PlusAchtergrond

Islamitische onderwijsbestuurders verbolgen over eisen aan nieuwe scholen

Alle voorstellen voor nieuwe islamitische middelbare scholen in Nederland zijn verworpen. Hoogleraar onderwijsrecht Renée van Schoonhoven zet daar vraagtekens bij. ‘Wat verwacht je dan van scholen die nog niet bestaan?’

Bas Soetenhorst
Het Rotterdamse Avicenna College (op de foto) en het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam blijven de enige islamitische scholen voor voortgezet onderwijs in Nederland. Beeld Jean-Pierre Jans
Het Rotterdamse Avicenna College (op de foto) en het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam blijven de enige islamitische scholen voor voortgezet onderwijs in Nederland.Beeld Jean-Pierre Jans

Allemaal een onvoldoende voor burgerschap. Met dat oordeel zijn de vijf plannen voor nieuwe islamitische middelbare scholen verworpen door de onderwijsinspectie en minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs Dennis Wiersma. Twee van de initiatiefnemers zeggen naar de rechter te stappen, de anderen houden die mogelijkheid open.

Dat wordt een eerste juridische test voor de wet Meer ruimte voor nieuwe scholen. In het basisonderwijs maakt die wet zijn belofte waar. Vanaf 2023 komen er 32 bijzondere basisscholen bij, waarvan 9 islamitische. Maar van de 16 plannen voor een middelbare school kregen slechts twee een positief advies van de onderwijsinspectie, op basis waarvan Wiersma besloot dat ze recht hebben op overheidsfinanciering. Daar zit dus geen nieuwe islamitische school bij. Het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam en het Rotterdamse Avicenna College blijven de enige islamitische scholen voor voortgezet onderwijs in Nederland.

Leerdoelen formuleren

Rode draad in de kritiek van de inspectie is dat het voorgestelde burgerschapsonderwijs, dat draait om de basiswaarden van de rechtsstaat en sociale en maatschappelijke competenties, te weinig concreet is en dat samenhang ontbreekt. Zo krijgt het plan voor een islamitische mavo in Amsterdam (College Fiducie) het verwijt dat er ‘nauwelijks concrete leerdoelen’ zijn geformuleerd. Initiatiefnemer Yusuf Altuntas vindt dat onterecht. “Het onderwijs is nog zoekende als het gaat om burgerschap. Bestaande scholen worstelen daarmee en dan moet ik nu leerdoelen gaan formuleren?”

Hij verwijst naar een in maart verschenen rapport van de inspectie, waaruit blijkt dat de meerderheid van de basisscholen nog geen doelgericht en samenhangend burgerschapsonderwijs heeft.

Turan Narcicegi, die in Den Haag een islamitische middelbare school had willen oprichten, zegt juist tamelijk gedetailleerde plannen te hebben ingediend op het terrein van burgerschap. “En nog was het niet voldoende.”

Geen enkele vraag

Bij een plan voor een islamitische middelbare school in Utrecht verlangde de inspectie op jaargroepniveau plannen voor burgerschapslessen, aldus initatiefnemer Karim Salihi. “Maar zoiets ontwikkel je met de leerkrachten. Die moeten de eigenaar worden.”

Onderwijsbestuurder Hasan Gögüs, wiens in Schiedam gevestigde stichting wel groen licht kreeg voor drie islamitische basisscholen, klaagt dat hij in de contacten met de inspectie over zijn aanvraag voor een middelbare school geen enkele vraag kreeg over burgerschap. “En dan staat er in het negatieve advies dat het niet concreet genoeg is. Maar leerdoelen maak je doorgaans met je eigen directeuren. Daar hadden we nog alle tijd voor gehad tot de opening in augustus volgend jaar.”

Lessentabellen

Op verzoek van Het Parool bekeek Renée van Schoonhoven, hoogleraar onderwijsrecht aan de Vrije Universiteit (VU), de plannen voor College Fiducie en het negatieve advies van de inspectie. Zij stelt dat het initiatief ‘wel wat concreter had kunnen zijn’, bijvoorbeeld door de ingediende lessentabellen met het aantal uren per vak te verbinden met kerndoelen. Anderzijds verlangt de wet niet dat scholen bij het aanvragen van bekostiging al heel concrete leerdoelen hebben voor burgerschap, aldus Van Schoonhoven. “In de Tweede Kamer is bij de aangescherpte burgerschapsopdracht verder ook gezegd dat hóe basiswaarden worden bevorderd aan de scholen zelf is.”

Ze noemt het ‘niet zo vreemd’ dat de plannenmakers de concrete leerdoelen in het eerste schooljaar in werkgroepen hadden willen uitwerken. “Heel veel bestaande scholen in het voortgezet onderwijs zijn nog bezig met de vormgeving van burgerschapsonderwijs. Dat is soms zoeken. De nieuwe kerndoelen op dit terrein zijn nog niet vastgesteld. Wat verwacht je dan van scholen die nog niet bestaan? Dat ze én het wiel al hebben uitgevonden én precies aanhaken bij formeel nog niet bestaande kerndoelen?”

Volgens Van Schoonhoven hadden de inspectie en het ministerie de zaak ook anders kunnen benaderen: “Ze hadden kunnen zeggen: ‘Het zijn startende scholen, ze zitten qua beleid op het goede spoor, laat ze maar beginnen, dan houden we vinger aan de pols’.”

Meer over