PlusRechtbankverslag

‘Luitenant, sergeant, soldaat.’ Wie deed wat in de criminele groep van Taghi?

In liquidatiezaak Marengo tegen Ridouan Taghi en zestien medeverdachten ging het donderdag en vrijdag over de moorddadige criminele organisatie die justitie ziet, en wie daarin welke rol speelde. Alleen Mohamed Razzouki wilde praten.

Paul Vugts
Zittingen in het Marengoproces vinden plaats in de de gerechtsbunker in Amsterdam-Osdorp. Beeld ANP
Zittingen in het Marengoproces vinden plaats in de de gerechtsbunker in Amsterdam-Osdorp.Beeld ANP

Kroongetuige Nabil B. zette het nog maar eens uiteen. Hij regelde auto’s en scooters voor ‘de groep’ (“Ik sprak nooit over een organisatie, dat is een woord dat justitie gebruikt”). Hij werkte samen met Mohamed Razzouki wapens weg, was in de weer met telefoons (‘broden’, in Marengojargon) en deed allerhande klusjes die voor zijn voeten kwamen.

Eerst behoorde hij tot een klein groepje, met zijn toenmalige boezemvriend Mohamed Razzouki, diens oudere broer Saïd en Ridouan Taghi. Gaandeweg kreeg hij contact met meer spelers van wie er nu aardig wat tot de verdachten in de liquidatiezaak behoren – al kent hij ook weer niet alle huidige verdachten.

In het voorjaar van 2016 veranderde zijn rol, zegt de kroongetuige. Saïd Razzouki meende te hebben ontdekt dat rivalen hem wilden ontvoeren en mogelijk vermoorden. Hij had een van hen opgemerkt bij de Platinum Lounge, een waterpijpcafé dat de Razzouki’s uitbaatten in Utrecht-Overvecht.

Nabil B., nu: “Ik kwam in een situatie terecht waarin met name (de Utrechtse Montenegrijn) Ranko Scekic moest worden geliquideerd. Oog om oog, tand om tand.”

Welke rol speelde Nabil B.?

In hink-stap-sprongen gingen de rechtbank, advocaten en de momenteel advocaatloze Mohamed Razzouki door het dossier. Wat hapsnap, want Nabil B. heeft eerder in het proces al heel veel verteld. “Ik zit hier niet om een samenvatting van een boek voor te lezen.”

Behalve met Taghi en de Razzouki’s zegt de kroongetuige contact te hebben gehad met ‘rechterhand’ Mao R. van ‘de Kleine’ (Taghi), en één keer met diens broer en medeverdachte, Mario R. “Maar dat was om vuurwerk af te geven.”

Wat was zijn rol, wilde zijn gewezen vriend Mohamed Razzouki van Nabil B. weten. “Was je luitenant, sergeant, soldaat, of een lakei?”

Nabil B.: “Moeilijk te duiden. De term baas kende ik niet. Je werkt met mensen. Ik was goed bevriend met jullie. We hebben ons geld verdiend met drugshandel, samen, op basis van vertrouwen. Dan gebeurt iets, en dat loopt uit op wraak. Zoals ik zei: Oog om oog, tand om tand.”

Het doel van de organisatie was volgens de spijtoptant aanvankelijk dus niet moorden te plegen. “Die hoorden erbij, op enig moment, doordat problemen waren ontstaan.”

De leiders ‘aten van één bord’

Nabil B. vroeg via de ex van een broer die bij de gemeente werkte een kenteken na, van de auto waarin misdaadblogger Martin Kok kort daarop – op 8 december 2016 – werd doodgeschoten. Eerder zou hij al met semtex (kneedbare springstof) in de weer zijn geweest, wellicht ook om Kok te doden, maar dat bleef vrijdag enigszins hangen in het verhoor.

Dat verhoor schoot vele kanten uit. Zo ging het over 130.000 euro in twee tassen die ‘Mo’ Razzouki zou hebben aangenomen van een beruchte Utrechtse crimineel om een rivaal te laten doodschieten (wat mislukte). Dan weer over de geheime wapenstash (opbergplaats) van de groep.

Ridouan Taghi, Saïd Razzouki en Mao R. ‘aten van één bord’, had Nabil B. de politie eerder gezegd. Volgens hem waren zij de leiders. Advocaat Inez Weski van Ridouan Taghi én Mao R. had maar enkele vragen, waarop de antwoorden weinig nieuwe inzichten brachten.

De zaak van de vers uit Colombia overgevlogen Saïd Razzouki staat vanaf maandag op de agenda, al zal hij zelf nog niet verschijnen in de zwaarbeveiligde ‘bunker’ van de rechtbank in Amsterdam-Osdorp.

Meer over