PlusAchtergrond

Met inkt van uitlaatgassen beeldt Nitin Bal Chauhan de boosdoeners van vervuiling af op zijn ontwerpen

In de nieuwe tentoonstelling van het Fashion for Good Museum ren je met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis en toekomst van de internationale modeweken. De ontwerpen van de innovatieve Indiase couturier Nitin Bal Chauhan, geverfd met inkt gemaakt van uitlaatgassen, maken echter een hoop goed.

Fiona Hering
Je verwacht spektakel, maar rent met zevenmijlslaarzen nogal klinisch door de geschiedenis van de internationale fashion weeks in het Fashion for Good Museum. Beeld Evelyn Mora
Je verwacht spektakel, maar rent met zevenmijlslaarzen nogal klinisch door de geschiedenis van de internationale fashion weeks in het Fashion for Good Museum.Beeld Evelyn Mora

De discussie is al ruim dertig jaar oud. Alexander van Slobbe, de nestor van een succesvolle generatie Nederlandse modeontwerpers, in die tijd nog aan het roer van zijn label Orson + Bodil, vroeg het zich al af. Moet mode per se getoond worden tijdens een catwalkshow? Moeten er minstens tweejaarlijks duizenden jour­nalisten, fotografen en tv-crews overvliegen om in de vier grote modesteden, New York, Londen, Parijs en Milaan te kijken naar de nieuwste ­collecties – vrij clichématig op een cat­walk gepresenteerd? Is dat niet hopeloos ouderwets?

Diegenen, onder wie Van Slobbe, die het anders probeerden kwamen tot de conclusie dat de show toch nog steeds het beste werkt, wil je in een klap veel publiciteit genereren. Hoewel ­uiteraard – in die overdaad aan honderden shows per seizoen – alleen diegenen die iets ­bijzonders met hun show deden op het netvlies gebrand staan. Zoals de show van Martin Margiela in het gangenstelsel van de Parijse metro, vol brandende kaarsen. Of Viktor & Rolfs modellen die één voor één in dikke mist arriveerden, maar al van verre te horen waren dankzij de koeienbellen om hun nek.

De internationale modeweken spreken tot de verbeelding van velen. Tegenwoordig zijn ze veel democratischer, want iedereen met een ­i­nternetverbinding kan een steentje van de ­glamourwereld meepikken via sites als voguerunway.com en livestreams van mode­­huizen. ­Tijdens de pandemie zagen we hoe het ook ­anders kon: ontwerpers werkten samen met ­onder meer het digitale Nederlandse modehuis The Fabricant voor films van hun collecties. Voor model Bella Hadid ontwikkelde Thierry Mugler een eigen avatar, waarmee ze de ster was van zijn digitale show.

Geen vliegschaamte

Het niet kunnen reizen alleen al leverde een enorme winst op qua milieuimpact. In 2020 ­publiceerden Zero To Market en Carbon Trust een rapport over de reiskosten binnen het groothandelproces van het modeseizoen. Het resultaat bleek een CO2-voetafdruk gelijk aan het ­verlichten van Times Square gedurende 58 jaar.

In datzelfde jaar publiceerden ontwerpers Dries van Noten, Joseph Altuzarra, en Andrew Keith, directeur van Lane Crawford (keten van luxewarenhuizen in Hongkong en China), een open brief, waarin bepleit werd de modeindustrie duurzamer te transformeren. Onder andere door het tegengaan van verspilling in toeleveringsketens, verplaatsing van de veel te vroege sale, meer gebruik van digitale showrooms, en minder druk op reizen.

Hoewel velen de brief ondertekenden, ging het na de pandemie snel back to usual. Zo ­vonden vorige week de cruiseshows weer plaats. (Dit zijn extra collecties buiten de modeweken om, van oudsher bestemd voor rijke vrouwen die ’s winters op cruise gingen of een eigen jacht hadden; inmiddels is de doelgroep veel groter).

Modehuizen vlogen honderden genodigden over voor hun exclusieve show: Louis Vuitton naar San Diego, Gucci naar Puglia, Chanel naar Monaco en Dior naar Sevilla. Van vlieg­schaamte is hier geen sprake. Qua show en kosten is niets te gek. Zo gaf Dior in 2018 een cruiseshow in de woestijn bij LA, met zicht op het Santa ­Monicagebergte, waar tientallen hetelucht­ballonnen boven een tentenkamp voor een ­magisch decor zorgden. Rihanna was ook van de partij.

Minimaal aangestipt

Helaas ontbreken die uitspattingen in het Fashion for Good Museum. De titel van de tentoonstelling, Fashion Week: A New Era, is daarom enigszins misleidend. Je verwacht spektakel, maar rent met zevenmijlslaarzen nogal klinisch door de geschiedenis van de internationale fashion weeks. Die van een intiem salonevenement inmiddels complete circussen zijn geworden, waarbij ook de bezoekers belangrijke spelers zijn geworden – getuige ook de honderden straatfotografen die erop afkomen.

Dat wordt allemaal minimaal aangestipt. Er hangt een groot beeld van Bill Cunningham, de New Yorkse straatfotograaf van het eerste uur die zo geliefd was dat na zijn overlijden de top van het Empire State Building een avond lang blauw verlicht werd, refererend aan Bills onafscheidelijke blauwe jasje. Je kunt er op de foto met een kartonnen Anna Wintour.

