PlusInterview

Josephine en Jeremy leven als ongedocumenteerden in Amsterdam: ‘Het is moeilijk hoop te houden’

De Eritrese Josephine op haar kamer bij het Leger Des Heils in Nieuw Sloten.  Beeld Marc Driessen
De Eritrese Josephine op haar kamer bij het Leger Des Heils in Nieuw Sloten.Beeld Marc Driessen

Een deel van de uitgeprocedeerde asielzoekers in Amsterdam kan niet terug naar eigen land. Josephine vluchtte uit Eritrea vanwege de dienstplicht, Jeremy moest weg uit Ivoorkust toen hij werd beschuldigd van landverraad. Hoe ziet hun leven in de stad eruit, zonder thuis en zonder toekomstperspectief?

Femmetje de Wind

Een goede nachtrust is weggelegd voor de zorgelozen, niet voor Josephine. ’s Avonds als ze gaat liggen, dringen onvermijdelijk de altijd op de achtergrond sluimerende zorgen zich in alle hevigheid aan haar op. “Pas rond een uur of vijf val ik in slaap,” zegt ze, als de vermoeidheid het wint. “Dan lig ik in bed tot negen uur.” Josephine, die uit Eritrea komt, woont in een huis van het Leger des Heils in Amsterdam-West. “Ik heb nu een prettige kamergenoot, voorheen woonde ik in de Bijlmer, maar daar had ik een kamergenoot met wie ik steeds ruzie kreeg. Dat gaf veel onrust.”

De 38-jarige Josephine (niet haar echte naam) woont al bijna tien jaar in Amsterdam. Ze vluchtte in 2000 uit Eritrea omdat ze daar als 16-jarig meisje het leger in moest. Onderdrukking en de dienstplicht die bijna tien jaar kan duren, zijn de voornaamste redenen om te vluchten uit het land dat ook wel het Noord-Korea van Afrika wordt genoemd. Het werd een traumatische tocht, waarbij ze jaren in een Libanees Hezbollahgezin werkte en stelselmatig werd uitgebuit en seksueel werd misbruikt. In 2012 arriveerde ze in Nederland.

Ordnerdikke dossiers

Josephine zit ineengedoken aan een tafeltje. Ze heeft een schuchtere blik en durft nauwelijks oogcontact te maken. Ze praat zachtjes: “Sinds mijn asielaanvraag is afgewezen, leef ik zonder toekomstperspectief. Ik heb nog maar weinig geloof in de officiële instanties.” Ze spreekt gebrekkig Engels, is analfabeet en begrijpt niets van de ordnerdikke dossiers die over haar asielaanvraag zijn vol getikt. Ze heeft al zo veel gesprekken gevoerd en nooit kwam er iets uit wat haar verder bracht. “Het is moeilijk hoop te houden.”

Bijna anderhalf jaar zit ze nu in de LVV-regeling (Landelijke Vreemdelingen Voorziening, zie kader), die uitgeprocedeerden verder moet helpen: terug naar het land van herkomst of opnieuw of elders asiel aanvragen. Is er in die tijd dan niets voor elkaar gebokst? Josephine schudt haar hoofd: “Niet dat ik weet. Ze willen me helpen om door te migreren naar Canada, maar daar heb ik ook al heel lang niets meer van gehoord.”

Josephine heeft verschillende schoonmaakbaantjes bij gezinnen in West, Noord en de Bijlmer. “Vaak begin ik rond tien uur. Ik maak schoon, doe boodschappen of pas op de kinderen. De mensen bij wie ik werk, zijn allemaal erg aardig en behulpzaam. Ik mag officieel niet werken, maar als ik niets doe, ben ik bang dat ik gek word. Ik wil niet alleen zijn met mijn gedachten. Via de LVV worden cursussen aangeboden. Zo heb ik mijn fietsdiploma gehaald. Ik heb ooit een yogales meegedaan, dat was griezelig: ik moest met mijn ogen dicht stil op een matje blijven zitten. Ik doe mijn ogen liever niet dicht, want dan zie ik enge dingen.”

