null

PlusExclusief

Kaalslag dreigt voor undergroundclubs: ‘We moeten redden wat er te redden valt’

Beeld Joris van Gennip

De Amsterdamse nachtcultuur staat onder druk. Clubs worden al jaren naar de randen van de stad geduwd, maar ook daar is nauwelijks plek meer. ‘Er moet ruimte worden vrijgehouden voor cultuur.’

Jari Goedegebuure

Vroeger was niet alles beter, maar als je Eddy De Clercq moet geloven, was het soms wél makkelijker. In 1987 opende hij de al snel legendarische club RoXY aan het Singel. “Per toeval vond een van mijn compagnons, Peter Giele, die locatie,” zegt De Clercq. “Een oude, vervallen bioscoop. Werkelijk waar: prachtig. En natuurlijk op een goede locatie, midden in de stad.”

Bij de club die de De Clercq daarvoor had – De Koer – kwam hij ‘met een gelukje’ op de Nieuwezijds Voorburgwal terecht. “Ik kwam in gesprek met de eigenaar van een café daar en vroeg: ‘Weet jij toevallig nog een ruimte die ik zou kunnen gebruiken?’ Hij zei: ‘Loop maar mee’.” Achter het café, verstopt in een steegje, lag een pand dat werd gebruikt als bieropslag. “Fantastisch, heel groot. Perfect voor wat ik wilde.”

Per toeval. Een gelukje. Dat was toen. Ondernemers die tegenwoordig het idee opvatten voor een nachtclub in Amsterdam treffen een heel ander speelveld. Undergroundclubs, eerder gedreven door passie dan door winst, worden al sinds begin van het vorige decennium steeds meer naar de randen van de almaar populairdere en duurdere stad geduwd. Ook daar is het nu dringen geblazen: nieuwe geschikte locaties voor nachtcultuur zijn er nauwelijks.

In het dichtbebouwde centrum is naast de vaste nachtlocaties, zoals Paradiso en Bitterzoet, geen plek meer. In de praktijk blijkt voor undergroundclubs de huur veel te hoog. Zo maakte Claire, the last one standing, op het Rembrandtplein in 2019 plaats voor een ‘dinner and dance’: Oliva. Met zo’n clubconcept, minder gericht op de muziek, kan nu eenmaal meer geld worden verdiend.

Skatecafé en Garage Noord

Het alternatief de afgelopen decennia: de tijdelijke nachtclub, die het veld ruimt zodra een gebied wordt herontwikkeld. Maar ook daar telt de stad er nog maar weinig van. Op het Gedempt Hamerkanaal in Noord zitten naast elkaar nachtclubs Skatecafé en Garage Noord. Nóg wel. Het tijdelijke huurcontract loopt in september af, al hebben de ondernemers nog ‘goede hoop’ op een korte verlenging. Dat hangt af van de plannen die de eigenaar met het vastgoed heeft.

Samen met horeca als Hotel de Goudfazant, FC Hyena, Murmur en De VerbroederIJ maakten ze het voormalig industrieterrein aan de noordoostelijke IJ-oever tot een populair gebied. Nu wacht de bouw van 6700 woningen, die in de huidige woningcrisis meer dan welkom zijn. Dat is meteen minder goed nieuws voor de nachtcultuur: woningen en clubs gaan over het algemeen slecht samen.

In juni van dit jaar moest ook De Marktkantine, gevestigd in het oude Marcantigebouw in West, de deuren om die reden sluiten. Daarmee verdween een van de laatste dansplekken dicht bij de binnenstad.

“Er dreigt met de sluiting van De Marktkantine en het naderende einde voor Garage Noord en Skatecafé een kaalslag in die hoek van de nachtcultuur,” zegt Ramon de Lima, voorzitter van Stichting N8BM (Nachtburgemeester). Dat De School, de club in de Dr. Jan van Breemenstraat in West die tijdens de coronacrisis de deuren sloot, afgelopen week aankondigde in september weer tijdelijk open te gaan, is een schrale troost. “In welke gebieden kunnen weer clubs oppoppen zoals in het Hamerkwartier? Dan moet ik toch echt concluderen dat dat soort plekken er niet meer zijn.”

Blauwdruk

Koen Vollaers was met zijn compagnons de eerste die een tijdelijke club begon in een leegstaand gebouw in Amsterdam. Club 11 opende in 2004 de deuren vlak bij het Centraal Station, en zou als blauwdruk gaan gelden voor andere tijdelijke clubs in de jaren erna.

