PlusInterview

Klimaatactivist Eva Rovers pleit voor een burgerberaad bij milieuvraagstukken: ‘We hebben een democratisch probleem’

Laat een door loting geselecteerd ‘burgerberaad’ klimaatmaatregelen bedenken en ze zullen voor minder controverse zorgen, betoogt cultuurhistoricus en klimaatactivist Eva Rovers in een nieuw boek. Als adviseur begeleidde ze vorig jaar het miniburgerberaad van 88 Amsterdammers, een geslaagd experiment, volgens Rovers.

Bart van Zoelen
Eva Rovers: 'We weten al veertig jaar wat we moeten doen tegen klimaatverandering, maar de politiek komt maar niet met maatregelen.' Beeld Ivo van der Bent
Eva Rovers: 'We weten al veertig jaar wat we moeten doen tegen klimaatverandering, maar de politiek komt maar niet met maatregelen.'Beeld Ivo van der Bent

Op het Binnenhof is men permanent verdeeld, afgeleid door de waan van de dag en beïnvloed door lobbyisten van het bedrijfsleven – geen vruchtbare grond voor klimaatbeleid dat per definitie gericht is op de lange termijn. ‘Ons besturingssysteem rammelt,’ schrijft kunsthistoricus en klimaatactivist Eva Rovers (43) die eerder enthousiast ontvangen biografieën schreef over Hélène Kröller-Müller en Boudewijn Büch. In haar nieuwe boek, dat ze vrijdag op Earth Day aanbiedt aan klimaatminister Rob Jetten, bepleit ze een alternatief: het burgerberaad.

In een burgerberaad krijgt een door loting geselecteerde dwarsdoorsnede van de bevolking van zo’n honderd of honderdvijftig inwoners het voor het zeggen. Ze worden op pad gestuurd met de opdracht om een heikele kwestie voor eens en voor altijd op te lossen. In het aartskatholieke Ierland bleken burgerberaden al de uitweg in eindeloze discussies over abortus en het homohuwelijk. In Frankrijk kwam president Macron met een burgerberaad de tegen het klimaatbeleid te hoop lopende gele hesjes tegemoet.

De deelnemers aan een burgerberaad gaan met elkaar in gesprek, niet in debat. Een cruciaal verschil, volgens Rovers. Ze zijn er niet op uit om elkaar te overtuigen, maar gaan op zoek naar wat ze gemeen hebben. Ze onderstrepen niet hun meningsverschillen, maar gaan samen op zoek naar een oplossing.

Had Nederland het klimaatbeleid nou maar overgelaten aan een burgerberaad, schrijft Rovers. In plaats daarvan werd de kwestie in 2018 gedelegeerd aan vijf ‘klimaattafels’ waar burgers schitterden door afwezigheid terwijl milieuorganisaties en vakbonden het eens moesten worden met het bedrijfsleven. “Toch een beetje alsof je de kalkoen vraagt wat op het kerstmenu moet komen.”

Waar was een burgerberaad mee gekomen, denkt u?

“De industrie heeft haar veto uitgesproken over een CO2-heffing. Dat lijkt me wel het eerste waar burgers voor zouden kiezen. Dat is zo logisch als CO2 de grote veroorzaker is van klimaatverandering, dat de vervúiler betaalt. Nu is er veel verontwaardiging over klimaatbeleid. Geen wonder, de inwoners zijn nauwelijks gehoord. Ik denk dat ze best bereid zijn iets te doen, driekwart maakt zich zorgen over het klimaat, maar ze denken: waarom zou ik voor dertigduizend euro mijn huis verduurzamen, als de fossiele industrie, de luchtvaart en de scheepvaart nog volop kunnen vervuilen.”

U bent klimaatactivist. Is het burgerberaad voor u een doel op zich, of vooral een middel om het doel te bereiken: ingrijpend klimaatbeleid?

“Dat allereerst. We weten al veertig jaar wat we moeten doen tegen klimaatverandering, maar de politiek komt maar niet met maatregelen. Maar we hebben ook een democratisch probleem, dat versterkt elkaar. Het burgerberaad kan een breekijzer zijn, zoals bleek in Frankrijk, al heeft Macron uiteindelijk niet alle aanbevelingen overgenomen. Toch een beetje een ongelukkig voorbeeld.”

Is het burgerberaad voor u dan een methode om de samenleving voor het blok te zetten?

“Ik weet niet wat er uit komt, hè… Wat ik wel weet is dat Nederland het akkoord van Parijs heeft getekend en de wetenschap schreeuwt moord en brand. Het grote verschil is juist dat de inwoners niet voor het blok worden gezet. Ze mogen meebeslissen hoe het kan op een manier dat zij zich er ook goed bij voelen, in plaats van dat het van bovenaf wordt opgelegd.”