Josephine. “Ik doe mijn ogen liever niet dicht, want dan zie ik enge dingen.” Beeld Marc Driessen
Josephine. “Ik doe mijn ogen liever niet dicht, want dan zie ik enge dingen.”Beeld Marc Driessen

Elke ongedocumenteerde die toegelaten wordt tot de LVV-regeling heeft recht op 24 uursopvang, een wekelijkse toelage van 50 euro en een casemanager. Josephines juridisch casemanager Chela Lemmens van Vluchtelingenwerk Nederland beaamt dat het proces lang heeft stilgelegen: “Dat heeft met corona te maken. We kijken nu met haar naar meerdere mogelijkheden, en Canada is er één van. In Nederland blijven zou ook nog een optie zijn, als we maar konden bewijzen dat Josephine echt in Eritrea is geboren. Ze is op jonge leeftijd met haar ouders naar Ethiopië verhuisd, en werd op latere leeftijd gedeporteerd naar Eritrea, terug naar het land van herkomst. Haar jeugd bracht ze dus goeddeels door in Ethiopië, en daarom spreekt ze Amhaars en niet het Eritrese Tigrinya. Dat is een argument geweest voor de IND om haar eerdere asielaanvraag af te wijzen. Ze kan niet terug, want Eritrea erkent haar niet, maar Ethiopië erkent haar evenmin. Ze kan niet voor- en niet achteruit.”

Nederlandse vriend

Eens in de zoveel weken heeft Josephine een gesprek met een psycholoog. “Ik weet niet of het helpt, maar het is wel fijn dat iemand naar je luistert. Toen ik in Nederland aankwam, was ik er slecht aan toe. Ik heb meerdere keren een zelfmoordpoging gedaan. Sinds ik in de LVV zit, is er wel meer rust.”

Dat Josephine analfabeet is en de taal niet spreekt, maakt het er niet makkelijker op hier te integreren. “Ik heb ook een cursus Nederlands gevolgd, maar mijn hoofd zit zo vol, dat ik me niet kan concentreren op het leren van iets nieuws.”

“Ik heb een ov-kaart. Ik reis veel door de stad en dan kijk ik naar andere mensen in de tram, en nu met kerst naar de mooie etalages met alle lichtjes. Ik voel me geen deelnemer aan het leven, ik ben een toeschouwer.” Nu de feestdagen naderen is Josephine zich extra bewust van de uitzichtloosheid van haar situatie. “Mijn ouders leven niet meer, ik heb geen familie, ik heb geen wortels. De mensen bij wie ik schoonmaak, zij voelen het meest als familie. Ik vind Amsterdam een fijne stad, ik wil hier graag blijven. Ik wil er niet aan denken wat er gebeurt als ik straks uit de LVV moet en er nog steeds geen oplossing is.”

Toch is er een klein lichtpuntje. Josephine heeft een Nederlandse vriend, die met haar wil trouwen. Maar dat kan niet, omdat ze geen geboortebewijs heeft. “Ik zou zo graag een gezin willen. Ik ben dol op kinderen. Zeven keer ben ik zwanger geweest en elke keer ging het na vier maanden mis. Ik heb geen idee waarom. Bij mijn vorige miskraam ben ik opgenomen geweest in het OLVG West, daar konden ze me niet verder helpen. Ik ben niet verzekerd, dus behalve noodopvang is er niemand die zich over mijn medische situatie kan buigen.”

Wat zou ze willen doen als ze toch nog een verblijfsvergunning krijgt? “Dan ga ik in een bejaardentehuis werken. Ik kan goed overweg met oude mensen en hoewel het fysiek zwaar is, lijkt het me mooi en dankbaar werk.”

Jeremy vluchtte uit Ivoorkust, maar kan dat niet bewijzen. “Nederlanders zijn gewend alles te registreren en in systemen te zetten, wij weten vaak niet eens wanneer we geboren zijn, laat staan dat we allemaal papierwerk kunnen overleggen.”
 Beeld Marc Driessen
Jeremy vluchtte uit Ivoorkust, maar kan dat niet bewijzen. “Nederlanders zijn gewend alles te registreren en in systemen te zetten, wij weten vaak niet eens wanneer we geboren zijn, laat staan dat we allemaal papierwerk kunnen overleggen.”Beeld Marc Driessen

‘Ik ben me bewust van het feit dat ik nergens recht op heb’

Jeremy (31) komt uit Ivoorkust. Al bij de interviewafspraak in het café gaat het mis. Eenmaal gesetteld met een cappuccino en een plak bananencake, komt de serveerster om de QR-codes vragen. Jeremy heeft niets te tonen. Ter verontschuldiging fluistert hij dat hij maandag een vaccinatie gaat halen, maar zelfs als hij gevaccineerd is, kan hij geen QR-code krijgen, omdat hij geen BSN-nummer heeft. Dan maar de regen in, met het bananenbrood op een servetje en de koffie in papieren bekers. “Zeker,” zegt Jeremy, “het leven in de stad is voor ongedocumenteerden nog ontoegankelijker geworden sinds covid.”

Hoe dat leven eruitziet? “Ik wacht totdat iemand me belt. Elke ochtend word ik wakker zonder dat ik weet wat ik die dag ga doen. Ik heb een netwerk in de Bijlmer: Ghanezen, Somaliërs, maar ook Hollanders. Ze vragen me te helpen met verhuizen of met werken op de markt: opbouwen, spullen sjouwen, afbouwen. Het is fysiek zwaar werk, maar ik ben jong en ik ben blij dat ik kan werken.”

We are here

Jeremy heeft geen paspoort en kan niet bewijzen dat hij uit Ivoorkust is gevlucht. Hij kwam op een vals Nederlands paspoort het land binnen. In zijn land heerste een machtscrisis. Hij had een paar maanden gevangen gezeten, beschuldigd van landverraad omdat hij zou hebben samengewerkt met Ghanezen. “Het waren valse beschuldigingen,” zegt hij, “erop gericht het volk bang te maken.”

Zijn asielaanvraag werd afgewezen. “Toen stond ik op straat. Terug kon ik niet, want ik heb geen paspoort. Maar ik wist ook niet waarheen ik wel moest gaan. Ik heb een tijd op straat geleefd, dat was zwaar, als ik daar nu aan denk, word ik weer erg verdrietig.”

Er waren wel plekken waar hij een warme douche, of een kopje thee kon halen, zoals bij Stapverder, een samenwerkingsproject van de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën. “Daar kwam ik in contact met andere ongedocumenteerden. Samen hebben we de beweging We are here opgericht. We kraakten huizen en vroegen aandacht voor ‘ons’ probleem. We hebben een tijd in Garage Kraaiennest gewoond. Maar toen corona uitbrak, is de groep uiteen gevallen. Dat heeft ook te maken met het feit dat de nieuwe burgemeester harder optreedt tegen krakers.”

Sindsdien woont hij bij vrienden in de Bijlmer. “Ik betaal huur van het geld dat ik verdien, maandelijks zo’n 350 euro. Verder krijg ik via Het Rode Kruis een voucher van 15 euro per week die ik kan besteden bij Albert Heijn.” Als Jeremy klusjes doet, pakt hij aan wat men hem geeft. “Ik ben me bewust van het feit dat ik nergens recht op heb. Soms zijn mensen gul, maar anderen betalen me met eten of spullen. Dat wil ik liever niet. Toch is het aan de vriendelijkheid van de Amsterdammers te danken dat ik nog leef. Ik ben altijd geholpen als het water me tot aan de lippen stond.”

Wachtlijst

“Ik denk veel aan mijn familie: ik wist toen ik wegging dat ik ze nooit meer zou zien. Er was in die periode in mijn land zo veel stress. Als ik eraan denk, krijg ik weer hoofdpijn.” Heeft hij nog contact met zijn ouders? “We leefden daar samen in een gemeenschap, ik heb ‘ooms en tantes’. Dat is anders dan bij jullie. Nederlanders zijn gewend alles te registreren en in systemen te zetten, wij weten vaak niet eens wanneer we geboren zijn, laat staan dat we allemaal papierwerk kunnen overleggen om te bewijzen wie we zijn en waar we vandaan komen. Maar daar word je hier wel op afgerekend.”

Desgevraagd geeft Jeremy aan geen idee te hebben wat de LVV-regeling is, terwijl hij er wel voor in aanmerking zou komen. Die nieuwe kennis leidt uiteindelijk tot een afspraak bij het Vreemdelingenloket aan de Houtmankade.

In de spreekkamer staan drie stoelen, een leeg bureau en een computer. Jeremy doet zijn verhaal bij Oscar, een joviale dertiger in een spijkerbroek en een gebreide trui. “Kun je me vertellen waarom je hier bent vandaag, mister Jeremy?” vraagt Oscar. Het is een simpele vraag maar Jeremy kijkt glazig langs Oscar. Na een tijdje: “Ik heb hulp nodig.”

Na een reeks vragen besluit Oscar het gesprek met de mededeling dat Jeremy over twee dagen bericht krijgt. Als Jeremy wordt toegelaten tot de LVV, belandt hij eerst nog op de wachtlijst. “Daar staan al zo’n vijftig mensen op,” waarschuwt Oscar, “het duurt zo’n twee tot drie maanden tot er een plaats voor je vrijkomt.” Boven Oscar hangt een poster aan de muur: ‘Misschien moet je jezelf eerst tegenkomen voordat je het kunt zijn. Loesje.’