Er stonden talloze panden in Amsterdam leeg, zonder duidelijke bestemming. Zo ook het voormalige Post CS-gebouw op het Oosterdok, dat oorspronkelijk deel uitmaakte van een complex van drie gebouwen – de andere twee waren al gesloopt – die samen fungeerden als stationspostkantoor. Vollaers zag het pand begin deze eeuw vrijwel dagelijks vanaf het dak van het Nemo, waar hij in de zomer stadsstrand Plage runde. Toen het leeg kwam te staan, wist hij door een openstaande deur naar binnen te sluipen. “Eenmaal op die bovenste etage, dacht ik: dit is helemaal de shit.”

De rasondernemer zag meteen kansen. Hij maakte een afspraak met de eigenaar van het pand en het klikte. Groen licht dus, om in het pand op de elfde etage een restaurant te openen dat later op de avond werd omgetoverd tot plek om te dansen: Club 11.

Een kanttekening: het pand zou over een paar jaar worden gesloopt. “Mensen verklaarden ons voor gek,” zegt Vollaers. “Wie gaat er nou een tijdelijke club beginnen? Dat is een enorme investering. We hebben er veel eigen geld in gestopt dat we hadden verdiend met eerdere ondernemingen.”

Ook de gemeente was niet direct aan boord. Om een nachtclub in het pand te beginnen waren er vergunningen nodig en volgens het bestemmingsplan was het pand niet bedoeld voor horeca. “Dat was allemaal niet één, twee, drie geregeld. Daarom ben ik samen met Hans van Beers opgetrokken. Hij was destijds interim-directeur van het Stedelijk Museum, dat toen werd verbouwd, en wilde in Post CS een tijdelijke vestiging openen. Daarvoor had hij ook een vergunning nodig. Ik herinner me nog dat we voor een afspraak op het stadhuis tegen elkaar zeiden: we gaan hier niet weg voordat alles is geregeld. Het was echt een strijd.”

Tekst gaat verder onder de foto.

De RoXY, rond 1997. Beeld Clemens Rikken/ANP
De RoXY, rond 1997.Beeld Clemens Rikken/ANP

Tijdelijke clubs

Maar Club 11 kwam er én werd een succes: eerst voornamelijk het restaurant, maar na twee jaar trok ook de club volle zalen. Ook op het stadhuis waren ze tevreden. “Het was een bijzondere plek,” zegt Carolien Gehrels, die van 2006 tot 2014 wethouder Kunst en Cultuur was. “En daarbij was het een win-winsituatie: het gebouw stond leeg en zij konden er een toffe onderneming beginnen, die weer van toegevoegde waarde was voor de stad. Ik weet nog dat ik bij de sluiting in mijn speech zei: dit soort plekken zijn als een vakantieliefde. Het is fantastisch om te beleven en je gaat er helemaal in op, maar het is ook zo aantrekkelijk omdat je weet dat het tijdelijk is.”

De totstandkoming van ‘de 11’ was, zo blijkt achteraf, de aftrap van een reeks tijdelijke clubs in ongebruikte gebouwen. Het beleid vloeide voort uit de ervaringen met creatieve broedplaatsen, zegt Gehrels. “Je kunt het je nu niet meer voorstellen, maar we hadden in die tijd te maken met enorm veel leegstand. De broedplaatsen, en later dus ook Club 11, lieten daarbij zien: gebouwen een tijdelijke invulling geven met cultuur kan mooie dingen opleveren. Bij nieuwe clubs daarna hebben we ondernemers dus ondersteund in dat proces en gekeken naar de mogelijkheden.”

Creatieve bedrijven, zoals nachtclubs, worden in zulk beleid gebruikt voor het gentrificatieproces van wijken in de stad, zegt stadsgeograaf Marco Bontje van de Universiteit van Amsterdam. “Ze helpen een buurt aantrekkelijker te maken. Creatieven zijn altijd op zoek naar ruimte waar nog iets nieuws kan worden ontwikkeld, op een betaalbare plek. Zo zetten ze een buurt op de kaart en is dat vaak de volgende plek in de stad waar het proces van gentrificatie begint. Mensen zien plots de potentie en willen er ineens wel wonen.”