De ironie is dus dat het democratischer wordt door het over te laten aan een heel klein gezelschap…

“Het idee is dat je vaker burgerberaden organiseert, waardoor de kans groter wordt dat je zelf een keer wordt ingeloot. En iedereen kan denken: iemand zoals ik praat mee. Dat is wat er nu vaak ontbreekt als mensen naar de Tweede Kamer kijken. Qua uiterlijk en opleiding, maar ook door het beleid.”

Als adviseur was u betrokken bij het Amsterdamse ‘miniburgerberaad’ dat vorig jaar mocht bedenken hoe Amsterdam de CO2-uitstoot met 55 procent kan terugdringen in 2030 in plaats van de 37 procent waar de stad op afstevende. Het burgerberaad kwam maar tot 7 procent extra.

“Het was een heel goed proces, maar ook een experiment. De gemeente wist van tevoren: twee weken is te kort, maar dat kon niet anders door de verkiezingen die al snel volgden. De bijeenkomsten waren kort na elkaar, terwijl je eigenlijk wilt bijsturen als na doorberekeningen blijkt dat de bedachte maatregelen te weinig opleveren.”

Onafhankelijk voorzitter Alex Brenninkmeijer erkende dat het gezelschap te wit was, geen afspiegeling van de Amsterdamse bevolking.

“Ik geloof dat 85 procent een hbo- of wetenschappelijke opleiding had. Wel waren de deelnemers goed verdeeld over de wijken en ze waren niet bovenmatig bezig met klimaat. Het waren niet alleen klimaatgekkies. Maar inderdaad, een precieze afspiegeling was het niet. Zo blijkt maar: je moet niet alleen loten, maar ook opbellen of langsgaan om de door loting aangewezen mensen uit te leggen dat ze geen expert hoeven te zijn. Ze diskwalificeren zichzelf en haken af. Zeggen: ik kan dit niet.”

Had een burgerberaad ook de slepende discussie over windmolens langs de stadsrand kunnen voorkomen?

“Absoluut. Als daar op tijd mee was begonnen. Dan moet er wel ruimte zijn om iets aan het beleid te veranderen. Anders kan je nog zoveel praatclubjes oprichten, maar dan leiden ze alleen tot meer cynisme.”

Aan het bestaande klimaatbeleid en de windmolenplannen mocht bij het burgerberaad niet getornd worden. Daaruit sprak niet veel vertrouwen.

“Dat heeft met vertrouwen niet veel te maken. Er lagen afspraken en één daarvan was dat Amsterdam de uitstoot met 55 procent wil terugdringen. Daarom vroeg de stad de burgers om hulp. We hebben deze afspraken, maar we redden het niet.”

Maar het was de stad zelf die dit doel heeft gekozen en de oplossing per se binnen de eigen gemeentegrenzen wil zoeken.

“Ook Amsterdam heeft hier een rol in en als stad onder zeeniveau hebben we daar zelf belang bij. De politiek heeft ook de verantwoordelijkheid om inwoners te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Dat is door het gerechtshof en de Hoge Raad bekrachtigd in de klimaatzaak van Urgenda. Het is dus niet eens de politiek die dit bedenkt, maar echt iets wat verplicht is. En vervolgens mag het burgerberaad zeggen: hoe dan?”

Nu is het aan ons, oproep tot echte democratie, Eva Rovers, uitgeverij De Correspondent, 15 euro.

Alex Brenninkmeijer

Het plotselinge overlijden van oud-ombudsman Alex Brenninkmeijer was vorige week een grote schok. In november begeleidde hij als onafhankelijk voorzitter het Amsterdamse burgerberaad dat twee weken de tijd kreeg om extra klimaatbeleid te bedenken. Brenninkmeijer had eerder in opdracht van de Tweede Kamer de mogelijkheden van het burgerberaad onderzocht en hij had er duidelijk plezier in om het Amsterdamse experiment in goede banen te leiden. Voor Eva Rovers, bij de Amsterdamse proef betrokken als adviseur, demonstreerde Brenninkmeijer nog maar eens het belang van een kundige gespreksleider. “Iedereen voelde zich door hem gerespecteerd en gehoord. Hij wist mensen te verbinden. Dat zijn precies de mensen die we zo hard nodig hebben.” Zijn overlijden is daarmee ook een verlies voor het burgerberaad als democratische vernieuwing. “Alex Brenninkmeijer was iemand die daar een belangrijke rol in speelde en ook nog te spelen had.”

Meer over