Een statushouder in zijn kamer op het voormalige sportpark Elzenhagen in Amsterdam-Noord waar Startblok Elzenhagen plek biedt aan 540 jongeren en statushouders. Hij komt niet in dit verhaal voor.

PlusAchtergrond

Meldingen van geweld, drugs en aanranding: toezicht faalt op gemengd wonenproject

Een statushouder in zijn kamer op het voormalige sportpark Elzenhagen in Amsterdam-Noord waar Startblok Elzenhagen plek biedt aan 540 jongeren en statushouders. Hij komt niet in dit verhaal voor.Beeld Joris van Gennip

Amsterdam telt achttien wooncomplexen waar zowel statushouders als Nederlandse jongeren wonen. De verschillen zijn groot: op de ene plek is het een gezellige boel, op de andere zijn bewoners te bang om naar huis te gaan. ‘Bizar dat jongeren zo veel verantwoordelijkheid krijgen.’

Tahrim Ramdjan en Anna Herter

In de gemeenschappelijke ruimte op de vierde etage van Startblok Elzenhagen, een paar minuten lopen van station Noord, staan bloemen op tafel en hangen schilderijtjes aan de blauw geverfde wand. Er is zelfs een kat, officieel verboden, maar hij blijft netjes in zijn mand. Bewoner Brenda Moerkamp (28) heeft net de ruimte schoongemaakt: “Deze etage is top, ik heb de beste buren.”

De bewoners van de vierde etage zijn de gelukkige uitzondering, zo blijkt. In de woonblokken waar sinds 2019 zo’n 270 statushouders (asielzoekers met een verblijfsvergunning) wonen en 270 Nederlandse jongeren (tussen de 18 en 28 jaar), zijn er ook bewoners die er heel anders over denken.

Op de derde etage liggen lege pizzadozen op tafel, in de ruimte hangt de geur van oude koffie en energiedrank. De vloer is vies van de voetafdrukken. Op de tweede verdieping staan de koelkast, een aquarium en een achtergelaten plank min of meer lukraak in de ruimte; in de vieze wasbak staat een fles energiedrank. “Ik heb hier zo vaak schoongemaakt, maar het is dweilen met de kraan open,” zegt een 30-jarige bewoonster, die anoniem wil blijven omdat ze bij een woningcorporatie werkt. De gemeenschappelijke ruimte mijdt ze.

Het is lang niet het enige probleem in Startblok Elzenhagen, zegt ze. Veel erger zijn de incidenten met mannen. In de drie jaar dat ze er woont, is ze volgens eigen zeggen driemaal aangerand. Enkele maanden geleden nog, toen ze de lift uit wilde stappen en een buurman haar de weg versperde. Vervolgens betastte hij haar.

Aangiftes

De afgelopen maanden zijn meer onveilige woonsituaties bij dit soort wooncomplexen in Amsterdam aan het licht gekomen. Bij complex Stek Oost (woningcorporatie Stadgenoot) in Watergraafsmeer speelde een zedenzaak waarbij een verdachte zes slachtoffers zou hebben gemaakt. Ook zijn er diverse steek- en vechtpartijen geweest. In anderhalf jaar werden twintig aangiftes gedaan. Op de grootschalige wooncomplexen Startblok Riekerhaven en Elzenhagen van woonstichting De Key zijn volgens diverse bewoners signalen geweest van prostitutie, drugshandel en geweld.

Hoe kan het zo onveilig zijn in deze complexen? Er blijken amper gemeentelijke regels voor deze woonvorm te bestaan. Daarnaast zijn de verschillende woningcorporaties, waaronder De Key, Eigen Haard, Stadgenoot en De Alliantie, weinig uniform in de uitvoering van deze projecten. De screening, huisregels, begeleiding, ligging, omvang, samenstelling van het huurdersgroep: overal gaat het net even anders.

Het leidt tot grote verschillen tussen de complexen. Waar bewoners van Hoogte Kadijk 401 (112 bewoners, verhuurder Villex) bijvoorbeeld met elkaar op vakantie gaan, zegt een 28-jarige bewoner van Elzenhagen drie maanden geleden nog een onbekende, agressieve ex-gedetineerde te hebben verjaagd uit de gemeenschappelijke ruimte. Hij had daar toen al een aantal nachten geslapen.