Maar met name in de onderste zaal, met willekeurige oude stuks van Balenciaga, Versace, Moschino, Chanel en Mila Schön, mis je de dynamische sfeer van een modeweek. (De roze jurk waarvan het rokgedeelte geborduurd is met struisvogelveertjes is in dermate slechte conditie dat Cristóbal Balenciaga zich in zijn graf zou omdraaien.) Waarom daar geen shows op schermen vertoond om in de stemming te komen?

Ook de beroemde Battle of Versailles in 1973 (de eerste stap naar de Paris Fashion Week zoals we die nu kennen, en historisch gezien nog zoveel meer) verbeeld in vier kleine zwart-witfoto’s is erg magertjes. In Voices of Fashion. Black Couture, Beauty & Styles, vorig jaar in het Centraal ­Museum Utrecht, werd er een film van vertoond.

Tot zover de kritiek, want er zijn gelukkig ook interessante initiatieven te zien. En het is uiteraard de milieu-impact en de mensen die hun tanden in de problemen zetten, waar dit interactieve museum aan het Rokin zich op richt.

Zo zijn er looks te zien van Botter: Caribbean Couture met een passie voor het behoud van de Caribische onderwaterwereld. En een jurk en operajas (opgebouwd uit lasercut ecoschakels) van couturier Ronald van der Kemp, onderdeel van circulair project Trashure.

Naast beelden van The Fabricant wordt er op een scherm ook een metaverse experience vertoond, waarin Kimia Kawaii, de avatar van de Finse Evelyn Mora van internetbedrijf Digital Village, laat zien hoe levensecht digitale alternatieven voor modeshows kunnen zijn.

Fashion for Good werkt naast het museum ook als innovatieplatform, en zoekt wereldwijd naar innovatieve start-ups, die vervolgens worden gekoppeld aan merken en fabrikanten. Zo werkte het dit keer samen met Lakmé Fashion Week, die tweemaal per jaar plaatsvindt, een keer in Mumbai en een keer in Delhi. Drie Indiase ontwerpers ontwikkelden collecties met inno­vators Altmat, KBCols Sciences en Graviky Labs, die oplossingen bieden voor respectievelijk alternatieve materialen (in dit geval landbouwafval), verven met micro-organismen en printen met koolstofinkt.

Werk van Nitin Bal Chauhan uit de collectie 'Countdown'. Met inkt gemaakt van uitlaatgassen beeldde hij de boosdoeners van vervuiling af op kleding. Beeld  Kyla Elaine
Werk van Nitin Bal Chauhan uit de collectie 'Countdown'. Met inkt gemaakt van uitlaatgassen beeldde hij de boosdoeners van vervuiling af op kleding.Beeld Kyla Elaine

Een wolkenkrabber als hoofddeksel

Nitin Bal Chauhan (43) is de opvallendste. Hij werkte met Graviky Labs, een start-up die eerder al samenwerkte met duurzaam modebedrijf Pangaia, maar ook met Dell en Heineken. Het bedrijf produceert Air-Ink, ’s werelds eerste commerciële inkt gemaakt van opgevangen koolstofemissie.

Chauhan maakte transparante jurken van gerecycled polyester en verfde ze met de hand met deze inkt. In elk kledingstuk zijn 3D, met de hand geborduurde referenties te zien naar de grote boosdoeners: huizenbouw en auto’s. ­Resulterend in een wolkenkrabber als hoofddeksel en smogwolken op een jurk.

Voor zijn collectie Countdown liet hij zich inspireren door de Grote Smog van 1952 in Londen, een situatie die in vijf dagen tussen de 4.000 en 12.000 doden opleverde. “Ik woon in New Delhi, de luchtkwaliteit is daar rampzalig. De gemiddelde concentratie PM2,5-stofdeeltjes (fijnstof, red.) in de lucht ­bedraagt er 85 microgram per kubieke meter, op een goede dag. Het achtvoudige van Londen.”

Waarom blijft hij er dan wonen? “Vanwege de supply chain. In Delhi zitten de betere stoffen­fabrikanten, fabrieken en handarbeiders. Mijn vrouw en ik willen graag terug naar Dharamshala, in het hart van de Himalaya, waar ik geboren ben, maar dat is niet makkelijk qua werk.”

Chauhan noemt zich een fashion protest ­artist. Eerder maakte hij collecties geïnspireerd op Abu Graib en Guantanamo Bay. Vijf van de twaalf stuks van zijn Countdown-collectie zijn vier maanden op het Rokin te zien en gaan dan terug naar zijn winkel in New Delhi. Hoewel hij hoopt dat andere musea ze ook willen tentoonstellen. “Daar is het me om te doen geweest, ik wist dat ik ze niet zou verkopen, maar ik wil awareness creëren. Er moét wereldwijd iets gedaan worden aan de gigantische luchtvervuiling.”

Op de foto met Anna Wintour. Beeld Kyla Elaine
Op de foto met Anna Wintour.Beeld Kyla Elaine
Meer over