Club Trouw

Het bedrijf van Vollaers, Post CS BV, opende in 2009 met een andere directie en eigenaren de legendarische club Trouw, in de voormalige drukkerij van Het Parool, de Volkskrant en Trouw op de Wibautstraat. Daarop volgde De School in West, wederom met andere eigenaren. Andere ondernemers openden in de tussentijd onder meer De Marktkantine (West), Cruquiusgilde (Oost) en Garage Noord, allemaal van tijdelijke aard.

Lange tijd was dat geen probleem: zodra een club de deuren sloot, kwam ergens anders een nieuwe tevoorschijn. Juist dat tijdelijke heeft volgens vrijwel iedereen in de sector iets romantisch. Zolang er maar nieuwe plekken ontstaan – en dat is nu juist een probleem.

Het heeft alles te maken met de snel veranderende, dichtbevolkte stad, waar ruimte schaars en duur is. De leegstand van weleer is verdwenen, elk stukje grond wordt benut of zal dat snel worden. Woningen, bedrijven, horeca, sportverenigingen, noem maar op: iedereen vecht voor een plek.

Ook de eigenaren van Garage Noord mengen zich in die strijd. Ze zijn al twee jaar uitvoerig op zoek naar een nieuwe locatie, zegt Daan Alvering, die de club met vijf anderen runt. Meerdere panden zijn bezocht, maar elke keer loopt het stuk.

“Bij een deel van de locaties is de huur te hoog,” zegt Alvering. “Als je een toegankelijke, inclusieve club wil zijn, moeten je vaste lasten omlaag. Zo kan je toegangsprijs laag blijven en kan iedereen naar binnen. Daarnaast probeer je cultuur te maken, kansen te creëren. Wij willen investeren in muziek, dj’s, andere kunstenaars en artiesten. Zodat je samen iets moois neerzet. Met hoge huren word je beperkt in het creëren van cultuur en kunnen commerciële belangen, uit noodzaak, de overhand krijgen.”

Veel panden zijn simpelweg niet geschikt om een club in te runnen. Ze zijn te klein, te oud, staan te dicht op woningen. Of de kosten om het pand klaar voor de nacht te maken, zoals geluidsisolatie, zijn te hoog. “Alles wat erbij komt kijken is ontzettend duur. Daar verkijken veel mensen zich op.”

Overtuigingskracht

Je moet geluk hebben dat je iets geschikts tegenkomt, weet ook Jochem Wertheimer, een van de eigenaren van De School. “Via een kennis die er antikraak zat kwamen wij terecht bij dit pand, dat in handen van de gemeente bleek te zijn. Die had er nog geen directe invulling voor. Dat was in 2015, een heel andere tijd. En toen was het al lastig.”

Veel vastgoedeigenaren zijn niet happig om hun pand beschikbaar te stellen aan een nachtclub. “Huizen bouwen, dat levert uiteindelijk het meeste geld op,” zegt Wertheimer. “Een vette loods of een ander pand laten staan voor relatief weinig huur, in plaats van een woontoren bouwen, is voor vastgoed- en grondeigenaren helemaal niet interessant.”

Een nachtclub staat hoe dan ook niet boven aan de verlanglijst, weet ook De Lima van N8BM, die een paar jaar geleden zelf op zoek was naar een pand. “Je hebt veel overtuigingskracht nodig om ervoor te zorgen dat ze bij een nachtclub niet meteen denken aan losgeslagen jongeren, die alleen maar overlast veroorzaken. En als ze niet dat beeld hebben, denken ze: een club is geen extreem rendabele onderneming. Kun je de huur wel betalen? Dat vertrouwen krijg je natuurlijk niet zomaar. Al helemaal niet als je jong bent en zoiets nog niet eerder hebt gedaan.”

Nog een obstakel: bestemmingsplannen. Als een pand geschikt is voor een nachtclub, moet het ook nog als object met dansbestemming in de boeken staan. Dat is vaak niet het geval. Zo’n bestemmingsplan laten wijzigen is ingewikkeld. Het is een duur en tijdrovend proces, waarvan je vooraf niet weet of het positief uitpakt.

De gemeente keurt een aanvraag namelijk niet zomaar goed. Van geluidsisolatie tot brandveiligheid: er zijn talloze eisen waaraan moet worden voldaan. En er wordt gekeken naar de rest van de buurt en de stedenbouwkundige inpassing. Wat zijn de gevolgen voor het milieu? Wonen er mensen dichtbij, waardoor overlast op de loer ligt? En als dat niet zo is, wat zijn dan de nabije toekomstplannen voor de buurt?

