PlusDe Klapstoel

Mustafa Marghadi: ‘Het klinkt bijna als een grap als ik zeg dat ik uit Lutjewinkel kom, maar voor mij is het thuis’

Mustafa Marghadi: 'Het klinkt bijna als een grap als ik zeg dat ik uit Lutjewinkel kom, maar voor mij is het thuis.' Beeld Harmen de Jong
Mustafa Marghadi: 'Het klinkt bijna als een grap als ik zeg dat ik uit Lutjewinkel kom, maar voor mij is het thuis.'Beeld Harmen de Jong

Mustafa Marghadi (1983) is journalist. De afgelopen vier jaar was hij voor de NOS correspondent in Italië. Per 1 november wordt hij correspondent Zuidoost-Azië, met als standplaats de Indonesische hoofdstad Jakarta.

Peter van Brummelen

Lutjewinkel

“Het Noord-Hollandse dorpje waar ik ben ge­boren en waar ik nu weer tijdelijk woon. Bij mijn ouders, ja. Het klinkt bijna als een grap als ik zeg dat ik uit Lutjewinkel kom, maar voor mij is het thuis. En voor mijn ouders ook. Mijn moeder ziet er met haar hoofddoek en djellaba nogal anders uit in Lutjewinkel, maar toen ik van de week ’s avonds met haar door het dorp wandelde, zei ze: ‘Ik kan me niet voorstellen ooit nog ergens anders te gaan wonen. Hier ben ik tevreden.’ Ze woont er ook al 42, 43 jaar. En mijn vader al wel 50 jaar. Hij kwam naar Lutjewinkel om in de kaasfabriek te werken. Toen was het idee nog dat hij terug zou keren naar Marokko. Later besefte hij dat hij zijn gezin – ik heb zeven broers en zussen – een betere toekomst kon bieden in Nederland.”

VV Winkel

“Daar voetbalde ik. Winkel ligt een kilometer verder dan Lutjewinkel. Lutje betekent klein, zie ook Lutjebroek. Bij VV Winkel stond ik in de spits, net als later bij SRC in Schagen. Gisteren werd ik geïnterviewd door iemand van de ­Schager Courant, die vroeger sportverslaggever was geweest en zich mij nog uit die tijd herinnerde. Of ik goed was? Dat moeten anderen maar zeggen. Ik ramde ze er wel achter elkaar in. Ik ben twee keer regionaal topscorer geweest.”

AS Roma

“Dat was mijn club in Rome, maar vooral als integratiemiddel, hoor. Als je met mensen in Rome wilt kunnen discussiëren over voetbal, moet je wel een kant kiezen natuurlijk. Lazio Roma viel af omdat ze een enorme geschiedenis hebben met het fascisme. Daarbij: AS Roma heeft een práchtig shirt. Ik woonde om de hoek bij het stadion. Tien minuten voor aanvang kon je soms nog een kaartje kopen voor een topwedstrijd als Roma-Napoli. Bij het fluitsignaal zat ik op de Curva.”

De paus

“Bij een foto op Twitter waarop ik hem de hand schudde, noemde ik hem voor de grap ‘mijn buurman’, omdat ik ook op maar vijf minuten lopen van de Sint-Pieter woonde. De buitenlandse persvereniging had de paus uitgenodigd. Hij gaf alleen een speech, vragen mochten er niet worden gesteld. Dat gaat in tegen alles waar ik als journalist voor sta, dus eerst wilde ik niet gaan. Anderen zeiden: dan doe je je journalistieke jasje toch een keer uit en ga je gewoon als toerist? Nou, vooruit, zo kon ik het voor mezelf verantwoorden. En toen stond ik ineens ook in de rij om hem een hand te geven, haha. Wat verder niks voorstelde natuurlijk; er was geen enkele connectie, die man geeft zo veel handen, hij kijkt gewoon dwars door je heen.”

Corona

“Het moment dat ik ontdekte dat de grenzen die ik mezelf had opgelegd rekbaar bleken te zijn. Ik kon nog véél harder werken dan ik dacht. Onder NOS-correspondenten wordt gesproken van een grand slam als je met bepaald nieuws de hele dag op tv en radio bent: van de vroege ochtendprogramma’s tot en met Nieuwsuur en Met het oog op morgen. Met berichtgeving over corona uit Italië heb ik wel een keer of drie zo’n grand slam gemaakt, alle programma’s tikte ik aan. Ik tapte reserves aan waarvan ik niet wist dat ze bestonden. Het was geweldig samenwerken met collega’s, maar ook de saamhorigheid onder Italianen was hartverwarmend. Ik heb dus ook positieve connotaties bij een heel akelige tijd.”

Italiaans

“Ik heb pas Italiaans geleerd toen ik correspondent in Rome werd. Maar ik had al wel een basis van Frans en Spaans, dus de grammatica kon ik volgen. Los daarvan ben ik opgegroeid met Berbers, Arabisch, Nederlands én Engels. Voor mijn zesde was ik al een polyglot. Ik zeg niet dat ik perfect Italiaans spreek, maar ik heb me er altijd goed mee gered. Vanaf het begin ben ik ook gaan oefenen in koffiebars en zo. Italianen waarderen het als je je best doet, kleine foutjes vergeven ze je.”

Bahasa Indonesia

Selamat pagi is goedemorgen, selamat malam goedenavond. En ik ken natuurlijk terima kasih. Er is, kortom, nog veel te leren, ik begin vanaf nul. Ik ga de komende tijd heel hard ­studeren, maar net als bij het Italiaans wordt het met mijn Indonesisch pas wat als ik het in de praktijk ga gebruiken. Ik zit nu al de hele tijd te kijken naar leuke onderwerpen voor reportages: welk verhaal zou ik vandaag hebben verteld? Ik zie heel veel goede verhalen, maar zeker als ik het platteland op ga, zal ik voorlopig 100 procent zeker een tolk nodig hebben.”

