.”

De stad van... Nardo Brudet

Echt Amsterdams
“Door de stad lopen, in de zon, en spontaan op een terrasje gaan zitten.”

Accent
“Dat is wel echt Amsterdams, geen ABN. Ook niet Surinaams, van mijn vader mochten we thuis die taal niet spreken.”

Rust en drukte
“Rust is mijn plekkie thuis op het balkon of de bank. Drukte zocht ik vroeger wel, nu krijg ik te veel prikkels.”

Huur of koop
“Als ik zou willen kopen, moet het in Friesland zijn of zo. Voor Amsterdam heb ik het geld niet.”

Import
“Ik voel het meteen als iemand uit Amsterdam komt, ook als ze in een andere stad zijn gaan wonen. Import kan wel Amsterdammer worden, ja natuurlijk.”

Serie

Amsterdammers klagen graag over de snel veranderende stad, maar willen hier toch blijven wonen. Hoe werkt dat? vraagt schrijver Robert Vuijsje (Alleen maar nette mensen, Salomons oordeel) zich af in een wekelijkse interviewserie met bekende en minder bekende Amsterdammers. Dit is aflevering 9. Eerder interviewde hij cabaretiere Soundos El Ahmadi, zijn oude basisschoolleraar Ronald Sanders, Stephanie Archangel, conservator van het Rijksmuseum, Cliff en Polo Chan van restaurant Nam Kee, ondernemer Mohamed Mahdi en acteurs Jeroen Krabbé, Dilan Yurdakul en Walid Benmbarek. Lees hier ons interview met Robert Vuijsje over zijn serie.

Meer over