Gemeenschappelijke ruimte van Hoogte Kadijk 401 in stadsdeel Centrum. Beeld Joris van Gennip
Gemeenschappelijke ruimte van Hoogte Kadijk 401 in stadsdeel Centrum.Beeld Joris van Gennip

Goede start

Zes jaar geleden was Amsterdam pionier met deze woonvorm, toen de stad van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) veel meer statushouders moest huisvesten, ingegeven door de vluchtelingencrisis.

Gemengd wonen zou niet alleen betaalbare woningen opleveren. Het zou ook de integratie van statushouders bevorderen én de Nederlandse jongeren een goede start geven. Startblok Riekerhaven in Nieuw-West was het eerste complex, intussen telt de stad er achttien. Veel Nederlandse gemeenten volgden.

Een eis die de gemeente wel stelt, is dat een complex voor de helft Nederlandse jongeren en voor de andere helft statushouders moet huisvesten. Daarnaast moeten Nederlandse aspirantbewoners aan een aantal voorwaarden voldoen om hulp bij de integratie van statushouders te waarborgen. Corporaties selecteren uit de bewoners zogenoemde community builders, gangmakers of captains die in verschillende mate verantwoordelijk zijn voor het toezicht en beheer. Welzijnsorganisaties, zoals Vluchtelingenwerk en Academie van de Stad, moeten de jongeren begeleiden.

De werkelijkheid blijkt weerbarstiger.

Neem de selectie. Diverse bewoners van Riekerhaven zeggen ‘via via’ een woning te hebben gekregen, zonder selectie. Wie op Elzenhagen wél door de selectie gaat, moet rekenen op een gesprek van tien minuten met twee gangmakers. Op Hoogte Kadijk 401 was de selectie in handen van verhuurder Villex zelf. Toch zegt een bewoonster na een motivatiebrief ‘waarin je gewoon even moest zetten dat je iets met vluchtelingen hebt’ en een telefoongesprek van drie minuten al haar contract te hebben gekregen. Overigens was tot een jaar geleden in dat contract een verbod opgenomen om met de pers te praten.

De 28-jarige Dana Verhoeven woont op Elzenhagen en verbaast zich erover dat ze voor haar komst een manifest van 27 pagina’s moest lezen en uiteindelijk alles wat daarin werd verboden, zag gebeuren in het gebouw. Zoals de Nederlandse vrouw verderop op haar etage die de gang vol zette met schoenen, tassen en een spiegel. Omwille van de brandveiligheid mag dat niet.

Daarnaast zijn er huurders die om verschillende redenen hun studio illegaal onderverhuren, zoals een oud-bewoonster van Stek Oost. Zij kreeg een aantal keren te maken met seksueel grensoverschrijdend gedrag door buren. “Ik ben gillend terug naar mijn ouders gerend.”

Door dit soort ontwikkelingen is soms onduidelijk wie waar woont, verdwijnt het gemeenschapsgevoel en worden de regels niet nageleefd.

Risicovol

Aan de zijde van de statushouders worden huurders überhaupt niet geselecteerd. Mariëlle Foppen, manager gebiedsbeheer bij Stadgenoot, is verantwoordelijk voor vier projecten, waaronder Stek Oost: “Wij hebben van begin af aan erop aangedrongen dat wel te doen, maar dat bleek lastig vanuit de gemeente en het COA.”

Het zomaar plaatsen van een willekeurige jonge statushouder is risicovol, stelt ze. “Als je bijvoorbeeld niet goed met prikkels kunt omgaan, is dit geen geschikte woonplek.”

Lidy van der Schaft, woondirecteur van De Key, ziet dat ook. Eritrese statushouders uiten zich bijvoorbeeld moeilijk in openheid, stelt ze, omdat ze vaak nog bang zijn van de ‘lange arm van de overheid’.