Jakarta

“Ik ben er gek genoeg nog nooit geweest. Ik ken wel Bali en Lombok, want ik ben gek op surfen. Op Bali heb je Denpasar, wat niet de meest aantrekkelijke stad op aarde is. Jakarta zal daar enigszins op lijken, maar dan veel groter. Als correspondent in Jakarta doe ik de hele regio Zuidoost-Azië. Thailand, Cambodja, Vietnam... Ik heb tot nu twaalf landen geteld, telkens komt er weer wat bij: het sultanaat van Brunei, eilanden in de Stille Zuidzee. Ik kan goed omgaan met de onrust en de wanorde in Zuidoost-Azië. Ik vind het leuk om in de chaos toch enige orde te ontdekken. Met een vriend stond ik een keer tien minuten op een stoeprand in Saigon. We hadden geen idee hoe we als voetgangers die drukke straat moesten oversteken. Tot we een meneer er gewoon in zagen stappen. Er ontstond echt een bubbel om hem heen, het leek wel iets uit The Matrix. Toen viel het kwartje: al die mensen in auto’s en scooters willen jou helemaal niet aanrijden, als je er loopt, ontwijken ze je. Maar er is wel enige durf voor nodig je tussen al dat verkeer te begeven.”

David van Reybrouck

“Ik ben bezig met Revolusi. Ik las ook andere boeken over de geschiedenis van Indonesië, even de kennis opfrissen, maar dat waren vooral wetenschappelijke boeken, heel gedetailleerd en ook wel droog. Van Reybrouck sleept je echt mee. Hij heeft verrassende invalshoeken en schrijft in een fijne verhalende stijl. Alleen al hoe hij Revolusi begint, met dat beeld van een omgekieperd schip: prachtig prozaïsch.”

Soto ajam

“Ja, heerlijk. De beste at ik in Medewi, een nog redelijk ongeschonden kustdorpje op Bali. Na het surfen stap je op je scooter en duik je een tokootje of warungetje in om te eten. In zo’n zaakje kreeg ik geweldige soto ajam: met veel verse groente en een afgehakte kippenpoot, zo één met de nagels er nog aan. Maar héérlijk, een van de beste kippensoepen die ik in mijn leven at. Ik verheug me erg op de Indonesische keuken. De Italiaanse keuken is ook geweldig natuurlijk, maar ik miste soms de pittigheid. Ik houd ook veel van het expressieve van de Aziatische keuken: smaken die er echt uit knallen.”

Klokhuis

“Onlangs zat ik voor het eerst in jaren weer op een terras in Schagen. Ineens kwam er een drankje van de overkant op me af. Huh, van wie dan? ‘Van dat groepje daar, meneer,’ zei de ober. Hoorde ik ze roepen: ‘Hee, je bent onze held van Het Klokhuis!’ Mensen herkennen me er nog steeds van. Het was de leukste baan die ik heb gehad. Ik zie me nog lopen in de spekjesfabriek waar we een reportage maakten, heerlijk. Maar vergis je niet, Het Klokhuis was een enorm goede leerschool. Het is een programma dat met heel veel zorg wordt gemaakt. Standuppies, kruisgesprekken, verhalen vertellen: ik heb het allemaal daar geleerd.”

Tegel

“In 2017 heb ik een Tegel gewonnen voor het multimediale project Bij ons in Molenbeek. ­Eervol natuurlijk, maar heel veel waarde hecht ik er niet aan. Als ik zie hoe belangrijke sommige collega’s zo’n prijs vinden, denk ik: Dude, het is niet meer dan een momentopname. In ons vak ben je zo goed als het laatste wat je hebt gemaakt. Stel nou dat ik het in Italië verknald had met de coronaberichtgeving, denk je dat het dan iemand ook maar iets zou interesseren dat ik eerder een Tegel won? Maar Molenbeek was mooi om te doen. Ik woonde er een maand. Het is een buurt met een heel slechte reputatie. Zelfs mijn vader zei: ‘Pas je wel op?’ – over een buurt waar 80 procent Marokkaans is, haha. De plegers van de aan­slagen in Brussel kwamen deels uit Molenbeek, maar de andere 95.000 bewoners hadden er niets mee te maken. Ik heb me gericht op die 95.000. Ik heb me er prima vermaakt en kon er zinnige verhalen maken. Waarbij ik zeker niet de onprettige onderwerpen schuwde: over de homofobie in de wijk bijvoorbeeld en over de Joodse mevrouw die niet meer met haar ketting met davidsster over straat durfde te lopen.”

Marokko

“Daar ben ik met enige regelmaat geweest. Elke zomer gingen we er in een afgeladen busje heen. De hele route in drie dagen. Die autorit vond ik altijd geweldig. In de buurt van grote steden mocht ik voorin zitten om mijn vader te loodsen. En om de zoveel tijd stopten we bij een aire de weetikveel, waar mijn vader een half uur een dutje deed en wij lekker gingen voetballen. ­Agadir, de kustplaats waar familie woonde, was ook leuk. Maar het dorp waar mijn ouders vandaan kwamen, in de hoge Atlas, was echt doodsaai. Toen mijn vader en anderen een keer bezig waren een huis met klei en leem te restaureren, mochten wij kinderen in de modder spelen. Een hoogtepunt. Pas veel later begrepen we dat we waren ingezet om die klei te kneden.”

Gershwin Bonevacia

“Ik heb geen idee wie hij is, maar ik lees dat hij ondanks zijn dyslexie stadsdichter van Amsterdam is geworden, dus mijn applaus krijgt hij.”

Meer over