Ook voor Garage Noord, op een industrieterrein in het Hamerkwartier, moest het bestemmingsplan worden gewijzigd. “We mochten eerst alleen overdag open, dus serveerden we er maar lekkere hapjes en burgers,” zegt Alvering. Dat duurde een half jaar: uiteindelijk is het met de hulp van een advocaat gelukt. “Dat was een diepe, moeilijke investering, met een onzekere uitkomst. Gelukkig hadden we een vriendin die dit proces tegen een vriendenprijs voor ons wilde aangaan. Lang niet iedereen heeft daarvoor de tijd en het geld.”

Tekst gaat verder onder de foto.

Nachtclub De School gaat in september weer tijdelijk open. Beeld Amaury Miller
Nachtclub De School gaat in september weer tijdelijk open.Beeld Amaury Miller

Een hol manifest

De Stopera ziet inmiddels ook dat de nachtcultuur in het nauw zit. “De platte commercie verdrijft de paradijsvogels, de undergroundclubs, de ateliers,” zei burgemeester Femke Halsema onlangs in een interview met NRC. “Alles wat de stad onconventioneel maakt en een beetje rauw, wordt er uitgeduwd.”

Vorig jaar kwam de gemeente daarom met de Nachtvisie: een aanzet voor het eerste ambtelijke beleid voor de nachtcultuur, die ‘uniek’ is en van ‘enorm belang’ voor de stad. “De nachtcultuur voegt meer toe aan Amsterdam dan de meeste mensen denken,” zei verantwoordelijk wethouder Touria Meliani (Cultuur) destijds tegen Het Parool. “Het voegt de liefde toe aan deze stad. Het zorgt voor ontmoetingen, nieuwe kunstvormen. Voor de kunstensector in al haar facetten vormt de nachtcultuur een belangrijk deel van de humuslaag: een plek voor inspiratie, kruisbestuiving en onmisbaar in de ontwikkeling van talent.”

Met de nota wil de wethouder dit ‘levend cultureel erfgoed’ ondersteunen en versterken. Toch heeft dit beleid, meer dan een jaar later, nog geen concrete nieuwe plekken opgeleverd. De nachtcultuursector ziet de Nachtvisie vooral als ‘een hol manifest’ en ‘veel gepraat, weinig acties’. De gemeente wil wel, dat zien ze heus, maar doet ze genoeg?

“De gemeente had veel eerder moeten ingrijpen,” zegt De Lima van N8BM. Zijn stichting vraagt al jaren aandacht voor het verdwijnen van locaties. “Nu moeten we ons richten op redden wat er te redden valt.”

De middelen van de wethouder en haar team nachtcultuur zijn beperkt. Zo heeft de gemeente nauwelijks vastgoed in bezit: veel panden zijn sinds het vorige decennium van de hand gedaan. Uit een recente inventarisatie bleek dat vastgoed geschikt om te transformeren tot een nachtclub ‘zeer schaars’ is.

Bovendien, als er een nachtfunctie rust op een pand, hoeft de ondernemer die functie niet te benutten. Stel: een pand heeft de juiste horecabestemming, geschikt voor een nachtclub, en de eigenaar wil dat wijzigen naar een woonbestemming om er nieuwe woningen te bouwen. Dan zal de gemeente dat in principe niet weigeren.

“De eigenaar bepaalt,” zegt Henk van der Lely, die al sinds jaar en dag organisatoren van evenementen bijstaat bij vergunningen en andere zaken, zoals Lofi, de tijdelijke club op bedrijventerrein Westpoort achter Sloterdijk. “De gemeente kan niet zomaar over iemands eigendom beslissen. Dat kan alleen als het algemeen belang zwaarwegend is, maar dat ligt in het geval van een nachtclub niet voor de hand. Bij de rechter heeft de gemeente meestal geen poot om op te staan. Zeker niet vanwege het heersende woningtekort.”

Een eenvoudige oplossing voor het tekort aan ruimte voor de nachtcultuur is er niet. Toch worden er kleine stappen gezet. Zo kan de wethouder nu een pand claimen voor nachtcultuur als er geschikt gemeentelijk vastgoed vrijkomt. Al lijkt de kans dat dit in de nabije toekomst gebeurt nihil.

Vierkante meters voor cultuur

In nieuw te bouwen wijken wordt nu actief ruimte vrijgemaakt: er moeten vierkante meters zijn voor cultuur, zoals de nacht. Dat is een van de eisen bij aanbesteding van de ontwikkeling van zulke wijken, als de gemeente dat niet zelf in handen heeft.