Aan het begin van de vluchtelingencrisis was het niet haalbaar om specifieke statushouders te selecteren. Bovendien mag het COA volgens privacywetgeving geen informatie verstrekken over statushouders. Foppen: “Inmiddels kijkt het COA wel zorgvuldiger wie geschikt is.”

Behoeftes en verwachtingen

De gemeente kan, op advies van het COA, besluiten tot een extra intake. Niet onterecht, zo stelt hoogleraar integratie en migratie Jaco Dagevos die voor het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) de integratie van statushouders onderzoekt. “Je moet aandacht hebben voor de verschillende behoeftes en verwachtingen van statushouders onderling. Als je dat niet hebt, gaat het sneller mis.”

Bij Stek Oost, bijvoorbeeld, was in 2020 90 procent van de statushouders een alleenstaande jonge man. “Die hebben vaak geen netwerk en staan er letterlijk alleen voor,” zegt Dagevos. “Je moet daar rekening mee houden, of kiezen voor een andere samenstelling van de groep statushouders: denk aan gezinnen. Die hebben elkaar en meer stabiliteit.”

Interieur van het wooncomplex op Hoogte Kadijk 401. Beeld Joris van Gennip
Interieur van het wooncomplex op Hoogte Kadijk 401.Beeld Joris van Gennip

Psychische problemen

Statushouders nemen onvermijdelijk emotionele bagage mee. Ze komen uit oorlogsgebieden, hebben psychische problemen. De jongeren die community builder zijn, zijn veelal eerste aanspreekpunt. In sommige complexen, zoals Baak Zuid van De Alliantie, krijgen ze trainingen over cultuurverschillen en agressie; veel community builders op andere projecten vinden dat ze onvoldoende training hebben gekregen om met zulke complexe problematiek om te gaan.

‘Bizar’ noemt Jaco Dagevos de verantwoordelijkheid die jongeren hiermee in de schoenen krijgen geschoven. “Zij zijn geen professionals en het mengen van deze groepen vergt juist heel specifieke deskundigheid en aandacht.”

Mariëlle Foppen van Stadgenoot erkent dat vooraf te weinig rekening is gehouden met de psychische gesteldheid van sommige statushouders. “Daar zijn we ook niet tegen opgewassen. Stadgenoot is een huisvester, geen hulpverlener. Wij hebben in principe een signalerende rol. Als er iets ernstigs aan de hand is met een bewoner, moeten wij hiervan melding maken bij de gemeente en pakt die het verder op.”

Maar hulpverleners die worden ingeschakeld, kijken naar het welzijn van de bewoner, terwijl de corporatie verantwoordelijk is voor de veiligheid in het pand. Zo begon Stadgenoot een rechtsgang tegen een bewoner die overlast veroorzaakte, terwijl de hulpverlenende organisaties daar aanvankelijk tegen waren.

Seksuele avances

Ook culturele verschillen leiden tot onderlinge problemen. Op Riekerhaven bijvoorbeeld, is de containerwoning van een trans vrouw besmeurd met eieren nadat ze een regenboogvlag aan haar raam had gehangen. De Libanese Nancy Siblini (29) woont op Spark Village, bij Science Park. Vanwege het feit dat ze trans vrouw is, hebben buren volgens haar al diverse keren seksuele avances gemaakt. Zij voelt zich noch bij de statushouders, noch bij de Nederlanders thuis. Volgens haar begrijpen sommige Nederlanders niet wat het inhoudt om statushouder te zijn. “Sommigen praten tegen ons alsof we inferieur zijn.”

Daarvan getuigt ook een appje dat een Nederlandse bewoner naar een statushouder van Hoogte Kadijk 401 stuurde. In het Engels schrijft de Nederlander: ‘Luister man, jij bent hier te gast. Je hebt je nog niet eens voorgesteld en je gaat nu al stoer doen? Je moet je plek in dit gebouw kennen, anders ga je het hier zwaar krijgen.’

