PlusNieuws

Mogelijk minder trams en bussen door mislukt financieel akkoord tussen vervoerregio en het Rijk

Het Amsterdamse openbaar vervoer gaat verschralen, maar het blijft nog onduidelijk in hoeverre er minder metro’s, bussen of trams gaan rijden. De gemeenteraad is kritisch op de manier waarop wethouder Melanie van der Horst (Verkeer) heeft onderhandeld met Den Haag.

David Hielkema en Tim Wagemakers
Amsterdam Centraal Station. Beeld Nicolas Economou/NurPhoto via Getty Images
Amsterdam Centraal Station.Beeld Nicolas Economou/NurPhoto via Getty Images

“Beter iets dan niets.” Dat is de conclusie van Verkeerswethouder Melanie van der Horst nu blijkt dat het rijk met 100 miljoen euro in plaats van het gehoopte bedrag van 500 miljoen euro over de brug komt. In de gemeenteraad zei Van der Horst tijdens een ingelast spoeddebat: “Het is niet waarop we gehoopt hebben, maar wel iets waar we in Amsterdam mee kunnen werken.”

Van der Horst erkende dat het zeer ingewikkeld zal worden om met dit bedrag het openbaar vervoer op dezelfde manier te laten rijden als nu gebeurt. Vorige maand was de wethouder stelliger: toen zei ze dat als er niet genoeg geld is, het kan betekenen dat metro’s ’s avonds niet meer zullen rijden, bussen niet meer naar de randen van de stad gaan en tramlijnen mogelijk geschrapt worden.

Van der Horst zegt nu dat er meer perspectief is. Ze zei met het GVB in gesprek te zijn om te kijken of het ov in ieder geval in de eerste maanden van 2023 op dezelfde manier kan doorrijden. Ook de vraag wat de bijdrage van het GVB gaat zijn ligt op tafel. “Kunnen we het nog slimmer regelen of kosten besparen?”

Vet op de botten

De onderhandelingen tussen wethouder Van der Horst en staatssecretaris Vivianne Heijnen (Infrastructuur) gingen de afgelopen weken stroef. De vervoerregio’s, waaronder Amsterdam, waar Van der Horst voorzitter van is, wilden veel meer geld dan wat het Rijk beschikbaar stelt. Na meerdere gesprekken constateerde Van der Horst: “Nee, is nee.”

Volgens raadsleden Daan Wijnants (VVD) en Diederik Boomsma (CDA) heeft de wethouder haar ‘hand overspeeld’ bij het Rijk. De vervoerregio’s trokken namelijk samen op in de onderhandelingen en wilden de mogelijkheid krijgen om ook winst kunnen maken. De raadsleden wezen erop dat het geld vooral bedoeld is als vangnet en niet als investering.

Van der Horst kon zich daar niet in vinden en zei dat het ‘winst maken’ bedoeld was om ‘vet op de botten te creëren’. “Het betekent niet dat er geld naar aandeelhouders gaat.”

De wethouder wees er daarnaast op dat de lobby wel degelijk goed is gegaan, aangezien er eerst niets op tafel lag. “We kwamen van nul euro, toen kwam er 150 miljoen op tafel, waarvan 100 miljoen voor de regio’s. Daar kunnen we mee aan de slag.”

Hoeveel van de 100 miljoen naar Amsterdam gaat, wordt in oktober bekend. Dat bedrag komt dan bovenop de eenmalige investering van de vervoerregio zelf. Die maakte vorige week bekend 36,2 miljoen euro beschikbaar te stellen. Dat is iets meer dan de helft van het geld dat nodig is. Het bedrag komt onder andere uit het coronaherstelbudget en de niet-uitgekeerde bonussen aan vervoerders.

Bang voor verliezen

In coronatijd hielden ov-bedrijven vast aan hun gewone dienstlijn, ondanks dat het aantal reizigersritten halveerde. Voor de misgelopen inkomsten worden zij vergoed, maar dit stopt in 2023. De vervoerregio’s zijn bang voor verliezen als het aantal reizigers volgend jaar niet op het oude niveau is.

Een deel van de raad drong er bij de wethouder vooral op aan dat Amsterdammers met de minste middelen hier niet de dupe van moeten worden. “Buiten de ring mag in ieder geval niet worden bezuinigd,” zei PvdA-raadslid Farley Asruf. “De mensen die het ov het hardst nodig hebben moeten het kunnen blijven gebruiken en betaalbaarheid is belangrijk.”

Na de zomervakantie moet duidelijk worden hoe de dienstregeling van het openbaar vervoer in Amsterdam eruit gaat zien. Van der Horst: “Ik zal het zomerreces gebruiken om daarover in gesprek te gaan met onder meer het GVB.”