Voor het Hamerkwartier, waar Skatecafé en Garage Noord zitten, is dat te laat. Die herontwikkeling is jaren geleden al in gang gezet. Daarmee verdwijnen hoe dan ook twee belangrijke plekken voor de nachtcultuur en talent.

“Dat is eeuwig zonde,” zegt De Lima van N8BM. Ook Alvering van Garage Noord vindt het jammer, al gelooft hij erin dat ook zij wel weer een plek vinden. “Maar de gemeente moet wel helpen. Er moet worden geïnvesteerd in nieuwe plekken en ruimte worden vrijgehouden voor cultuur.”

Dat kan, zegt hij, bijvoorbeeld door panden op te kopen of een constructie op te zetten voor ‘culturele koop’. “Dat je gezamenlijk vastgoed koopt, met een lening bij de gemeente die je dan – ik noem maar wat – in veertig jaar kunt afbetalen. Als er geen plekken worden vrijgemaakt, dan is nachtcultuur straks helemaal niet meer te vinden in de stad. Dan kun je alleen nog maar naar commerciële plekken toe, en verdwijnt het cultuurgedeelte.”

De 24 uursvergunning

In 2012 heeft de gemeente 24 uursvergunningen in het leven geroepen, een idee dat voortkwam uit overleg met de nachtburgemeester van destijds, DJ Isis. Met de felbegeerde vergunning kunnen clubs het klokje rond programmeren, waarmee de reguliere sluitingstijd van 5.00 uur kan worden omzeild.

Clubs in het centrum komen niet in aanmerking. Een van de doelen was namelijk – naast het stimuleren van een bruisend dag- en nachtleven – de binnenstad te ontlasten en clubs door de stad te spreiden. Destijds was daar nog nauwelijks sprake van. Toen club Trouw in 2010 openging op de Wibautstraat, vonden Amsterdammers dat ver fietsen.

De komst van de 24 uursvergunning zette de aanwezigheid van tijdelijke undergroundclubs in de binnenstad verder onder druk. Ze konden niet concurreren met locaties die wél de mogelijkheid hadden om ruimere openingstijden te hanteren. Die werden aantrekkelijker omdat er simpelweg langer kon worden gedanst.

Momenteel hebben dertien clubs een 24 uursvergunning. Gezien het maximale aantal (vijftien) kunnen er nog twee worden verleend. De burgemeester opent daarvoor binnenkort een nieuwe inschrijfronde.

Wethouder Touria Meliani: ‘Sta open voor huurders in de nacht’

“De unieke nachtcultuur van Amsterdam is van ons allemaal,” zegt wethouder Touria Meliani (Kunst en Cultuur). “Deze willen we behouden en versterken. Met de groei van de stad willen we dat de nachtcultuur meegroeit. Dat begint bij het vinden van een geschikte plek en juist dat is de uitdaging. We doen wat we kunnen, ook met broedplaatsen en tijdelijke ruimtes. De nachtcultuur wordt daarbij opgenomen in het nieuwe Strategisch Huisvestingsplan waar we mee bezig zijn. Voor toekomstige stadswijken kijken we hoe en waar we nachtcultuur kunnen inpassen. Daarbij blijf ik een dringende oproep doen aan particuliere verhuurders: sta open voor huurders in de nacht, of ga met de gemeente in gesprek als je ruimte bezit en beschikbaar hebt.”

“De Nachtvisie heeft er inmiddels toe geleid dat het belang van de nachtcultuur nu gemeentebreed gedragen wordt. In het nieuwe coalitieakkoord is de inzet op nachtcultuur stevig omarmd. Concreet beleid zal op basis hiervan verder worden vormgegeven. Inmiddels is op verzoek van de sector een gemeentelijk spreekuur ingesteld waar mensen terechtkunnen met vragen en ideeën en we kijken naar de mogelijkheden voor meer 24 uursvergunningen en ‘verlaatjes’. Door die laatste mogelijkheid kunnen clubs langer openblijven, waardoor ook kwalitatief kan worden geprogrammeerd in het centrum. Daarnaast onderzoeken we hoe clubs als cultuurinstelling aangemerkt kunnen worden, zodat we deze plekken beter kunnen beschermen.”

Tip Het Parool via WhatsApp

Heeft u een tip of opmerking voor de redactie? Stuur een bericht naar onze tiplijn.

Luister onze wekelijkse podcast Amsterdam wereldstad: