Ten slotte

Max van den Berg (1927-2022): Onvermoeibaar strijder tegen onrecht

Max van den Berg was 14 toen in 1941 de Februaristaking begon. Leerlingen op zijn school besloten om, uit solidariteit met het protest tegen de Jodenvervolging, hun schooltassen dwars over de weg te leggen. Toen de schooldirecteur de actie wilde beëindigen, ging Van den Berg met een paar vrienden de stad in, waar hij zag hoe de Duitse bezetter de staking meedogenloos neersloeg.

Roelf Jan Duin
Max van den Berg Beeld privearchief
Max van den BergBeeld privearchief

Het bleek een vormende ervaring te zijn voor Van den Berg. Als zoon van een Joodse vader maakte hij mee hoe de familie van diens kant vrijwel in zijn geheel omgebracht werd in concentratiekampen, zijn vader zelf overleed tijdens het bombardement op Nijmegen in 1944. Van den Berg bracht in de oorlog de ondergrondse verzetskrant De Waarheid rond, zijn moeder hielp onderduikers. “Mijn opa zag in de oorlog waar discriminatie en uitsluiting toe kunnen leiden. Maar hij zag ook dat verzet tegen onrecht mogelijk is. Spreek je uit, verenig je, verhef je stem, maak samen een vuist,” zegt zijn kleinzoon Jasper van den Berg.

Waterlooplein

Het was dan ook niet toevallig dat Van den Berg in 1946, vijf jaar na de Februaristaking, meedeed aan een grote protestactie in Amsterdam tegen de troepenuitzending naar Indonesië, waarbij 20 duizend mensen zich verzamelden op het Waterlooplein. Bij de protestactie werd een demonstrant door de marechaussee doodgeschoten.

Van den Berg was inmiddels lid van de Communistische Partij van Nederland (CPN), en zou de rest van zijn leven blijven strijden tegen sociaal onrecht, discriminatie, racisme en fascisme. Hij was medeorganisator van de eerste Auschwitzherdenking in 1952 (tegenwoordig Nationale Holocaust Herdenking), was betrokken bij de oprichting van het Verzetsmuseum en bij het Comité 21 Maart, schreef voor de communistische krant De Waarheid, organiseerde het Waarheid Festival in de Rai en zou, toen de CPN opging in GroenLinks, voor die partij in de deelraad in Osdorp plaatsnemen, waar hij zich onder meer hard maakte voor de komst van De Meervaart. Later sloot hij zich aan bij de SP.

Organiseren

“Hij was altijd wel iets aan het organiseren,” zegt zijn dochter Maaike van den Berg. “In mijn herinnering ging er geen avond voorbij dat hij niet gebeld werd, of dat er mensen over de vloer waren om acties of bijeenkomsten voor te bereiden. Dat kon gaan over een protest tegen de hoge huren van de middenstand in Osdorp, maar ook over het organiseren van een filmavond. Kunst en cultuur waren heel belangrijk voor hem.”

Van den Berg, die twee keer trouwde en vier kinderen zou krijgen, bleef tot het einde van zijn leven actief. Hij was geregeld spreker tijdens demonstraties tegen racisme en discriminatie en herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog. Voor zijn betrokkenheid bij de stad en zijn niet aflatende strijd tegen racisme ontving Van den Berg vorig jaar de Andreaspenning uit handen van wethouder Marjolein Moorman.

Fabelachtig geheugen

En al was Van den Berg altijd strijdbaar, verbeten was hij nooit, zegt zijn dochter Maaike. “Hij was een ontzettend vrolijk, positieve man, ik heb hem volgens mij nog nooit chagrijnig meegemaakt. Hij was ontzettend nieuwsgierig, hield van reizen, en had een fabelachtig geheugen. Het ging aan de eettafel vaak over politiek, maar hij begreep ook dat het leven leuk was.”

Van den Berg bracht mensen bijeen, ook zijn familie. “Op woensdagavond kwamen zijn kinderen en kleinkinderen vaak bij hem eten. Dan ging het over van alles, hij was een echte verhalenverteller, maar kon ook goed luisteren, hij was enorm geïnteresseerd. En het kwam vaak voor dat hij op zo’n avond opeens weg moest. Dan moest er ergens weer iets georganiseerd worden.”

Meer over