Nauwe band

Het woonconcept is in 2020 kritisch tegen het licht gehouden. Het Verwey-Jonker Instituut onderzocht de drie Stekprojecten van Stadgenoot. Over het kleine Stek Zuid (20 bewoners) en Stek Noord (34 bewoners) waren de bewoners positief. Volgens de onderzoekers hangt dat samen met de grootte van het complex. Hun aanbeveling: huisvest maximaal 150 bewoners op één complex, zodat er onderling een nauwere band kan ontstaan.

Zo vertelt de 28-jarige Nigel van Herwijnen, die in het pand Baak Zuid van De Alliantie aan de Rijnstraat met 33 anderen woont, dat de sfeer ‘ontzettend fijn’ is omdat ‘je iedereen van gezicht kent’.

De onderzoekers raden ook aan om in complexen met meer dan vijftig bewoners de verdeling tussen Nederlanders en statushouders aan te passen. Zo kunnen kwetsbaren zich optrekken aan niet-kwetsbaren. Het zou dan gaan om een verdeling van 66 of zelfs 75 procent Nederlanders tegenover 33 respectievelijk 25 procent statushouders.

Het complex aan de Hoogte Kadijk is ook ingedeeld in kleine units met gemeenschappelijke ruimtes. Het heeft ertoe geleid dat een hele gang van het complex recent gezamenlijk op vakantie is geweest. Nederlanders doen mee met een dagje vasten tijdens de ramadan. Statushouders hebben een lichtjesavond georganiseerd voor de Nederlanders.

Interieur van Startblok Elzenhagen. Beeld Joris van Gennip
Interieur van Startblok Elzenhagen.Beeld Joris van Gennip

Onontgonnen gebied

Woningcorporaties houden verschillende opvattingen over de beste vorm voor deze projecten. De Key wil bij 250 reeds bestaande studentenwoningen op het Zeeburgereiland nog eens 250 containers plaatsen, om daar statushouders te huisvesten. Uitbreiding van Riekerhaven wordt onderzocht.

De Key vindt grote projecten beter passen ‘op onontgonnen gebied vanwege het gebrek aan voorzieningen in de buurt’. Het aantal van 560 containers in Riekerhaven is overigens willekeur: de corporatie had dat aantal wooncontainers nog in de Houthavens staan en die moesten daar weg.

Woondirecteur Lidy van der Schaft van De Key volgt de aanbevelingen van de onderzoeker van het Verwey-Jonker Instituut niet. “Ik zie niet in waarom een vijftig-vijftigverdeling niet zou werken,” zegt ze. “Ik vind het gelijk in oplossingen gedacht, alsof het anders moet. Durf eens door te ontwikkelen.”

Haar punt is: de wooncomplexen bestaan pas kort, het is nog een kwestie van ‘leren en doorontwikkelen’. Zij wil liever onderzoeken hoe statushouders makkelijker aan een opleiding en werk komen.

Onderzoeker Jaco Dagevos is kritisch op het doorzetten van de huidige concepten door woningcorporaties. “Over dit soort projecten moet steeds goed worden nagedacht. Wat mij opvalt bij beleid gericht op statushouders, is dat er slecht van elkaar wordt geleerd. Iedereen begint opnieuw en maakt dezelfde fouten.”

En zie, als er eenmaal problemen zijn, het tij maar te keren. Stadgenoot moet conform afspraak nog vijf jaar verder met zorgenkind Stek Oost. Het is nu in gesprek met de gemeente om de formule aan te passen. “Voor iets als Stek Oost zouden we nu nooit meer kiezen,” zegt Foppen.

Gemeentebestuur: ‘Elk incident is er één te veel’

In reactie op raadsvragen van Annabel Nanninga (JA21) stelden wethouders Rutger Groot Wassink (Vluchtelingen) en Zita Pels (Volkshuisvesting) maand dat sinds de start van de gemengdwoonprojecten, het aantal incidenten redelijk stabiel is gebleven. Maar, schrijven zij: ‘Elk incident is er één te veel.”’

De wethouders gaan met de wooncorporaties in gesprek om de opzet van de projecten te evalueren en zo nodig bij te sturen, in elk geval qua bewonerssamenstelling en omvang. In september wordt daar meer over bekend.