PlusTen Slotte

Jeannette Kok (1946-2022) bood troost in de frontlijn van de hiv-zorg

In de jaren dat aids hard toesloeg in Amsterdam, zette sociaal-verpleegkundige Jeannette Kok (1946-2022) zich onvermoeibaar in voor de patiënten.

Patrick Meershoek
Jeannette Kok. Beeld Joost Bastmeijer
Jeannette Kok.Beeld Joost Bastmeijer

Alles was groot aan Jeannette Kok, zeggen haar vrienden. Haar postuur, haar stem, haar lachbuien, haar kralenkettingen en, niet te vergeten, haar hart. Als sociaal verpleegkundige ontpopte Kok zich in de jaren tachtig en negentig tot een zorgzame moeder voor de snel groeiende groep van Amsterdamse aidspatiënten.

“Jeannette heeft honderden zieke mannen bijgestaan,” zegt voormalig voorzitter Bertus Tempert van de HIV Vereniging. “Ze heeft met hen gesproken, hen getroost en niet zelden in de armen gehouden terwijl zij hun laatste adem uitbliezen. Ze was letterlijk en figuurlijk een grande dame binnen de homoscene.”

Het specialisme van de vorige week donderdag op 76-jarige leeftijd overleden Kok was het bron- en contactonderzoek. Toen Amsterdam in de jaren zeventig te maken kreeg met een dramatische toename van het aantal seksueel overdraagbare aandoeningen onder homo’s en heroïneprostituees stuurde GGD-epidemioloog Roel Coutinho de sociaal-verpleegkundige de straat op.

Informeel karakter

Coutinho: “We probeerden te achterhalen welke contacten de mensen hadden gehad om verdere verspreiding te voorkomen. Dat was heel lastig met deze doelgroepen. Jeannette ging naar de kroegen, de sauna’s en de tippelzone om met mensen te praten en ter plaatse bloed af te nemen voor onderzoek. Ze was heel goed in het leggen van contact. De mensen vertrouwden haar.”

Het veldwerk vormde de basis voor een programma dat door zijn informele karakter en goede resultaten internationaal aandacht kreeg. Coutinho: “Later kregen we de geslachtsziektenpoli aan de Groenburgwal, maar daarvoor ging ik samen met Jeannette en haar collega’s naar de Utrechtsestraat om in een autobusje verslaafde prostituees te onderzoeken. Het was onorthodox, maar het werkte goed.”

Toen in 1982 aids voor het eerst de kop opstak in Amsterdam, kreeg Kok opdracht om met de eerste patiënten te gaan praten. Er zaten nogal wat mannen tussen die ze kende van de Groenburgwal. “Op de geslachtsziektenpoli werd, hoe gek het ook klinkt, altijd verschrikkelijk veel gelachen,” vertelde Kok later over die tijd. “Nu was iedereen doodsbang en radeloos.”

Terwijl de artsen zochten naar een behandelmethode, beet Kok zich vast in de patiëntenzorg. Tempert: “Ze organiseerde gespreksgroepen in het AMC, samen met psycholoog David Stein. Daar was grote behoefte aan. Er rustte een stigma op de ziekte.” Kok werd ook actief binnen de Belangenvereniging voor mensen met aids. Tempert: “Op verzoek en uit noodzaak. De ene na de andere bestuurder ging dood.”

Stervensbegeleider

Samen met Stein organiseerde Kok in 1985 ook de eerste Aids Memorial Day. Dat gebeurde in een vrijwel lege Waalsekerk, herinnert Tempert zich. “Ik geloof dat er vijftig aanwezigen waren. Niemand durfde op de voorste rij te gaan zitten. Jeannette nodigde ons uit om daar toch vooral plaats te nemen, en dat gebeurde aarzelend. Een paar jaar later trok de herdenking 1500 mensen.”

Kok bleef zich haar leven inspannen voor mensen met hiv en aids, ook als stervensbegeleider. Het gewicht van dat werk kwam pas aan de oppervlakte, toen ze ook actief werd als trouwambtenaar. “Ik weet nog dat ik ’s avonds een toespraak aan het schrijven was,” vertelde ze vorig jaar in een terugblik voor het Aidsfonds. “Ik realiseerde me: dit soort toespraken zijn toch heel wat anders dan al die afscheidstoespraken die ik heb geschreven. Toen moest ik ineens vreselijk janken.”

De laatste jaren kreeg Kok steeds meer last van een haperend lichaam. Het hart, dat grote hart, liet haar in de steek. Ze had een rolstoel nodig om zich te kunnen verplaatsen. In de afgelopen weken nodigde ze haar vrienden uit om afscheid te komen nemen. De vrouw die zo veel anderen op weg naar het einde had geholpen, was nu zelf bij de finish aanbeland. Tempert: “Er is enorm goed voor haar gezorgd. Het was nu de beurt van Jeannette om getroost en vertroeteld te worden.”

Meer over