Twee dagen later belt Jeremy: “Ik mag op de wachtlijst,” zegt hij. Voor de goede verstaander klinkt een vleugje hoop door in zijn stem.

Jeremy heeft een netwerk in de Bijlmer. “Ghanezen, Somaliërs, maar ook Hollanders. Ze vragen me te helpen met verhuizen of op de markt. Het is fysiek zwaar werk, maar ik ben jong en ik ben blij dat ik kan werken.” Beeld Marc Driessen
Jeremy heeft een netwerk in de Bijlmer. “Ghanezen, Somaliërs, maar ook Hollanders. Ze vragen me te helpen met verhuizen of op de markt. Het is fysiek zwaar werk, maar ik ben jong en ik ben blij dat ik kan werken.”Beeld Marc Driessen

De LVV-regeling, beter dan bed-bad-brood?

De Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) is in 2019 gestart als proef in vijf gemeenten, waaronder Amsterdam. De LVV moet het antwoord zijn op de ‘weinig humane’ bed-bad-broodvoorziening, waarbij uitgeprocedeerde asielzoekers zonder enige steun of perspectief overdag op straat zwierven. De mensen die nu een plek hebben in de LVV-regeling krijgen onderdak en een zogenoemde casemanager die, in samenwerking met andere betrokken (overheids)instanties, opnieuw hun dossier bekijkt om te zoeken naar ‘een bestendige oplossing’. In de praktijk komt dat neer op een nieuwe, betere asielaanvraag in Nederland, hulp bij terugkeer naar het thuisland of ondersteuning bij een asielaanvraag in een ander land.

Tussen 1 juli 2019 en 1 nov 2021 zijn in totaal 641 mensen toegelaten tot de LVV. In Amsterdam gaat het om 360 plekken. Daarvan zijn tot nu toe 102 deelnemers in aanmerking gekomen voor een nieuwe asielprocedure. 19 mensen zijn uitgestroomd omdat zij op andere gronden een (tijdelijke) verblijfsvergunning kregen, bijvoorbeeld vanwege ‘buiten schuld’ (men wil wel vertrekken, maar het lukt niet) of mensenhandel. 18 deelnemers zijn vanuit het programma teruggekeerd of geëmigreerd naar een ander land.

De LVV-pilots worden geëvalueerd door een wetenschappelijk bureau. In een tussenevaluatie werd de goede samenwerking tussen instanties al opgemerkt. Die samenwerking was in het verleden lang niet altijd vanzelfsprekend, weet casemanager Chela Lemmens van VluchtelingenWerk Nederland. Lemmens: “De IND is nu al bij voorbaat betrokken bij het indienen van een herhaalde asielaanvraag. Dat werkt als een haalbaarheidstoets. De LVV biedt maatwerk maar we kunnen geen wonderen verrichten, we moeten ons houden aan het overheidsbeleid. Door de LVV-regeling kunnen we menselijker met elkaar omgaan. Tegelijkertijd snap ik dat een paar honderd mensen laatst hebben gedemonstreerd tegen onder meer deze regeling. Want wat gebeurt er als je na achttien maanden in de LVV toch weer op straat komt te staan? Niemand die het weet.”

Verantwoordelijk wethouder Rutger Groot Wassink (Sociale Zaken en Vluchtelingen): “Vanaf de start van het LVV-programma wisten we dat deze aanpak helaas niet voor iedere ongedocumenteerde een oplossing zou bieden.” Volgens Groot Wassink heeft het ‘ook niet geholpen’ dat de discretionaire bevoegdheid van de staatssecretaris is afgeschaft, waarmee een uitzondering kon worden gemaakt in schrijnende situaties.

“Ik betreur het dat mensen niet kunnen werken tijdens hun deelname aan het LVV-traject. Werken is niet alleen goed voor mensen zelf, maar kan ook van waarde zijn voor de stad. Maar we hebben ons te houden aan de wet en de afspraken over het LVV-traject zoals gemaakt met het rijk.”

Groot Wassink noemt de LVV een humanere manier van opvang dan de bed-bad-broodvoorziening die de stad voorheen had. “Sinds de zomer van 2019 hebben meer ongedocumenteerden zicht gekregen op een toekomst, gelet op het aantal mensen dat opnieuw een aanvraag heeft kunnen doen of is teruggekeerd naar land van herkomst.”

Meer over